De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leid ons niet in verzoeking 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leid ons niet in verzoeking 1

Het gebed

8 minuten leestijd

De strijdende kerk

Dat klinkt nogal manhaftig. Maar dat is niet meer dan schijn. Evenals in de vierde en vijfde bede zien we de kerk des Heeren ook in de zesde bede helemaal niet indrukwekkend. Ze moet ondanks alle kennis en arbeid de hand ophouden om dagelijks brood. Ze moet iedere dag belijden, dat ze het er niet zo best heeft afgebracht en alleen kan schuilen bij het kruis der verzoening. Daar mag zij niet alleen maar blijven zitten. Dat kruis is wel uitgangspunt en blijvend rustpunt, vast middelpunt van de omtrek van haar leven. Maar dat leven is tegelijk leven in beweging. Het staat nooit stil. Onze gedachten zelfs niet. En dat voortgaan betekent de rechte weg bewandelen of de dwaalweg, ons dicht bij God houden of van Hem afraken, het goede of het kwade doen. Naar Gods wil of tegen Zijn gebod handelen.

De zesde bede brengt ons in de sfeer van de heiligmaking; zoals de vijfde in de lijn van de rechtvaardigmaking ligt. Die horen bij elkaar, omdat ze in Christus één zijn. Christus is niet gedeeld. Niemand kan Hem begeren om priesterlijk zijn schuld te verzoenen en dan tegelijk weigeren zich door deze Koning te laten regeren. Dat zou hem tot een leugenaar maken, tot iemand, die in de hemel wil komen, maar vreemd is aan het Koninkrijk der hemelen.

De zesde bede heeft verwantschap met de derde: Uw wil geschiede. Maar zoals de derde bede een appèl is op een God, die geeft wat Hij beveelt, zo is de zesde het gebed van een leger, dat knielt voor de strijd. De uitlegging, die onze Heidelberger van deze bede geeft, trekt haar wel zeer sterk in dat beeld van de heilige oorlog. Er is sprake van 'doodvijanden ... die niet ophouden ons aan te vechten'; er wordt gesproken van 'geestelijke strijd'; gevraagd wordt ons 'staande te houden' opdat wij niet 'onderliggen' maar altijd 'krachtig weerstand bieden, totdat wij ten enenmale de overhand behouden'. Het inderdaad juiste beeld is tot aan het eind volgehouden. Het beeld is ook bijbels. Het keert van de moederbelofte af tot aan de Openbaring van Johannes telkens terug.

De situatie

De Bijbel weet wel niet van een eeuwige, eindeloze strijd tussen een goede God en een even eeuwige en machtige tegenstander. Maar hij weet wel van een vijand Gods, die het Zijn kerk moeilijk genoeg kan maken. Achter zijn verschijning ligt de ondoorgrondelijke oorsprong van het kwaad. De vraag naar die oorsprong is door alle denkers wel gesteld, maar niet opgelost kunnen worden.

De Bijbel geeft wat dat betreft ook geen theorieles, maar tekent onze mensenwereld, om een term uit de Tweede Wereldoorlog te gebruiken, als hezet gebied. Er is een macht van buiten gekomen. Die heeft de invasie ingezet. In plaats van die te weerstaan is die mens 'collaborateur' geworden. Op een wonderlijke wijze heeft God echter deze mensenwereld niet aan de heerschappij van deze boze macht overgelaten. Hij heeft in Christus een Bevrijder gegeven. Als het vrouwenzaad heeft Hij het slangenzaad de kop verbrijzeld, het licht doen triomferen over de duisternis, het leven over de dood, de genade over de schuld, de barmhartigheid over het oordeel, de heiligheid over de onheiligheid. Hij heeft overwonnen. Niet alleen voor Zijn gemeente. Maar Hij overwint ook in Zijn gemeente. Hij werkt door Zijn Geest Zijn overwinning uit in het hart en het leven van Zijn onderdanen.

Toch is die wereld nog altijd bezet gebied. Het is ermee als in de Tweede Wereldoorlog. De beslissing was na de landing in Normandië feitelijk gevallen. We geloofden ook in de bevrijding. Maar we moesten toch nog een donkere bezettingswinter doormaken, eer de grote lente van de bevrijding kwam.

De vijand is er nog. En hij weert zich. Evenals de bezetter nu eens paaide en beloofde en dan weer dreigde en verdrukte, zo ook in deze grote strijd. De wereld wordt nog beheerst door 'de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid' (Efeze 2:2). Die macht werkt zélf met Hst en geweld (Ps. 72 : 14). Hij wordt vergeleken met een slang, die de gehele wereld verleidt' (Openb. 12 : 9) met een 'leeuw, die zoekt te verslinden' (1 Petr. 5:8), al kan hij zich ook voordoen als 'een engel des lichts' (2 Cor. 11 : 14).

