Verbond en prediking 1
Het Verbond Gods
Bijgaand artikel verschijnt in een serie over het verbond, waarin naast een algemeen overzicht van wat de Schrift in het Oude en het Nieuwe Testament zegt, allerlei aspecten van het verbond aan de orde komen. De bedoeling is te komen tot een thetische weergave van dit centrale thema en zo de bezinning erop te stimuleren. Ds. Boer heeft ons enkele weken voor zijn dood de tekst van bijgaande artikelen nog toegezonden. Het is de op enkele plaatsen gewijzigde en aangevulde tekst van een referaat dat hij over Verbond en Prediking hield op een toogdag van de Herv. Geref. Mannenbond te Utrecht. We zijn dankbaar dat we deze artikelen hier ter afsluiting van de serie nog kunnen op nemen.
Het onderwerp, waarover ik met u mag handelen, is zo centraal, dat er — onder gereformeerden — immer uitvoerig over gesproken en geschreven is. Steeds was en is er een voorliefde voor dit onderwerp, omdat het zo diep in de Schriften verankerd is. Tegenwoordig is de aandacht in de nieuwere theologie zeer gespitst op het Koninkrijk Gods, maar: De leer van de Heilige Schrift, uitgaande van de synode van onze kerk, wees weer met nadruk op de betekenis van het Verbond. Op welke wijze dit alles in dit geschrift aan de orde gesteld wordt, kan nu buiten beschouwing blijven.
Het kan niet in de bedoeling liggen, dat er hier een uitvoerige behandeling wordt gegeven over het Verbond. De belangstellenden kunnen daartoe onmiddellijk verwezen worden naar allerlei geschriften van vroeger en nu.
Ik geloof, dat wij het meest vruchtbaar met elkander bezig zijn, wanneer wij als hoofdthema nemen: Hoe functioneert het Verbond in de prediking van Oud-en Nieuw-Testament? en hoe dient het vandaag te functioneren in de prediking ? Dan snijden wij veel beschouwelijks af en zitten zo spoedig mogelijk midden in de zaak, die uw redactie aan de orde heeft gesteld.
Verbond met Abraham
Wij ontkomen er echter niet aan, eerst enkele inleidende opmerkingen te maken over het Verbond. Wij willen gaarne ons uitgangspunt nemen in het verbond, dat God heeft gesloten met Abraham en zijn zaad. Ik geloof, dat wij bijbels-theologisch het aan de Heilige Schrift verplicht zijn, wanneer wij uit de tijd tot de eeuwige raadslag Gods opklimmen en niet omgekeerd uit de eeuwigheid tot de tijd afdalen. Dat is ons niet gegeven. Immers wij kunnen theologiserend wel allerlei zeggen over de Raad Gods, maar doen dit immer uit de tijd, waarin God met het Woord Zijner Openbaring is afgedaald.
Zo ook met Abraham. Hij werd geroepen uit Ur der Chaldeeën naar een land, dat God hem wijzen zou. In geloofsgehoorzaamheid is Abraham gegaan. Deze God heeft zich aan Abraham geopenbaard door Woord en Geest. Immers de verschijning, die Abraham ten deel viel, is nooit los te maken van de innerlijke verlichting en wederbaring door de Heilige Geest. Sindsdien gaat Abraham op de steile weg des geloofs, waarop God met hem verkeert. God gaat met Abraham om en Abraham met God. Daar hebben wij het Verbond ten voeten uit. Immers de verborgenheid des Heeren is voor degenen, die Hem vrezen en Zijn Verbond om hun die verborgenheden bekend te maken, Psalm 25 : 14.
Hier staan wij in het hart van de zaak. Berust steeds de omgang van mensen onderling op afgesproken of stilzwijgend aanvaarde trouw en andere verplichtingen, oneindig teerder liggen de verhoudingen tussen God en Zijn volk in deze afspraak ingewikkeld. Hoe vaak ook de naam van Verbond in de Heilige Schrift voorkomt, en dat is zeer vaak — sla maar een enkele blik in de nooit volprezen Trommius — de zaak, die door het woord Verbond wordt aangeduid, komt overal in de Schrift voor. Het Verbond is het raam, waarbinnen de Heere met ons omgaat. Overal in de Schrift zien wij God en. de mens met elkaar spreken, met elkaar onderhandelen; God de mens nodigend tot bekering, herinnerend aan de verplichting van de mens en bovenal Zichzelf verbindend om de mens alles goeds te schenken.
