De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Verbond  en de Heilige Geest 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Verbond en de Heilige Geest 2

Het Verbond Gods

8 minuten leestijd

Het nieuwe verbond is de bediening des Geestes d.w.z., dat de Heilige Geest de gave bij uitnemendheid is van het Verbond. Ik zal Mijn Geest geven in het midden van u. Maar daarmee is deze belofte niet uitgeput. Want de Heilige Geest is gegeven als een onderpand van de verkregen verlossing tot prijs van Zijn heerlijkheid (Ef. 1 : 14). De eerstelingen des Geestes zijn waarborg voor de algehele verwerkelijking van het verbond: en eeuwige erfenis en een eeuwige verlossing (2 Cor. 5:5). Door de Heilige Geest wordt het woord en de wil des Heeren zaak des harten voor de bondeling. De Heere schrijft zijn Evangelie (d.i., zegt Calvijn, Zijn verbond) in de harten. De Heilige Geest opent het hart van de mens voor de beloften, de zegeningen en de weldaden van het Verbond. Hij maakt het hart warm voor Christus, in wie de beloften ja en amen zijn.

De natuurlijke mens wordt niet geboeid door Christus en de weldaden van het Verbond laten hem koud, maar Gods Geest maakt harten brandende als in de dagen van ouds. Wat werd alles in het leven van Paulus anders, toen het de Heere behaagde Zijn Zoon in Hem te openbaren! Het zaligmakend onderricht op de leerschool des Heiligen Geestes maakt Christus dierbaar en onmisbaar. Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk. De levendmakende Geest leidt in in de heilgeheimen van Gods Koninkrijk. Dat onderwijs vormt en hervormt, vernieuwt en verlicht, doet in de wegen des Heeren wandelen. De Heilige Geest vernieuwt de inwendige mens van dag tot dag (2 Cor. 4 : 16). Het is Paulus' gebed, dat de Vader van onze Heere Jezus Christus aan de gemeente geve, naar de rijkdom Zijner heerlijkheid met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof in de harten wone (Ef. 3 : 16, 17; inwendige mens staat hier parallel met hart). Zo wordt het geweten gereinigd van de dode werken om de levende God te dienen.

Als wij de profetie van Jeremia en de brief aan de Hebreeën volgen, dan zien wij, dat het eerste waarop gewezen wordt ware gehoorzaamheid is: De Heere zal Zijn Woord en wet inprenten in het hart des mensen. Ik heb een vermaak in de wet Gods naar de inwendige mens (Rom. 7 : 22). Een wonder van Gods genade is de mens, die het met de Heere eens is, die Zijn Woord en Zijn wet bijvalt, die voor Zijn Woord en wet dankt. Moest dat niet altijd ? Zijn de wetten des Heeren niet gaven van Gods genadige bemoeienis met de mens en op diens welzijn en behoudenis gericht ? Maar in het N. Verbond wordt dat waarheid: wandelen in de wegen des Heeren.

Daarnaast noemt de Schrift de belofte: Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.

Deze belofte grijpt boven alle aardse zegeningen uit. 'Zo dikwijls God ons belooft ons tot een God te zijn, biedt Hij ons tegelijk Zijn vaderlijke gunst en dan verklaart Hij voor ons heil zorg te zullen dragen, dat wij Hem ter harte zullen gaan: Hij geeft ons vrije toegang tot het gebed en beveelt ons te rusten in Zijn genade. In één woord: Deze belofte bevat in zich alle delen van ons heil' (Calvijn). Onbegrijpelijke genade: De Heere zegt: Gij zijt van Mij. En voor alle vijanden betekent dat: Houdt uw handen van dat volk af, want het is een volk gemerkt met het teken van het kruis. Van de volle vervulling van deze belofte spreekt het boek der Openbaring: Hij zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volk zijn (Openb. 21 : 3 vv).

Een andere belofte van het nieuwe verbond is: Zij zullen den Heere kennen. Hij zal hun geen vreemde zijn. Ik weet, in wie ik geloofd heb. Zij zullen geen onbekende God dienen. In dat kennen van God ligt een beginsel van eeuwige zaligheid. Dat is het eeuwige leven, dat zij U kennen de enige en waarachtige God en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt (Joh. 17 : 3). Het behoort tot de weldaden van het verbond Gods, dat Gods kerk weet wat het aan zijn God heeft. Dat denken wij wel eens van vrienden. Maar op een bepaald moment, wat valt het tegen. Ik dacht, dat ik hem beter kende. Wij vallen ons zelf tegen; wat een gebrek aan zelfkennis, zo sterk, dat Gods gemeente bidt om reiniging van verborgen zonden, zonden, die zij zelf niet eens kent. Gods Geest ontsluit aan een nietig mensenkind het hart van God, bewogen over een zondaar en uit op zijn behoud. De Heere kennen en in die kennis toenemen door hemels onderricht! En dan is de Heere groter en machtiger, barmhartiger en getrouwer dan ik in mijn beste momenten mij heb kunnen indenken ! Er is geen kennis Gods in het land klaagt Hosea. Maar Goddelijk initiatief zal zorgen voor verandering (Hos. 4 : 2; 2 : 19);