Maar deze macht werkt ook dóór de wereld, die met haar gemeen heeft, dat zij niet God God wil laten wezen. Vandaar de waarschuwing: hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld lief heeft, de liefde des Vaders is niet in hem' (1 Joh. 2 : 15). 'Wereld' betekent hier niet de door God geschapen kosmos, maar die gemeenschap, die het leven begeert te beleven los van Gods gemeenschap en van Zijn heerschappij, los van Zijn liefde en van Zijn heiligheid. De Bijbel spreekt in termen van tegenstelling van de verhouding van Koninkrijk Gods en wereld. Kerk en wereld vormen in de Schrift beslist geen associatie. Dat deze antithese geen zelfverheffing bedoelt, blijkt wel uit de inhoud van deze zesde bede.

De zonde maakt, dat wij die goede kosmos willen gebruiken los van God, als op zich bestaande en ons ter beschikking staande. Daardoor kan letterlijk alles misbruikt worden. Alles kan tot een afgod worden: liefde van mensen, kostelijke goederen in natuur en cultuur, schoonheid en kennis. Door dit leven, los van God, wordt het klimaat, waarin wij leven beheerst. We ademen daar allemaal in. Daardoor zijn we doof voor de roeping alles in ons leven te doen uit liefde tot God, ter ere Gods en in dienst van God. Daardoor zijn we ook blind voor het God-loze leven, waarin de grondslagen van alle zedelijk bewustzijn ondermijnd worden.

De ongelijke partijen

In die wereld moet Christus' kerk leven. Zij is wedergeboren uit het Woord der waarheid (Jac. 1 : 18, 1 Petr. 1 : 23). Dat nieuwe leven verdraagt het oude niet en omgekeerd. Dat betekent een strijd. Een strijd zoals door Bunyan getekend in zijn Heilige Oorlog.

Maar wat zijn de partijen in deze oorlog ongelijk ! Niet voor niets heeft Jezus tot Zijn discipelen gezegd: waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. De wedergeboorte betekent wel een radicale, maar niet een plotseling totale vernieuwing van hart en leven. Zij is niet te vergelijken met een scheikundig proces, waarbij door toevoeging van bepaalde stoffen opeens een algehele structuurverandering optreedt. De beelden, waaronder het leven der gemeente wordt voorgesteld, zijn vaak ontleend aan het leven van bomen en planten. De kinderen Gods zijn ranken, die zonder de wijnstok niets vermogen. Er is sprake van wasdom, maar ook van verachtering. De plant des geloof s heeft het klimaat helemaal tegen, zoals een tropische plant in een koude luchtstreek. Overgeplant in het land, waar hij thuishoort, komt hij eerst tot volle wasdom. Zelfs een man als Paulus klaagt, dat als hij het goede wil doen, het kwade hem bij ligt. Met Christus gekruisigd worden en met Hem opstaan is een levensproces, dat heel ons leven beslaat. Het verleden heeft z'n sporen en gangen diep in ons innerlijk leven getrokken. De wagen glijdt er telkens in terug.

Dat wij zonder Christus niets vermogen hebben de discipelen smadelijk ondervonden, toen zij allen vluchtten. In het geloof (d.w.z. in de kracht Gods) kan Israël Jericho innemen. Zonder dat wordt het leger door het kleine Ai verslagen. Door het geloof kan David de ongelijke strijd aan met Goliath, de reus. Aan zichzelf overgelaten valt hij door een vrouw. Christen-zijn is tegen de stroom inroeien. Jezus zelf noemt satan vaak 'de overste dezer wereld'. Paulus beschrijft in Efeze 6 niet alleen de wapenrusting des geloofs, maar ook de geestelijke machten, waartegen gestreden moet worden. Een engel des satans slaat hem met vuisten (2 Cor. 12). Hij kent zijn listen. Indertijd schreef de Engelsman C. S. Lewis (vroeger een atheïst, maar tot het geloof in Jezus Christus gekomen) zijn veelgelezen boekje Brieven uit de hel, waarin hij tekent, hoe satan zijn trawanten instrueert om de kerk van Christus op al haar zwakke plekken aan te vallen.

Dat kan zijn door de rijkdom. Want 'die rijk willen worden, vallen in verzoeking en in de strik' (1 Tim. 6:9). Maar ook de armoede kan ons verleiden (Spr. 30 : 9). Maar ook weer onze eigen begeerten en verlangens (Jac. 1 : 13—15). Onheilige liefde en onheilige vrees spelen een grote rol in ons leven in duizenderlei vormen. Soms zal de duivel de genialiteit tegen ons uitspelen, waarmee ongelovige denkers en geleerden geschreven hebben. Dan weer zal hij allerlei schoonheidsgevoelens de plaats willen doen innemen van het geloof in het kruis. De één zal hij trekken door de grove jool, een ander door het fijne genot. Soms werpt hij gedachten en voorstellingen in ónze geest, die als een olievlek blijven hangen. Dan weer komen we terecht in het kasteel Twijfel van de reus Wanhoop en weten we de sleutel der belofte maar niet te vinden (Bunyans Pelgrimsreis).

De vijand komt als een stroom (Jes. 59 : 19). Wie zal die weerstaan ? Hier baten geen besluiten of voornemens. Wie daarbij op z'n hart vertrouwt is een zot (Spr. 28:26).

Niet het geloof in ons zelf geeft hier uitkomst, maar het geloof in God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Leid ons niet in verzoeking 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's