De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schrift-ervaring-traditie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schrift-ervaring-traditie

6 minuten leestijd

Eén punt is bij onze behandeling van artikel 9' van de Nederlandse Geloofsbelijdenis tot nu toe onbesproken gebleven. Dat is het punt van de verhouding tussen Schrift, ervaring en traditie. Dat artikel 9 immers Schriftbewijzen wil aandragen, die het geloof in de drieënige God moeten dragen en steunen, dat is duidelijk een zeer aangelegen zaak. Maar de zin, waarmee dit artikel begint, heeft daarnaast op zijn zachtst gezegd, toch wel de bevreemding van verschillende verklaarders gewekt. Daar lezen we: 'Dit alles weten wij, zo uit de getuigenisseïi der heilige Schriftuur, alsook uit hun werkingen en voornamelijk uit degene, die wij in ons gevoelen.'

Twee kenbronnen?

Wat wordt daarmee bedoeld? Betekent dat, dat men op dezelfde wijze zekerheid verkrijgen kan omtrent Gods drieënig Wezen uit de werkingen van deze God buiten ons en in ons als dat men daarvan zekerheid verkrijgt uit de Schriften? Met andere woorden, kan men zeggen: 'Bijbel en ervaring bewijzen, dat God zo is? ' Dan komt toch wel de vraag op, of men er goed aan doet Schrift en ervaring (bevinding) zo onmiddellijk naast elkaar te zetten als twee kenbronnen, waaruit het geloof in de drieënige God opkomt. Als de bevinding de grond van ons geloof wordt, staat de zaak op een wankele basis. Wie zich slechts op zijn geestelijke ervaring beroept, heeft geen wapen meer, als een ander, die precies het omgekeerde gelooft, dat ook doet. Bevinding of gevoel, los van het Woord, is drijfzand.

De vraag, die hier aan de orde is, is dezelfde als die we tegenkwamen bij de bespreking van artikel 2 der Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daar lezen we: 'Wij kennen God door twee middelen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld. Ten tweede geeft God Zichzelf nog klaarder en volkomener te kennen door Zijn heilig en Goddelijk Woord ...' Hier weer die 'bedenkelijke' nevenstelling, nu die van natuur en Schriftuur, die velen de haren ten berge doet rijzen. Wat wil toch de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 9 met die woorden: 'werkingen van de drie Goddelijke Personen, voornamelijk diegene, die wij in ons gevoelen'?

Bijzondere ambten en werkingen

Verderop in het artikel wordt in dit verband gesproken over de bijzondere' ambten en werkingen te onswaarts. Het woord 'ambt' betekent hier taak of werkzaamheid. Over deze specifieke werkzaamheden van ieder der drie Goddelijke Personen wordt dan verder gezegd: 'De Vader is genaamd onze Schepper door Zijn kracht; de Zoon is onze Zaligmaker en Verlosser door Zijn bloed; de Heilige" Geest is onze Heiligmaker door Zijn woning in onze harten'. We hebben er bij een vorige bespreking van artikel 9 reeds op gewezen, hoe we deze 'taakverdeling' in het Goddelijk wezen dienen te verstaan. We moeten het in ieder geval niet zo verstaan, dat bij het werk van de éne Persoon de andere Personen van het Goddelijke Wezen niet betrokken zouden zijn. Maar wel kan gezegd worden, dat elke Persoon niet alleen in het Goddelijk Wezen Zelf zijn eigenheid en eigen zelfstandigheid heeft, maar dat ook in de werken naar buiten (opera ad extra) blijkt, dat er van die éne God een drievuldige werking uitgaat via de drie verschillende Personen. H. Bavinck zegt het in zijn dogmatiek als volgt: 'Wel zijn alle opera ad extra aan de drie Personen gemeenschappelijk eigen ... Het is altijd de éne en zelfde God, Die in schepping en herschepping optreedt. Maar in die eenheid wordt de orde der drie Personen bewaard. De ontologische (zijns-) triniteit spiegelt Zich ook in de oeconomische (werkingen naar buiten) af ... Alle werken Gods naar buiten hebben één principium (beginsel, inzet), nl. God, maar ze komen tot stand door de coöperatie (samenwerking) der drie Personen, die zowel in de werken der schepping als in die der verlossing en der heiligmaking een eigen plaats innemen en een eigen taak vervullen. Alles gaat uit van de Vader, wordt volbracht door de Zoon en voltooid in de Heilige Geest... Alle werken naar buiten, schepping, onderhouding, regering, vleeswording, voldoening, vernieuwing, heiligmaking, enz. zijn werken der ganse triniteit. Maar desniettemin wordt in oeconomische zin de schepping meer bepaald aan de Vader, de verlossing aan de Zoon, de heiligmaking aan de Heilige Geest toegeschreven.' (Geref. Dogmatiek, Deel n, blz. 328 vv.)

