De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Hier en Heden'.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Hier en Heden'.

6 minuten leestijd

de bede uit de Troonreden; wat is christelijk nationaal?

Er is in ons land op de nationale Prinsjesdag iets gebeurd wat stof gaf om te spreken. En stof tot nadenken. Aan dit laatste komen wij nauwelijks toe tegenwoordig. Het evenement is nog niet koud of je hebt de microfoon van de reporter al voor je mond. Wij zweefvliegen op eerste reacties en daarmee is de kwestie veelal ter ziele. Het heeft in vele kringen commentaar ontlokt, dat: — zoals een krant miljoenennota-achtig schreef — 'God uit de Troonrede is geschrapt'. De gebruikelijke bede om wijsheid voor Regering en Parlement, nadrukkelijk gericht tot God, ontbrak. Vaagheid vulde de geschapen vacature. De bede in de Troonrede hoorde tot het christelijk nationaal erfgoed. Ik dacht dat ik het zo kon zeggen. De vraag rijst wat wij onder die dikwijls klakkeloos gebezigde uitdrukking moeten verstaan. Wat is christelijk nationaal? Beduidt dit dat elke onderdaan van het lieve vaderland, zo goed en kwaad dit lukt, zich nationaal moet opstellen? Eén van de alternatieven zou kunnen zijn dat je het op een christelijke manier doet. Dat zou het dus zijn. Wij leven in een vrij land, waar je wel nationaal moet wezen, zij het niet overdreven, omdat wij in het mondiale tijdvak leven, en waar je, desgewenst, christelijk nationaal moogt doen. Het ene is derhalve een kwestie van moeten en het andere van mogen.

De rubriek leent zich niet voor een uitvoerige analyse van de gevleugelde definitie en evenmin voor een nauwgezette peiling van alles wat daarin en daaraan zit. Slechts één opmerking wil ik mij veroorloven. In feite een vraag. Is het niet waar dat op de keper bezien het christelijke in dat nationale besloten zit? Is vanwege de geboorte van ons gemenebest het christelijke niet in hart en nieren van onze natie? Komt het er helemaal op aan dan drukken wij ons dus pleonastisch uit, wanneer wij het christelijk nationaal op de lippen nemen. Pleonastisch betekent dat wii overbodig werk doen in ons taalgebruik. De lezer kent de voorbeelden. Ronde cirkel, dubbele porte-brisée deur met schuifdeuren die naar beide kanten opengaan, enzovoort. Je zegt: hou maar op, ik weet het onderhand wel.

Juist is het van pleonasme te spreken, maar de ontwikkeling noopte duidelijk te zijn en dwong om woordelijk uit te spreken wat er inzat. Het christelijk nationale erfgoed smelt als korstj es sneeuw in schaduwhoekjes. De heer Jongeling vroeg zich af of ook het randschrift van de munt niet zou moeten verdwijnen. Sst, zou ik zeggen, wij hoeven de opruimbrigade niet te helpen. Maar ik begrijp de heer Jongeling. Hij wilde een schokeffect bij allen, die deze zaak ter harte gaat...

Den Uyl verdedigde de schrapping met een oud overbekend liedje. Serieus christelijke mensen zouden deze eerlijke constatering, dat er geen reden meer is voor het gemeenschappelijk noemen van de Naam Gods, hogelijk waarderen. Weg met onwaarachtigheid. Ik wil slechts opmerken dat bedoelde kring er niet om gevraagd heeft. Een aangeboden dienst zogezegd. Zo'n dienst is zelden welkom. Immers stuit de hooghartigheid tegen de borst dat zonder ons voor ons wordt beslist en uitgemaakt.

Is een kabinet daar nu voor om van gister op vandaag zoiets even te fait accompliën? (Fait accompli is voldongen feit). Vooral de laatste jaren is een kabinet, beschouwd op zijn samenstelling, meer een conjunctureel verschijnsel dan een structurele grootheid. Als Den Uyl wordt afgelost, wat moet dan weer een kabinet hiermede gaan doen? Moet het dan zo?

De grote smart van Maria, in Arimathea's hof luidde: Zij hebben mijn Heere weggenomen? Wij verkeren met deze geschiedenis weliswaar midden in het Koninkrijk der hemelen, doch in het koninkrijk van de aarde kan het niettemin een bittere smart betekenen, wanneer wij moeten klagen dat zij God, de Vader van onze Heere, hebben weggenomen. Men kan erover praten zoals men wil, maar het is echt een smart. In de in korte tijd geruchtmakende schrapping van Gods Naam is iets aan de orde wat de profeet drong te vragen of ooit een volk de goden had veranderd, zelfs op de eilanden van de Kittieten en in Kedar gebeurde dit niet. Geenszins per gelijkstelling, maar wel ter vergelijking noem ik deze tekst. Nochtans heeft Mijn volk zijn eer veranderd in wat geen nut doet. Wie neemt dan de plaats in? Mammon en de goden van vermaak. Een andere ideologie misschien? De afgod van de revolutie zou ook kunnen. Het is immers in de lijn van de Revolutie: Geen god en geen meester. Revolutie is thans geen middel, zij het uiterst, maar een heilig doel. Revolutie om der wille van de revolutie.

De weglating van de naam zou een christelijk appèl moeten zijn. Veelal komen wij bij dit soort aangelegenheden met de schrik vrij. Wij betreuren, achten het verschraling, vervaging en verarming. Straks, en al heel vlug, leerden wij ermee te leven. Ermee leren leven dat is de technische term voor wat vroeger berusting heette.

Jammer is het wanneer het notoire feit een partij-kluifje wordt. De een is wat meer bedroefd en verontrust dan de ander, de éne vindt het erg voor de Koningin en de ander acht het een nationale achteruitgang. Sommigen vinden het ten aanzien van de God der goden een ernstige zaak en zo maar voort. Elke partij zegt er op zijn manier het zijne van. Volgens de methode verdeel-en-heers is het protest gauw verstoven. We vonden het erg, misschien heel erg, maar wij laten het maar weer lopen. De laatste tijd waren er een macht van signalen, oproepen, getuigenissen, toogmanifestaties. Allemaal hoog oplaaiende vlammen. Weeën, schijnt, maar geen geboorte! De slaper wordt even wakker en zegt dat hij direct zal opstaan, doch hij zet zijn slaap van gerustheid voort.

Wat passeerde met de jongste Troonrede moest eigenlijk niet de zaak zijn van een partij of liever van partijen. Het is een christelijk appèl. Het roept op tot één partij van en vóór deze zaak. Is het tijd om onderling te harrewarren over minder urgente verschilpunten, terwijl de bodem waarop men gemeenschappelijk staat te verschillen wegzakt?

Het is echt niet een zaak van en voor een partij en partijen, het vraagt om één partij voor deze gemeenschappelijke zaak. Ik bedoel niet exclusief politiek, maar over heel de lengte en de breedte voor het behoud van het rijke christelijke nationale erfgoed. Slagen is niet vereist om er aan te beginnen, en wij behoeven niet te verliezen om er mee op te houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

'Hier en Heden'.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's