Boekbespreking
Abba Eban: Mijn Volk, de geschiedenis van de Joden. Uitg. Keësing N.V., Amsterdam 1972, 440 blzz., prijs ƒ 49, 50.
Een boek over de joden of de staat Israël trekt altijd meer dan de gewone aandacht. Dat is begrijpelijk. Het is een uniek verschijnsel en het blijft een wonderlijke zaak dat een volk na 18 eeuwen verstrooiing terugkeert naar zijn land van herkomst. In zijn voorwoord bij dit boek zegt Eban, de bekende minister van buitenlandse zaken van de kleine joodse staat, dat hij ons van de uitzonderlijkheid van de geschiedenis van het joodse volk (opnieuw) wil overtuigen en op deze wijze begrip wil wekken voor zijn volk bij niet-joden. We zouden dit boek dus als een hulpmiddel kunnen zien bij de vervulling van zijn ambt als minister van buitenlandse zaken. Het blijft niettemin indrukwekkend dat hij tijdens zijn bezette leven de tijd heeft kunnen vinden om dit boek te schrijven. Het zal overigens niemand verbazen dat het gesphreven is uit een nauwe verbondenheid met 'zijn volk'.
Wie het joodse volk in zijn gang door de geschiedenis wil begrijpen zal zich rekenschap moeten geven van zijn geestelijke achtergrond. Eban zegt ervan: 'Er bestaat heden ten dage geen ander volk waar van de drijfveren van zijn bestaan en handelen zo sterk in het verleden zijn geworteld. Dit geldt voor de joden in de diaspora niet minder dan voor de staat Israël. Doch zelfs wanneer men de uiterlijke gebeurtenissen in de geschiedenis van het joodse volk heeft bestudeerd blijft deze nog een ondoordringbaar mysterie.'
In dit boek wordt men getuige van de aangrijpende geschiedenis van dit kleine volk, dat andere volken zo sterk heeft beïnvloed. Eban laat de geschiedenis beginnen bij zo'n 2000 jaar vóór Christus met Abraham en volgt voor wat de oudere geschiedenis betreft de bijbels-historische lijn. Daarna laat hij de diaspora, de Romeinse overheersing, oude en nieuwe culturen aan het oog voorbijtrekken en eindigt met het zionisme, Auschwitz en de geboorte van de joodse staat.
Vanzelfsprekend komt in het deel over de oude geschiedenis ook Jezus van Nazareth ter sprake. Zoals te verwachten is krijgt Hij in dit boek niet de plaats van Messias en Heiland der wereld, maar alleen die van een unieke Jood die het joodse denken in velerlei opzichten heeft beïnvloed. Deze beschouwing spreekt op beslissende wijze mee in de paragrafen die handelen over de bestemming van de joden.
Eban ziet deze sterk bepaald door het streven naar zelfontplooiing. Vanuit het krachtige besef van eigen had in politieke bewegingen, wetenschappelijk onderidentiteit heeft het joodse volk een groot aandeel gezoek, beïnvloeding van culturen etc. Eban pleit voor handhaving van dit eigen karakter en voor het vervullen van een universele roeping tot beïnvloeding van de wereldgeschiedenis vanuit deze positie. De bestemming van Israël om volk van God te zijn in de erkenning van Christus als de van God gezondene komt hierbij, zoals verwacht kon worden, niet ter sprake.
Als christelijke gemeente geloven wij echter dat het unieke karakter van Israël berust op Gods verkiezing ook al kunnen we deze bijzondere plaats in zijn betekenis voor de toekomst van Israël niet geheel doorzichtig maken.
Afgezien van deze opmerkingen hebben we hier te maken met een boeiend boek dat met vaart is geschreven. Het is prachtig uitgegeven en van 70 illusraties voorzien.
L. v. d. W.
Hans Bouma: In de schaduw van God. Uitgave J. H. Kok b.v., Kampen; S7 pagina's; ƒ5, 90.
