De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theologie in de ban van de tijd  en de geschiedenis*) 1

Bekijk het origineel

Theologie in de ban van de tijd en de geschiedenis*) 1

9 minuten leestijd

Dr. J. M. Hasselaar heeft een boek geschreven — bedoeld voor theologen — dat een inleiding geeft in het denken van de historicus Rosenstock-Huessy. Dr. Aalders heeft tegen dit boek grote en ernstige bezwaren, waaraan hij in bijgaand artikel, dat eveneens gericht is op de theologen, uitdrukking geeft. Dr. Aalders legt een verbinding tussen de inhoud van dit boek en de bestrijding door dr. Hasselaar van het Getuigenis, zoals hij dat deed in het blad De Waagschaal. We menen dat het van het grootste belang is dat de theologen, de theologische studenten ook, door deze artikelen inzicht ontvangen in de achtergronden van hedendaagse beschouwingen waardoor, zoals Aalders zegt, de theologie komt in de ban van de tijd en de geschiedenis. Ook voor niet-theologen met theologische belangstelling zal dit artikel veel verhelderen. 

De Utrechtse hoogleraar Hasselaar heeft zijn boek: Inleiding tot het denken van E. Rosenstock-Huessy, waaraan ik in dit artikel aandacht wil besteden, geschreven 'uit dankbaarheid voor de verlevendiging en verdieping, die ik als theoloog door het sociologisch denken van Rosenstock-Huessy mocht ervaren'. En in het woord vooraf spreekt hij de hoop uit, dat door zijn boek jonge theologen zich intensief met Rosenstock zullen gaan bezighouden, want 'in zijn leerschool kunnen zij aan de roep om integratie van psychologie en sociologie binnen de theologie gevolg geven'. Om houvast te krijgen aan de ingewikkelde gedachtengang van Rosenstock, zou men eigenlijk eerst het zesde hoofdstuk uit dit boek moeten lezen, want daarin komt de vraag aan de orde naar de betekenis van Rosenstock voor de theologie. Hoe komt de theologie eruit te zien in het licht van Rosenstock ? Daarop antwoordt Hasselaar: 'De toekomst van de dogmatische theologie is naar onze mening inderdaad nauw verbonden met de kracht en duidelijkheid, waarmee zij ten dienste van de toekomst weet te spreken... De dogmatiek verbindt het theologische denken met de pool van de toekomst... De dogmaticus en de socioloog hebben de zorg voor de toekomst gemeen. En hun werk heeft zelf toekomst... voorzover zij de toekomst openhouden' (blz. 236 v.).

De betekenis van Rosenstock is dus, dat hij de messianiteit van Jezus leert als een uiterst belangrijke factor in een sociologische tijdsleer (blz. 251). Zijn christologie is een leer over een messias, die sterft terwille van tijd en toekomst. Het Evangelie is voor hem het antwoord op de karakteristieke joodse vraag naar de zin der geschiedenis (blz. 255). Hij ziet Jezus als de ware en zuivere 'revolutionair in de geschiedenis staan' (blz. 256). Dergelijke uitspraken maken duidelijk, in welk gedachtenklimaat wij hier verkeren. Openbaring wordt tot een historische handeling, die 'tijdscheppend' (blz. 50 en 57) is. Zij is een ogenblik van sociologische en structurele vernieuwingen. In het Nieuwe Testament wordt dat aangeduid met het woord kairos; Rosenstock spreekt van revolutie.

Het is dus één van de baanbrekende figuren van het moderne, messiaanse, revolutionaire christendom; een voorloper ook van het studentenverzet tegen het 'structurele geweld', die prof. Hasselaar met dit boek in de Nederlandse theologie introduceert.

E. Rosenstock-Huèssy is van joodse oorsprong, werd op 17-jarige leeftijd gedoopt, behaalde in 1909 zijn doctorstitel in de geschiedenis, werd privaat docent in de rechtswetenschap, trad in dienst van het Daimler-concern, aanvaardde een hoogleraarschap in Breslau, vertrok met de machtsovername door Hitler naar Amerika, waar hij docent was te Harvard en later in Vermont. In de jaren 1966 tot 1968 hield hij in Californië een beroemd geworden cyclus van voordrachten over het thema: Universele geschiedenis als heilsgeschiedenis. Op 24 februari van dit jaar is hij in Four Wells overleden en na een oecumenische herdenkingsdienst begraven. Heel zijn omvattende kennis, zijn literair talent, zijn ervaringen in de omgang met mensen uit allerlei landen, rassen, standen en klassen stelde hij in dienst van één ideaal, namelijk de maatschappij van de toekomst, waarin de tegenstellingen tussen generaties, leeftijden, beroepen, arbeiders en intellectuelen, werkgevers en werknemers zouden zijn overwonnen. Het is wel voornamelijk zijn invloed geweest, dat in Amerika het Civil Conversation Corps en ook het American Peace Corps werden opgericht. En ook gaat de opkomst van de Sociale Academies en van het industrie-pastoraat in de kerken op zijn initiatieven terug. Hij beschreef zichzelf als de ongeduldigste mens ter wereld.

