De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking als verkondiging 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking als verkondiging 1

7 minuten leestijd

Artikelenserie over de predikingDe afgelopen periode werd in De Waarheidsvriend een serie artikelen geplaatst over het Verbond. Nu deze serie beëindigd werd met enkele artikelen over verbond en prediking, leek het de redactie nuttig om een serie artikelen te plaatsen over de prediking, als zodanig. Het gaat er daarbij om de gemeenteleden te confronteren met allerlei aspecten van de prediking waarbij het eigene van de gereformeerde prediking duidelijk uit de verf moet komen. De onderwerpen, die aan de orde komen, zijn: I. De prediking als verkondiging (prof. dr. C. Graafland) 2. De volmacht van de prediking (drs. A. de Reuver) 3.De prediking als voertuig van de H. Geest (dr. H. Bout) 4.Trinitarische predildng (ds. W. van Gorsel)5. Appellerende prediking (ds. J. Maasland)6. Onderscheiden prediking (ds. W. L. Tukker 7. Bevindelijke prediking (ds. C. den Boer) 8. Prediking in een tijd van woord-devaluatie (dr. C. A. Tukker)9. De taal van de prediking (ds. L. Kievit) 0. Actuele prediking (ds. J. de Lange) II. Preken in onderscheiden situaties (ds. L. Blok)12. Tijdprediking (ir. J. van der Graaf)13. De leerdienst (drs. A. van Brummelen)

De prediking neemt in onze erediensten een centrale plaats in. Dat zal dan ook wel één van de redenen zijn, waarom voortdurend over de betekenis van de prediking, over haar inhoud en haar methode, wordt nagedacht. Als het inderdaad terecht is, dat de prediking zo'n centrale plaats inneemt, is het ook van het grootste belang te weten, welke de goede prediking is en hoe deze goede prediking tot stand komt en hoe ze het best tot haar recht komt.

Uiteraard is het dan mogelijk en zelfs noodzakelijk om meer dan één kant hiervan te belichten. Doen wij dat niet, dan raken wij al gauw in eenzijdigheden verzeild. En dat willen wij juist niet, omdat wij een bijbelse en reformatorische prediking voorstaan. Eén van de kenmerken van deze bijbelse, reformatorische prediking is immers, dat zij niet eenzijdig wil zijn, maar al de aspecten van de boodschap der Schriften wil belichten. Zij staat er naar om niet alleen de hoogte en de diepte, maar ook de lengte en de breedte van het in de Schrift ons geopenbaarde heil aan de gemeente door te geven. En omdat deze totale benadering van het Schriftgetuigenis onuitputtelijk is, daarom zullen er altijd weer nieuwe aspecten naar voren treden. Dat betekent tegelijkertijd, dat het nadenken over de prediking van het Woord altijd weer opnieuw nodig en vruchtbaar is.

Alleen voor de predikers zelf van belang?

Nu zou het op het eerste gezicht kunnen schijnen alsof deze voortdurende bezinning alleen voor de predikers zelf van belang is. Tenslotte zijn zij het toch, die iedere zondag deze opdracht moeten volbrengen. Dat blijft inderdaad altijd een zware en verantwoordelijke opdracht. Altijd brengt ze ons in het spanningsveld van de ontmoeting tussen God en de mens, tussen Christus en Zijn gemeente. Het komt er altijd weer op aan, dat het Woord zuiver wordt verkondigd. Dat het werkelijk Gods stem is, die tot de gemeente doorklinkt. Dat is het gewicht, dat aan de prediking hangt, en dat soms zwaar is om te tillen. Omdat het zo'n grote verantwoording met zich meebrengt.

Terwijl aan de andere kant het ook soms als een last ligt op het hart van de prediker om met dit Woord van God de mens te bereiken. Het gaat er wel allereerst om, dat Gods Woord zuiver wordt doorgegeven, maar dan is het ook noodzakelijk, dat dit Woord tot de gemeente komt, dat het door de gemeente verstaan wordt en dat het een doorslaggevende rol gaat spelen in het leven van de gemeente in al haar geledingen en variaties. Ook dat brengt de prediker in de spanning van de vraag, of hij wel een goede verkondiger is van het Woord des Heeren.

Ook de gemeenteleden

Het blijkt daarom telkens weer, dat deze vraag velen bezighoudt. Echter niet alleen vele predikers, maar ook vele gemeenteleden. Ook de laatsten dragen mee aan de verantwoordelijkheid voor de prediking. En dat is een goede zaak. Want het behoort tot het wezen van de gemeente, althans naar reformatorisch inzicht, dat zij een mondige gemeente is. Het is niet zo, dat alles wat de prediker haar voorstelt zonder meer als waarheid wordt aangenomen. Nee, deze gemeente is aan de ene kant ontvangende gemeente. Zij ontvangt via de prediking de woorden van God, en als het goed is, doet zij dat met een begerig luisterend en ontvankelijk hart.

