Uit de pers
Onzorgvuldig taalgebruik
In Hervormd Nederland van 21 juli stonden twee artikelen naast elkaar op dezelfde bladzijde afgedrukt. In de rubriek Tweespraak gaf ds. J. W. v. d. Hoeven een korte verantwoording van de door hem beoogde actie Omkeer, onder de titel: Amsterdam, symbool van verwording. Daarnaast schrijft ds. H. A. Visser over Amsterdam, meest bekeerde stad.
Nu is het niet mijn bedoeling beide artikelen te bespreken en weer te geven. Over de actie van ds. v. d. Hoeven is in verschillende bladen, ook in het onze, geschreven. Men kan zijn vragen hebben over de argumentatie van ds. v. d. Hoeven, niettemin is het bevreemdend dat allerlei lieden direct klaarstaan met de verzekering dat het in Amsterdam heus niet erger is dan in New York, Peking of Londen, en dat dus... Het zal wel waar zijn dat het in Amsterdam niet erger is dan elders, maar dergelijke argumenten doen me altijd denken aan de boosdoener die terechtgewezen wordt en dan zegt: Ja, maar bij mijn buurman is het even erg.
En de geladenheid waarmee in de Schrift opgeroepen wordt tot bekering moet de critici van ds. v. d. Hoeven toch ook iets te zeggen hebben. Ik meen, dat we alleen daarom niet kunnen volstaan met een wat zure afwijzing.
Juist dat punt van de bekering komt in het artikel van Visser ter sprake. Hij schrijft:
Het zou mij juist niets verwonderen als Amsterdam de meest bekeerde stad van ons land zou zijn. De stad waar men voortdurend bezig is zichzelf te bezinnen en allerlei actiegroepen uitermate positief bezig zijn. Bekeren betekent innerlijke verandering, betekent totaal anders gaan denken en die bereidheid is in Amsterdam zeer duidelijk aanwezig.
Men vergeet dat zonde politieke en sociale trekken heeft en niet alleen op de seksuele moraal betrokken is. De actie van ds. Van der Hoeven wekt het grote misverstand, dat bekering in je particuliere leven voldoende is, maar men vergeet dan, dat bekering betrekking heeft op de gehele samenleving.
Door te stellen, dat over veertig dagen het onheil Gods oordeel over de stad kan losbreken, komt men heel dicht in de buurt van de Jehovahs Getuigen, die de angst exploiteren om mensen tot het geloof te brengen. Het boek Jona is een lach over de profeet Jona die duidelijk onbekeerd is. Als die dominee uit Jeruzalem hier uitgelachen wordt, laat hem daaruit dan niet de conclusie trekken, dat hij een goed profeet is ! Ik betreur zijn optreden en dat van het comité. Als iemand Amsterdam tot bekering zou willen oproepen, dan kan dat beter door een Amsterdammer gebeuren dan door iemand, die uit den vreemde komt en Amsterdam door de bril van een buitenlander ziet, die voor de walletjes dikwijls zo'n grote interesse toont en voor de rest niets van de stad afweet. Ik begrijp niet dat er predikanten zijn die die actie ondersteunen. Misschien gaan ze van de gedachte uit, dat elke stok, ook de meest kromme, mensen tot geloof kan brengen. Het is echter de taak van de kerk in de samenleving het Evangelie te brengen, maar niet de apocalyptische (de toekomst ontsluierende) prediking te preken. Het is de taak de barmhartigheid te verkondigen en de gerechtigheid die daarvan het gevolg is.
