Reacties en vragen van lezers
Ik heb een aantal vragen en reacties van lezers voor mij liggen die ik in dit artikel wil opnemen, soms met, soms zonder commentaar. Het betreft zaken die bredere kennisname waard zijn.
Jubileum Koningin
In een artikeltje onder de titel 'Hoe vierden we feest ? ', waarin ik stelde dat de eigenlijke herdenking van het jubileum in de herdenkingsdiensten plaatsvond, vroeg ik mij af of de Koningin ook niet een dergelijke dienst had kunnen bijwonen. Een lezer schreef:
'Ik wil naar aanleiding daarvan opmerken dat dit mogelijk was geweest als de gemeente Tilburg zo'n herdenkingsdienst of bijeenkomst in haar programma had opgenomen.
De gemeente Leerdam (onze Koningin voert de titel Gravin van Leerdam) was ook één der kandidaat-gemeenten. Als onze gemeente zou zijn geloot was één der goedgekeurde punten van het programma: een herdenkingsbijeenkomst in de Grote Kerk'.
We moeten altijd heel voorzichtig zijn met het veroordelen van ons koninklijk huis, omdat niet alle achtergronden ons bekend kunnen zijn.'
Volledigheidshalve neem ik deze reactie hier graag op, zij het dat staan blijft het betreurenswaardige feit dat in de nationale herdenking als zodanig niet een dergelijke dienst voor de koninklijke familie was opgenomen.
Vervolgd christendom
Afgelopen maanden kreeg ik van enkele kanten vragen over een blad dat de titel draagt 'Vervolgd Christendom', een blad dat het opneemt voor christenen achter het ijzeren gordijn (secretariaat aan de Churchillstraat 24, Barneveld).
De 'geloofsbelijdenis' die in het blad staat afgedrukt is bijbelgetrouw, rechtzinnig. Het werk dat men doen wil is verspreiding van het Woord Gods in communistisch geregeerde landen. De stichter is ene L. J. Bass die als naaste medewerker heeft dr. Oswald J. Smith uit Ontario, Canada. Een voormalig Russisch marinier Kourdakov hield lezingen voor het genootschap, waarvan Vervolgd Christendom uitgaat. Deze — nogal omstreden — figuur vond in januari van dit jaar op geheimzinnige wijze de dood.
Wat opvalt is dat, wat Nederland betreft, geen enkele naam in het blad staat afgedrukt. Slechts een adres en een postbusnummer. Inmiddels is wél bekend, dat secretaris van de stichting Vervolgd Christendom in Nederland is de heer A. J. van Dam te Barneveld, terwijl ene W. R. Repko belast is met de publiciteitszaken in Europa. Het genootschap stelt zich — zo blijkt ook — nogal controversieel op ten aanzien van ds. Wurmbrand en zijn organisaties. Tot zover de informatie, die verre van volledig is, maar enkele feiten biur nen het blikveld brengt.
Als lezers mij nu vragen wat men met deze stichting aan moet en hoe men moet reageren op verzoeken om giften, dan zou ik hier tot grote voorzichtigheid willen manen.
Al is de inhoud van genoemd blad op 't eerste gezicht misschien verantwoord, 't geeft te denken dat voor Nederland geen namen worden genoemd van mensen die op één of andere manier bekendheid hebben en met kennis van zaken over de situatie achter het ijzeren gordijn kunnen oordelen. Dat men volstaat met het noemen van een postbusnummer geeft op zich al te denken. Het is op het gebied van internationale hulpverlening uiterst moeilijk te controleren of de gelden een verantwoorde bestemming krijgen. Dat is zeker het geval waar het de landen achter het ijzeren gordijn betreft. Er gebeurt op dit terrein al veel en goed werk in ons vaderland door bonafide organisaties. We hebben er dan weinig behoefte aan om ook nog eens een organisatie uit Amerika geimporteerd te krijgen, die niet de moeite neemt om contacten te leggen met bestaande organisaties hier of met leidinggevende personen in de kerken. Voorlopig houd ik het erop dat hier gewaarschuwd moet worden om niet in te gaan op verzoeken om steun aan deze stichting. Bredere informatie bevestigde mij in deze mening.
Twee.aan.twee. woorden
In een artikel getiteld 'De vertolking van het Woord', waarin ik één en ander weergaf van wat Leidse studenten in een doctoraal-scriptie schreven over het taalgebruik in de Gereformeerde Bond, stond ook iets te lezen over het gebruik van twee-aan-twee-woorden, die onder ons veel voorkomen, zoals 'barmhartig en genadig', 'hoog en verheven', 'genade en waarheid'. Een neerlandicus-musicoloog schreef daarover iets, dat ik graag zonder verdere commentaar doorgeef ter aanvulling. 'Die stijl dunkt mij te zijn ontleend aan de psalmen (uit de Bijbel dus).
