Niet bezorgd
Weest in geen ding bezorgd. (Filippenzen 4 vs. 6)
Weest in geen ding bezorgd. Dat kon de apostel Paulus gemakkelijk schrijven aan de gemeente van Filippi. Het papier is geduldig. Maar het was voor die mensen niet eenvoudig om de raad van de apostel op te volgen. Vooral niet omdat zij leefden in een positie van strijd. In het eerste hoofdstuk van de brief heeft Paulus geschreven: het is u uit genade gegeven niet alleen in Christus te geloven maar ook voor Hem te lijden. Er is tegenstand en vervolging. Dat was de eerste grote zorg. Bovendien zal in Filippi elk zijn eigen zorgen hebben gehad. Zo ligt het toch in een mensenleven ? Zonder al die levens stuk voor stuk onder de loep te nemen weten we het: elk hart heeft zijn smart; elk huis heeft zijn kruis.
Het laatste geldt niet voor Filippi alleen. Het is de gemeenschappelijke ervaring van allen, die het Paradijs achter zich hebben. Bezorgdheden, niet te min !
Wat nemen ze ons in beslag, de zorgen om het dagelijks bestaan. Een moeder van een gezin, elke dag moeten de kinderen goed gekleed en schoon naar school. Elke dag moet de maaltijd op tijd op tafel staan.
Wat kan de strijd in een klein bedrijf fel en bitter gestreden worden. Aan het eind van de week moeten de lonen er weer zijn. Telkens de spanning of alles in orde komt. Wie kan dat zonder bezorgd te zijn verwerken ?
Er zijn andere dingen. Er gebeurt een ongeluk op de weg. Ik sta er vlak bij, ik zag het gebeuren. Het slachtoffer wordt 'afgevoerd', ik geef niet veel meer voor zijn leven en ik denk... als mij dat overkomen was... wat zou mijn eeuwige toekomst zijn ? Of nog anders. Ik zit in de kerk en er wordt gesproken over de genade die de Heere in Christus heeft geopenbaard. Hoe groot is het goed, dat Hij zal geven aan ieder, die in Hem gelooft! Maar onder de preek weet ik, dat ik niet in een oprecht geloof aan Christus verbonden ben. Wat een zorg, wat een gebed en een zoeken naar God.
Weest in geen ding bezorgd. Is dat letterlijk bedoeld, zoals het er staat ? Maar dan vind ik dat de apostel al te gemakkelijk over de zorgen van een mensenleven heenloopt. Nee, lezer, toch niet. De woorden van Paulus hebben een diepe ernst. En met name aan de Filippenzen schrijft hij met bijzonder veel liefde.
U herinnert zich dat Paulus op zijn tweede zendingsreis te Troas een gezicht zag. Een man riep van de overkant: kom over in Macedonië en help ons. Zo spoedig mogelijk ging het gezelschap scheep, blij verrast, dat zij het Evangelie ook in Europa mochten verkondigen. En op een zondag in Filippi gebeurde het wonder Lydia, de purper-verkoopster werd gebracht in het net van deze visser van mensen. En als hij nog wat langer vist in Filippi vangt hij ook de stokbewaarder, die in de nood van zijn bestaan uitroept, wat moet ik doen om zalig te worden. De man komt tot het geloof in Christus en hij wordt — evenals Lydia — gedoopt met zijn gehele huis.
Gebeurtenissen, zou ik denken, die een dienstknecht van God niet licht vergeet. Hij heeft bijzondere banden aan Filippi gehouden. Hij mocht er Gods werk onder zijn eigen handen tot stand zien komen. Hij had daar in Filippi de verzekering een instrument in Gods hand te zijn. Het woord deed zijn werk op de wonderlijke wijze van de Geest. U hebt het bij de bespreking van Handelingen 16 mogen lezen. Tussen Lydia en de stokbewaarder vielen de felle aanvallen van de satan. Zij gingen zover, dat Paulus en Silas in de gevangenis terechtkwamen. Voeten in de stok. Ziezo, die lopen niet ver meer met hun boodschap. Die zijn voorlopig onschadelijk gemaakt. En toen juist toonde God hoe Hij achter Zijn dienstknechten staat en hoe Hij Zijn Rijk door alles heen bouwt. Wie zou nu aan zo'n cipier gedacht hebben ? Wie ? God! God had gedachten des vredes over hem, van eeuwigheid. Hij zorgt voor de bediening van Zijn Woord. Niet alleen, dat zij geschiedt maar ook dat zij vrucht schenkt.
Kijk, dat alles heeft Paulus aan Filippi gebonden. En als hij zelf in de gevangenis zit denkt hij aan zijn geliefde gemeente, die te lijden heeft onder tegenwerking en vervolging. Iemand, die zijn eigen hart kent begrijpt wel, dat het moeilijk is om in zulke omstandigheden van genade te spreken. In Filippi moest men ondervinden, dat de blijdschap van het geloof onder alle moeiten op de achtergrond dreigde te geraken. Angstige harten en bezorgde gezichten, die kon men bij de Filippenzen in die dagen vinden. Gebrek aan Godsvertrouwen. En tot allen, die daaraan lijden komt het woord: Weest in geen ding bezorgd.
Uiteraard wordt hier niet alle zorg verboden. De Heere heeft ons juist zo geschapen, dat wij zorgen kunnen. God zelf zorgt. En het is een trek van het beeld Gods, dat ook wij mensen zorgen. Wij zouden ook, met de Schrift in de hand, vele dingen kunnen noemen, waarover ons de zorg is opgedragen. Maar de apostel bedoelt te zeggen: zorg niet zo, alsof we geen heerlijke en machtige God hebben, die alle dingen leidt.
God zorgt, maar Hij kan nimmer bezorgd zijn. Dat zou betekenen, dat Hij machten vreesde, die achter Hem om of boven Hem uit de dingen in de hand hadden. Maar onze God is de Machtige Zelf. Niets en niemand kan buiten Hem om of boven Hem uit. Er is een stuk zonde in als we in nood en moeite onze machtige Heere niet zien. Dit was de prediking van de apostel geweest: gelooft in de Heere Jezus Christus. Dan gaat het om die Christus, die ons van de Vader geschonken is om voor ons te doen alle dingen, die bij God te doen waren.
Het volle heil van Christus blijft niet beperkt tot straks, een plaats in het Vaderhuis met de vele woningen. Nee, het heil omvat ook dit leven, waarin de gelovige ontdekt, dat de Heere met hem is. We behoeven daarbij niet te denken aan goede geestelijke ogenblikken want God zorgt voor alles. Het leven wordt een wonder, het voedsel, de kleding, het gezin, het huwelijk, de gemeente, wonderen van God. Als Hij ons Zijn eigen Zoon niet onthoudt zou Hij ons met Hem niet alle dingen schenken ?
Komen er momenten, waarin dat vergeten wordt en klinkt onze roep tot God: o God, hoe moet ik verder, dan antwoordt de Heere: weest in geen ding bezorgd. Voor alle dingen die ons benauwen is er een uitweg. U behoeft ze zelf niet op te lossen. Maak ze bekend aan God, die in Zijn Zoon verhoring gunt en die Zijn Woord bevestigt: Ik zal het maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's