Met welk oordeel gij oordeelt
'Met welk oordeel gij oordeelt zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet zal u wedergemeten worden'. Ach ja, dat staat wel in de Bijbel, maar hoe vaak wordt er intussen tegen gezondigd. Mensen oordelen mensen maar al te vaak, juist ook als het gaat over het meest eigene dat er is, namelijk iemands geestelijk leven. Rondom sterfgevallen, bij de (eerste) Avondmaalsgang, bij een persoonlijk getuigenis staan soms de critici, de mensen, die het weten kunnen of het denken te kunnen weten, gereed om te keuren of het écht is of niet. Hoe vaak gebeurt het niet dat botweg geoordeeld wordt: die of die 'heeft er geen kennis aan'. Het wordt gezegd van predikanten, van ouderlingen, van mede-gemeenteleden. Soms wordt het gezegd door mensen, die het van zichzelf óók zeggen, dat ze er geen kennis aan hebben en het en passant ook voor anderen uitmaken. Het oordeel gaat over henzelf en over anderen. Erger wordt het echter als mensen, die bekend staan als bijvoorbeeld 'moeders in Israël' niet schromen om 'kinderen in de genade' naar hun maatstaven te meten en dan het geestelijk leven bij anderen kleineren of ontkennen. Iemand schreef mij daar namelijk over. De vraag is of de benaming 'moeder in Israël' dan wel op z'n plaats is. Een moeder zorgt immers, is blij met nieuw leven, hoe zich dat ook uiten moge.
Het is altijd weer een verkwikking geestelijk gerijpte mensen, mensen die ingeleid zijn in de kennis en de vreze des Heeren, te ontmoeten, die puren naar geestelijk leven bij anderen, bij wie de liefde overheerst, de echte zorg om het heil van anderen.
Het is soms echter helaas anders. De jonge plantjes worden dan stukgetrapt door achterdocht of kritiek. Iemand zei eens: het échte leven kan tegen een stootje; met andere woorden, als je over levenskrachtige gewassen loopt en ze zijn écht levenskrachtig, dan zullen ze het wel doorstaan ! Iemand antwoordde heel terecht: dat is óók een vorm van tuinieren ! Er kan namelijk toch wel blijvende schade aan de levende planten worden toegebracht. Wat men in het natuurlijke leven niet zou wagen, past men in het geestelijke unverfroren toe.
Er wordt en is heel wat afgezondigd in de gemeente, die naar Gods Naam is genoemd, juist ook op het punt van beoordeling van anderen.
In plaats van zich schuldig te maken aan het geestelijk-keurmeesteren is het beter te luisteren naar de vermaning des Heeren: 'Strijd gij om in te gaan !' Of ook naar déze vermaning: 'Zo wie één van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem beter dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken was in de diepte der zee.'
Zijn 't irreële dingen, waarover ik schrijf? Me dunkt van niet. Viert soms de liefdeloosheid geen hoogtij ? Soms worden anderen geoordeeld naar een bepaald geijkt patroon. Dan is er alle aanleiding om te vragen: 'wie zijt gij die een ander oordeelt? '
Is er bovendien niet een veelkleurigheid in het geestelijk leven, die ook alles te maken heeft met de veelkleurige wijsheid Gods ? Gaat de Heilige Geest met mensen soms niet allerlei verschillende wegen ? Is het niet het belangrijkste dat 'de wortel der zaak' in ons gevonden wordt ? Het is een trieste zaak als mensen afdingen op elkaars geestelijk leven, soms vanwege ondergeschikte zaken of ook vanwege bepaalde uitdrukkingswijzen, die anders zijn, omdat de taal niet is volgens een bepaald patroon.
Oordeelt niet! Het wordt wel heel moeilijk om anderen te oordelen wanneer we bedenken dat onze zaligheid vrucht van verkiezing van God is. Het was al verkiezend handelen van God, dat het Evangelie door de grenzen van Israël brak en overgebracht werd naar Europa, óók naar ons. Dat wij, hier en nu, met het Evangelie in aanraking mochten komen! Dat wij, uitgerekend wij, aangeraakt mochten worden door het Woord. Hoe zouden we dan anderen oordelen, die belijden eenzelfde genade deelachtig te zijn ? God zocht ons, samen-met-anderen. Wie zijn eigen geestelijke opvattingen en inzichten, zijn eigen weg of liever de weg die Gód met hem ging verabsoluteert, staat schuldig aan het gebod van de liefde. Wat kan er veel geleden worden door mensen, die onder het geestelijk juk van anderen door moeten gaan, die geestelijk niet voor 'vol' worden aangezien, terwijl ze weten van de aanraking van God in hun leven. Dan mogen we wel bedenken dat er geen rangen en standen in het geestelijk leven zijn; wél trappen in de genade. Maar wie tot hoger trap in de genade geroepen wordt, wordt niet hoger bij zichzelf maar voegt zich bij de nederigen.
Oordeelt niet, het is een bijbelse vermaning die ook in onze tijd, ook in onze kringen wel zeer van toepassing is. Anderer oordeel kan tot gevolg hebben dat het geestelijk leven in zijn groei wordt belemmerd.
