De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

16 minuten leestijd

Rondom Israël

Uiteraard wordt in de kerkelijke pers uitvoerig aandacht gegeven aan de situatie in Israël. Met name komen in deze artikelen aan de orde de theologische vragen met betrekking tot de bijbelse beloften inzake land en volk, de visie op de staat Israël, de verhouding tussen Israël en de Arabieren. Het is duidelijk dat ook hier de standpunten uiteenlopen.

Enerzijds zijn er die elke bijzondere binding tussen Israël en het land afwijzen, en pleiten voor een joods-Palestijnse staat. Zo is er nogal fele kritiek geuit op het zionistisch jodendom door de r.-k. theoloog Grollenberg. In een artikel in het Geref. Weekblad (uitgave Kok, Kampen) schrijft hij in het nummer van 2 november o.m.:

In zijn artikel 'Een man had twee zonen', gaf dr. J. T. Bakker de vorige week met eigen woorden iets weer, dat ik in het weekblad De Bazuin had geschreven. In die weergave gebruikte hij een uitdrukking, die mijzelf nooit meer over de lippen of uit de pen komt, sinds ik vanaf het jaar 1946 te Jeruzalem de strijdende partijen zo vaak en langdurig van nabij heb leren kennen. Sindsdien praat en schrijf ik nooit meer over de joden, maar over 'zionisten' resp. 'zionistische joden', en na 1948 ook over 'Israëli's resp. 'zionistische Israëli's'. Of ik gebruik die woorden met 'anti-' ervoor. Dat taalgebruik is voor mij zo vanzelfsprekend geworden, dat ik het niet telkens weer uitdrukkelijk verantwoord. Daarom kon het gebeuren, dat dr. Bakker schreef: 'Wanneer Grollenberg de joden verwijt in Palestina een staat in de staat gevormd te hebben...'. Degenen die ik bedoelde, zijn de zionistische joden, d.w.z. een bepaalde groep.

Rechtvaardigheid en waarheidsliefde eisen, dunkt mij, dat wij dit onderscheid nooit uit het oog verliezen. De zionistische beweging heeft in haar eerste tijd sterke weerstanden ondervonden bij de joden. Na ruim vijftien jaar intensieve werving, in 1914, had zich nog maar 1% van de joden in de wereld bij haar aangesloten. Afgezien van de massa ongeinteresseerden en apathischen, onder de bewuste joden vreesden velen, dat een eigen staat de positie van joden als burgers van andere staten in gevaar zou brengen. Anderen brachten religieuze motieven van verschillende aard naar voren. Maar de sterkste, en groeiende weerstand kwam, toen duidelijk werd dat de vestiging van een exclusief joodse staat in Palestina een zwaar vergrijp tegen de bevolking van dat land zou meebrengen, nl. hun gewelddadige verdrijving. Dat werd spoedig toegegeven door de zionistische leiders.

Grollenberg is van oordeel dat ook de stem van dit andere Israël, dat anti-zionistisch denkt gehoord moet worden. Het dagblad 'Trouw' gaf uitvoerig hèt woord aan ds. H. de Nie die eveneens de band 'volk en land' doorsnijdt en op een m.i. vreemde wijze de verstrooiing van het jodendom wil verdedigen.

Daartegenover staat de visie van iemand als Berkhof. Hervormd Nederland van 3 november geeft uit een eerder gepubliceerd artikel nogmaals de visie van Berkhof weer op de verbinding van volk en land. De landbelofte aan Abraham staat als een noemer onder het geheel. Israël is een volk en een gemeente. En de reële politiek van deze staat dan ?

Berkhof: 'Er wordt in West-Europa zwaar gemoraliseerd over Israël en nauwelijks ooit over de Arabische staten er omheen. Waarom niet ? Omdat we de Arabieren als onvolwassen middeleeuwers beschouwen of als pubers voor wie ouderen allereerst 'begrip' moeten opbrengen. Maar er wordt direct geprotesteerd als Israël op daden van wraak met vergeldingsacties reageert of parades houdt of een harde bezettingsmaatregel neemt of christelijke zendelingen lijikt te willen uitwijzen.

