Wereldraad van politiek
J. A. E. Vermaat, schrijver van het boek Kerk en tegen-Kerk, was tijdens de periode, waarin het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken te Geneve enige weken geleden vergaderde, in de stad aanwezig. Hij zond ons bijgaand artikel, bevattende een impressie zijnerzijds van de bijeenkomst, ter plaatsing in ons blad.De Redaktie.
Onlangs, van 22-29 augustus werd in Geneve de vergadering van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken gehouden. Erg boeiend is zo'n vergadering eigenlijk niet, de sfeer gelijkt veel op die van een parlement en hier en daar zie je zelfs een 'insider' half achterover gezakt een dutje doen terwijl anderen regelmatig zitten te geeuwen. Ondertussen worden echter zaken behandeld waarbij allerminst geslapen dient te worden. Het gaat om de enorme wereldproblemen, de strijd tegen het racisme, de ondersteuning van vrijheidsbewegingen en de medewerking aan de wereldbevolkings-conferentie van de Ver. Naties. Stuk voor stuk onderwerpen om deksels goed bij op te letten. Want onder de geeuw van menig commissielid worden resoluties aangenomen van verstrekkende betekenis.
Toch schijnt het alsof het dit jaar allemaal wat meeviel. Na de geruchtmakende vergaderingen van Canterbury, 1969 (toen het anti-racismeprogramma de lucht inging), Addis Abeba, 1971, en Utrecht, 1972 (toen de eerste lijst met 'verboden' ondernemingen gepubliceerd werd door de Wereldraad), leek de orkaan van schokkende besluiten te zijn uitgewoed.
Een domper op het enthousiasme was misschien wel de precaire situatie waarin het budget van de Wereldraad verkeerde en als het zwaard van Damocles hing dit de afgevaardigden gedurig boven het hoofd: er konden natuurlijk niet opnieuw (dure) controversiële programma's gelanceerd worden. In ieder geval werd spoedig een verzoek om verhoging van de kerkelijke bijdrage aan de Wereldraad unaniem aangenomen.
Want dat de Wereldraad er dure programma's op na houdt is duidelijk. Bovendien komt het mij voor dat door de nieuwe investeringspolitiek, waarbij tal van aandelen van de kerken uit diverse goed renderende ondernemingen worden 'teruggetrokken' weinig bevorderlijk is voor een stabiel financieel beleid, waarbij als klap op de vuurpijl natuurlijk de internationale monetaire situatie om de hoek komt kijken.
Het programma van de Wereldraad van Kerken is voor een belangrijk deel een politiek programma. Zending is maar een gering aandeel en veel van wat onder de grote noemer van 'zending' valt is in de praktijk ontwikkelingshulp.
Tijdens een van de plenaire vergaderingen (we zijn nog in de eerste dagen), staat aartsbisschop Athenagoras plotseling op met de vraag of het waar is dat de Wereldraad alleen steun verleent aan Noord-Vietnam en niet ook aan Zuid-Vietnam. Het wordt tijd, zo zegt hij, dat wij onze naam van 'Wereldraad van Kerken' veranderen in 'Wereldraad van Politiek' (World Council of Politics)(Elseviers Rex Brico moet het verkeerd hebben verstaan als hij Athenagoras laat zeggen: World Council of Communists). Het kostte echter niet zoveel moeite de te snel gedane beschuldiging te weerleggen, maar je merkte duidelijk dat de sfeer toch even gespannen was.
Overigens zouden de orthodoxen zich nog duchtig roeren in die dagen. Vooral de Russen zetten zich af tegen de verklaringen van Bangkok, daar zij vonden dat zij te 'horizontaal' was. Waar het echter ging om politieke zaken, waren zij even 'horizontaal', ja nog horizontaler dan de anderen. Metropoliet Nikodim wilde per sé dat uit een van de documenten een passage zou verdwijnen waarin over onderdrukking van vrijheden in landen in Oost Europa wordt gesproken. Volgens Nikodim bestaat er in die landen geen onderdrukking en moeten wij de berichten van de pers daarover met een korreltje zout nemen. Hiermee onderstreept hij geheel wat de officiële Russische pers schrijft. Deze beweert toch dat figuren als Sacharow 'instrumenten zijn van vijandige propaganda'. En de raad voor Godsdienstige Aangelegenheden heeft nog zeer onlangs berichten in de westerse pers over kerkvervolging in de Sowjet Unie bestempeld als 'imperialistische propaganda'. Deze Raad oefent tevens controle uit op de Russische Orthodoxe kerk. Soltsjenytsyn spreekt in zijn vastenbrief over een kerk die op dictatoriale wijze door de atheïsten wordt geregeerd, en hij doelt daarbij op de invloed van de Raad voor religeuze aangelegenheden.
In het officieële tijdschrift voor het Patriarchaat van Moskou kan men uitspraken lezen als: 'Alleen in de socialistische maatschappij kan de individu tot volle ontplooiing komen. In de kapitalistisch-imperialistische maatschappij is dat door de uitbuiting onmogelijk.'
