Verbond en prediking 4
Het Verbond Gods
Wanneer de Christus in de prediking niet meer levendwekkend en levend wordt uitgedragen, kweken wij een volk, dat hoog opgeeft van het Verbond en van het geloof, maar aan de Middelaar des Verbonds voorbijgaat, Hem niet nodig heeft en niet kent.
Anderzijds wordt er een volk gekweekt, dat soms de weg der zaligheid tot in de onderdelen weet uit te stippelen. Zij vallen de zielszorgers telkens als voorlijke leerlingen in de rede en bezorgen deze moeite door hen telkens in de rede te vallen, maar zij zijn geen bidders, verootmoedigen zich niet en kennen geen oefeningen in het ware geloof. In beide gevallen is het een volk, dat rein is in eigen ogen, maar zij zijn van hun drek niet gewassen.
Het Woord Gods moet worden geopend zonder enige menselijke bijmengselen. Paulus predikte de Heere Jezus in de betoning van de Geest en van kracht. Onder ons wordt alle nadruk gelegd op het waarheidsgehalte van de prediking. En het is goed. Wee ons, wanneer wij het Evangelie vervalsen en niet al'onze gedachten leren gevangen geven in gehoorzaamheid aan Christus. Wee ons wanneer wij een ander Evangelie verkondigen. Maar wordt er evenzeer de nadruk gelegd op de betoning van de Geest en kracht ? Hebben wij de volmacht in de prediking van Christus ontvangen en de zalving met de Heilige Geest ? Paulus was zeer bewogen in de prediking. Met de schrik van de komende Rechter in zijn gebeente verkondigde hij de Heere Jezus en bewoog de mensen tot het geloof.
Betoning van de Geest
De prediking der Waarheid komt niet tot zijn recht, wanneer deze niet gepaard gaat met betoning van de Geest en van kracht. De Heere Jezus schreide eenmaal tranen over Jeruzalem, dat de profeten doodde en stenigde. Verstaan wij dat ? Paulus weet van een bediening der verzoening binnen het raam van het verbond, waarin hij als een biddende prediker staat. Hij bidt: Laat u met God verzoenen. In werkelijkheid bidt de Heere Jezus zelf: Laat u met God verzoenen. Hoe nodig is het, dat onze prediking van week tot week onder dit gericht doorgaat.
Wanneer deze levende en bewogen verbondsbetrekking in het oog gehouden ware, hadden wij minder scholastiek en minder stelsels en minder versteende gemeenten, waarbij de ouderen bevriezen en de jeugd ontkerstent op een verschrikkelijke manier, maar meer leven uit de God des Verbonds. Want hierin is het getuigenis van de Heilige Geest.
Christus moet voor ogen worden geschilderd. Wij dienen — zo zegt ergens ds. Van Reenen — te gelijken op Eliëzer, die almaar sprak over zijn meester. In Hem gaan alle schatten des Verbonds open. Daarbij is het zeer dienstig, dat wij de eis des Verbonds niet als 'n nieuwe wet prediken, maar als 'n permissie. Hier wordt de prediking niet: Gij zult, maar gij moogt. Hier wordt vaak zwaar gezondigd. Soms worden de eisen nog wel strak en stijf vanuit de gerechtigheid Gods gepreekt (gebeurde dat maar meer) maar vergeten wordt, dat al deze eisen gaven borden van de Heere Zelf. Hier mag het bevrijdende woord worden gesproken: Gij kunt het niet meer, dan doe Ik het. Immers de Wet heeft Christus meegenomen naar Golgotha en Christus heeft de Wet meegenomen naar Golgotha. In het bevel mag de belofte weerklinken: Gij moogt. Waar de nood nood is — denk aan de stokbewaarder — wordt het Woord gebracht in de vorm van het bevel. Ja, maar een bevel, dat tegelijk een ontsluiting is van iets geheel nieuws. Het is het verrassende, het nooit gehoorde, het lokkende en nodigende, dat de mens door het geloof zalig kan worden. Dat is nooit en nergens vertoond. Ons hart leert het niet de mensen ook niet, maar het Woord en de Heilige Geest. Dit geloof is het vertrouwen van het hart, de overgave. Hier is de weg, waar de mens ontvangt, wat de Heere eist. Het is de tegenstelling van alle werk en tegelijk het hoogste werk. Hier wordt het geloof genoemd en geroemd als het instrument, waardoor ons Christus en al zijn weldaden worden geschonken.