Over dat laatste, de taak van de kerk, zou ook heel veel te zeggen zijn. Ik meen, dat Visser hier een onjuiste tegenstelling maakt en de prediking der kerk gevaarlijk verkort. Maar we schreven hierboven: onzorgvuldig taalgebruik. De uitdrukking is van dr. G. de Ru die in het Hervormd Weekblad van 9 augustus op het artikel van ds. Visser ingaat en het een weerwoord noemt, dat ten aanzien van de zaak kant noch wal raakt (!). In dit verband schrijft De Ru:
Ik stel een paar simpele vragen. Voortdurend bezig zijn zichzelf te bezinnen, waarop ? Allerlei actiegroepen, die uitermate positief bezig zijn, waarmee ? Innerlijk veranderen, hoe en waarin ? Totaal anders gaan denken, in welke richting ? Amsterdam, omdat het bereid is tot deze vage, nietszeggende algemeenheden, de meest bekeerde stad ? Is dit nu geen spelen met woorden en ontwaarding van fundamentele bijbelse begrippen ? In de Bijbel betekent bekering wel wat anders: inkeer, erkenning van schuld tegenover God en de naaste, smeken om vergeving, terugkeer tot God, zijn denken gehoorzaam voegen naar de wil Gods, in zijn daden zich houden aan de geboden (de huisregels) Gods, zowel particulier als in de samenleving met anderen. Als ik afga op wat pers, radio en televisie mij al sinds lang regelmatig vertellen gaat het bij dat voortdurend zichzelf bezinnen en bij die uitermate positief bezigzijnde actiegroepen vrijwel uitsluitend over acties van 'kabouters', 'dolle Mina's', 'Maagdenhuisbezetters', acties om meer inspraak in universiteitsbesturen, om sterkere en snellere democratisering van de samenleving, om alternatieve kerkdiensten, acties tegen rassendiscriminatie, tegen milieuverontreiniging, tegen zg. verouderde opvattingen over de verhouding man en vrouw, seksualiteit en huwelijk, tegen langs wettige weg tot stand gekomen collegegeldbepalingen en wat dies meer zij. Hoe men nu ook over het 'uiterst positieve' karakter van deze en dit soort acties moge denken, ze zijn toch zeker geen bewijs voor wat de Bijbel verstaat onder bekering en kunnen zelfs zeer wel samengaan met wat ds. Van der Hoeven, op grond van het Evangelie, ziet als zedelijke verwording en ontkerstening, waartegen zich zijn oproep tot bekering en gehoorzaamheid aan God richt. Menig atheïst, die weigert zich te onderwerpen aan wat hij noemt 'de voogdij van een hemelse Curator', zou in de voorste gelederen van deze actiegroepen een uitstekend figuur maken ! Ds. Visser vreest, dat de actie van ds. Van der Hoeven het grote misverstand zal wekken, dat bekering in het particuliere leven voldoende is, terwijl men vergeet, dat bekering betrekking heeft op de gehele samenleving. Ik deel die vrees — die in sommige kerkelijke kringen in Nederland een epidemisch karakter heeft — niet. Als God ds. Van der Hoeven — evenals ds. Visser — wil gebruiken als instrument tot bekering van een mens, dan zal dat — als werk van de Heilige Geest — ook zichtbaar worden in diens relatie tot zijn medemensen, al zal in heel dat leven — men overschatte zijn positieve activiteiten niet — de zonde (de ratten in de riolen van het hart van ons, brave en werkzame mensen) een geduche vijand blijven, die dagelijkse bekering nodig maakt. Op grond van de uiterst vage, in feite nietszeggende omschrijvingen, die ds. Visser geeft van bekering — zodat hij Amsterdam de meest bekeerde stad kan noemen — is mijn vrees veeleer, dat iemand meent, dat sociaal-politiek engagement in veelvuldige variatie voldoende is en vergeet, dat persoonlijke bekering tot God