Laat ons ons hier eerst mogen verwonderen, dat dit mogelijk is ! Immers de Heere zegt het zelf: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij die, die van een verbrijzelde en nederige geest is, opdat Ik levend make de geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden. Hier gaat het over een oneindige afstand. De vergelijking van God met de Pottebakker en van ons met het leem, kan nog niet uitdrukken de afhankelijkheid van ons tegenover God. Alle beelden te zamen zijn nodig om ons iets te doen verstaan van het wonder van deze zich neerbuigende God. Al de beelden van heer tegenover knecht, van pottebakker tegenover leem, van een koning tot zijn volk, van een vader tot zijn zoon, van een moeder tot haar kind, van een adelaar tot zijn jongen, van een hen tot haar kiekens, zijn nog niet in staat om alle betrekkingen van de Heere tot ons uit te putten. Alles wat er aan afhankelijkheid, aan onderwerping, aan gehoorzaamheid, aan vriendschap, aan liefde op de aarde is, is maar een zwakke afglans van deze betrekking, die in het Verbond zijn volle ontplooiing vindt. Hier is het: Gij slaat toch, schoon oneindig hoog, op hen het oog, die nederig knielen. God oneindig hoog boven het schepsel, tegelijk zich diep neerbuigend tot het schepsel. Deze omgang tussen God en de mens was er reeds voor Abraham. Overal waar God zich tot een schepsel neerbuigt, is er sprake van neerbuigende goedheid. Deze neerbuigende goedheid heeft Adam reeds voor zijn val ontvangen. Ook toen was er geen sprake van recht. Ook toen was het gunst, dat de Heere zich tot de mens neerboog. Deze verbondsverhouding zijn wij gewoon het werkverbond te noemen. Wanneer wij het woord werk maar niet verstaan als een verhouding van verdienste en loon, is het goed. Hier moet het woord werk alle nadruk hebben tegenover genade. Maar ook wanneer Adam alles gedaan had, wat hij schuldig was, kon hij zichzelf een onnutte dienstknecht noemen. Ook daar ging God verbondsgewijs om met de mens.
Het verbondsmatige verkeer van de drie Personen
Maar wij moeten nog hoger stijgen. Hetzelfde woord, dat ons leert, dat God met de mens verbondsgewijs omgaat, leert ons ook, dat Gode al zijn werken van eeuwigheid bekend zijn. Niet alleen in de voorwetenschap, maar ook in voorverordinering. Hier zijn wij in de Raad Gods. Hier zijn wij in het verbondsmatige verkeer van de drie Personen van het goddelijk Wezen. Hier zijn wij aan de eeuwige wellen van het genadeverbond, zoals de raadslag daartoe lag en ligt in de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Hier zijn wij bij de afspraak, die er ligt tussen de Vader en de Zoon om Zijn Kerk uit de diepten van zonde en dood omhoog te halen. Hier zijn wij bij de Heilige Geest, die het grote werk van de bouw van de Kerk en de mededeling van alle door Christus verworven weldaden, aan de harten van de uitverkorenen toe te passen, op zich nam.
Deze drieënige God doet het Woord der genade in de tijd ingaan en laat het horen aan Adam en Eva, toen zij al sidderende voor Hem vloden. Hier gaat het genadeverbond in in de tijd. Hier staan twee zichzelf verontschuldigende mensen voor de oordelende en belovende God. Hier begint de vleeswording des Woords. Hier is in kiem alles aanwezig. Hier is het Verbond. Hier is God de Verbondsoprichter, hier is Christus de Middelaar, hier is de wederbarende Heilige Geest. Hier staan twee mensen, die het Woord horen en geloven en naar de vervulling ervan uitzien. Zelfs in het vreselijk gericht over de oude wereld bewaart God het Verbond aan Noach en zijn gezin. De kosmische krachten worden geordend in het zg. natuurverbond, dat als een brede bedding de stroom van Gods bijzondere genade in zich zal bevatten.
Wanneer dan blijkt, dat de stroom van deze bijzondere genade niet door de kosmische krachten, maar door de algehele verdorvenheid van het menselijk hart dreigt te verzanden, laat de Heere de volkeren — naar het woord van Calvijn — als wilde dieren op de bergen dwalen, en gaat Hij een andere weg. In de bijzondere bearbeiding laat Hij de mensheid tijdelijk los, vindt Abraham en stelt hem alleen. Met Abraham en zijn nageslacht sluit Hij een verbond. In Abraham en zijn nageslacht zullen straks in de volheid des tij ds alle geslachten der aarde gezegend worden. Gen. 15 en 17 lichten ons uitvoerig in over deze verbondssluiting. De stroombedding wordt versmald en versneld door Abraham en door zijn nageslacht. Straks zal deze stroom verbreed worden naar alle volkeren der aarde. Dan zal het bevel weerklinken: Gaat dan heen, predikt het Evangelie alle creaturen.
Ongelijke partijen
Wanneer wij ons nader gaan bezinnen op het karakter en de inhoud van dit genadeverbond, dan dienen wij eerst oog te hebben voor de ongelijke partijen, die in dit verband met elkander omgaan. Immers hier gaan God en mens met elkander om. Het karakter is daarom zeer eenzijdig. Dat blijkt al bij de verbondssluiting. Immers, wanneer de offerdieren zijn gedeeld, gaat wel de Heere tussen de stukken door, maar niet Abraham. Het gaat van de Heere uit. Hij is het, die vijandschap zette tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. Hij is het, die Abraham en het uit hem voortkomend geslacht, verkiest. Hij is het die Zijn Verbond en Zijn wetten schenkt. Hij zorgt voor het bloed der verzoening. Hij doet alles aan Zijn wijngaard. Hier valt alle nadruk op het genadekarakter van het Verbond. Het is niet zonder meer afhankelijk van de onderhouding van de Wet in het Verbond. Het rust alleen in de verkiezende liefde des Vaders, in de verzoenende arbeid van de Zoon en in de wederbarende Heilige Geest.