In deze verschillende werkzaamheden van God nu ontdekt het geloof de drievuldigheid Gods. Het maakt een besluit op, dat er niet alleen in de werken van God te onswaarts, maar ook in Godzelf een drieheid is. H. Bavinck zegt: 'De vleeswording des Woords heeft haar eeuwige archetype in de generatie des Zoons (haar tegenbeeld in de geboorte van de Zoon uit God) en de uitstorting des Heiligen Geestes is zwakke analogie (afspiegeling) van de processie (het uitgaan) uit de Vader en de Zoon. Daarom besloten de kerkvaders uit de relatiën, die er tussen de drie Personen in de tijd voor der mensen oog zich vertoonden, tot hun eeuwige immanente verhoudingen (hun verhoudingen in het wezen van God Zelf). En dit volkomen terecht' (blz. 331).

Voornamelijk die wij in ons gevoelen

Mij dunkt, dat Bavinck hier zeer juist onder woorden brengt, wat de eerste zin van artikel 9 der Nederlandse Geloofsbelijdenis bedoelt. 'Dit alles (nl. dat er één God is en nochtans drie Personen) weten wij, zo uit de getuigenissen der heilige Schriftuur, alsook uit hun werkingen ... De Drieëenheid drukt zich af in de onderscheiden werkzaamheden der verschillende Goddelijke Personen. Artikel 9 voegt daar dan nog aan toe: '... en voornamelijk uit degene, die wij in ons gevoelen'. Wat dat betekent, hebben we al eerder geprobeerd duidelijk te maken. De leer van de Drieëenheid is in feite ook een diep bevindelijke waarheid. Ook in de omgang van God met een zondaar openbaart en verklaart Hij Zich als de Drieënige. De werkingen Gods in onze harten zijn er een getuigenis van, dat God een God is met een onkreukbaar recht, een verkiezende God, Die om Zijn eer komt in 's mensen leven. In deze weg weet een zondaar zich gesteld voor de eerste Persoon van het Goddelijk Wezen. Verder openbaart God Zich in het leven van de Zijnen als de Zoon, Die met Zijn verzoeningswerk als onze eeuwige Verlosser bij de Vader tussentreedt, zodat gezegd mag worden met Paulus: 'Het heeft God behaagd Zijn Zoon in mij te openbaren'. En tenslotte is er ook de zalving of vervulling met de Heilige Geest, waardoor Hij in Zijn werkingen van wedergeboorte, geloof en heiliging en ook in al Zijn heerlijke zegeningen en vruchten (blijdschap, vrijmoedigheid, vrede, enz.) door ons gekend wordt. Ook wat deze innerlijke werkingen in het hart des mensen betreft, geldt, dat de werken Gods niet opgedeeld mogen worden, zodat ze los van elkaar komen te staan. We vervallen dan tot een systematisering van het bekeringswerk en vergeten, dat het in al die onderscheiden werkingen de éne God is, Die het alles werkt om Zijnszelfs wil en tot zaligheid der Zijnen. Maar toch weten al Gods kinderen ervan, dat die éne God Zich in hun leven op zulk een onderscheiden wijze als de Drieënige openbaart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Schrift-ervaring-traditie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's