primair vereist is om zelfs maar de bereidheid op te brengen tot totaal anders gaan denken, tot de veel geroemde mede-menselijkheid in de samenleving. Men zou de 'horizontalisten', de brave en werkzame mensen van de positieve acties in onze dagen zo graag willen duidelijk maken, dat dienst aan de naaste, nabij of in de onderontwikkelde gebieden, persoonlijke bekering, persoonlijk geloof, persoonlijke verbondenheid met de levende Heer nodig heeft om niet tot dor bureaucratisme en onmenselijkheid te vervallen. Ds. Visser ziet aankomen, dat door de actie van zijn collega Van der Hoeven de kerk weer 'de grote moralist' wordt, die 'voorbijgaat aan de positieve dingen, die aan de geing zijn'. Hij denkt dan 'met welbehagen aan de wapenspreuk van de stad (heldhaftig, vastberaden, barmhartig), waaruit toch ook blijkt, dat de hoofdstad van ons land tot de meest bekeerde steden, zoals het boek Jona ons beschrijft, gerekend kan worden' (vetgedrukte van mij. De Ru). Wie sprak daar over 'de grote moralist' ? Je moet maar durven ! Voor de actie van ds. Van der Hoeven, die zeker niet zinloos is, heb ik respect. Zijn methode 'ligt' mij niet. Maar wat zegt dat? Hoe het zij, als men hem meent te moeten, bestrijden (waarom eigenlijk? ) dan niet met loze beweringen en verwarrend taalgebruik, maar met argumenten, die werkelijk ingaan op zijn duidelijke aanklachten en op zijn ernstig pogen (ditmaal) Amsterdam te stellen voor de eis van bekering tot God als de enige mogelijkheid om aan het gericht te ontkomen. Tenslotte: ongeveer in dezelfde tijd, dat ds. Van der Hoeven met zijn actie begon, besloot de centrale kerkeraad van de Amsterdamse hervormde gemeente tot de sluiting van 7 kerken (volgens Trouw). Eén der motieven van de kerkeraad was: afval! Een dergelijke droevige ontwikkeling zou ds. Visser toch moeten manen tot meer bescheidenheid in zijn oordeel over de actie van zijn collega, be scheidenheid vooral ook ten aanzien van het geheim van de vrijmacht van de Heilige Geest, die soms andere wegen gaat dan wij voor mogelijk houden.
Ik ben erg dankbaar voor dit duidelijke en positieve geluid. Niet alleen omdat dr. De Ru recht probeert te doen aan de bedoelingen van ds. v. d. Hoeven — belangrijk, juist in een tijd waarin men pleit voor begrip en dialoog ! — maar vooral om de bijbelse doorlichting van het begrip 'bekering'. Als men op de wijze van Visser de grondwoorden van de Schrift gaat vervormen is het hek van de dam en is de prediking prijsgegeven aan de willekeur van hem die de woorden hanteert. Dan is het geen wonder dat de kerken leeglopen en dat de kennis zoek raakt. En dan is het evenmin een wonder dat juist allerlei groepen aan de rand van de kerk (Pinkstergroepen, Volle Evangelie enz.) hier gretig gebruik van maken de kerk in gebreke te stellen. Laten we door onzorgvuldig taalgebruik — in wezen een knoeien met de Schrift — geen aanleiding geven tot dergelijke kritiek op de kerk. ,
De kerkelijke situatie
In de kroniek van Kerk en Theologie van juli jl. schrijft ds. A. A. Spijkerboer over de huidige kerkelijke situatie. Spijkerboer hoort allerlei geluiden waarin men zijn optimisme over de gang van zaken in de kerk uit. Nu zijn pessimisme en optimisme natuurlijk zeer betrekkelijke zaken. Zeker in de kerk, die luistert naar de Schrift kan men daar weinig mee beginnen. Wanneer wij vinden dat het goed gaat in de kerk, zou de Heere God daar wel eens anders over kunnen oordelen. En omgekeerd: crisistijden zijn meermalen gezegende tijden geweest.