Zoals het vanzelfsprekend is, dat deze omvattende geest in contact kwam met vele grote tijdgenoten, zo is het ook vanzelfsprekend dat de meeste van die contacten spoedig weer afbraken door de dynamische en dominerende persoonlijkheid van Rosenstock. Mensen als Wittig, Buber, Rosenzweig en Earth distantieerden zich van deze komeetachtige figuur, die nergens rust vond, maar rondzwierf van west naar oost, en van oost naar west. Daarom lag er in zijn leven iets decadents, iets ontwortelds, iets bodemloos, iets tragisch. Hij hield het niet uit in enige traditie, of organisatie. Hij was wars van Law and Order, van Wet en Orde. Het ging hem om de levende Geest; en die verhoudt zich tot de gevestigde orde 'als het water in de oorspronkelijke scheppingswerkelijkheid tot het chemische WO'.

In zijn eerste levensperiode heeft Rosenstock nauw contact gehad met Joseph Wittig en samen met hem het driedelige werk: Das Alter der Kirche uitgegeven. Wittig was vooral bekend geworden doordat hij een boek had gepubliceerd, dat hem in conflict met zijn kerk had gebracht. Hij werd erdoor uit zijn ambt ontheven. De titel ervan luidde: Das Leben Jesu in Paldstina, Schlesien und anderswo. Hij schilderde daarin het Evangelie als één voortgaand en ononderbroken kerstfeest; één voortgaande menswording Gods. Nu is het veelzeggend, dat Rosenstock zich tot Wittig voelde aangetrokken. Immers ook zijn aandacht en belangstelling waren gericht op het Evangelie als voortgaand tijdgebeuren. Wij lezen dan ook in het woord vooraf: 'Wij geloven aan de heilige veranderingen in de kerk. Dezelfde verandering, die het Oude Testament dwong om een Nieuw Testament te worden, is zichtbaar... in de kerk. Alles wat in de kerk was, is voor de levende mens Oud Testament, waaruit eeuwig een Nieuw Testament en de eeuwige jeugd van de kerk ontspringen moet...' Tot een voortzetting van deze samenwerking is het niet gekomen. Daarvoor verschilden de twee teveel. Maar wel is Rosenstock zijn leven lang werkzaam gebleven met het thema, dat hij samen met Wittig in het voorwoord van Das Alter der Kirche had neergeschreven.

Zoals ik reeds schreef, is Rosenstock oorspronkelijk een historicus. Als historicus is hij eigenlijk de man van één thema: Christus en de tijd. De moeilijkheid is echter, dat het thema hem zo obsedeert, dat het afbreuk doet aan zijn objectiviteit en wetenschappelijkheid als historicus. Hij is dan ook niet op één lijn te stellen met historici als von Ranke, von Harnack en Lietzmann. In feitenkennis is hij niet hun mindere, maar wel in nuchterheid, voorzichtigheid, onvooringenomenheid en evenwichtigheid. De wijze, waarop hij de feiten rangschikt en interpreteert, roept ergernis op. Spreekt hier niet meer de ideoloog dan de wetenschapsman ? Zet hij de feiten niet naar zijn hand ? Franz Rosenzweig moet dat ook zo ervaren hebben, als hij hem verwijt: 'U maakt u van het geheel een begrip en vertelt er dan ter bewijsvoering enige historische mythen bij !'

