De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vijfentwintig jaar Koningin der Nederlanden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfentwintig jaar Koningin der Nederlanden

6 minuten leestijd

Vijf dagen voor haar aftreden sprak koningin Wilhelmina in haar afscheidstoespraak tot het Nederlandse volk in het Olympisch Stadion te Amsterdam onder meer de volgende woorden:

'Nu wend ik mijn blik naar de naaste toekomst. Het is voor mij als moeder een aangrijpend ogenblik nu mijn kind een stap zet als deze. Zij aanvaardt haar taak in een moeilijke en ingewikkelde tijd, een tijd die vraagt om sterke mensen. Als vanzelf rijst nu voor mij op het beeld van onze stammoeder, wier naam zij draagt. Groot waren het verstand, de bezieling en het moederlijk hart van Juliana, de moeder des vaderlands. Ik kan mijn dochter geen betere wens meegeven dan dat zij, geheel als kind van haar eigen tijd, bezieling moge putten uit deze lichtende gestalte, voor wie — als voor vele Nederlanders van vroegere en latere tijd — geldt:

Ik heb de goede strijd gestreden
Ik heb de loop beëindigd
Ik heb het geloof behouden.'

Koningin Wilhelmina sprak over 'n moeilijke en ingewikkelde tijd, toen ze haar ambt overdroeg. Ze heeft niet teveel gezegd. Nu we terugzien op 25 jaar regering van koningin Juliana moeten we beamen dat het in menig opzicht een moeilijke en ingewikkelde tijd was. Aan het begin van de regeringsperiode van koningin Juliana was de wederopbouw van Nederland in volle gang. Een periode van ongekende welvaart trad in. Maar welvaart en welzijn zijn niet zonder meer identiek. Welzijn heeft ook alles te maken met de geestesgesteldheid van het volk. Dat welzijn werd binnen onze samenleving vanuit verschillende overtuigingen en visies nagestreefd. Daarom kwamen er de botsingen, de conflicten in allerlei verbanden. Discussies brandden los over gezag en zeggenschap, over democratisering en omvorming van de maatschappij en bij dit alles is ons koninklijk huis zélf vaak inzet van de discussies geweest. Velen hebben het in de loop van de jaren niet onder stoelen of banken gestoken dat ze het koningschap uit de tijd achtten, dat het vorstenhuis verdwijnen moest. De satire en de smaad brak soms los over ons koninklijk huis. Maar de stemmen, die aandrongen op afschaffing van het koningschap, van de monarchie, vonden gelukkig geen weerklank bij een meerderheid van ons volk. Blijkens een Nipo-enquête, gepubliceerd in Elseviers Weekblad van september 1969, vond 85% van het Nederlandse volk dat Nederland een koninkrijk blijven moest. Dat mag intussen vier jaar geleden zijn, er blijkt duidelijk uit hoe de plaats van Oranje onder ons een hechte is. Er mag sprake zijn van een fundamentele gezagscrisis, er mogen politici zijn, die er geen geheim van maken, dat ze het Oranjehuis als vorstenhuis terzijde willen schuiven, er mogen zelfs predikanten zijn die het af laten weten als ze gevraagd worden een herdenkingsdienst te leiden, in ons volk is toch de hechte verbondenheid met het Oranjehuis duidelijk voelbaar.

Alleen de monarchie ?

We realiseren ons zeer wel dat de monarchie als zodanig geen principekwestie is. Calvijn liet in het midden of men de voorkeur moest geven aan de monarchie (de regering door één, b.v. de koning) of de aristocratie (regering door de besten) of de democratie (regering door het volk), al was hij zeer beslist inzake de normen, waaraan welke regeringsvorm dan ook moest worden getoetst. Te onzent werd de monarchie trouwens met de democratie verweven. Monarchie als zodanig is geen principe-zaak. Maar we spreken onbevangen uit, dat we de verdwijning van het koningschap onder ons een ramp zouden achten, omdat het de verdwijning van het Oranjehuis als vorstenhuis zou betekenen. Het zou een radicale breuk met het verleden betekenen.

