Verbond en prediking (slot)
Het Verbond Gods
Verkiezing en Verbond
Met dit alles zijn wij bezig de verbondsbetrekking uit te diepen. Daardoor licht op, dat er in deze betrekking verdiepingen zijn. Immers deze betrekking is bij alle kinderen des Verbonds niet even diep. Hoevelen verkeren niet onder het Evangelie, zonder dat het leven uit dit Verbond hen opengaat ? Scherp gezegd: Twee mensen zitten onder hetzelfde woord, de een valt ervoor, de ander blijft er onbewogen onder. Paulus spreekt van kinderen des vleses en kinderen der belofte. In Ismaël en Izaak wordt het duidelijk gemaakt. Izaak verschijnt als de man, in wie de belofte Gods niet faalt, het kind van het wonder; Ismaël als de zoon des vleses, die het type is van de werkgerechtigheid en de verpersoonlijking van het streven des vleses om tot God op te klimmen. Het is te begrijpen, dat deze zaak immer de geesten heeft beziggehouden. Zonder hier een offer te brengen aan het verstand, dat wil doorgronden, mogen wij hier met Calvijn trappen aannemen in de verkiezing. Allen wel kinderen des Verbonds, maar allen niet op dezelfde wijze. Er zijn geestelijke en vleselijke kinderen des Verbonds. Dat geeft in de prediking spanning. Het is de spanning tussen verkiezing en verbond. Het is niet mijn taak de plaats van de verkiezing in de prediking aan te geven. Dat is een onderwerp apart.
Wij zullen de gehele Schrift hierin laten spreken. Nooit en nimmer mogen wij deze spanning oplossen. Wij dienen in God te beginnen en te eindigen, de verborgen dingen latend voor de Heere onze God.
Met alle kracht hebben wij ons te verzetten tegen de dictatuur van het verbond over de verkiezing en omgekeerd tegen de dictatuur van de verkiezing over het verbond. Wij hebben in de prediking in het geloof de verbanden na te gaan. Sommigen spreken gaarne van een inwendig verbond (verkiezing) en een uitwendig verbond (allen die gedoopt zijn). Anderen van het Verbond zoals dat ligt in de Raad Gods en de bediening daarvan in de tijd. Weer anderen van een onvoorwaardelijk en een voorwaardelijk verbond. Aan al deze woorden kleven bezwaren. Wij kunnen er immers een verkeerde kant mee uitgaan. Maar het gaat ons niet om woorden, maar om de zaak, die erdoor wordt uitgedrukt en bedoeld. De zaak nu is zonneklaar. De Schrift leert het ons en de ervaring bevestigt het.
Onderscheiding en scheiding
Welke onderscheidingen men ook gebruikt, men wachte zich voor de scheiding. Het heeft God behaagd Zijn Kerk op aarde in deze samenstelling te doen verkeren. Wat God op deze wijze heeft samengevoegd, scheide de mens niet. De tarwe wordt op zijn best in het kaf bewaard. Zo is het ook met de Kerk op aarde. De ware gelovigen floreren op zijn best, wanneer zij als het hart van de gemeente functioneren en als een zoutend zout de gehele gemeente doordringen, zodat zij een klaar getuigenis geven temidden van een krom en verdraaid geslacht. Niemand poge deze ware gelovigen los te pellen uit het geheel, niemand verheffe hen tot een bijzondere klasse.
Bovendien, wij zijn geen kenners der harten. Bij elke schok, die de gemeente op aarde krijgt, geldt: Evenwel, het vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn. En: Een ieder, die de Naam des Heeren noemt, sta af van ongerechtigheid. De ware christen wordt gekend aan de ootmoed.
Een Hongaars gemeentelid zei eenmaal tot zijn predikant: Weet u dominee, het is nu eenmaal zo, dat in ieder mens een vat vol hoogmoed zit, en dat is heel erg. Maar het is nog erger, dat in de mensen, die geloven, minstens tweemaal zoveel hoogmoed zit. Het ergste echter is toch wel, dat in een dominee minstens drie vaten hoogmoed verborgen zijn. Dat wij het ter harte nemen en... vruchtbaar zijn.
Het nauwe verband tussen de gemeente, zoals de Heere die ziet en kent en de gemeente, zoals die zich aan ons voordoet, is wellicht het duidelijkst te maken met het voorbeeld van eén noot. De kern en de pit wordt bewaard door de bast. Wordt deze bast eraf gehaald, dan gaat de pit tot bederf over. De opening zal plaatsvinden op de dag der eeuwigheid. Dat kunnen en mogen wij aan de Heere overlaten.
Aan ons de roeping
Aan ons de roeping het volle Woord te ontvouwen en van Calvijn te leren, dat de dogmatische bezinning dan pas goede vorderingen maakt, wanneer deze geheel gevuld wordt door een onafgebroken bezig zijn met de Heilige Schrift. De dogmatiek dient zich als een spons helemaal vol te zuigen uit de sappen van de Heilige Schrift. Wat is het geheim van de Institutie ? Dat deze ontstaan is uit het schrijven van verklaringen van de Heilige Schrift en uit het dagelijks preken. Daarom komen bij Calvijn de zaken van het geloof en het Verbond en nog zoveel meer immer gebundeld voor. Later zijn al deze dingen meer uiteengewaaid en heeft de scholastiek zich van deze zaken ten dele of geheel meester gemaakt tot schade van de gemeenten en haar prediking.
Daarom is het uw en mijn taak deze schatten te overdenken. Wij hebben de weg van het Woord te gaan. Calvijn heeft immer uit het leven des geloofs, dat is het leven des verbonds, geschreven en gehandeld. Dat is zijn kracht en zijn leven geweest.
Zal ook de prediking vandaag haar werk doen, dan is nodig, dat zij doordrenkt worde met het Woord en de Geest van de God des Verbonds, die ook nu zijn Verbond bewaart.
Aan ons de roeping onszelf te beproeven, of wij dit leven des geloofs zijn deelachtig geworden, of wij ranken, dat zijn vruchtdragende ranken, in de Wijnstok Christus zijn. Dat is het onderscheidend element in de prediking, dat nooit gemist mag worden. Van hieruit heeft de waarschuwing haar volle kracht. Nooit zou de wraak zo erg zijn, wanneer de verbondsbetrekking er niet geweest zou zijn. Hier moet ten volle tot gelding komen: Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht geven ? En: Die in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien in der eeuwigheid, maar de toorn Gods blijft op Hem. Waar dit onderscheidende element verdwijnt, verliezen wij door de breedte de diepte en verdwijnt de gemeente in de massa.
Zo zien wij, dat het verbond het raam is, waarbinnen het verkeer plaats vindt tussen God en Zijn volk. Dit geloofsleven kan er zijn, zonder dat er een klaar inzicht is in de zaken, die nu aan de orde zijn. Omgekeerd kan er een klaar inzicht zijn zonder waarachtig geloof. Het gaat er echter niet om wat kan, maar wat behoort. Het is een machtige verrijking en verdieping van het leven des geloofs. Dat doet uitzien naar de geheel klare openbaring des Heeren, waarbij het raam zal wegvallen, het Godsgebouw van het steigerwerk zal worden gezuiverd en de gemeente zonder vlek en rimpel aan de Vader zal worden voorgesteld. Daar zal God alles zijn in allen.
Daar gaat ook in vervulling het eenvoudige psalmvers:
Loutere goedheid, liefdekoorden,
Waarheid zijn des Heeren paan
Hun, die Zijn verbond en Woorden,
Als hun schatten gadeslaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's