De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

De open brief

Met adhesie van dr. Buskes, ds. Landsman, prof. H. N. Ridderbos en prof. Albeda hebben dr. Feddema en ds. Boesak een open brief geschreven aan het centrale comité van de Wereldraad van Kerken, waarin zij stelling nemen tegen de oproep van de Wereldraad bedrijfsinvesteringen uit Zuid-Afrika terug te nemen. Hervormd Nederland van 15 september geeft de hoofdpunten van de open brief als volgt weer:

De open-briefschrijvers betuigen hartelijke instemming met de doelstelling van de Wereldraad om vanuit het Evangelie te werken aan structurele verandering ten dienste van de gerechtigheid en zich daarom ook actief in te zetten voor de bestrijding van het racisme. Maar ze menen, dat de desinvesteringsresolutie van de Wereldraad haar doel voorbij schiet of zelfs averechts werkt.

Hun bezwaren tegen de resolutie zijn o.m.:

. deze actie heeft niet of nauwelijks aanrakingspunten met de conflictleer van het Evangelie;

. zij is meer in overeenstemming met de strategie van de gewelddadige dan met die van de vreedzame revolutie;

.  zij maakt duidelijk, dat de geweldloze bevrijdingsbewegingen in Zuid-Afrika die middenin de strijd staan en bezig zijn het apartheidssysteem van binnenuit via de weg van de vreedzame revolutie te ondermijnen, voor de Wereldraad niet (meer) het referentiekader en het object van solidariteit zijn;

. zij vertraagt het proces van emancipatie;

. zij versterkt het bedrijfsleven in de onjuiste opvatting als zou het in plaats van de te sterke gerichtheid op winst nimmer ten goede werkzaam kunnen zijn, dat wil zeggen doelbewust dienstbaar kunnen zijn aan de emancipatiestrijd der zwarten en aan het voorkomen van een geweldsexplosie;

. zij staat niet in het teken van de hoop in die zin, dat ze uitzicht biedt, niet op een geweldsexplosie, maar op het naderbij komen van een gemeenschap van gerechtigheid en vrede. De actie lijkt zich helaas meer te richten op verslechtering van de situatie dan op de hoop; 

. zij brengt een lang en uitzichtsloos lijden voor de verdrukten met zich mee; .

. zij heeft niet de instemming van de overgrote meerderheid der zwarten in Zuid-Afrika.

In hetzelfde nummer van HN wordt ook commentaar geleverd. Dr. Buskes acht een boycot-actie ineffectief omdat niet de blanken, maar de zwarten het zwaarst getroffen worden. Bovendien riekt het hem teveel naar de 'Verelendungstheorie'. Zo van: Het moet de zwarten slechter gaan, want dan komen ze wel in opstand. Christenen mogen, aldus Buskes, niet het uitbreken van een gewelddadige revolutie bevorderen. Daartegenover poneert ds. R. J. van der Veen, lid van het dagelijks bestuur van het anti-racismeprogramma, dat de desinvesteringsresolutie juist een bloedbad wil voorkomen. En dat de briefschrijvers te romantisch denken over de rol van het bedrijfsleven.

Ook het commentaar in Hervormd Nederland gaat op deze zaak in:

Hoewel er genoeg opmerkingen instaan die verdere overweging verdienen, zijn we niet gelukkig met de open brief, waarmee Feddema c.s. een frontale aanval doet op het anti-racismeprogramma van de Wereldraad van Kerken. Natuurlijk is deze brief niet te vergelijken met de vuilschrijverij, waarmee de zogenaamde Club van Tien onlangs in Trouw en in The Guardian debuteerde. Maar de beschuldigende toon ervan, het uitgaan van vooronderstellingen die nog moeten worden waargemaakt en de manier waarop hij in de publiciteit is gebracht, spelen toch eerder de aanhangers van de apartheid in de kaart dan dat zij een aanzet vormen tot een broederlijke discussie tussen christenen, die het wat het doel betreft roerend met elkaar eens zijn, maar van mening verschillen over de te volgen strategie.

Weinig elegant is al, dat trouwe sympathisanten van het Vorsterregime in de gelegenheid waren gesteld het schrijven te lezen en toe te juichen nog voordat het de adressanten had bereikt.