Het is tekenend, dat koningin Wilhelmina in haar bovengenoemde toespraak tot het Nederlandse volk terugwees naar Juliana van Stolberg, de moeder des vaderlands, en dat ze daarbij wees op het feit dat deze moeder des vaderlands, met zovelen hier te lande, de goede strijd gestreden had en het geloof had behouden. Er is een diepe verbondenheid tussen ons volk en het Oranjehuis vanuit het verleden, waarbij de religie de band was die samenbond. Het mag te verregaand zijn om God, Nederland en Oranje in één adem te noemen — alsof deze namen gelijkwaardig zijn — maar in de trits religie-Nederland-Oranje zit toch ten diepste het motief van de liefde, die het Oranjehuis onder ons had. Er is hier te lande, vanaf het geboorteuur van onze natie, geschiedenis gemaakt, waar de religie niet buiten stond en waarin op zijn beurt het Oranje­ huis een grote plaats had. En die geschiedenis stond niet buiten Gods leiding. We ontvingen als Nederlandse volk het Oranjehuis als een geschenk uit Zijn hand en in dieptepunten van ons volksbestaan, in zorgelijke of moeitevolle perioden hebben we de zegen van het koningschap onder ons ervaren. En zo ervaren we het nog.

Vijfentwintig jaar

Zo staat tot op heden het Oranjehuis onder ons als een teken van Gods bewarende trouw door de geschiedenis heen. Zo feliciteren we vandaag van harte onze Koningin en haar huis nu ze vijfentwintig jaar aan het hoofd van onze natie staat. Ze heeft gedurende vijfentwintig jaar een ambt bekleed, dat haar ten diepste niet door het volk maar door de Koning der koningen is geschonken. De gezagscrisis van onze tijd ten spijt mag onze vorstin zich bekleed weten met ambtelijk gezag over ons volk. Om haar ambt eren we haar dan ook. Het is niet alleen — zelfs niet in de eerste plaats — de band met het verleden die onze achting voor het vorstenhuis bepaalt, het is het ambt, dat we mogen zien in hoger licht, van Hoger Hand. Het ambt staat boven de dragers ervan en niet omgekeerd. Daarom behoeft de liefde voor het Oranjehuis intussen geen kritiekloze te zijn. Het ambt en de uitoefening ervan moeten met elkaar in overeenstemming zijn. We mogen ons vorstenhuis dan ook op de verantwoordelijkheid van het ambt aanspreken, ook en juist waar het de religie betreft die bij de uitoefening van het regeerambt dient te functioneren. Wanneer wij ook in ons vorstenhuis — concreet — tekenen zien, die wijzen op een losweken van de band der religie, die volk en vorstenhuis samenbond, dan is dat een zaak die pijn doet. Maar desniettemin achten we ons koninklijk huis hoog om het ambt dat bekleed wordt en hebben we dat koninklijk huis lief omdat het in de loop der eeuwen onze familie werd, die ons-ten-goede onder ons volk verkeerde.

De goede strijd

Koningin Wilhelmina wenste haar dochter toe, dat ze, als eenmaal Juliana van Stolberg, de goede strijd zou strijden, de loop zou beëindigen en het geloof zou behouden. Hoe lang koningin Juliana ook nog onze vorstin mag zijn, _ haar loop neigt ten einde. We hopen dat de bede van haar moeder met haar mee mag gaan. In ons land speelt zich een strijd der geesten af, die niet gering is. Een strijd, die ook op het politieke vlak zich voltrekt, waarbij ten diepste de inzet is de gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord of de onderworpenheid aan de machten die zich tegen dat Woord, tegen de Christus der Schriften opmaken. In deze ontwikkeling wensen we onze vorstin toe, dat ze de goede strijd strijden mag en het geloof mag behouden. Opdat zo ook ons vorstenhuis nu en in de toekomst ons volk ten zegen mag zijn, zoals dat in het verleden zo vaak het geval is geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vijfentwintig jaar Koningin der Nederlanden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's