Zeker niet alles is politiek evangelie bij de orthodoxen. Hun 'vertikalisme' bestaat echter grotendeels uit mystiek in de eredienst. In de tijd der Tsaren bemoeide de orthodoxe kerk zich zelfs zo weinig met het gewone volk en met enig sociale arbeid dat zij dit geheel van zich vervreemdde.
Het was bijvoorbeeld opmerkelijk hoe patriarch Pimen in een door Nikodim voorgelezen boodschap ter plenaire vergadering protesteerde tegen de rapporten over de zendingsconferentie in Bangkok. Bangkok gaf uitdrukking aan 'een horizontale trend' in de Wereldraad en de Wereldraad schaamde zich ervoor het meest essentiële van het Evangelie te proclameren.
Men zou spoedig gaan denken dat Pimen meer thuishoort bij de 'conservative evangelicals', de verontruste achterban, dan bij de progressief denkende personen in de Wereldraad. Doch dit is maar schijn. Hun verontrusting stoelt immers op een geheel andere grond dan de onze. Is onze verontrusting gebaseerd op door tijdens de reformatie opnieuw geopenbaarde leer van zonde en genade, van rechtvaardiging door het geloof alleen, de orthodoxen hebben bezwaren vanuit hun katholieke 'vertikale' traditie. Tegen die achtergrond moeten we het plaatsen.
Ook bleek dat de orthodoxen niet bijster waren ingenomen met de dialoog. Hier worden inderdaad vergevorderde plannen uitgewerkt. Het Centraal Comité keurde goed dat in april volgend jaar een tweede grote multilaterale dialoogconferehtie wordt gehouden met christenen, moslims, hindoes, boeddisten, en joden. Ongeveer vijftig deelnemers zullen dan praten over verdere mogelijkheden van samengaan. Dialoogdirecteur Samartha interviewde ik in Geneve nog even. Hij rechtvaardigt de dialoog met moslims en joden onder andere vanwege 'het feit dat de geestelijke wortels van deze drie religies elkaar dicht benaderen'. Het scheen mij toe dat in Samartha iedere vorm van missionair élan reeds lang was uitgeblust. Overigens is ieder proselytisme (het winnen van mensen van andere godsdiensten voor het christendom) in deze kringen taboe.
Tijdens de discussies over het thema van de komende Assemblee, in Djakarta (1975) bleek dat we Christus wel mogen proclameren, maar niet op een wijze die 'triomfalistisch' overkomt. Dat is natuurlijk voor de leek een moeilijke term en de verschillende deskundigen blijken er ook niet zo goed raad mee te weten, zo bleek mij. Maar in hoofdzaak komt het er toch op neer dat je er niet te veel nadruk op moet gaan leggen dat Christus dé triomfator, dé overwinnaar is. Deze Assemblee immers wordt in een Aziatisch land gehouden en het thema moet de Aziaat kunnen aanspreken, niet kwetsen. De methode van de oude zendelingen doet het niet meer, zo verklaarde pater Long op een vraag. En Lukas Vischer van 'Faith and Order' was van mening dat het 'kruistochtenchristendom' achter de rug is.
Zoals in iedere organisatie, die goed begint, er op een gegeven moment lieden en interpretaties binnensluipen, die de hele oorspronkelijke opzet van de oprichters op een zijspoor weten te dirigeren, zo ook hier. Geleidelijk aan hebben de theologen van de Wereldraad de oude termen 'vertaald' en vervangen door geheel nieuwe en de methoden van vroeger heten nu 'ouderwets', 'afgedaan'. Het is het gevaar dat iedere christelijke organisatie bedreigt als er niet duidelijk Gods wil gezocht wordt. Maar in de Wereldraad wel speciaal.
Van Christusverwachting is dan geen sprake meer en men verliest zich geheel in eindeloze discussiegroepen, commissies en vergaderingen over vergaderingen in de komende jaren en over de agendapunten van die vergaderingen. Ongeveer een kwart van de tijd werd in Geneve gewijd aan discussies over toekomstige vergaderingen en de agendapunten daarvan.
Wanneer Christus wederkomt zal Hij dan ook geloof vinden op aarde? In deze vraag ligt reeds het antwoord. Zal men echter Hem ook verwachten? Is men in de oecumene aan het bouwen aan de ene kerk omdat men de Heere der Kerk verwacht? Alles wijst op het tegendeel, want ook niet één spreker, ook niet één rapport repte van de mogelijke wederkomst des Heeren, waarmee we juist in deze dagen toch wel rekening moeten houden. Het bevel 'Waakt te allen tijde' geldt voor alle tijden, maar juist nu moeten we Hem verwachten nu de tekenen des tij ds er op duiden dat Hij spoedig komt.
Christus zal de Wereldraad van Politiek echter niet verwelkomen. Slechts zij die Hem verwachten, zal Hij tot Zich nemen als Bruid om voor altijd bij Hem te zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1973
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1973
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's