Ook ds. Spijkerboer zal ongetwijfeld willen rekenen met het bijbelwoord: Ook waren er in Juda nog goede dingen. Maar dat verhindert hem niet zich zeer kritisch op te stellen tegenover hen die zeggen: Het gaat toch goed met de kerk'. We citeren uit zijn artikel:
'Je kunt eigenlijk alleen maar zeggen, hoe je de kerk ervaart, en wat je zegt heeft dan niet'meer waarde, dan wat jij ervaart. Misschien bedoelen de mensen, die zulke rozige verhalen over de kerk de wereld insturen, het ook wel zo: misschien willen zij ook niet meer vertellen, dan wat zij ervaren, maar dan wil ik ook wel vertellen, wat ik ervaar. Welnu, als de ontwikkeling van de laatste jaren doorgaat, wordt de hervormde gemeente van Amsterdam in de komende decenniën numeriek praktisch weggevaagd. Het cijfermateriaal, dat wijlen dr. Vermooten in zijn laatste boek over deze gemeente bijeen heeft gebracht, liegt er werkelijk niet om. Tellen is natuurlijk ook niet alles, maar het verhaal, dat we. wat je noemt 'kwaliteit winnen' geloof ik niet, en je kunt in je jaarverslag echt niet schrijven: 'En er werden meer en meer toegedaan, die den Heer geloofden, menigten beide van gezinnen en vrouwen'.
Dan zijn er mensen, die zeggen, dat de messiaanse gemeente zich buiten de muren van het instituut kerk constitueert: wie dat geloven wil, gelove het — ik voor mij denk dan aan de matrozen die in Handelingen 27 proberen er zonder de anderen vandoor te gaan. In de gemeente hoor ik belijdende leden, die ik heel regelmatig in de kerk zie, zeggen: 'Dominee, als ik nog eens belijdenis moest doen, deed ik het niet weer in de Hervormde Kerk, want de Hervormde Kerk gaat teveel mee, en mijn familie in X denkt er net zo over'. Wat gaat er schuil achter dat 'gaat te veel mee'? Ik denk het gevoel dat de kerk in deze tijd in wezen conformistisch is; dat gevoel kan ik mij wel indenken. In ieder geval is er een onderstroom, die als hij aan de oppervlakte zou komen, de vrije groepering betekent. Ik bedoel groeperingen van mensen, die vinden dat ze heel goed zonder synode, zonder organen van bijstand, zonder provinciale bureaus en zonder ingewikkelde financiële regelingen christen kunnen zijn en die best bereid zijn voor hun vrije groepering — die ze ten minste kunnen overzien — botje bij botje te leggen.'
Het is merkwaardig dit woord van ds. Spijkerboer te horen naast dat van zijn plaatselijke collega, ds. Visser. De toon is wel totaal anders. Spijkerboer is van oordeel dat er te weinig geleden wordt onder de vraag of de kerk wel belijdende kerk is. De geschiedenis van de vorige eeuw moge geen grootse geweest zijn, toen waren er velen die daar wel onder leden en er indringend mee bezig waren (proponentsbelofte, doopvragen, belijdenisvragen enz.).
In de Schrift zitten pijltjes die op het centrale wijzen, het hart van het Evangelie, en Spijkerboer noemt dan Matth. 1 : 21; Matth. 4 : 17; Lucas 24 : 46, 47 en Joh. 20 : 30, 31. De catechismus is op dit midden van de Schrift geënt.
Daar hebben we ernst mee te maken, getuige onze eigen kerkorde, aldus Spijkerboer. We kunnen niet om de vraag heen, wat legitiem hervormd is. Legitiem hervormd is een belijden in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, als de bron der prediking en de enige regel des geloofs, en waaraan je kunt merken dat het door de belijdenisgeschriften is heengegaan. Aldus Spijkerboer die nogmaals wijst op de betekenis van Barmen, en zijn beschouwing eindigt met de woorden: Maar je zou zo graag in de kerk, waarvan ds. Abma schreef: 'Mijn moeder wierp me bij mijn doop in deze kerk op God. In deze kerk hebben mijn ouders me opgevoed in de vrees en de vermaning van de Heere', en dat zeg ik met hem mee — in die kerk, zou je zo graag ter zake willen komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's