Ronduit grievend is de suggestie, dat de commissie, leden van het anti-racismeprogramma bewust regelrecht op een geweldsexplosie in Zuid-Afrika aansturen en dat het centrale comité van de Wereldraad hen maar het bos in moet sturen, wanneer zij hun mening niet aan die van de openbriefschrijvers aanpassen.

Dit is een basis voor een zinvolle gedachtenwisseling. Want waar in feite over moet worden gesproken, is de vraag of de Wereldraad niet te haastig is geweest met zijn desinvesteringsresolutie. Of hij niet te snel de hoop heeft verloren, dat de dialoog met de Zuidafrikaanse blanken vruchten zal afwerpen. Kan men werkelijk nu al zeggen, dat deze blanke broeders onbekeerlijk zijn, stokdoof blijven, ook wanneer men hen met de hand op het Evangelie aanspreekt op hun verantwoordelijkheid voor het onrecht dat zij hun zwarte landgenoten aandoen. Is verder alles al uitgeprobeerd, bijvoorbeeld een grootscheepse boven, gewelddadige actie zoals de briefschrijvers die be. pleiten ?

Misschien hebben de christenen die de hoop op het effect van deze strategie niet hebben opgegeven het bij het rechte eind, hoewel er niet veel tekenen zijn die daarop wijzen. Integendeel. Alle gesprekken, al. Ie brieven, alle vermaningen, de toeneming van de investeringen ook, ze hebben de situatie niet gewij. zigd. Het wordt er eerder slechter dan beter op.

Is het dan zo verwonderlijk, dat andere christenen in deze omstandigheden hun toevlucht nemen tot een laatste redmiddel: het aanpakken van de geldbuidel ? Met in het achterhoofd de algemeen menselijke ervaring, dat waar mensen ontoegankelijk blijven voor een beroep op hun hart en hun verstand, pijn in hun portemonnee hen vrijwel altijd tot andere gedachten brengt.

De desinvesteringsresolutie van de Wereldraad kan worden gezien als een uiterste poging de blanke Zuidafrikanen, ook in hun eigen belang, aan de onderhandelingstafel te krijgen, voordat het tot op een bloedbad uitlopende gewelddadigheden komt. Een harde maatregel, die men gerechtvaardigd acht door de ernst van de situatie.

Het is echt niet zo, dat zo'n oproep van de Wereldraad het economische leven in Zuid-Afrika één-twee-drie lamlegt. Dat heeft blank noch zwart te duchten. Wel is het buitenlandse bedrijfsleven zich nu voor het eerst serieus gaan afvragen of dat allemaal zo wel door kan gaan in dat land, in hoeverre inyestering in onrecht toelaatbaar is.

Dat is alvast een aanwijsbaar resultaat van de strategie waarop men best kritiek mag hebben, maar dan wel graag op een manier, die de opstellers en uitvoerders ervan niet bij voorbaat onevangelische voornemens in de schoenen schuift.

Typerend is dat de bedoelingen van de Wereldraad zo gunstig mogelijk belicht worden en dat velen zich haasten om de resolutie in bescherming te nemen, terwijl elke kritiek bij voorbaat verdacht is. Geen wonder dat prof. Ridderbos in Trouw zich heeft beklaagd over de weinig elegante manier waarop Trouw over deze zaak heeft geschreven:

Behalve tegen de wijze waarop u berichtte over de open brief aan de Wereldraad richt mijn bezwaar zich tegen uw commentaar daarop. Vanuit een hoogte, die ik ongemotiveerd acht, geeft u ons weliswaar verlof ('er is niets op tegen') in onze 'vrije tijd' het een en ander tegen elkaar af te wegen, maar wij behoren niet te zeggen, dat de boycot van het bedrijfsleven in Zuid-Afrika, waartoe de desinvesteringsresolutie van het centraal comité van de Wereldraad opwekt, een weinig geëigend kerkelijk strijdmiddel is en zich niet aan het bijbelse conflict, model houdt; en voorts mogen wij ook niet beweren of de indruk wekken, alsof de Wereldraad op de ontreddering of Verelendung van de economische situatie in Zuid-Afrika uit was. Dat zijn alle, in uw ogen, 'ongelukkige termen', die als 'rotsblokken in een tuinvijver' vallen.

