Ik geloof in God 6
Bleek het de vorige keer, dat wij met een actuele zaak bezig waren, toen wij spraken over de enigheid, het unieke van God, veel minder schijnt dit het geval te zijn, wanneer wij nu met elkaar willen nadenken over de betekenis van de eenvoudigheid van God. Daarover spreekt namelijk onze belijdenis ook, als zij belijdt, dat wij geloven met het hart en belijden met de mond, dat er is een enig en eenvoudig geestelijk Wezen, hetwelk wij God noemen.
Ik moet eerlijk zeggen, dat ik me er nooit zo druk over gemaakt heb, ja eigenlijk het nooit helemaal goed heb begrepen, wat er met die eenvoudigheid van God bedoeld kon zijn. En dat ik daarin niet de enige ben, is mij wel duidelijk geworden, toen ik eens de verschillende handboeken over de christelijke leer hierop nasloeg. Daarvan zijn er vele, die de eenvoudigheid van God niet eens noemen.
Daarnaast zijn er anderen, die de eenvoudigheid van God hebben ontkend. Een recent voorbeeld daarvan is prof. Kuitert, die in zijn proefschrift over de mensvormigheid van God van de eenvoudigheid Gods schrijft, dat zij niet aan de Schrift maar aan de Griekse wijsbegeerte is ontleend.
Nu is het inderdaad zo, dat de eenvoudigheid van God ook in de Griekse godsleer een belangrijke plaats heeft ingenomen. Maar als twee hetzelfde zeggen, is het nog niet altijd hetzelfde. Als men in de Griekse filosofie (wij denken dan vooral aan Plato) over de eenvoudigheid van God spreekt, wil men daarmee tot uitdrukking brengen, dat God de onbewegelijke God is. God is de oer-idee, de oergrond, de eerste beweger, die zelf onbewegelijk is.
Zó God te belijden is inderdaad een niet-christelijke belijdenis. Zo'n God heeft niets met de God van de Bijbel uit te staan. Maar die kant moeten wij dan ook helemaal niet uit, wanneer onze belijdenis spreekt over de eenvoudigheid van God.
Dat komt al dadelijk naar voren, wanneer wij erop letten, tegenover welke stromingen de belijdenis de eenvoudigheid van God belijdt. In de tijd van de Reformatie kwam namelijk ook al heel gauw de stroming van de Socinianen naar voren, volgelingen van de uit Polen afkomstige theoloog Socinus. Deze Socinianen ontkenden de drieëenheid van God, maar dan op deze manier, dat ze wel de goddelijkheid van de Zoon en de Heilige Geest ontkenden, hoewel zij aan de persoon van Christus en de Heilige Geest wel enige goddelijke eigenschappen toekenden. Zo moesten zij er dus wel toe komen om de eenvoudigheid van het goddelijk wezen te ontkennen, omdat men een verschil in goddelijkheid aannam bij de Vader in vergelijking met Christus en de Heilige Geest.
Hiertegenover stelden de reformatorische theologen de wezensgelijkheid van de drie goddelijke personen en beleden in verband hiermee de eenvoudigheid van God. Het gaat om het ene goddelijke wezen, en niet om een samengesteldheid ervan, die een hoger en lager, een min of meer toeliet. Deze strijd tegen de Socinianen is later tegen de remonstranten voortgezet. Eén van hun woordvoerders was de theoloog Vorstius. Deze maakte onderscheid tussen het wezen en de eigenschappen van God. Hij deed dat op deze manier, dat het wezen van God onveranderlijk en de eigenschappen van God veranderlijk zijn. Dus kon Gods wezen niet eenvoudig zijn, omdat het bestond uit een veranderlijk en een onveranderlijk deel.
Nu lijkt dat allemaal erg speculatief, en dat is het ook. Maar wat er ten diepste achter zat, is voluit actueel. Men wilde namelijk op deze wijze ruimte scheppen voor de vrije wil van de mens. Die ruimte kon er namelijk alleen zijn, wanneer God de dingen niet van te voren al allemaal had klaargemaakt, maar ten diepste Zijn oordelen en besluiten liet afhangen van wat de mens deed. Om de mens een eigen speelruimte te geven van vrije beslissingen, moest er ook een speelruimte in God zijn, die aan deze vrijheid van de mens beantwoordde. Het is dus duidelijk, dat ook in deze leer van de eenvoudigheid van God ten diepste het genadekarakter van het heil in het geding was.
Vraagt u nu, wat wij onder de eenvoudigheid van God moeten verstaan, dan kan daarop het beste zo worden geantwoord dat alles wat God is, is Hij ook helemaal. En ook wat God bezit, dat is Hij helemaal. Daarom lezen wij in de Schrift niet alleen, dat God liefheeft, maar dat Hij liefde is. En God heeft en geeft niet alleen het leven, maar Hij is het Leven. Hij schept niet alleen het licht, maar Hij is het Licht. Hij spreekt niet alleen de waarheid, inaar Hij is de Waarheid. En Hij is dat helemaal. Hij is het door en door. En Hij is het op de meest oorspronkelijke manier. Daarom is Hij ook de bron van de liefde en van het leven en van het licht en van de waarheid.
Dat is de betekenis ervan, wanneer wij spreken over de eenvoudigheid van God. Alles wat God heeft, is Hij ook. En alles wat Hij is, dat is Hij helemaal, door en door. Daarom kunnen wij onze belijdenis aangaande God nooit beperken tot één eigenschap van God. We kunnen van ons geloven in God nooit een systeem maken.
In het verleden én in het heden is dat vele malen gedaan. Er zijn er, die van God alleen maar geloven, dat Hij liefde is. Anderen menen, dat Hij alleen maar de toornende God is, of de God van de geschiedenis, of de willekeurige God. Altijd wil men God in een keurslijf wringen. Men wil Hem inperken binnen de wanden van het menselijk denken. Maar God laat zich niet inperken. Hij laat zich niet systematiseren. Dat is de betekenis van de eenvoudigheid van God.
Gods eenvoudigheid wil tenslotte ook zeggen, dat er geen tegenstrijdigheid is in God. Hij is niet dubbelhartig. Hij spreekt geen woorden met een dubbele bodem. Hij deelt ons geen dubbelzinnigheden mee. Nee, God geeft zich in Zijn openbaring helemaal zoals Hij is. Hij houdt niets achter de hand, zodat wij ons volle vertrouwen niet aan Hem zouden kunnen geven. God is ook niet een God, die met de ene hand geeft en met de andere hand terughoudt.
De mens kan ten onder gaan aan zijn gespletenheid, waardoor er a.h.w. twee harten in zijn binnenste zijn. Dat is een corrupt leven, een ziek bestaan. Met zulke mensen valt ook niet te leven.
Welnu, God is in de meest diepe zin van het woord een Man, die niet liegen kan, omdat Hij een Man is uit één stuk. Gods eenvoudigheid wil zeggen, dat Hij een God is uit één stuk. Hij is zoals Hij zich voorgeeft. Hij doet, wat Hij zegt. Hij vervult, wat Hij belooft. Hij is een waarmaker van Zijn Woord. Dat is Hij, omdat Hij de eenvoudige God is.
Merkt u, hoe actueel en hoe heilzaam deze belijdenis is ? Wanneer wij waarachtig in God geloven, geloven wij ook, dat deze God eenvoudig is. En dat is een geloof, dat ons sterkt in het vertrouwen en dat ons troost in onze aanvechting. Met deze God springen wij over een muur en lopen wij door een bende. Met deze God kunnen wij het wagen, in leven en in sterven. Want wie het van deze God verwacht zal niet beschaamd worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's