De Hebreeuwse dicht-vorm is immers gekenmerkt door het zg. Parrallelismus Membrorum.. . de evenwijdigheid van de leden = dichtregels. . . bij elkaar vormen ze één vers. Die structuur is van oudsher gerespecteerd door de psalmen te zingen met twee groepen... maar daarover gaat het nu niet.
Ik ben van mening dat het gebruik van genoemde woord-paren verklaard moet worden uit het lezen en mediteren van de psalmen... zozeer wordt die (Hebreeuwse stijl) dan vlees en bloed, dat men zich — onbewust — gaat uiten in die stijl., Het wetenschappelijk bewijs zal alleen te leveren zijn vanuit het ongerijmde. Zou blijken dat alleen dat volksdeel zich van deze stijlkenmerken bedient, dat van vader op zoon de psalmen leest... dan zou dat een bewijs kunnen zijn. Persoonlijk heb ik dat bewijs niet nodig, ik weet het zó al.'
Zicht op de ambten
Vele instemmende reacties ontving ik op het artikel 'Zicht op de ambten' (16 augustus). Ik signaleerde in dat artikel, naast andere dingen, onder meer ook het verschijnsel dat nogal eens onbevoegde voorgangers de kansel bestijgen in goed gereformeerde gemeenten. Ik zei erbij dat het niet aangaat om hier te goeder trouw zijnde hulppredikers te diskwalificeren, of mensen die, gegeven een bepaalde opleiding, bevoegdheid hebben een 'stichtelijk woord', zoals dat heet, te spreken. Daarover mag geen onduidelijkheid bestaan. Maar er komen uitwassen, vergroeiingen voor, méér dan men vaak weet. De reacties op genoemd artikel en de nadere gegevens, die ik uit verschillende gemeenten ontving, hebben alleen maar bevestigd dat er op dit terrein nogal wat gesnoeid moet worden. In een aantal gevallen bestijgen personen de kansel, die niet alleen geen enkele bevoegdheid hebben maar zelfs geen lid zijn van onze kerk. Er is zelfs een geval van iemand, die zich aanbiedt — per advertentie ook — om gratis te preken, zonder dat hij waar dan ook maar bekend is wat betreft een ontvangen opleiding. Laten de kerkeraden op hun hoede zijn en grondig informeren wanneer ze ook maar enigszins twijfelen. Het is me de laatste tijd verschillende malen overkomen, dat ik gebeld werd om inlichtingen over een persoon, wiens naam me onbekend was en die bij nadere informatie zichzelf maar bleek te presenteren als voorganger zonder daartoe enige opleiding te hebben ontvangen.
Dat in onze kerk veel kan weten we al. Dat het mogelijk is, dat in sommige gemeenten voorgangers een kans krijgen te preken die daartoe niet het recht hebben, die zelfs niet hervormd (willen) zijn, is een punt dat bepaald ook te denken geeft. Kerkeraden, let op uw zaak. Het ambt is te hoog dan dat ermee gespeeld wordt. Ik zou zeggen, informeer in bepaalde gevallen ook bij ds. Van Brummelen, die, zoals men weet, het preekbeurtenbureau verzorgt.
Iemand schreef terecht:
'We schreeuwen moord en brand als kinderen tot het Avondmaal worden toegelaten zonder dat hiervoor in de kerkorde toestemming wordt gegeven, maar op andere punten nemen we het weer niet zo nauw. En zo zijn er mannen, die door en door gereformeerd willen zijn in onze kerk (gelukkig, dat er zo nog velen zijn), maar die er geen been in zien om zonder enige bevoegdheid de kansel op te gaan.'
Verhuizen
Iemand schreef mij: 'Verhuizen is een enorm breekpunt in het kerkelijk meelevend zijn van veel gezinnen. Bijna geen enkele G.B .-predikant belt zijn collega op in een andere gemeente dat gezin X er aankomt. Nee, men wacht geduldig op gegevens via de burgerlijke gemeente, S.M.R.A. e.a. Zelfs allerlei welkomstbezoeken helpen nauwelijks. De predikanten moeten meelevende gezinnen melden bij verhuizing bij hun collega's in de nieuwe plaats van hun inwoning...'
Ik geloof dat het goed is bij deze dingen ook eens de vinger te leggen. Verhuizen een breekpunt! Je ziet het gebeuren, dat kerkelijk meelevende gezinnen na verhuizing naar elders de band met de kerk dreigen te verliezen als ze niet opgevangen worden. Dat gebeurt zelfs al bij verhuizing naar een nieuwbouwwijk. Laat nu niemand zeggen dat het dan wel niet diep gezeten zal hebben. Er zijn nu eenmaal ook schapen die méér begeleiding nodig hebben dan anderen. Me dunkt, dat het daarom goed is als predikanten hun collega's van verhuizingen op de hoogte stellen.