Of het allemaal wel zo tuinvijvertjesachtig is als u het voorstelt, betwijfel ik. Zelf denk ik, dat de middelen, waarmee de Wereldraad de apartheid in Zuid-Afrika bestrijdt een zaak is, die ginds met argusogen gevolgd wordt en ook van de grootste betekenis is, met name voor de houding en reactie van de Zuidafrikaanse blanke kerken.

Erger is echter, dat u er zich toe beperkt de beide hoofdargumenten van de Open Brief te diskwalificeren, en er met geen woord op ingaat. Die argumenten zijn a. Dat de kerken in hun strijd tegen de apartheid iets anders in het vuur moeten brengen dan economisch geweld en hun boodschap daarmee moeilijk kunnen combineren; b. het door de Wereldraad aanbevolen middel biedt geen enkel uitzicht, maar maakt de situatie voor de zwarte bevolking eerder erger dan beter. Naar mijn bescheiden mening zijn beide argumenten ook uw overweging waard.

In uw commentaar komt u aan dit alles in het geheel niet toe, omdat u blijkbaar vindt, dat men in de strijd tegen de apartheid niet onderling moet discussiëren over de middelen, aangezien dit het gemeenschappelijk front verzwakt. En u eindigt met te zeggen, dat er geen advertentie goedkoper en doeltreffender is (om deze slechte zaak te bevorderen) dan de brief van 'dit elftal'. Wel staan aan de kant van het sportveld 'de handenwringende slachtoffers', maar het elftal 'vooraanstaande kerkleden' knalt de bal 'zonder het te beseffen' keihard in eigen doel!

Behalve een nogal grievende in mijn ogen ook een zéér verwerpelijke argumentatie. Het is de argumentatie van het doel, waarbij over de middelen niet gestreden mag worden. Het was beter geweest u eens af te vragen wat nu het eendrachtig verzet van de kerken tegen de apartheid méér afbreuk doet: het grijpen naar ondoelmatige en voor de kerk zeker ongeëigende middelen of de waarschuwing op die weg niet voort te gaan en met de wapens, die aan de kerk gegeven zijn, zich niet alleen te wenden tot de blanke bevolking en regering in Zuid-Afrika, maar ook tot de industrieën in eigen land.

En wat tenslotte de 'handenwringende slachtoffers' terzijde van het door u geschetste sportveld aangaat, ook hier ware het beter van de rhetorica tot de realiteit terug te keren. Want het overgrote deel van de niet-blanke kerken van Zuid-Afrika met vele andere competente woordvoerders aldaar is tegen dit desinvesteringsprogramma, omdat zij er geen heil, maar onheil in zien; en ook zij hebben dit duidelijk in Geneve laten weten. Wat men dus ook verder van het door u zo genoemde 'elftal' wil denken, ik denk, dat men in ieder geval van die velen niet kan zeggen dat zij blijkbaar geen besef hebben van hetgeen zij zelf doen, noch van de hen omringende handenwringende menigte.

Ik meen dat deze discussie nogmaals bewijst hoe hachelijk het is als een kerkelijke organisatie naar politieke middelen grijpt. En dat voorstanders van het beleid van de Wereldraad de principiële vraag ontwijken — die juist in de open brief wel gesteld wordt — of de kerk in haar strijd tegen het racisme andere wapenen mag hanteren dan het wapen van het Woord, de verkondiging van het Evangelie. Men kan wel zeggen: oliemagnaten lachen om morele druk die uitgeoefend wordt. Men heeft dan toch weinig vertrouwen in de kracht van het Woord, de bediening der verzoening.

Naar aanleiding van de Vredesweek

In de rubriek Tweespraak in Hervormd Nederland van 22 september gaan generaal-majoor J. B. Ludwig en prof. dr. K. Strijd in op de Vredesweek. Generaal Ludwig wijst erop dat er geen verschil bestaat over de vraag: Willen wij vrede ? Wel over de vraag: Hoe dienen wij de vrede ? Terecht wijst hij de keuze van I.K.V. voor het conflictmodel af. De mensbeschouwing van velen die uitgaan van 's mensen goede wil is in strijd met de Schrift. Daarom is de strijd tegen de oorlog een veel ingrijpender zaak dan neo-marxistische apostelen van de vredesweek ons aanpraten.