Kerkelijk
Er is een kwaad, wat betreft het oordelen, dat minstens zo diep zit. Er zijn in dit opzicht namelijk ook de kerkelijke zonden. Ook in het kerkelijk bedrijf is er sprake van verabsolutering van eigen inzichten. De eigen groep, de eigen kerk, de eigen kring wordt dan torenhoog verheven, ten koste van anderen. Wie de geschiedenis van de kerk, van kerkelijk Nederland óók, van de Gereformeerde Gezindte met name, op zich laat inwerken moet met schaamte erkennen, dat er heel wat onheilig vuur was en is. Wat wordt er gelopen voor eigen huis, terwijl het gevaar levensgroot aanwezig is dat het huis van God woest wordt gelaten.
O neen, het zal niet openlijk worden gezegd dat de eigen kerk de enige ware is, maar in de praktijk functioneert het soms wél zo. Versta mij goed, ik besef zeer wel — om het met een variant te zeggen - dat de liefde tot z'n kerk ieder is aangeboren. Versta mij ook in ander opzicht goed: het gaat niet aan om te stellen dat we maar zoetsappig tegen elkaar moeten zijn. Als het namelijk gaat om wat we als de diepste kern van de Waarheid Gods ervaren, dan mag daar in alle eerlijkheid, duidelijkheid en — als het nodig is — in alle scherpte over geschreven en gesproken worden. Maar het is wel héél erg als gesuggereerd wordt dat de zaligheid zo ongeveer met een bepaald kerkelijk verband is verweven.
Des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze, is ook in onze tijd nog een in praktijk gebrachte uitdrukking. Ik zou het hier niet schrijven, als ik niet telkens weer brieven of andere reacties ontving van mensen, die erdoor in een geestelijke crisis geraakten. Mensen, die overgingen van de ene kerk naar een andere en van familie of vrienden zo ongeveer de scheidbrief kregen. Er zijn wat een stukgeslagen verhoudingen, vastgelopen huwelijken, verbroken familie- of vriendenrelaties vanwege het kerkelijk vraagstuk. En er wordt wat geoordeeld over iemands geestelijke staat naar aanleiding van de kerkelijke weg die hij of zij gaat.
Het kan voor mensen dan tot stikkens toe benauwd worden. Ik bemerk dat nogal eens in reacties van allerlei aard. Ook in dit opzicht ligt er een stuk schuld binnen de kerken. Het 'oordeelt niet' heeft ook kerkelijke implicaties.
Bekering
Wat hebben we in kerkelijk Nederland, binnen de Gereformeerde Gezindte ook, nodig een hartgrondige bekering, een ommekeer, waardoor we elkaar gaan zien en gaan erkennen als te behoren tot het éne lichaam, tot het ene verscheurde lichaam, waarvan niemand zeggen kan: bij ons is het! Als God onze kerken en onze groepen naar Zijn maatstaven meten gaat dan gaat er een rechtvaardig oordeel over ons, ook ten aanzien van ons lichtvaardig oordelen.
Het geestelijk leven kan zelfs belemmerd worden in zijn groei door het kerkelijk oordelen en veroordelen van elkaar. Ik sprak pas iemand, die kerkelijk gezien diepe wegen moest gaan en daardoor door al zijn kerkelijke zekerheden en standjes was heengezakt. In de wijze waarop hij sprak over de kerkelijke hovaardij en zelfgenoegzaamheid bij velen proefde je de oprechte pijn. Samen zijn wij afgeweken ! Wat kan de kerkelijke zelfoverschatting en zelfgenoegzaamheid namelijk fnuikend zijn voor het geestelijk leven. Soms gaat dit kerkelijke en geestelijke heel nauw samen.
Sinds enige tijd lees ik een kerkelijk blad waarin niet afgelaten wordt te zeggen dat het met het geestelijk leven in Nederland zo ongeveer afgelopen is. Waar men nog mag opgeven van geestelijk leven 'kan men het van mij gestolen krijgen', zo las ik bijvoorbeeld. Intussen rijst dan een kerkbeeld op, dat gekenmerkt wordt door het preken van de onmogelijkheid, van het 'afgelopen zijn' met de kerk. De verkondiging bestaat in het oordelen van anderen, het afdingen van geestelijk leven bij anderen, het aanzeggen dat we het 'gehad hebben', dat het 'voorbij is'. Dan kan de zelfgenoegzaamheid liggen in het constateren, dat het allemaal dóód is en dat de Geest geweken is. Maar dan kan ook de Geest worden bedroefd en uitgeblust.
Oordeelt niet ! Het geldt in het persoonlijk leven. Het geldt in het kerkelijke. Zo óóit, dan is er alle reden om te oordelen met het oordeel van de liefde, opdat er in onze barre tijden de verbondenheid zij van allen, die de verschijning van Christus oprecht lief hebben gekregen, ook al wordt dat in verschillende toonaarden en in verschillende kerken beleden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's