Dat is meten met twee maten. Wij nemen Golda Meïr en Mosje Dajan au sérieux, maar Sadat en Arafat niet. Want de laatsten zijn ons vreemd, maar de eersten behoren bij ons. We gaan ervan uit, dat Israël de Arabieren kan begrijpen en tegemoetkomen en dat de Arabieren tot het omgekeerde niet  in staat zijn. En dan hebben we helaas gelijk. Maar dan moeten juist de scherpe critici van Israël zich er wel van bewust zijn, hoezeer ze daarmee pro-Israël en anti-Arabisch denken.

Vanuit onze verbondenheid met Israël zijn zeker kritische vragen te stellen, maar deze vragen worden ook allang in Israël zelf gesteld en fel bediscussieerd, in het parlement, in de pers en op de pleinen. Dat kan in Israël, niet bij zijn naburen.

En verder moeten we de verkiezing van Israël niet zoeken in zijn morele trouw, maar in de genadige trouw van zijn God, die onze God is. Als we willen moraliseren, moeten wij bij onszelf beginnen. Op de vraag of zijn opstelling achter Israël niet blijk geeft van een eenzijdige benadering, antwoordt Berkhof: 'Ik heb nog nooit iemand gezien, die in de politiek tweezijdig kan zijn. In dit geval sluiten de twee standpunten elkaar ook uit. Misschien kan een engel tweezijdig zijn, maar ik ben geen engel. Als ik Israëli was, zou ik ook zeggen, dat de beste oplossing die de beste Arabieren voor me in petto hadden, een doodsteek zou zijn. Er moet voor de Israëli's een plek op de wereld zijn. Welke democratische staat ook met welk ruim opnemingsbeleid ook zou het probleem van dit volk .kunnen oplossen ? En dan heb ik een specifiek bijbels motief: die plek kan alleen in dit land zijn.

De joden moeten een staat hebben waarheen ze van overal uit de vervolgingen kunnen vluchten. De Arabieren omgekeerd kunnen de joden alleen als minderheidsgroep in een Arabische staat accepteren. Dat en niet het vluchtelingenvraagstuk is het eigenlijke probleem. Maar de onverenigbaarheid gaat nog veel verder. De staat Israël is een modern eiland in eeh wereld die nog nauwelijks aan de Middeleeuwen is ontgroeid. Hoe moet het hier ooit tot wederzijds begrip komen ? '

Wij zien, hoe de discussie, die enkele jaren geleden gevoerd is rondom de synodale handreiking over Israël, land, volk en staat terugkeert. Maar nu in een andere context. Het is nu geen theoretische discussie, zo het dat ooit geweest is. Er woedt een strijd tussen Israël en de Arabieren. Vrede is ver te zoeken. En het probleem van de vluchtelingen nijpt. Wat kunnen we hier bijbels verantwoord zeggen ?

Verzoening en vrede

Wie zal hier de juiste weg wijzen ? Ds. S. Gerssen, studiesecretaris van de Raad voor Kerk en Israël is van oordeel dat we aan een duidelijke keus niet ontkomen. Men kan nog zo begaan zijn met het lot van de Palestijnen, niettemin staat het bestaansrecht van de  Israëlitische staat op het spel. Mag dit volk een eigen land hebben, ja dan nee  ?

Gerssen schrijft in Woord en Dienst van 3 november over de 'oorlog van de Grote verzoendag':

Dit zijn de dagen waarin men aan éen duidelijke keuze niet ontkomt. Men moet kiezen hoe men de oorlog van de Arabische landen tegen Israël wil gaan noemen. Reeds de. eerste maandag na het uitbreken vari de vijandelijkheden schreef de Jerusalem Post in een hoofdartikel: er is een nieuwe term aan het woordenboek toegevoegd, nl. oorlog van de Grote Verzoendag. Egypte daarentegen sprak van de Operatie Vonk. Het is de vonk in het kruitvat, dat Israël heet. Dit kleine landje is de haard van onrust, die een permanente bedreiging vormt voor de wereldvrede. Bij zulke uitdrukkingen heb ik het gevoel, dat er met woorden wordt gegoocheld.