Daartegenover poneert prof. Strijd zijn — onder de hand overbekende — pacifistische ideeën, waarbij de Nato, de militair, de christelijke politieke partijen het moeten ontgelden. Hij schrijft onder meer;

Wij moeten als christenen ijveren voor de afschaffing van het leger. De krijgsmacht dient concreet te worden bezien en dat betekent dat we in de nucleaire bewapening zijn opgenomen, dat je bereid bent tot wederzijdse vernietiging en dat je paraat bent voor een totale verdelging. Hierbij is helaas geen woord rhetoriek.

De kerk maakt zich druk over de vrouw in het ambt, maar helemaal niet over de man in het leger; over de vraag of kinderen wel tot het Avondmaal mogen worden toegelaten, maar niet over de jongen in de militaire dienst, wat hij daar leert en hoe hij daar geïndoctrineerd wordt. Men maakt zich in de kerk druk over de vraag wel of geen abortus, maar over de massale moord die bijvoorbeeld duidelijk was in Vietnam, daar werd geen woord over gesproken.

Ik zou willen dat de christen-beroepsmilitair twee dingen deed. In de eerste plaats dat hij duidelijk zegt wat concreet oorlogsgeweld is en in de tweede plaats dat hij zegt wat christendom is.

Als christenen moeten we weten waaraan we ons dienen te oriënteren. Dan moeten we ook de woorden van Jezus in de bergrede ernstig nemen: Wie Mijn woorden hoort en ze doet is een verstandig man die op een rots bouwt; wie het niet doet bouwt op zand. En omdat dat laatste gebeurt, ben ik zo bang voor de toekomst van de wereld.

Wat we moeten doen ? Ik heb het in mijn boek Geweldloze weerbaarheid, dat in het najaar verschijnt, ongeveer zo gezegd: Als men oorlogsgeweld afwijst om christelijke en zeer reële redenen (dat gaat vaak samen), dan moet je tegelijk bezig zijn voor een sociale revolutie. Daarbij gaat het om een her. verdeling van de macht zodat gelijkheid van rechten en gelijkheid van machtsuitoefening veilig gesteld worden. Door de democratisering zal het bezit van de produktiemiddelen zo moeten worden georganiseerd, dat niemand wordt tekortgedaan noch waar het om de bestemming en de verdeling van de op. brengsten gaat, noch waar over de leiding in de gang van zaken in de bedrijven beslist wordt.

De kerk zal ieder moeten vragen: wilt u zich in uw werk, in uw partij enz. oriënteren op Christus en komen er dan die veranderingen waardoor aan het ziekelijke klimaat waaronder we in de gehele wereld leven, een eind kan komen ? Ik hoop dat de vredesweek dit jaar in woord en daad hieraan zal meewerken'.

Hierbij twee opmerkingen:

a) Is het zo dat de kerk zich niet druk maakt over Vietnam, de militaire dienst etc. ? Ik dacht dat dit ten enenmale onjuist was. De kerk heeft in meerdere publikaties andere wegen gewezen dan prof. Strijd wil, maar dat is wat anders.

b) Geen oorlogsgeweld, wel sociale revolutie. Welke mensbeschouwing gaat hier achter ? Herverdeling van de macht, gelijkheid van rechten en gelijkheid van machtsuitoefening. Wordt hier nog gerekend met de macht van de zonde in het mensenhart, en in de wereld ?

Heeft dit Bergrede-idealisme nog iets te maken met een evenwichtige vertolking van bijbelse boodschap ? Wordt hier niet ten enenmale vergeten dat we nog niet in het Rijk leven, maar in een bezeten wereld, waar zonde en demonie heersen, en waar de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt ? Ik meen, dat prof. Strijd de verkondiging inruilt voor een vredesideologie, waar we toch nee tegen moeten zeggen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's