Boekbespreking
D. J. Kohlbrugge en J. van der Werf, De ware Jozef, 109 pag., G. F. Callenbach, Nijkerk, 1973; ƒ 12, 90.
De Utrechtse hoogleraar in de Iranistiek, prof. Kohlbrugge en de Utrechtse predikant dr. Van der Werf zochten naar de 'ware Jozef' en presenteren in deze studie de resultaten van hun speurtocht. De Jozefgeschiedenis krijgt in het boek Genesis vele hoofdstukken toebedeeld. In de Koran, het heilige boek van de moslems worden in verspreid liggende gedeelten vele oudtestamentische figuren aan de orde gesteld, maar alleen aan Jozef wordt één hoofdstuk in zijn geheel gewijd.
Kohlbrugge en Van der Werf zien in de brave Jozef uit de zondagsschoolverhalen evenmin de ware weerspiegeld als in het oerverhaal dat bijbelcommentatoren reconstrueerden of in de 'allerschoonste vertelling' die de Koran biedt. Achtten de bijbelverklaarders Gen. 38, de geschiedenis van Juda en Tamar, niet tot het eigenlijke Jozef verhaal te behoren, ook in de Koran ontbreekt zij.
Naast overeenkomsten tussen Bijbel en Koran blijken er ook grote verschillen te bestaan. Dit gaf de auteurs aanleiding in hun studie eerst de koranversie en de moslemse uitleg ervan aan de orde te stellen, en daarna de bijbeltekst, zoals dié in de Bijbel tot ons komt, dus zonder acht te slaan op een mogelijk kernverhaal en latere toevoegingen, zorgvuldig te lezen en uit te leggen.
Tenslotte wordt de functie van het Jozefverhaal in Bijbel en Koran besproken alsmede de consequenties van die vergelijking voor het gesprek met de moslems. De studie heeft vele verdiensten. Ze is vlot leesbaar geschreven, zonder vertoon van geleerdheid. Voor velen onzer is de Koran een gesloten boek, nu krijgt men het Jozef-hoofdstuk (Sura 12) in zijn geheel voorgelegd. Vers voor vers wordt een samenvatting gegeven van het commentaar van vele islamitische verklaarders, zonder dat de stem van de auteurs het luisteren naar hen stoort. De bijbeltekst wordt niet op de snijtafel gelegd of verminkt, maar in eerbied voor de ons overgeleverde vorm en met inachtneming van de eenheid der Schrift besproken. Genesis 38 wordt niet geschrapt, maar krijgt zijn eigen plaats in de Jozefgeschiedenis. Het bij bels-Hebreeuwse taalgebruik wordt niet als iets bijkomstigs beschouwd, maar zorgvuldig geïnterpreteerd en vertaald.
Duidelijk wordt gesteld, dat de Koran een tijdloos Jozef-verhaal biedt, altijd vatbaar voor nieuwe uitleg toepasbaar in elke situatie, maar dat de Bijbel een concrete Jozef-geschiedenis geeft als samenvatting van de in Genesis vermelde heilsgeschiedenis, als aankondiger van de weg die God met het volk van Jacob verder zal gaan, als profiel van Israels grote Zoon, Jezus Christus. Is Allah, de God van de Islam de Ongekende en Onvervangbare, de Vader van Jezus Christus liet en laat zich kennen in de geschiedenis in plaatsvervangers als Jozef, Mozes en Christus.
Aan het eind van het boek wordt indringend besproken, dat heel deze studie geen studeerkame aangelegenheid is, maar verreikende gevolgen heeft. Islamitische tendenties, nl. de gestalte van de Messias te vervangen door het heldendom van de natuurlijke mens, bedreigen niet alleen de christelijke exegese maar ook het leven als christen in verhouding tot de naaste. Heel kort wordt dan gezegd, dat van een dialoog met de onderschatte Islam geen sprake kan zijn en dat een islamiserend christendom geen antwoord vermag te geven. Eerst dient de kerk intens het O.T. in samenhang met het N.T. te lezen. Theologiebeoefenaars en predikanten moeten een exegese die versnippert, schrapt of al te snel ethische toepassingen maakt, laten varen. Islamzending, ontwikkelingshulp en benadering van de joden zullen vanuit deze heroriëntatie nieuwe impulsen en een andere gerichtheid ontvangen.