Maar aan de andere kant is deze gemeente ook toetsende gemeente. Zij ontvangt de prediking niet zomaar. Maar zij toetst haar aan het Woord van God zelf. De werkelijk functionerende gemeente lijkt een beetje op de jonge gemeente van Berea, die het apostolisch woord toetste aan de Schriften, om te onderzoeken, of deze dingen alzo waren. Zo doet de christelijke gemeente nog. Aan de ene kant is zij luisterende, ontvankelijke gemeente. En aan de andere kant is zij tegelijk ook toetsende gemeente.

Dat laatste moet niet worden vereenzelvigd met een harde critische instelling' Er kan een gemeente zijn, of een aantal gemeenteleden, die naar de prediking luistert met een negatief-critisch oor. Dan is men alleen gericht op wat men in die prediking niet hoort. Dan is men alleen bezig om na te gaan, wat er aan mankeert of wat er verkeerd gezegd wordt. Dat is een vruchteloze houding. Zo'n gemeente verkilt, en sterft tenslotte aan haar rechtzinnigheid.

Maar dat toetsen, waarover wij boven spraken, is iets anders. Dat is een houding , die voortvloeit uit een levende omgang met de Schrift, en die zó een stempel drukt op het omgaan van de gemeente met het gepredikte Woord. Zo'n toetsende houding is niet een negatieve houding, die afbreuk doet aan de Dienst des Woords, omdat ze verkillend werkt. Maar zij is juist een positieve houding van geloof en liefde, die stimulerend werkt voor de samenkomst van de gemeente en die ook stimulerend werkt voor de prediker. Door zo'n gemeente wordt een prediker in de bediening van het Woord gedragen en gestuwd, ook verdiept en bevrucht. Omdat de klankbodem van het Woord in zo'n gemeente een vruchtbare erf stimulerende echo vormt op de wekelijkse prediking van het Woord. Gelukkig de prediker, die zo'n gemeente mag dienen. Hij zal niet alleen deze gemeente tot een zegen zijn, wanneer hij haar vanuit het Woord bedient, maar deze gemeente zal ook hem tot een zegen zijn, omdat ze hem door haar-gelovig en liefdevol toetsen stuwt en verrijkt.

Nood der prediking

Het is echter bekend, dat het met de prediking in heel veel gevallen niet zo best gesteld is. Men spreekt sinds lang reeds over de nood der prediking. En het zal wel niet geheel uit de lucht gegrepen zijn, als men opmerkt, dat juist de verschraling van de prediking één van de hoofdoorzaken is, waardoor het kerkelijk leven zo achteruitgaat. Want als de prediking niet meer het levend hart is van de samenkomst van de gemeente, wordt het een dode onaantrekkelijke zaak. Dan sterft zo'n gemeente af. En dat kan door geen enkel vervangingsmiddel worden tegengegaan. Dat heeft de practijk van de laatste jaren ons wel heel duidelijk geleerd.

Het is dan ook te begrijpen, dat men op allerlei wijze bezig is om wat aan de prediking te doen. Om haar weer actueel te maken, om haar weer een wezenlijke rol te doen spelen in de gemeente. Alleen de wegen, die daartoe worden bewandeld, worden vaak meer aangewezen door menselijke wijsheid dan door het gehoorzaam luisteren naar de Schrift. Men probeert het vaak op allerlei manieren, terwijl men vergeet te vragen, wat nu eigenlijk wezen van de prediking is. Dat wezen van de prediking is immers, dat zij verkondiging is van het Woord van God. Daarmee staat of valt zij. Het Woord van God is haar bron en haar norm. Als zij zich niet daaraan houdt, heeft zij geen toekomst. Geen dageraad, zegt de Schrift zelf. Dan heeft ze uiteindelijk niets om het lijf, omdat de prediking dan ontaardt tot louter mensenwoord, dat krachteloos is en niet werkelijk gezaghebbend. Maar het bijzondere van de rechte prediking is juist, dat zij Gods Woord wil doorgeven. En Gods Woord is krachtig en houdt eeuwig stand. Gods Woord is werkelijk gezaghebbend, zodat zelfs de felste menselijke tegenstand het daartegen moet afleggen.

Daarom, als er nu in een aantal artikelen wordt nagedacht over de prediking, is het een goed begin om eerst met elkaar te spreken over de prediking als verkondiging. Wat houdt dat in? Wat wordt bedoeld als de prediking verkondiging wordt genoemd? Wat wordt er verkondigd? Wat is de bron en wat kan de bron niet zijn? Dat zijn de vragen, die hier aan de orde komen. Daar willen wij een volgende keer nader op ingaan.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De prediking als verkondiging 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's