Geloof geen voorwaarde maar de weg
Bij dit punt dient evenwel de uiterste , waakzaamheid en ook behoedzaamheid te worden betracht. Immers het geloof is niet een voorwaarde, door de mens te vervuilen, maar de weg, waarlangs de Heere ons zijn weldaden: de vergeving der zonden en de vernieuwing van het leven, schenkt. Het geloof is geen wettisch artikel, maar een, dat op de markt van de vrije genade om niet is te verkrijgen.
Deze prediking snijdt als een scherp mes naar twee kanten. Ten eerste naar de kant van hen, die zeggen dit geloof te hebben, zonder kennis van God en van zichzelf te hebben ontvangen. Dit zijn in de diepste grond niet anders dan eigengerechtigde snoevers, die steeds over geloof spreken, zonder de Verbondsmiddelaar te kennen. Aan de andere kant stelt deze prediking de mens in zijn ongeloof aan de kaak. Het moet en mag niet normaal zijn niet te geloven. Het ongeloof moet tot in zijn diepste wortels als schuld worden gepreekt, opdat wij de Heilige Geest niet bedroeven, die in zijn strafambt 'juist is gekomen om de wereld te overtuigen van zonde, omdat zij in Christus niet geloven.
In zulk een prediking worden aan zichzelf ontdekten wel tegen de muur gezet, wanneer de eis tot geloof wordt gehoord. Dit kan en mag hen niet worden bespaard. Wanneer echter met gelijke kracht de permissie om te geloven wordt verkondigd, zal alleen door de opening van het Woord en het hart door de Heilige Geest de Christus op de wagen van Zijn Woord in het hart worden ingedragen. Dan kan de mens het niet laten de zoom van 't kleed van Christus aan te raken. Dat is het komen tot Jezus.
Door de nodiging en de dreiging wordt de klem gesteld en dienen de mensen gebracht te worden tot de daad des geloofs. Aan deze zaken zal in de prediking alle aandacht geschonken dienen te worden. Immers het gebrek aan zekerheid des geloofs wordt niet opgeheven door elke week alleen maar waarschuwend te prediken, maar door nauwkeurig te preken de weg des geloofs tot Christus, ja Christus Zelf als de Weg, de Waarheid en het Leven.
Daarbij is het onze dure roeping de Christus geheel ter rechtvaardiging en heiliging tot voeding en onderhouding van het leven des geloofs te prediken. Telkens opnieuw zal de Christus tot vergeving der zonde worden voorgesteld en aangeboden en toegeëigend. Hij is het enige rustpunt in de dagelijkse en vaak benauwende worsteling met onszelf. Maar de klem van de bekering tot het leven des verbonds dient te worden gehoord. Met de omhelzing van Christus worden ook zijn rechten en inzettingen omhelsd. Niet los van Hem, maar in Hem. Hier wordt een geheel veld ontsloten van het leven met Hem en uit Hem. Hier zal op de schriftuurlijke wijze over de vernieuwing van het leven worden gehandeld. Hier zal de troost worden ontsloten voor het altijd weer dorstige hart om te drinken uit de fonteinen des levens. Hier komt de vastheid van het Verbond, zoals het wortelt in de eeuwige Raad Gods in het gezicht. Hier mag en moet worden gesproken van een vastmaken van de roeping en verkiezing, opdat er niet meer zal worden gestruikeld. Hier komt de lof Gods in het gezicht verbonden met het kruisdragen en het achter Jezus aangaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's