De oorlog van Jom Kippoer: op de heiligste dag van het joodse jaar is Israël aangevallen. De Arabieren kennen de joodse kalender blijkbaar beter dan veel christenen én gebruiken deze kennis om de diepste gevoelens van de joden in Israël te krenken.

Ik zie daarin een angstwekkende escalatie, waarin duidelijk is geworden dat het niet alleen maar gaat om politieke tegenstellingen, maar evenzeer om een verachting van de religieuze achtergrond van de joodse staat. Ieder, die zich aan de religie van het joodse volk verplicht gevoelt ondergaat dit als een schokkende ervaring. De grens tussen een anti-Israëlhouding en het anti-semitisme is gebleken zo vloeiend te zijn, dat het niet mogelijk is een duidelijke grens te trekken.

Verzoening zou het niet zijn geweest als Israël de resultaten van de zesdaagse oorlog (de bezette gebieden) op de politieke markt aan de minstbiedende had verkocht, liefst aan degene, die er helemaal niets voor betalen wil; verzoening is niet, dat Israël vanwege deze weigering als agressor wordt uitgekreten; verzoening is niet, dat Israels aandringen op een Vrede met gegarandeerde grenzen zes jaar lang onbeantwoord bleef; Verzoening is niet, dat in onze wereld Israëli's (sportlieden, diplomaten, etc.) worden behandeld als wild waar het jachtseizoen op geopend is en dat de regeringen tot dusver faalden in het nemen van doeltreffende tegenmaatregelen; Verzoening is niet, dat in de Veiligheidsraad over Israël wordt verhandeld op een manier die angstig lijkt op een pogrom op wereldschaal; verzoening is niet, dat alle begrip wordt opgebracht voor de frustraties van de Palestijnen, maar geen enkel begrip voor de door een eeuwenlange historie bepaalde politiek van Israël.

Verzoening wordt geboren uit het besef, dat er behalve mij ook een ander is, die hunkert naar ruimte om zichzelf te kunnen zijn en dat ik bereid ben daar een offer voor te brengen. Zoals ook van mij een offer mag worden verwacht om het de ander mogelijk te maken zichzelf te zijn. Politiek zonder offer is onverzoenlijk, is een Operatie Vonk.

God heeft zichzelf zo opgeofferd, dat er volkomen ruimte is voor de mens. En Hij vraagt van de mens dat hij zichzelf zozeer verloochent, dat er volkomen ruimte is voor God. Verzoening die gegrond is in hét offer moet ook de verhouding tussen de volken bepalen. Het is de enige weg, die de toekomst open houdt, ook in het Midden-Oosten. Alle andere wegen zijn uitgeprobeerd en vastgelopen. Men kan soms vrezen, dat zo te denken hetzelfde is als het koesteren van een illusie. Als dit een illusie was zou ik moeten zeggen: ik heb geen hoop meer; in deze onverzoenlijke wereld ben ik op het ergste voorbereid. Maar als de joden Jom Kippoer vieren belijden zij: wij zijn op het beste voorbereid.

Dr. J. Soetendorp schreef een van zijn boeken onder de titel: De wereld van het optimisme. Het kan geen illusie zijn, want het staat op de naam van de God van Israël. Die naam mogen wij kennen in het offer van Jezus de Messias.

Ik ben ervan overtuigd, dat een politiek der verzoening de enige is, die relevant mag heten. Een politiek zonder verzoening betekent tenslotte na de zoveelste ronde een dodendans in een spooktachtige wereld. De volkeren zullen zich ermee moeten verzoenen, dat ook Israël recht heeft om te bestaan. Het enige alternatief is een voortdurende onverzoenlijkheid, een gecontinueerde operatie Vonk, net zolang totdat alles is opgeblazen en er geen spelers meer zijn om nog het politieke spel te spelen.