Dit sluit het wandelen in de vreze Gods binnen het raam van dit Verbond niet uit, maar in. Immers dit genadeverbond — hoewel niet afhankelijk van de wetsonderhouding van het volk — kan niet op de rechte wijze verwerkelijkt worden, als Israël niet wandelde in de geboden des Heeren en met een volkomen hart achter de Heere aankwam. Maar dat ontbrak juist. Mozes zegt ergens: Maar de Heere leeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op deze dag, Deut. 29 : 4. Ja, de Heere zelf getuigt, dat het wel goed is, dat het volk gesproken heeft bij de verbondsinwilliging, maar zegt: Och, dat zij zulk een hart hadden om mij te vrezen, en al Mijn geboden te allen dage te onderhouden; opdat het hun en hun kinderen wel ging in eeuwigheid, Deut. 5 : 29. Ook in het Oude Testament gaat het om liefde tot God en de naaste. Maar de diepten van het genadeverbond zijn nog niet ten volle geopenbaard.
Dat blijkt heel duidelijk uit het Verbond, dat de Heere aan de Sinaï met Zijn volk sluit. Het krijgt een sterk wettisch en voorwaardelijk karakter. De vervulling van de beloften des Verbonds krijgen een sterke verbondenheid aan de gehoorzaamheid van Israël. De eisen van het werkverbond worden erin opgenomen: Doe dat en gij zult leven. Toch is het niet juist van een vernieuwd werkverbond te spreken. Immers de Heere openbaart zich als de God, die het volk uit Egypte had uitgeleid en daarom de Heere hun God was. Neen, naar het wezen is hetzelfde verbond, dat God met Abraham, Isaak en Jacob sloot, maar naar de vorm staat het onder de indrukwekkende tekenen rondom de Sinaï. De vervulling van de eisen van het werkverbond zijn gegarandeerd door de ark, waar de Wet reeds ligt onder het verzoendeksel. Hij, de Messias, die hierdoor werd afgeschaduwd en gepredikt, zal alle eisen van dit verbond volbrengen om het volstrekt genade-karakter te openbaren. Dat was niet alleen te zien in het Heilige der Heiligen, maar ook in het bekken met bloed, dat Mozes ronddraagt onder het volk en in het sprengen daarvan op het volk. Mozes heeft niet alleen de Wet gegeven, maar ook het middelaarschap der verzoening afgeschaduwd, toen hij het gehele volk besprengde met het bloed des verbonds. De heilige majestueuze God is boven op de berg onder indrukwekkende tekenen, maar het altaar aan de voet van de berg houdt Israël in het leven.
De Wet Gods had ongetwijfeld een opvoedend karakter. Deze was er niet om de overtreding te meerder te maken. De belofte houdt de boventoon, de Wet de ondertoon. In de belofte des verbonds aan Abraham en zijn nageslacht is de Christus ingedragen, daarom kan deze belofte en de vervulling daarvan nooit door de Wet teniet worden gemaakt. Maar de Wet heeft gediend en dient om de Christus te openbaren. De Wet heeft ten doel de machteloosheid en de krachteloosheid van alle vlees tot openbaring te brengen. Deze Wet zal het volk doen hijgen naar de vervulling van de belofte Gods.
Israël — en een ieder onzer spiegele zich — heeft wel getoond, dat zij met al hun vleselijke vroomheid alleen maar de oordelen Gods en Zijn verbondswraak konden opwekken. Want naarmate Israël van de hardigheid des harten blijk geeft, worden 'de beloften eenzijdiger. Dat licht op een heerlijke wijze op bij de profeten. Zij verkondigen een nieuw verbond, waarin de Heere alles zal doen. Wie denkt niet aan de heerlijke beloften des Heeren bij Ezechiël en Jeremia, waar de Heere zegt: Ik zal het stenen hart uit u wegnemen en Ik zal u een vlesen hart schenken. Ik zal Mijn Geest in het binnenste van u geven en Ik zal maken, dat gij in Mijn wegen wandelen zult. Hieruit blijkt dus, dat de Heere ook de verbondsaanvaarding in het hart voor Zijn rekening nemen zal. Hier gaat de heerlijkheid van Israels God op een bijzondere wijze schitteren. Hier komt het genadekarakter van het genadeverbond op een bijzondere wijze tot openbaring. Steeds meer rijst uit de wettische windselen van het Sinaïtisch Verbond de Verbondsmiddelaar omhoog. Hij brengt in het Verbond alles aan, zodat het een verbond welgeordineerd en vast is. Dit Verbond is de vreugde voor het volk, dat enerzijds door wetsbestrijdende goddelozen wordt bespot, anderzijds door de wettische mensen wordt vertrapt. Hoe bitter hebben zij geleden onder deze mannen des bloeds, hoe zwaar was hun strijd tegen de voorlopers van de latere Farizeeën. Zij hebben van genade geleefd, hun twistzaken voor de God van Israël gelegd en soms sterk gepleit op hun zaakgerechtigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's