De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als een goed instrument

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als een goed instrument

'Hier en Heden'

5 minuten leestijd

Waar moet een Nederlander over schrijven deze eerste week in september van het jaar onzes Heeren 1973 ? Moet hij niet meedoen om het zilver van het jubileum van onze gewaardeerde vorstin dieper glans te geven ? Wij Hollandse calvinisten zijn van huis uit republikeins aangelegd. Wij hebben in de geboorteweeën van onze nationale zelfstandigheid antichristelijke tirannie in lichaam en ziel bitter geproefd. Dus vinden wij het echt niet gewenst, wanneer 'bij één alleen of bij zeer weinigen de Regering staat' (Form, bevest. Ouderlingen). Het gaat er dan om dat alle tirannie en heerschappij uit de gemeente van Christus geweerd wordt. Waarom zou het echter niet voor het gemenebest gelden ? Waarom zou het voor het gemenebest niet des te sterker gelden? Van Ruler zong zijn loflied op de ouderling. De ouderling die in al zijn Geneefse eenvoud de paus van Rome schaakmat plaatste. Iemand zou een tweede couplet kunnen dichten op de ouderling, nog altijd de ouderling, die door de week als wethouder op het stadhuis zijn taak vervult. Er waren er velen zo, vooral in de jaren die voorbij zijn. Zij waren pilaren in de burgerlijke gemeente net zo goed als in de kerkelijke. U kunt, wanneer u aan deze figuur denkt, best een paar namen noemen. Wij reformatorisch-gezinden zijn behoor­

Wij reformatorisch-gezinden zijn behoorlijk republikeins, maar wel republikein zoals het behoort. Dat is wat anders dan de verveelde en vervelende revolutionaire republikeinse rage, die zonder dat men christelijk heten wil toch als het summum van christelijke gezindheid geldt. Ons koningschap is erg jong ! Goed anderhalve eeuw. Onlangs in '63 vierden wij het feest. In 1813 herstelden wij niet de oude republiek, maar stichtten wij het souvereine vorstendom en wij begonnen onze Willems opnieuw te tellen. In 1813 kregen wij voor de tweede maal onze Willem I. Misschien gold het souvereine vorstendom als een symbool van status in die dagen. Er waren monarchieën destijds en wij wilden voor de buurlanden niet onderdoen. Willem I aanvaardde na aanvankelijke aarzeling wat hem werd aangeboden. Hij verzekerde wel nadrukkelijk dat hij de souvereiniteit hem in handen gelegd aannam 'onder waarborging eener wijze constitutie'. Tegen eventuele misbruiken moest de vrijheid des volks verzekerd blijven. Over die constitutie is toch wel te doen geweest. De vrijheid van het volk en de souvereiniteit van het volk verkeerden vaak op gespannen voet. Eerst in 1858, en dat na éne nacht, kwam de grondwet, die de onschendbaarheid van de vorst en de ministeriële verantwoordelijkheid uitdrukkelijk verankerde. Het is een interessante vraag of 1948, de inhuldiging van onze koningin Juliana zo geruisloos en glanzend zou zijn verlopen, indien niet 1848 er was geweest. Beatrix heeft wel gelijk met haar bewe­ring van eens, toen zij uitsprak dat Nederland een monarchie is van republikeinen. Wij begeren een koningschap, dat niet gesneden is naar de snit van dat der volkeren, eer en meer zoeken wij het type van het Messiaanse, van het beloofde met al de inklevende garanties. Niet het Saulse maar het Davidische. 'Als David zo heb ik moeten zuchten', horen wij het Wilhelmus zingen. 'Maar God heeft hem verheven, een koninkrijk gegeven'. De stadhouders hadden het imago van de richters. Laat, zeer laat zijn pas de koningen gekomen. Door Providentie zijn het ongetwijfeld twee, ja liever drie, wijze vrouwen geweest, die aan onze souvereiniteit die wonderlijke rijpheid hebben verleend. Onze constitutionele monarchie is met alle beperkingen eigen aan menselijk doen een benijdenswaardig bezit. Liever een Waterloo — een Waterloo van Willem II wel te verstaan — dan een Watergate. Kabinetten en volksvertegenwoordigingen zijn' mans om ernaar te streven dat op zijn tijd rood en groen licht wordt gegeven, maar in tijden van nationale nood staat het signaal zonder flikkeren op oranje. Of anders gezegd: wij zorgen dat wij voor de dorst altijd onze appeltjes van oranje hebben. Nederland spaart zijn belangrijke reserve. Prof. Berkhof vroeg zich af wat wij doen met de nauwelijks te inventariseren informatie van een vorstin, die zich vijfentwintig jaar lang grondig en gedegen heeft laten voorlichten in het belang van een consciëntieuze uitoefening van de verheven taak ? Ik weet het niet. Ik weet wel wat koningin Wilhelmina daarmee heeft gedaan. De bewijzen zijn voorhanden dat zij de belichaming was van Nederland in de geallieerde wereld tijdens bange oorlogsjaren. Anders dan de spreker bedoelde gold op zeer acceptabele wijze: L'état c'est moi. De Staat dat ben Ik. Niet gezegd uit pure heerszucht, maar geuit in reine lust om te dienen en zichzelf te geven voor het nationale welzijn.

Het was een heuglijk festijn in deze stralende nazomer. Veel goeds en veel van kracht uit het verleden vlamde op. Bijkans waren wij vergeten de barre geestelijke nood van de dagen thans, de goddeloosheid die koortsig gloeit in veler hart en meer nog in veler leden. De aanwezigheid van dit Koninklijk Huis, dit bewind, waarin iets resonneert en meeneuriet van het messiaanse 'rechtvaardig, wijs en zacht', is ronduit een zegen. Wat Calvijn zegt in zijn commentaar op Jesaja 33 van de koninklijke autoriteit in het Huis van David geldt na de vereiste mutaties ook van het verblijven van de vorstelijke macht bij het Huis van Oranje ten onzent. Het is een pand van Gods liefde ten opzichte van ons. Een pand van in meest wezenlijke zin Verbondsliefde, want het pand demonstreert dat God de Getrouwe is en blijft, ook al zijn wij als volk in velerlei houding, in huichelachtige wettischheid zowel als in schaamteloze wetteloosheid, weergaloos ontrouw. Verbondsliefde is naar luid van Hosea's profetie beminnen van ene vrouw, die bemind zijnde van hare vriend nochtans overspel doet. Het nochtans van de wederstrevende mens tegenover het nochtans van de in weerwil liefhebbende God. Het nochtans Gods is sterker dan het nochtans der mensen. Wie het weet en het kent mag ervan zingen. Altijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1973

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Als een goed instrument

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1973

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's