Een punt apart is nog als mensen gaan verhuizen naar gemeenten met een ander geestelijk klimaat dan van de gemeente waaruit ze kwamen. Staat men dan niet vast in de schoenen dan is het gevaar helemaal levensgroot aanwezig dat men de koers kwijtraakt. Er zijn gevallen van verhuizing waarbij predikanten zich wel eens afvragen: wat zal daar nu van terechtkomen? Is het niet raadzaam in zulke gevallen eens te zoeken naar een goed contactadres in de nieuwe gemeente om op deze wijze de mensen te laten opvangen ? Verhuizen, een breekpunt; een punt om aan te denken.
Daar is nog iets anders. In een aantal gemeenten van G.B .-signatuur is een buitengewone wijkgemeente in wording. Zo'n b.w.i.w. doet vaak ook een appèl op de nieuw-ingekomenen. Soms op een nogal merkwaardige wijze, blijkens het hiervolgende. Iemand ontving een brief, waarin het volgende stond:
'Het spijt ons dat wij u niet eenvoudig kunnen verwijzen naar één adres. Maar de hervormde situatie in Y is nogal gecompliceerd. Onze buitengewone wijkgemeente vertegenwoordigt de Hervormde Kerk zoals u die waarschijnlijk ook kent uit uw vroegere woonplaats.'
Zo gaat dat, het buitengewone (de buitengewone wijkgemeente) vertegenwoordigt het gewone, de gewone Hervormde Kerk. De Geref.-Bonders, die gewoon hervormd willen zijn, vertegenwoordigen blijkbaar het buitengewone.
De verhuisde, die deze brief ontving, antwoordde heel terecht het volgende: 'Ik neem aan dat de hervormde nieuwkomers in Y veelal afkomstig zullen zijn uit de omgeving van Rotterdam of zelfs uit Rotterdam zelf. In deze omgeving zijn vele gemeenten met een gereformeerde prediking met vaak gelukkig vele meelevenden. Het is daarom helemaal niet zo waarschijnlijk dat uw gemeente de Herv. Kerk vertegenwoordigt, zoals vele meelevenden die in hun vroegere woonplaats kenden.'
En wat betreft een zinsnede in de brief van de b.w.i.w. dat deze 'eigentijds' wil zijn antwoordde de verhuisde:
'Tenslotte is er naast uw gemeente, die jong is, die ons zou herinneren aan de kerk in onze vroegere woonplaats, die de ontwikkeling in kerk en wereld volgt, die naar een eigentijdse vorm zoekt, die de medewerking heeft van de hogere instanties der Kerk (dit stond zo in de brief van de b.w.i.w, v. d. G.), de oude gemeente. Deze moet, in tegenstelling met uw kwalificaties, wel erg oud zijn, niet aangepast, niet bij de tijd, niet ontwikkeld, nauwelijks geduld door de officiële instanties der Ned. Herv. Kerk. Zeker, het staat niet zo in uw brief, maar u roept bij elke lezer deze tegenstellingen op. Bovendien zijn de kerkdiensten in de oude gemeente van de Geref. Bond. Van uw kant wordt de eenheid voorgestaan, dus door de oude gemeente niet. Dat weet je dan als nieuwkomer ! Het lijkt me goed u te wijzen op het boekje 'Gewoon Hervormd' van ds. Abma CS. Dat zal u wellicht meer inzicht geven in de plaats die de gereformeerde prediking rechtens in de Ned. Hervormde Kerk toekomt. Na 3 weken gekerkt te hebben in de kerk aan de .. . straat, moet ik opmerken, dat de prediking daar inhoudelijk zeer eigentijds is. Men houdt zich aan het Woord, men stelt de twee wegen voor, zonde is zonde en genade genade, de belijdenis der kerk staat nog rechtop in de prediking. Dat is broodnodig, dat is ook eigentijds. Onder deze prediking kan Gods Geest wederbarend werken tot be[1]kering en geloof. Wat willen we nog meer ? Eigentijds is niet wat wij ervan vinden. Ook niet wat Geref. Bonders ervan vinden. Alleen wat naar de eis van Gods Woord is, is ons tot nut, ook in 1973.' Dit zijn zo wat zaken waar mensen, die verhuizen, mee te maken kunnen krijgen. Me dunkt, zaken die de aandacht van predikanten en kerkeraden bepaald wel mogen hebben. Niet alle gemeenteleden die verhuizen brengen het op om in de pen te klimmen zoals bovengenoemde. Maar goede voorlichting is vanuit de gemeenten van grote betekenis voor nieuw-ingekomenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's