Deze bundel bevat een aantal avondoverdenkingen voor de N.C.R.V.-microfoon van de predikant-dichter Bouma. Het gaat daarin om noties als: de mens als beeld Gods, de verkiezing, de opstanding, het gebed, de hemel, het sterven, de liefdesverhouding man en vrouw, de tijd; terwijl elk van deze noties behandeld wordt tegen de achtergrond van de huidige vemieuwingstheologie. Ik heb al meermalen over pubUkaties van deze schrijver gezegd dat ze literair uitstekend zijn. Een grote mate van originaliteit kan hem ook niet ontzegd worden en zo levert dit boek ook verrassende gedachten. Maar toch, de spits van dit boekje ligt bij de aarde, bij het hier en nu. Confrontatie met de vemieuwingstheologie betekent dan ook dat van die vemieuwingstheologie nogal een en ander meegenomen is. Het woord bevrijding, dat momenteel nogal 'in' is, duikt ook hier nogal eens op, waarbij de persoonlijke bevrijding van zonde en schuld niet het volle accent krijgt. Vele vraagtekens plaatste ik al lezende, bijvoorbeeld bij de opmerking dat de hemel model staat voor de vrede en de gerechtigheid en de boodschap van de hemel vooral Gods trouw aan de aarde is. Ook bij de visie, die de schrijver ontwikkelt ten aanzien van de verkiezing plaatste ik vraagtekens. God maakt geschiedenis, zo zegt hij, door telkens de ene voet voor de andere te zetten, van verkiezing naar verwerping, van verwerping naar verkiezing en 'zo krijgen zelfs de verworpenen een plaats in de heilsgeschiedenis'. Een onbijbelse visie, die het geheimenis van verkiezing en verwerping naar ons model pasklaar wil maken. Verder plaatste ik vraagtekens bij de interpretatie van het Hooglied, door de schrijver louter als liefdeslied gezien met uitlopers zelfs naar liefdesrelaties buiten het huwelijk, terwijl de geestelijke strekking van het Hooglied ontkend wordt. Dat verder de overheid alleen als dienares van God is wanneer zij haar onderdanen alle kans geeft om liefdevol met elkaar op te trekken is meer dan ik in Rom. 13 lees. Zo zou ik door kunnen gaan. Ik heb in dit boekje heel wat onderstreept, heel wat vraagtekens gezet en heel wat opmerkingen in de kantlijn geplaatst. Een boek, dunkt me, van een gereformeerde dominee 'door de bocht' om hier een woord van dr. O. Jager te gebruiken.
v. d. G.
Hans Werkman: Het leven van Willem de Merode. Uitgave Buij ten en Schipperheijn, Amsterdam, 1971; 227 pagina's; ƒ 18, —.
De schrijver van dit boek, neerlandicus van professie, woont te Zutphen, vlakbij Eerbeek, waar de dichter Willem de Merode de laatste 14 jaar van zijn leven doorbracht. Bovendien werd hij geboren in Uithuizermeeden, de plaats waar De Merode (pseudoniem voor Willem Eduard Keuning) 17 jaar lang voor de klas stond. Zodoende had de schrijver gemakkelijk toegang tot de bronnen om een levensbeschrijving van deze begaafde dichter te geven. Het is een prachtig boek geworden, waarin de schrijver ons meeneemt langs de hoogten en de diepten van De Merode's leven. De Merode had een homofiele geaardheid, die hij in hoofdzaak in een platonische liefde tot jongens met wie hij contact had beleefde, op wie hij ook bepaalde gedichten componeerde. Dat laatste werd pas duidelijk toen zijn geaardheid aan het licht gekomen was. Zijn geaardheid beleefde hij overigens als zonde.
Intussen komt ook de geloofsworsteling van de dichter door dit hele boek heen aan de orde. Aanvankelijk de twijfel en de scepsis, maar later de doorbraak. Jongens die het reformatorisch christen-zijn uit hun vingers lieten glippen vermaande hij door te zeggen: 'we hebben niets voor niets, de genade niet, maar de zonde ook niet. En als we tegen beter weten in ons geluk zoeken waar 't niet is, moeten we dubbel betalen. De ouwe menschen zeiden: 'Gods volk zondigt niet goedkoop' en dat is inderdaad waar.'
Zo geeft de schrijver van dit boek een gedetaillerd beeld van de man, die pas laat zijn erkenning kreeg als christelijk dichter, maar die met zijn gedichten velen bereikte en iets meegaf.
Het boek is boeiend geschreven. Het komt wel eens voor dat bepaalde gebeurtenissen of citaten in het boek dubbel voorkomen, hetgeen onnodig is. Maar verder, een boek dat men geboeid zal lezen. Ik nam het als vakantielectuur mee. Dat beviel me best, al behoeft het echt geen vakantie te zijn om van dit boek te kimnen genieten. Zeer aanbevolen. De uitgever zorgde voor een fraaie uitgave, die met enkele foto's is verfraaid.
Dr. R. B. Evenhuis: Ook dat was Amsterdam, 3de deel. Uitgave Ten Have, Baam, 382 pagina's; ƒ 32, 50.