Wat Rosenstock schrijft, is altijd suggestief en meeslepend. Maar dat wil nog niet zeggen, dat het alles ook waar is. Indien bij iemand, dan is bij Rosenstock de uitdrukking op haar plaats die ik eens las bij E. M. Forster: 'It is a pity that man cannot be at the same time impressive and truthful; het is jammer dat men niet tezelfder tijd meeslepend en betrouwbaar kan zijn'. De geschriften van Rosenstock zijn daarom een terrein vol voetangels en klemmen. Men moet wel een zeer deskundig en getraind historicus zijn, om hier waarheid en verzinsel uit elkaar te houden. Ik leg daar de nadruk op, omdat ons dat argwanig en achterdochtig moet maken tegenover zijn duiding en toepassing van het Evangelie. Op zijn minst is hier voor de christen een kritische reserve nodig. En mijn bezwaar tegen het boek van Hasselaar is, dat wij daarvan te weinig merken.

Waarschijnlijk is Rosenstock het meest bekend geworden door zijn boek: Die Europaischen Revolutionen uit 1961. Het thema 'revolutie' staat centraal in Rosenstocks gedachten. Dat hangt samen met zijn opvattingen van tijd en geschiedenis. Het gaat hem om het 'terugwinnen van de tijd'. Wij zijn immers de gebondenen van de verleden tijd. Die gestolde, historische tijd moet worden vrijgemaakt en weer toekomst krijgen. Dat is pas mogelijk door uit de overgeleverde tijdrekening te stappen en zich een nieuwe vrijheid te verwerven (blz. 81 v.).

Revolutie is nu zulk een vrijheid ! Revolutie is een sprong in de geschiedenis; zij is het wonder van de sprongsgewijze voortgang. Revolutie is de stuwing naar een nieuwe orde. Zij gaat daarom altijd gepaard met een nieuwe tijdrekening, een nieuwe rechtsorde, een nieuwe taal (blz. 100 V.). Vanuit zijn verbluffende kennis van feitenmateriaal licht Rosenstock dat toe met bewijsplaatsen. Wat wij van 'bewijzen' denken moeten, blijkt als wij lezen, dat Luther een revolutionaire gestalte was (blz. 105), en dat de Reformatie een volwaardige revolutie was (blz. 99). In deze revolutie-ideologie wordt nu het Evangelie ingepast. Het revolutionaire verstaan van de tijd en de geschiedenis wordt tot de verstaanssleutel voor het Nieuwe Testament. Hier ligt de eigenlijke betekenis van Jezus' messianiteit. Jezus was het einde van de oude wereld. Hij schept tijd met toekomst. Hij ontsluit de heilstijd. Daarmee schenkt Hij de 'nieuwe vrijheid'. Aldus blz. 161 v.v.; 172 v.v. Daarom is er bij Hem ook sprake van een nieuwe rechtsorde, een nieuwe tijdrekening, een nieuwe taal. Hij heeft de wereld op een nieuwe tijdsbaan gesteld. Voor Rosenstock zijn de Evangeliën de ontsluiting van die heilstijd. De vier Evangeliën zijn als het ware de Marathon-lopers uit de oudheid, die naar alle windstreken het blijde nieuws, dat tijd gewonnen werd, meedelen. Hun taal is 'dienst aan de toekomst', omdat die de bedding graaft voor de nieuwe geschiedenis. De taal der Evangeliën schept tijd. Het is taal die 'gelijktijdigt'. Het woord is toekomstscheppende macht (blz. 172 v.v.; 189 v.v.).

In Jezus is dus de morgenster over de geschiedenis opgegaan. Onder Zijn naam kan er pas sprake zijn van wereldgeschiedenis. Hij heeft de tijdseeuw geschapen, waarin een werkelijke wereldgeschiedenis haar loop kan hebben. De mogelijkheden en voorwaarden van de ene toekomst van het gehele mensengeslacht staan op Zijn naam. Het is daarom 'een zakelijke eis van het historisch bewustzijn (blz. 249)^ om het kruis van Jezus te laten gelden als het midden en het kruispunt der geschiedenis.

Hiermee zijn wij wel in het hart van het boek van Hasselaar over Rosenstock gekomen. Dat is, wat hem klaarblijkelijk het meest in Rosenstock geboeid heeft. 'Jezus is de Messias, omdat hij het geheim van de tijdsvoortgang openbaart en zelf is'. En: 'Dit is de betekenis van Zijn kruisiging als middelpunt en scharnier van de wereldgeschiedenis. .. Door Hem en na Hem gaat het werkelijk om de mens, die al zijn omheiningen met eigen hand kan afbreken terwille van de toekomst' (blz. 162, 163).

 


*) J. M. Hasselaar, inleiding tot het denken van E. Rosenstock-Huessy, Ten Have, 1973, ƒ 18, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1973

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Theologie in de ban van de tijd  en de geschiedenis*) 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1973

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's