Juist waar de studie origineel had kunnen zijn, blijft ze te summier, nl. in de consequenties. De vergelijking van Bijbel en Koran is immers geen oorspronkelijk idee. Men zie dr. H. A. Brongers, De Jozefsgeschiedenis bij Joden, Christenen en Mohammedanen, 1962, al reikt die studie niet verder dan de Middeleeuwen, dan Gen. 48 (zonder hoofd, stuk 38) en behandelt zij de korancommentaar zeer spaarzamenlijk, zulks i.t.t. de joodse Schriftverklaring, die bij Kohlbrugge-Van der Werf ontbreekt. In de brochure van Martin Pörksen, Jesus in der Bibel und im Koran, 1961, worden eveneens passages uit beide boeken naast elkaar gesteld en wordt de Islam, als de geniaalste poging om zonder Christus tot God te komen, even scherp ontmaskerd. 'De ware Jozef' heeft ook zijn bezwaren. Strevend naar eenvoudigheid laten de auteurs alle noten en verwijzingen weg. Daar ook een bibliografie ontbreekt, is de verifieerbaarheid wel zeer gering. Rijmt met het streven van de auteurs wel, dat de letterlijke, maar zeer moeilijke koranvertaling van Kramers gekozen is ? Een groter bezwaar achten we de eenzijdigheid. Terwijl alle belangrijke moslemcommentatoren aan bod komen, geeft Van der Werf ten aanzien van de bijbeltekst geen resumé van de uitleg in de loop der eeuwen, maar slechts zijn visie. Een visie die duidelijk deel uitmaakt van de 'nieuwe benadering van het Oude Testament' (zie drs. A. van der Kooy, Theologia Reformata, juni, 1973) door een groep Nederlandse theologen (o.a. prof. Beek, ds. Breukelman). Is het niet wat pretentieus deze visie als de 'ware Jozef" aan te bieden ? Is het niet te apodictisch te stellen dat de prediking over de Jozefgeschiedenis het nooit goed doet ? (pag. 85).
Wij zijn geen theoloog, slechts belangstellend leek, maar is onze twijfel ongerechtvaardigd, of het hebben van een 'naam' als Tamar wel zo belangrijk is, of schenker en bakker wel zoveel met de wijn en het brood van het Avondmaal te maken hebben, of het zo veelzeggend is, dat Jozef, de man van Maria, dezelfde naam draagt als Jozef, de zoon van Jacob ?
Als er zoveel verbanden zijn binnen het O.T. en tussen O.T. en N.T., waarom verdient dan de Iezing van de vijf boeken van Mozes zoveel extra aandacht in de kerk ? Moet de kerk van Christus anno 1973 weer de synagoge van de rabbijnen uit Jezus' tijd worden ?
Zijn er in de methode van Van der Werf ook geen islamitische tendenzen te bespeuren ? Als het Hebreeuws een even heilige taal wordt als het arabisch van de Koran in de ogen van de moslems is ? Als de associaties soms even stoutmoedig lijken te worden als die der korancommentatoren ? Is de methode van concordant vertalen nog wetenschappelijk houdbaar, nu in de hedendaagse linguistiek het dynamisch-equivalent vertalen het pleit gewonnen schijnt te hebben ?
Concluderend: een boeiende aanpak, ten zeerste waard om door iedere predikant en gemeentelid, die als spreker of luisteraar zich in de toekomst met de Jozefsgeschiedenis zullen bezighouden, bestudeerd te worden, maar te eenzijdig om voor eens en altijd de 'ware Jozef' te representeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's