Bruiloftskinderen treuren niet!
Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: aarom, vasten wij en de farizeën veel en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren zolang de Bruidegom bij hen is? Mattheüs 9 : 14 en 15a
Alles heeft een bestemde tijd en alle voornemen onder de hemel heeft zijn tijd. Er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te kermen en een tijd om op te springen. God heeft ieder ding schoon gemaakt op Zijn tijd.
Deze woorden uit Prediker 3 zijn in de komst en door de mond van Christus vervuld! De tekst maakt 't ons duidelijk. Wat er aan de hand is? Wel enige discipelen van Johannes de Doper stellen de Heere Jezus de verwijtende vraag: waarom vasten wij en de farizeeën veel en Uw discipelen niet? Uitgaande van hun eigen levenspatroon vinden zij het doen en laten van Christus en Zijn leerlingen zacht gezegd maar vreemd. Jezus vormt met de Zijnen een uitzondering op de bekende regel. Waarom?
U weet, dat je jezelf als je vast, geen eten en drinken veroorlooft. Je concentreert je volledig op hogere, geestelijke waarden. In Israël kwam dat dikwijls voor. Met het vasten bedoelde men symbolisch te zeggen: ik zie af van levensonderhoud, ik geef mijn leven a.h.w. prijs. Elke lust om te eten of te drinken ontbreekt me, omdat ik een groot verdriet in mijn hart heb. Hoe men daarbij kwam? Men besefte heel diep, dat men het leven niet meer waard was. Zodoende was het vasten een teken van zelfvernedering, van zelfveroordeling. Op de grote Verzoendag nam iedere Israëliet •— daartoe verplicht — eraan deel. Zo had God het voorgeschreven. In plaats van het woord vasten leest u in Levictus 16 telkens: uw zielen verootmoedigen. Ook na de ballingschap vastte het volk, met name op de dag van de verwoesting van de tempel.
In tijd van nood, bij natuurrampen of als er oorlog dreigde, of pest woedde, vastte ieder Israëhet.
Meestal duurde het vasten één dag. Een dag die nooit op de sabbath mocht vallen. De maandag en de donderdag werden er bij uitstek voor gebruikt. U begrijpt dat er voor zo'n vastendag allerlei voorschriften en leefregels werden gegeven voor wat mocht en niet mocht. Allerlei gebeden die tot God moesten worden opgezonden, werde ingeprent en uitgesproken Hoe stipter, hoe beter!
Behalve dit nationale vasten, bestond er ook het vrijwillige, het privé-vasten. Ieder kon op diverse momenten en bij verschillende gelegenheden daartoe overgaan, voor korter of langer tijd. David b.v. vastte in tijd van nood (o.a. Ps. 35, 69, 109). Daniël en diverse andere profeten deden het. Men vastte persoonlijk, b.v. wanneer iemand gestorven was, als teken van rouw. Men wilde door middel van vasten soms vrijwillig boeten voor bepaalde zonden of vergrijpen. Er werd gevast om verhoring op het gebed te krijgen of om tijdelijk en eeuwig onheil af te weren.
Samenvattend: het vasten was in Israël dus een teken van boete en rouw, met name over begane zonden en bestaande schuld voor God. Als volk en enkeling verootmoedigde men zich voor de Heere, beleed schuld en hoopte op genade.
'O Heere hoor, o Heere vergeef, o Heere merk op en doe het, vertraag het niet, om Uws zelfs wil, o mijn God!' Vanuit deze verootmoediging vastten de vromen in het O.T. vooral om daarmee de komst van de Messias af te smeken. Het Koninkrijk der hemelen moge (nabij) komen.
Ten tijde van de Heere Jezus was dit vasten met name door de farizeeën nog strakker doorgevoerd. Zij hadden er een heel systeem van gemaakt. Zij gingen prat op hun vastenpraktijk. De farizeër in de tempel zwaait zichzelf de nodige lof toe: ik vast 2x per week... Helaas was de waarde, de diepe zin van het vasten bij hen verloren gegaan. Alles werd veruitwendigd om maar van de mensen gezien te worden. In een 'droevig gezicht zetten', in het mismaken van hun aangezichten' moest het kenmerk liggen van supervroomheid! Daarbij kwam, dat de farizeeën het vasten ook een verdienstelijk karakter hadden gegeven. Het werd als een goed werk beschouwd, waarmee je de zaligheid kon verdienen! Je kon met vasten 'druk op God uitoefenen'. Het vasten was een 'eigen weg geworden om tot God te komen'!
