Zelfs de Naam niet meer
We leven in een tijd die steeds armer wordt aan die tekenen, die wijzen op het beslag, dat het Woord van God in onze samenleving sinds de komst van Willebrord en Bonifatius en met name na de Reformatie heeft gehad. Het christendom beperkte zich in vorige eeuwen niet tot de kerk alléén maar had ook alles te maken met het publieke leven, de politiek, de maatschappij.
Meer en meer, één voor één worden de tekenen uitgewist. De zondag — één van de verworvenheden van het christendom — is al dóór en dóór geseculariseerd. Het is een dag geworden in dienst van de consumerende en recreërende mens. Onze samenleving vergeteert nog slechts op deze vrucht van de christelijke religie.
In de troonrede waren tot op heden nog resten aanwezig van het christelijke van onze natie. Niet dat de troonrede overliep van christelijke gedachten en perspectieven. Maar het christelijk element was er. God werd met name genoemd. Als slotzin in de troonrede weliswaar. Maar dan zou je toch kunnen zeggen: lest, best! Al wat er vóór gezegd werd kon je dan beschouwen als te staan op de noemer van die slotzin. Er werd gevraagd om de kracht en de zegen van God bij de regeerarbeid. Tot Den Uyl kwam. Een gereformeerd man, tenminste van huis uit. Een man, die het weten kon, maar die het heel bewust liet afweten.
Mevrouw Den Uyl, eveneens van zeer orthodoxen huize, liet in een interview weten, dat ze met haar man in het verleden veel over het geloof in God gesproken had maar dat ze het op een bepaald moment bewust afgezworen hadden. Gereformeerde mensen van huis uit, die het geloof in God prijs gaven en nu ook de belijdenis van God in het publieke leven prijs gaven. Die nu ons volk leiden op een misleidende manier.
Wat dan nog het meest benauwt is dat, bij alle deining overigens die er gelukkig rondom dit punt nog in ons volk kwam, verschillende vooraanstaanden uit de confessionele partijen of uit andere kringen, Den Uyl alleen maar hebben gestijfd in deze zaak. Allereerst moet opgemerkt worden, dat de confessionele ministers, die dit kabinet — onbegrijpelijkerwijs! — nog telt, kennelijk erin hebben bewilligd, dat de Naam van God verdween uit de troonrede. Maar ik denk hier óók aan wat mr. W. Aantjes zei. Hij betreurde weliswaar dat deze regering blijkbaar niet de behoefte heeft een dergelijke publieke uitspraak te doen, maar stelde verder dat, als de regering het niet uit overtuiging doen kon, het maar beter was dat het noemen van de Naam achterwege blijft. Dat is hetzelfde als wat het redactionele commentaar van Trouw stelde. In het huidige kabinet — aldus deze redactie — berusten kennelijk de niet-belijdende ministers niet in het noemen van de Naam van God. 'En dan is het misschien maar beter zo'n formule weg te laten. Men moet er niet aan denken, dat er over zoiets bij meerderheid van stemmen beslist moet worden.'
Een merkwaardige formulering van Trouw. Laten we eens aannemen dat inderdaad sommige ministers in het kabinet niet wilden berusten en dat de meerderheid er wél voor voelde, moeten dan die sommigen de dienst uitmaken? Den Uyl heeft er publiekelijk geen geheim van gemaakt, dat hij het geloof in God heeft afgezworen. Minister Gruyters heeft gesproken van twee duizend jaar onbetrouwbaar christendom. Hoe het met de anderen in het kabinet ligt is wat minder bekend. Maar zullen dan die sommigen zeggen hoe het moet?
En wat mr. Aantjes betreft, in wat hij zegt ligt toch de typische gedachte, die Trouw dan wel afwijst maar intussen voluit zélf aanhangt, dat inzake de waarheid bij meerderheid van stemmen wordt beslist. Alleen als de regering er achter kan staan, moet ze de Naam van God uitspreken. Dus als er een meerderheid voor is (in het volk). Terwijl de Schrift toch geen enkele ruimte laat voor de gedachte, dat men het in het publieke leven ook wel doen kan zónder de erkenning van de levende God, of dat het van de meerderheid van het volk zou afhangen of de Naam van God beleden wordt of niet. Alles moet Hem eren!
Het kabinet is in feite een minderheidskabinet. In dit kabinet zullen niet alle ministers erop gestaan hebben dat het noemen van de Naam ontbrak. Uitlatingen van politici, ook uit niet-confessionele kring, zoals Bas de Gaay Fortman en Geertsema, wezen er integendeel op dat men de weglating betreurde of niet juist achtte.
En toch: de Naam werd geschrapt. We gingen door onder het juk van een dóórdrukkende minderheid, die de kans schoon zag om het laatste restje wat aan het christendom, aan de Bijbel, aan de religie herinnerde te schrappen. Ook de koningin moest onder dat juk door. Zij heeft — ongetwijfeld tegen haar persoonlijke wens in — het moeten nemen dat Den Uyl en de zijnen uitmaakten dat de Naam van God geschrapt werd.
De koningin is onschendbaar. Zij is gebonden aan de grondwet. Was ze ook gebonden om het bij de nu gekozen formulering te houden of was ze vrij toch zelf een slotformulering toe te voegen?
In ieder geval, het kabinet Den Uyl heeft juist ten aanzien van deze kern van de zaak de kaarten openlijk op tafel gelegd. En het komt eerlijk gezegd lichtelijk hypocriet over als we lezen dat Den Uyl, kennelijk geruggesteund door christelijke 'voormannen', zegt dat die naam van God toch te heilig is om er lichtvaardig mee om te gaan. Ik zou willen zeggen dat die Naam te heilig is om het gebruik er van als publieke erkenning lichtvaardig wég te laten. En verder denk ik aan een woord van professor Van Ruler, die schreef dat om de publieke erkenning van God in het maatschappelijke en politieke leven tegenwoordig alles wat christen heet lacht en dat daarom het christendom 'een zouteloos zaakje' is geworden.
Ons land is een land met een verleden. In dat land heeft God grote dingen gedaan. Zijn Naam niet meer erkennen kan niet straffeloos gebeuren. Want met het verdwijnen van de Naam verdwijnt het laatste restje dat nog herinnert aan de zegenrijke invloed van het Woord in het publieke leven. Zonder dit Woord zonder de erkenning van God is er geen dageraad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's