En dan, tot de beloften behoort de vergeving der zonden. Dat is geen kleinigheid. Bij velen is dat een vanzelfsprekende zaak. In de Schrift is de zonde niet een gemakkelijk te repareren schade; daarvan wordt de mens niet verlost met een beetje goede voornemens en met beloften om het voortaan beter te doen. In de psalmen en niet alleen daar, lezen wij van mensen, die tot in het diepst van hun ziel bedroefd zijn omdat zij de Heere verdriet hebben aangedaan met hun ontrouw en 'moeite hebben gedaan met hun ongerechtigheid, in wier ziel iets leeft van: Ik kan het nooit meer goedmaken. Maar de Heere is een gaarne vergevend God en het behoort tot de wonderen van genade van het Verbond, dat de Heere toezegt, dat Hij de zonde vergeeft, zo dat Hij er nooit op terugkomt. Alsof er nooit iets gebeurd is ! Dat zegt onze Catechismus (antw. 60): evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft.

Verbond en sacrament

Nog vanuit een ander uitgangspunt wil ik benaderen, wat de Schrift over ons onderwerp zegt. Calvijn wijst erop, dat de Heere Zijn beloften verbonden noemt en de sacramenten tekenen van het verbond.

Want de sacramenten zijn van Godswege wat bij de mensen boodschappers van goede tijding zijn of onderpanden en waarborgen bij het sluiten van verbonden. Zij geven wel van zichzelf geen enkele genade, maar zij boodschappen en tonen ons en maken als tekenen en zegelen bij ons vast en bondig (bekrachtigen) die dingen, die ons door Goddelijke milddadigheid gegeven zijn. De Heilige Geest is diegene, die de gaven Gods met zich brengt, die voor de sacramenten plaats maakt en die bewerkt, dat zij in ons vrucht draagt (Inst. IV—14, 7; ook IV, 14, 7 e.a.).

Uit het formulier van de Heilige Doop

Al zou er genoeg reden zijn om ook het H. Avondmaal heirbij te betrekken, — ik denk aan wat het formulier zegt: En opdat wij vastelijk zouden geloven, dat wij tot dit genadeverbond behoren — ik beperk mij tot wat het formulier om de Heilige Doop te bedienen in dit verband zegt: Desgelijks als wij gedoopt worden in de naam des Heiligen Geestes, zo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig sacrament, dat Hij in ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing onzer zonden en de dagelijkse vernieuwing onzes levens, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.

Het woord toeëigenen en zich toeëigenen kennen wij ook in ons huidig taalgebruik. Als ik mij iets toeëigen, dan leg ik daar de hand op, zeg dus: dat is van mij, dat is mijn eigendom, met een nadruk op eigen. Het is niet te ontkennen, dat wij in de krant bijna alleen lezen van het zich wederrechtelijk toeëigenen, maar deze spreekwijze veronderstelt, dat men zich ook terecht iets kan toeëigenen, echt in de zin van: dat is van mij en van niemand anders. De gedachte dat eigendom diefstal is, van Proudhon in de vorige eeuw, is wel revolutionair, maar principieel niet bijbels. Dat er heel wat onrecht goed wordt toegeëigend is helaas niet te ontkennen, dat geldt ook geestelijk. Nu spreekt het formulier van de toeëigening door de Heilige Geest, dat wil dus zeggen: De Heilige Geest wijst deze dingen toe, schenkt ze, deelt ze uit: Dat is voor U bestemd: Houdt het vast in het geloof. Dat is de toepassing door de H. Geest. Wat deelt de Heilige Geest nu uit ? Christus is de waarheid van het sacrament zonder wie zij niet met al zouden zijn en zo voegt Calvijn eraan toe: De Heilige Geest is de ziel van de sacramenten. En wat nu het formulier van de H. Doop over de toeëigening zegt wordt in de Ned. Geloofsbelijdenis (art. 33) op deze wijze geformuleerd: Onze goede God stelt (in de sacramenten) aan onze zinnen voor, zowel hetgeen Hij ons te verstaan geeft door Zijn Woord, als hetgeen Hij inwendig doet in onze harten, bondig en vastmakende in ons de zaligheid, die Hij ons meedeelt. (In de Franse uitgave van 1561 staat hier ratifiant, dus ratificeren, verzegelen, bekrachtigen; de nauwe band tussen de Ned. Geloofsbelijdenis en wat Calvijn leert komt ook hier weer uit; Calvijn heeft in Inst. XIV, 4—17 dat ik hierboven aanhaalde in het Latijn ratum facere, dat is dus precies hetzelfde als wat in de Franse tekst voorkomt; ook de vertaling van Corsmannus wijst op dit verband: bondig en vast).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het Verbond  en de Heilige Geest 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's