Het joodse volk als vraag

Wij willen ook het woord geven aan dr. A. C: Ramselaar, r.-k. theoloog, die in In de Waagschaal van 27 oktober ingaat op de lauwe houding van vele christenen. Hij schrijft onder meer:

De overdaad aan commentaar over het onverwachte oorlogsgeweld in het Midden-Oosten vraagt wel enige toelichting. De stemming in Nederland in de oktoberdagen van '73 verschilt duidelijk met die van juni 1967. De emoties zijn minder laaiend. Israël wint het toch wel. De angst voor een tweede Auschwitz wordt onwerkelijk geacht. De joodse situatie wordt met meer kennis van zaken overgebracht. Na '67 sloeg de sympathie voor Israël spoedig om naar een emotionele verontwaardiging over de Palestijnse vluchtelingen. Des te meer treft nu de algemene trek om los te komen van de onmogelijke situatie van geen oorlog en geen vrede en nu eindelijk de grondslag te leggen voor een normaal volksbestaan in het Midden-Oosten. Is dit te verwachten ?

De wereldopinie ziet in de dramatische gebeurtenissen meer dan een lokaal-politiek conflict. Er is iets anders gaande dan de zorg voor een mogelijke escalatie tot een wereldoorlog, al is deze zorg verre van onredelijk. Israël speelt niet alleen een rol in het Midden-Oosten. De Middellandse Zee blijft altijd nog een knooppunt van wereldbelang en geografische ligging heeft Israël tot kruispunt gemaakt van wereldgodsdiensten en wereldculturen, maar de functie van het joodse volk over heel de wereld dankt niet alleen daaraan zijn ontstaan. Dat springt al in het oog zodra je de koppen leest boven het nieuws in de verschillende dagbladen. Telkens kijkt een andere levensbeschouwing om de hoek.

Gebrek aan kritische zin voor deze achtergronden vertekent de werkelijke betekenis zowel van Israël als van het wereldgebeuren.

Ramselaar illustreert dit aan een discussie tussen Van Praag en Van Mierlo voor het I.K.O.R. Terwijl Van Praag de staat Israël in theologisch perspectief zag, zag Van Mierlo als kernpunt van het conflict het Palestijnse vraagstuk.

Ramselaar schrijft dan voorts over de staat Israël:

De staat Israël werpt een nieuw licht op het antisemitisch verleden en heden van het christendom. Alleen al het gevecht omtrent de consequenties van de Vaticaanse Concilieverklaring Is er het bewijs van. Er wordt een rookgordijn weggedreven. Het christelijk antisemitisme is maar gedeeltelijk van theologische aard. Natuurlijk zijn er invloedrijke kringen, die de theologie als dekmantel gebruiken. Maar de staat Israel ontmaskert ook de eeuwenoude vooroordelen omtrent joods karakter, joodse praktijk, joodse samenzwering en mens-vijandigheid.

De staat Israël wordt een appèl aan het menselijk geweten van de wereld omtrent de geschiedenis van onmenselijk lijden en de trek naar onmenselijkheid die daarin tot Uiting is gekomen. Dat wordt geaccentueerd door het conflict met de Arabische staten. Ongetwijfeld is de joodse staat niet anders dan andere staten en leeft er alle menselijke bewogenheid ten goede en ten kwade, evenals in de Arabische landen en in welk werelddeel ook.

Maar juist de schijnbare onoplosbaarheid van het joods-Arabisch conflict leert dat er meer, achter steekt dan de verontwaardiging over  onrechtmatig in bezit genomen Palestijns en Arabisch land. Dat blijkt uit de houding van alle Arabische landen, die de Palestijnen — vluchtelingen of niet — alleen gebruiken als een middel voor eigen macht. Zij hebben nog geen stappen gezet voor een autonome Palestijnse staat. De politiek van koning Hoessein heeft in september 1970 eerder het tegendeel bewezen. De propaganda tegen Israël put nog aliijd uit het arsenaal' van de nazi's en heeft zich door de nazi's laten scholen. Er komt een anti-semitisme in tot uiting dat weer regelrecht uitmondt in een stroom van onmenselijkheid, juist in eigen land. De joden van Irak en Syrië hebben het ondervonden. De bevolkingen zelf betalen het gelag. Het merkwaardige is dat noch joden, noch christenen, noch moslims, zich deze situatie realiseren.

