Rondom de Reformatie
Eén weg
Toen ik mij, in verband met de voorbereiding voor een lezing op de toogdag van de Mannenbond, bezighield met de inhoud van Romeinen 3, werd ik meer dan ooit getroffen door de centrale plaats, die de inhoud van dit hoofdstuk de eeuwen door gehad heeft in toegespitste situaties van de kerk.
'Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet hebbende getuigenis van de wet en de profeten: namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus tot allen en over allen, die geloven. Want er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is, welke God voorgesteld heeft tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed' (vs. 21—23).
Op deze belijdenis gingen de kerk en de synagoge bij het begin van onze jaartelling uiteen. Zonder de wet, alléén door het geloof ! Niet door de werken, door nauwgezette wetsbetrachting, maar door genade, om-niet!
Deze belijdenis stond opnieuw centraal toen Luther de bevrijdende, de 'vrolijke' ontdekking deed, dat hij als een goddeloze gerechtvaardigd werd om-niet, door het werk van een Ander, dé Ander, Jezus Christus.
Met deze leer van de om-niet verleende genade staat of valt het hele bestaan van de kerk. Zodat Groen van Prinsterer zei dat er buiten deze leer van de om-niet verleende genade geen gereformeerde, zelfs geen christelijke kerk is.
Deze belijdenis staat ook nu weer centraal bij de vraag rondom het kerk-zijn. We hebben dezer dagen weer de herdenking van de Reformatie gehad, voor velen een achterhaalde zaak, maar juist daarom temeer een broodnodige zaak. Wat bij
de Reformatie werd herontdekt is in alle tijden in het geding geweest, maar in onze tijd ook weer in het bijzonder actueel. Om niet behouden, zonder de werken der wet !
Israël
Het is in onze tijd temeer nodig om voor deze belijdenis weer met kracht op te komen, omdat we een ombuiging zien van het theologisch denken in die zin, dat er een zodanige oriëntatie is op het Oude Testament, geconcentreerd in het 'Christus onze gerechtigheid', naar achteren worden gedrongen. We krijgen dan de theologie van het Leerhuis, waarin de joodse rabbijnen de leermeesters zijn. Zodat men weer teruggaat naar de tijd vóór de breuk tussen de kerk en de synagoge. Het zouden de rabbijnen zijn die ons moeten vertellen hoe we de Schriften hebben te lezen. Maar dat Paulus zegt, dat nu de gerechtigheid geopenbaard is buiten de wet om, doet vaak niet meer mee. Tegen deze theologie verzette zich het Getuigenis. De zaligheid is immers in géén ander dan in de Gekruisigde en Opgestane Christus ? Wanneer de belijdenis van Romeinen 3 niet meer centraal staat, dan wankelt alles. Dan zijn we niet meer onder de genade maar onder de wet. Dat is de geweldige ontdekking van de Reformatie geweest.
Maar nu moet ook op een andere ontsporing worden gewezen. Allerwege is de aandacht weer gericht op Israël, gezien de wereldschokkende gebeurtenissen rondom dit volk. Veel liefde, aanhankelijkheid en meeleven ondervindt het joodse volk in deze dagen van beproeving, óók vanuit de kerken.
Intussen duiken ook de Israëlvisies op. Laat ik dan vooropstellen, dat ik geloof dat er in het Oude Testament, in de profetieën een onvervulde rest is en dat ten aanzien daarvan het volk Israël in de eindtijd wel eens een speciale plaats zou kunnen hebben. Als zodanig zou het wel eens zo kunnen zijn dat Israël hét teken zal zijn in de volkerenwereld. Dat zeg ik, zonder te vervallen in het andere uiterste, namelijk dat allerlei concrete toestanden, personen en staten als het ware worden ingelezen in het Oude Testament, worden getrokken in de profetie, zodat men de brokstukken van de profetie als een legpuzzel in elkaar legt tot een pasklaar en doorzichtig geheel. God zélf zal Zijn profetie in vervulling doen gaan en dan ook doen zien hoe, op welke wijze. Maar gezien de profetie, gezien ook het feit dat van Israël nog altijd geldt dat het de beminden zijn om der vaderen wil, dat het is het volk van de belofte, mag onze aandacht voor dit volk er bepaald wel zijn. God zal Zijn belooften ook voor Israël waar maken.
Niet doorslaan
Maar laten we van de weeromstuit niet doorslaan. Velen spreken in deze dagen over het geloof van Israël. Bij allerlei commentaren in de pers en de andere communicatiemedia kan men dat element herhaaldelijk tegenkomen: De kracht die Israël put uit z'n geloof ! Door dit zo te accentueren vergeten we echter dat er een breuk is gekomen tussen de kerk en de synagoge, waarbij het juist ging om dat centrale element, dat nu de gerechtigheid geopenbaard is in Christus, en dat het gaat om het geloof in Hem. Israël kan niet op een andere wijze, langs een tweede weg behouden worden. De ergernis van het kruis is ook een zaak die Israël geldt. Daarom, als over het geloof van Israël gesproken wordt, dan is dat, ook al is het wél het geloof in Jahweh, niet het geloof in Hem die het verlorene zoekt, die verzoening heeft aangebracht. Waarmee uiteraard niet vergeten mag worden dat ook in Israël christen-joden waren, die wel het geloof in Christus kennen. Maar het kruis van Christus staat op de scheidslijn van de kerk en de synagoge. Met alle liefde, die er zijn mag en zijn moet voor het volk Israël, moet ook gezegd dat dit volk nog zonder Christus, en dus vervreemd van het burgerschap Israels en vreemdeling van de verbonden der belofte is (Ef. 2 : 12).
Het geloof van Israël zal pas kunnen opbloeien na de aanvaarding van Christus als de Messias; al besef ik ook zeer wel dat het niet zonder betekenis is dat de Joden tot de Jahweh van het Oude Testament bidden.
Het gevaar is zeer reëel aanwezig, dat de sympathie voor Israël, de Israël-verwachtingen ook, het kruis van Christus naar achter doen schuiven. Terwijl alleen door dit Kruis behoud te vinden is. Er is geen onderscheid, zegt Romeinen 3, want zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods en worden om-niet gerechtvaardigd. De herdenking van de Reformatie bepaalt ons opnieuw bij het alomvattende van de genade. En daarom: niet het leerhuis van de rabbijnen, niet het diensthuis van Rome, ook niet twee wegen van behoud, één voor christenen en één voor joden, maar één boodschap van genade over en voor allen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's