Verborgen en vertrouwd
'Voorwaar, Gij zijt een God, die zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland'. (Jesaja45 vs. 15)
Die zich verborgen houdt. Dat klinkt, als zou de Heere zich aan ons onttrekken, als zou Hij niets met ons te maken willen hebben. Maar dat is niet zo. We lezen verder. Gij zijt de God Israels ! Zo stelde Hij zich aan ons voor, zo wordt Hij beleden: Hij is wel degelijk tevoorschijn gekomen. Hij verbond zich aan een volk, Hij raakt met hen vertrouwd en zij met Hem. Hoewel Hij zich verborgen hield, leidde Hij het met eigen hand, hoorde het Zijn Woord uit Zijn eigen mond, met Zijn eigen stem. Het is als scheuren de wolken, de lucht wordt helder, het licht breekt door: zie hier ben Ik, de God van Israël.
Wij moeten niet trachten door te dringen tot God, die zich verbergt, wij mogen de God van Israël ontmoeten. U moet Hem daar zoeken, waar Hij naar ons toe komt. Zoekt Hem niet in de wolk en in de donkerheid; kijkt niet in het ontoegankelijke licht. Staakt uw woelen en wroeten, om God te ontwaren, te ontwarren, zou ik bijna schrijven — en hoevelen zitten niet met Hem in de knoop ? — Wij hebben met de God van het verbond te doen. Daarin laat Hij zich kennen: Ik ben de Heere, uw God. De God van Israël. De geschiedenis van dat volk is een doorlopende openbaring van de God van dat volk. Hield Hij zich niet verborgen ? Dat deed Hij reeds, toen Jacobs naam in Israël veranderd werd. Een man worstelde met hem. Aanvankelijk kende Jacob die man niet. Toch smeekte hij om de zegen. Daarom hield hij Hem vast, de God van Israël. Jacob, Job, Asaf en Heman, ze weten van Gods verborgenheid en worstelen om Zijn nabijheid, om het vertrouwelijke verkeer, dat kenmerkend is voor het verbond.
Israël staat voor de zee, achter hen is de vijand. God houdt zich verborgen; er is niets dan een bevel: Voorttrekken. Wie zag Hem voor het volk uitgaan ? Toch was Zijn weg in de zee, Zijn pad in grote Wateren, Zijn voetstappen stonden er, even maar, dan werden ze weer door het Water overspoeld: Uw voetstappen werden niet bekend. Gij leiddet Uw volk als een kudde ! Zo gaat de Heere te werk. Door heel de geschiedenis heen zijn de voorbeelden te vinden. De God van Israël houdt zich verborgen. De ballingschap spoedt ten einde. Aller ogen zijn op Kores gevestigd. Wat zal hij klaar maken? Wat voor politiek zal hij voeren ? Onder tussen gebruikt de God van Israël hem, een werktuig is hij, meer niet. Wie dacht daaraan ? Voorwaar. Gij zijt toch de God Israels. Al schijnen mensen en machten de dienst uit te maken; al duwen ze Hem weg. Daar is Hij weer, de God van Israël. Tot op de dag van vandaag !
Uw God! Waar is nu uw God. Waar, nu ? Diep zuchten. Misschien schreit uw hart: Hij houdt zich verborgen. Wat buigt gij u neder, mijn ziel. Hij is toch mijn God. Vergeet het niet, als Hij hoge wegen met u gaat, wegen door de zee, waarop Zijn voetstappen worden uitgewist, ze stonden er toch, en het waren de Zijne. Hij is niet ver van ieder, die Hem zoekt. Het is een hoge kunst, de kunst van het geloof, om God te belijden als de God, die zich verborgen houdt, en toch te roemen als de God Israels.