Deze oorlog is weer een episode van de joodse geschiedenis, die duidelijk toont dat de jood alleen staat in de wereld, niet omdat de joodse mensen anders zijn dan de anderen, maar omdat het joodse volk als joods volk niet mag bestaan, Ze mogen in vrede leven als joodse individuen in een niet-joodse staat. Maar een joodse existentie die regelrecht aansluit bij de hele joodse traditie wordt ervaren als in strijd met eigen politieke aspiraties.

Het joodse bestaan werkt altijd als een teken van tegenspraak. Wat Simeon in de tempel zei over het kind Jezus, putte hij uit zijn joodse ervaring. Jezus is er niet anders dan een belichaming van.

De grote scheidingslijn tussen joden en niet-jóden loopt niet in diepste wezen over de vraag of Jezus 'de' Messias is, maar over de aard van het menszijn in deze wereld. Alle schendingen van de menselijkheid betekenen een miskenning van de diepste zin van de wereld. Een miskenning van Gods schepping en wereldorde leidt onherroepelijk tot ontmenselijking. Waarom zijn de christenen lauwe vrienden? Ondanks eigen falen en tekortkomen blijft het joodse volk een levende vraag aan de wereld.

De waarschuwing tegen het anti-semitisme dat telkens weer opsteekt zullen we ter harte moeten nemen. De jood staat alleen in de wereld. Niettemin vind ik het hachelijk als Ramselaar dit een teken van tegenspraak noemt met een duidelijke zinspeling op Lucas 2 : 34. Kan men zeggen: Wat Simeon zei putte hij uit zijn joodse ervaring ? Ik meen dat de Schrift ander spreekt. Simeon wordt immers als profeet getekend, die geleid door de H. Geest van de Christus zegt: Deze is gezet tot een val en een opstanding...

Het is m.i. een gevaarlijke vorm van judaïsme om te stellen: Jezus is de belichaming van de tegenspraak die de jood altijd oproept. Is dit niet de dingen op zijn kop zetten ? Worden ervaring en openbaring hier niet op een lijn gezet ? Daarom meen ik dat er in de stroom van geluiden over Israël ook nogal eens geluiden klinken die de toetsing van de Schrift nauwelijks kunnen doorstaan. Wij zullen bijbels over Israël dienen te spreken. Dan kunnen we inderdaad geen lauwe vrienden zijn. Dan zullen we hebben te kiezen. Maar de keus zal liggen in de lijn van psalm 122. Daarover schrijft ds. J. H. Velema in 'De Wekker' van 26 oktober:

Hoe moeten we de oorlog tegen Israël en de staat Israël zelf zien ? Kunnen we op grond van Gods beloften, die nog voor Israël gelden, stellen dat ook deze oorlog gewonnen zal worden ? Is Gods belofte onbetrouwbaar als Israël verliest ? Hoe lopen de lijnen naar de toekomst ? Hoe is Gods plan met dit wonderlijke volk, dat telkens weer opduikt in de geschiedenis ?

Laat niemand zich al te gemakkelijk van deze vragen afmaken óf door ze natuurlijk bevestigend — of natuurlijk ontkennend — zonder verder nadenken — te beantwoorden. Een overwinning van Israël kan met Gods heilsplan stroken.

Maar zelfs een nederlaag behoeft daarmee niet in strijd te zijn. Israël zou ook door tegenslagen op de plaats kunnen komen waar de Heere dit volk wil hebben. Daarom hebben we als kerk juist nu meer dan ooit te bidden voor de vrede van Jeruzalem. Dit woord uit psalm 122 heeft mij persoonlijk in Jeruzalem erg gegrepen. Want als de vrede van Jeruzalem een werkelijkheid is dan kan niemand om Jeruzalem heen, maar dan is Jeruzalems vrede tegelijk de vrede voor de volken. We leven wel in een boeiende tijd; bovenal een tijd, die roept tot bezinning en tot gebed. Een christen moet vandaag profetisch en priesterijk in de wereld staan !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's