Niet voor niets heeft Christus een dergelijke vastenpraktijk scherp veroordeeld. De zuivere vorm voor het vasten wees hij de farizeeën. Zijn discipelen en ons in de Bergrede. De verootmoediging dient een zaak van ons hart te zijn en voor God in de binnenkamer plaats te hebben. Geen publieke demonstratie!
De discipelen van Johannes vastten eveneens veel. Zij hadden het geleerd van hun meester. De levenswijze van de Doper was immers zó, dat Jezus Zelf van zijn heraut zegt: Johannes is gekomen noch etende, noch drinkende' (Matth. 11 : 18).
Let er op, dat Hij de handelswijze van Johannes niet afkeurt. In de boetetijd, die aan Zijn komst voorafging, was het vasten van Johannes en de zijnen op zijn plaats.
Daarmee is de voorloper geen farizeeër geworden, maar zijn vasten paste helemaal in het optreden van boetegezant. Hij riep Israël tot bekering, tot schuldbelijdenis en verootmoediging. Zeker nu het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen is!
En wie door zijn scherpe, ontdekkende prediking getroffen werd, beleed persoonlijk in de Jordaan, dat het oordeel van God verdiend was, het leven verbeurd, de dood op handen. Maar met dat verloren leven kwam men tot God: o God wees mij de zondaar genadig! Wat zal Jezus antwoorden?
Maar niet Jezus Zelf is een andere tijd, een andere levenswijze voor Zijn discipelen aangebroken. Met Christus Jezus is de dag van de genade aangebroken. De Zon der gerechtigdheid straalt aan de hemel! Er is vergeving en eeuwig leven. Het is feest, want Jezus, de Zaligmaker is gekomen! Het gaat niet om de weg van de mens naar God, maar om de Weg van God naar de mens, naar goddelozen en onwaardigen. De profeten hebben de tijd van de Messias niet voor niets aangekondigd als de dag van de bruiloft, de tijd van vreugde. Heil en vree wordt gebracht aan een wereld verloren in schuld, Gods belofte wordt heerlijk vervuld: 'Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof en gij zult de Heere kennen'. Zegt Jezus Zelf niet: het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker koning die zijn zoon een bruiloft bereid had!
Daarom gaat de nodiging uit: komt tot de bruiloft van het Lam! Er mag gegeten en gedronken worden. Er is blijdschap nu zondaren terecht komen in het Vaderhuis. Er is vreugde in de hemel over een zondaar die zich bekeert. Zojuist is het gebleken in het huis en in het hart van Mattheüs, de tollenaar. Jezus eet met tollenaren en zondaren. Hij is hun Vriend! Genade zij u en vrede... En de vrucht des Geestes is blijdschap!
Op een bruiloft treur je niet! Dat had zelfs Johannes de Doper gezegd: De vriend van de bruidegom verblijdt zich met blijdschap om de stem van de Bruidegom. Zo is ook deze mijn blijdschap vervuld geworden. Hij moet wassen en ik minder worden (Joh. 3 : 29). Daarom is het dwaas, dat de discipelen van Johannes moeten blijven vasten en zich niet bij Jezus voegen, nu blinden ziende worden, kreupelen wandelen, doven horen, melaatsen gereinigd worden, doden worden opgewekt en aan armen het Evangelie wordt verkondigd.
Met dit ontdekkende onderwijs bedoelt Jezus deze discipelen van Johannes in het rechte spoor te krijgen, in het leven vol vreugde om de Zaligmaker.
Met dit Woord ziet Hij de gemeente van het nieuwe verbond aan, ziet hij u en mij aan. Hoe staat u tegenover de Bruidegom Die alle dingen gerééd heeft?
Bent u een bruiloftskind? Dan treurt u niet!
Zalig is immers degene, die aan Jezus Christus niét geërgerd wordt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's