De Heiland. Nu wordt de naam voluit genoemd. Wij houden ons aan de eigenaardige volgorde, zó wil het Woord gelezen worden, en zo wil de Heere ons Zijn naam leren. Nadrukkelijk en herhaaldelijk had Hij gezegd: Ik ben de Heere en niemand meer. Er is geen Heiland, behalve Ik. Zo wil Hij bekend zijn onder ons, zo wil Hij erkend worden. Heiland. U hoort er de naam Jezus in. Jezus, de Christus. God houdt zich in Hem verborgen. Wie is het, vragen de mensen. De Heiland. God treedt ons in Hem tegemoet. Wat een wonderlijke God. Toen Hij kwam om ons te verlossen nam Hij ons vlees en bloed aan. Bij de kribbe belijden wij: Voorwaar! En bij het kruis. Daar vlamt de tekst, daar spat het vuur eruit. Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten. Hier is God niet. Voorwaar. Hier hield Gij U verborgen. De Heiland. Van verlossen is geen sprake, al spreekt iedereen erover. Voorwaar. Zo is de Heere ons een Heiland geworden, zo werd het heil gewrocht.
Er kan mij veel overkomen, waarin ik God niet kan vinden, hoewel Hij er is. Maar bij de kribbe en bij het kruis krijg ik Hem in het oog. Dat breekt mijn hart. Voorwaar, de Heiland. Dan weet u genoeg. U zou alles van God willen weten ? God beware mij ervoor. Hem doorgronden betekent: in de grond geboord worden. Met Wie zal ik Hem vergelijken, verstand en gevoel laten verstek gaan. Als ik dit maar mag weten: de God van Israël, de Heiland. In voorspoed en tegenspoed. In deze wereld. Voor het heden en voor de toekomst. Van Hem is mijn verwachting.
Daar gaat de storm van onze vragen liggen, daar temt Hij de woeste zee, ze luis tert naar Zijn wil. Daar vallen de golven stil, daar deelt de vrede Gods zich mee aan ziel en zinnen. Ik heb vrede met God, met deze God, zoals Hij is. Daarbij mag ik het houden: Voorwaar. Ik stamel het soms en het klinkt als een: Nochtans. Ik kan het stukje bij beetje beamen. Met horten en stoten: die zich verborgen houdt. Daar stokt het wel eens. Maar nee, de Heere neemt mij mee; zodoende kom ik verder: de God van Israël, de Heiland.
Zovelen in dit geloof geoefend worden, zovelen zullen niet aan God vertwijfelen. De duivel zaait onzekerheid. Als Hij zich verbergt, zou ik Hem maar loslaten. Er kwam eens een moeder tot Jezus. Zij zocht een Heiland, om haar dochter te genezen en haar van dit voortdurende verdriet te bevrijden. Wees mijn Heiland smeekte zij. Jezus schonk niet eens aandacht aan haar. Hij deed taal noch teken. Toen Hij door Zijn discipelen opmerkzaam gemaakt werd op deze vrouw, die Hem nariep hield Hij zich schuil. Voorwaar. Het mocht haar bevreemden, het verlamde haar niet: zij kwam en aanbad Hem, lees ik in het evangelie. Toen hield Hij zich niet langer verborgen: o vrouw, groot is uw geloof. Toen werd Hij haar tot een Heiland.
Ik hoop maar dat u er wat aan hebt, aan deze doorleefde geloofsbelijdenis. De omstandigheden zijn er wel eens naar, dat het u voorgezegd moet worden. Daarbij wil ik de tijdsomstandigheden niet vergeten. Wij mogen God houden voor wat Hij is, en ons niet in de war laten brengen. Door de wetenschap niet en door de techniek niet, die God hebben uitgeschakeld naar het schijnt. Door de mensen niet, die Hem hebben weggeborgen, zo ver, dat ze niet meer weten waar Hij is. Niet door alles waarachter Hij zich verborgen houdt. Want Hij wil voor den dag komen, onder de preekstoel, en bij het doopvont. Hij roept Zijn naam uit: de God Israels, de Heiland. En wij hebben een wolk van getuigen rondom ons liggende, die als uit een mond belijden: Voorwaar !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's