De bespreking van dit boek liet wat langer op zich wachten dan de bedoeling was. In mijn vakantie las ik het en ik moet zeggen met veel genoegen, evenals de eerste twee delen. Op boeiende wijze vertelt dr. Evenhuis de geschiedenis van de stad Amsterdam, met name de kerkgeschiedenis, maar daar staat de geschiedenis van de stad in het algemeen niet buiten. In dit deel gaat het over de kerk der hervorming in de tweede helft van de zeventiende eeuw: nabloei en uitwerking. Men ziet, dat het in die tijd ook niet alles goud was wat er blonk. Ook in die tijd waren er in Amsterdam al de bordelen of 'hoerhuizen' en ook de pornografie, waartegen de kerk protesteerde en waartegen de overheid niets deed of kon doen. Men leest in dit deel — ik doe maar een greep — dat slaven gedoopt werden op belofte van hun meesters. Men leest dat Jan Klaassen en Catrijn historische figuren zijn. Jan Claesz, gehuwd met Catharina Pieters, verscheen met een poppenkast op de botermarkt, bij de Nieuwe Brug op de Dam. Hij vermaakte daarmee de boeren met de uitbeelding van zijn huwelijksleven waaraan nogal wat ontbrak. Het huwelijk strandde tenslotte, zodat beiden voor de kerkeraad verschijnen moesten.
Men leest in dit boek ook over de strijd tussen de Voetianen en Coccejanen, met name over de zondagsviering. De 'rekkelijke' Coccejaanse dames zaten 's zondags voor het open raam hun handwerkjes te doen, terwijl de 'precieze' Voetianen hun strenge regels hadden van wat mocht en niet mocht.
Ook Nicolaas van Leeuwaarden — ds. Exalto schreef over zijn 'Godvruchtige zeeman' in ons blad — behandelde de zondagskwestie omdat hij bekommerd was dat hij 's zondags zoveel plaatsen in de kerk leeg zag. 'Hoe vol zijn op die dag de straten, de buytenwegen van zulken die de tyt in ijdelheid doorbrengen. Veneem eens wat er op die dag in de tuynen, in de playzierplaatsen, die op die dag 't meest bezocht worden, omgaat.'
Overigens, de 'precieze' Voetiaanse dominees waren bij het kerkvolk veel meer in trek dan de rekkelijke Coccejanen. Men ziet, ook in dit opzicht is er geen nieuws onder de zon. Evenhuis concludeert terecht: 'En dan moet geconstateerd worden, dat de Voetianen dit (d.w.z. het belang van de zondagsheiliging) het best hebben ingezien, hoewel zij door de Coccejanen op een soms al te wettische inslag konden worden betrapt. De laatsten mogen ons land bewaard hebben voor een feestloze en puriteinse zondag, ze hebben zijn secularisering sterk bevorderd.
Men leest verder in dit boek ook over de conflicten tussen kerk en staat, en over de Nadere Reformatie met Koelman (en zijn pointen van Nadere Reformatie) en De Labadie en de strijd tussen die beiden.
Kortom, men vindt in dit boek een schat aan gegevens, die dit werk, waarvan nog één deel verschijnen moet, tot een standaardwerk maken. Zeer aanbevolen voor ieder die de historie van ons land, met name de kerkhistorie ter harte gaat. Die kerkhistorie strekt zich namelijk breder uit dan de stad Amsterdam.
J. J. Poort: Prijst Hem in uw psalmen. Uitgave De Banier, Utrecht; 222 pagina's; ƒ 15, —.
Ds. Poort noemt dit boek zelf 'een huisboek voor de zondagavond'. Hij mediteert over regels van de psalmberijming van 1773, tweeënvijftig maal. Hij wijst in het Ten Geleide op de verlichtende, herstellende en bevrijdende uitwerking, die Davids psalmgezang had voor Saul, en die ze ook gehad hebben de hele geschiedenis door tot op vandaag, in kerkdiensten en op slagvelden, in huiskamers en op sterfbedden. Menigeen is heengegaan met een psalm op de lippen.
Ds. Poort heeft een versneden pen en daarom zijn de meditaties aansprekend geschreven. Meditaties moet men lezen om de sfeer ervan te ondergaan. Meditaties over berijmde psalmen hebben inzoverre een bezwaar dat ook de onvolkomenheden die elke berijming nu eenmaal aankleven wel eens in de exegese meegaan. Maar men leze dit boek om te proeven hoe ds. Poort de inhoud van de psalmen laat spreken.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's