De prediking als verkondiging 3
Bijgaand artikel verschijnt in een serie over de prediking. Het onderwerp is: De prediking als verkondiging. Wat houdt het in dat prediking verkondiging is? Verkondiging waarvan? Wat is de bron van de prediking en wat kan die bron nimmer zijn? Schrijver
Als de prediking verkondiging is, betekent dit, dat zij haar wijsheid niet uit zichzelf haalt. Zij haalt die ergens vandaan. Zij haalt die vandaan uit het Woord van God. De prediking is slechts bediening van het Woord. Niets anders, niets meer en niets minder.
Dat klinkt natuurlijk nogal schamel. Is het wel mogelijk om dit vol te houden ? Die vraag wordt door velen gesteld. Vooral door hen, die onder de indruk zijn van onze eigen tijd. Wij beleven immers een bijzondere tijd. Daarin treden zoveel nieuwe dingen op, zoveel veranderingen. Het lijkt wel alsof niets van het oude stand kan houden. Alles wordt ondersteboven gehaald. Op alle gebieden doen zich nieuwe inzichten voor, komen er nieuwe ontwikkelingen op gang, gaan nieuwe leefvormen zich openbaren. Hoe is het nu mogelijk om in zo'n wereld als kerk de prediking te houden, waarvan alleen de Schrift de bron is ? Dat kan toch niet ? De Bijbel is al zo lang geleden geschreven. Toen was het een heel andere wereld. Toen waren de mensen anders, de leefgewoonten anders. Ook de geestelijke gesteldheid van de mensen was anders. Heel andere vragen werden er toen gesteld vergeleken met nu. Daar komt nog bij, dat de Bijbel zich heeft gevormd in een heel andere cultuurwereld. Dus het klankbeeld waarop de prediking zich toen richtte is heel anders geweest dan het nu is.
Een bron of dé bron ?
Het zijn er velen, die in deze trant denken en van daaruit ook zich bezinnen op de vraag, hoe nu de prediking moet zijn. Natuurlijk willen zij wel handhaven, dat de Schrift de bron van de prediking moet zijn. Het moet in de prediking altijd over de Bijbel gaan. Alleen komt het anders te staan, als men de vraag stelt, of de Schrift de enige bron én norm van de prediking moet en kan zijn. Dan zijn er nogal wat, die daartegen protesteren. Zij willen de Schrift wel als een bron, zelfs als een hele belangrijke bron, misschien wel de belangrijkste, maar niet als de enige bron. Nee, want dan blijkt de Schrift tekort te schieten. Vooral vanwege haar tijdbeperktheid en vanwege onze nieuwe tijden, die wij beleven.
Vandaar dat men het woordje 'en' eraan toevoegt. B.v. in deze vorm, dat men spreekt van Schrift én ervaring. Met die ervaring wordt dan bedoeld de inbreng van deze tijd en van de mens van nu, van b.v. de cultuur, de politieke en sociale inzichten en vragen en situaties van deze tijd. Zij moeten mede de prediking bepalen. Niet alleen de Bijbel moeten wij er dus bijhouden, als wij gaan prediken, maar ook de krant, ook de politieke programma's en gebeurtenissen. En zó, in deze dialogische opstelling, voltrekt zich de prediking.
Op het eerste gezicht lijkt hier veel voor te zeggen. Het kan immers nooit de bedoeling zijn om de Schriftprediking in een tijdloze luchtledigheid te doen. plaatsvinden. Zij moet toch altijd ergens op slaan. Zij moet toch gericht zijn tot de gemeente. En die gemeente is toch een hele concrete gemeente, die bestaat uit concrete mensen van deze tijd, met hun eigen vragen en moeilijkheden en in hun eigen situaties ? Inderdaad, zo is het. De prediking is geen tijdloos en abstract gebeuren. De prediking is altijd, als het goed is, een woord op zijn tijd en op zijn plaats.
Maar, dat zij dat is, moeten wij de mogelijkheid daartoe zoeken in bovengenoemde combinatie van Schrift én ervaring ? Als combinatie van bronnen voor de goede prediking ? Nee, dat toch niet. Dat mag niet en dat hoeft ook niet. Want dat is nu juist de wonderlijke verrassing van de prediking, die alleen uit de Schrift put, dat zij ervaart en doet ervaren, dat de Schrift zelf een boodschap bevat, die ook nu nog volledig aan de orde is. Het is niet waar, dat de Schrift tijd-en cultuurgebonden is. Het bijzondere van de Schrift is juist, dat zij dat niet is. Dat zij als Woord van God niet gelijk is aan alle vlees, dat vergaat, maar dat zij stand houdt tot in eeuwigheid (Jes. 40).
God spreekt wel in de Schrift in concrete situaties en tot concrete mensen en tot een concreet volk. Maar wat zij in die concreetheid spreekt is van blijvende betekenis en van blijvend goddelijk gezag. Daarom blijkt het, dat als dit Woord ook nu weer wordt doorgegeven, het nog datzelfde gezag heeft, omdat het nog datzelfde waarheids-en werkelijkheidskarakter heeft. Het is geen slag in de lucht, het is geen 'ouwe koeien uit, de sloot halen', maar het is een woord, dat ook nu het hart van de dingen raakt. Het hart van de mens, en het hart van de zonde van de mens en het hart van de ongehoorzaamheid van deze wereld, en het hart van het verleden, van het heden en van de toekomst van de wereld. Nog spreekt de Schrift de Waarheid, de waarheid aangaande ook onze feitelijke stand van zaken. En dat doet zij met zoveel gezag en zo beantwoordend aan de volle realiteit, dat die mens, wiens ogen daarvoor geopend worden, daartegen niets meer kan inbrengen. Hij moet alleen maar erkennen, dat het de waarheid is.
Niet buiten de situatie
Het blijkt dan' ook, dat wanneer wij de Schrift alleen als bron en norm van de verkondiging stelen, wij echt niet buiten de werkelijke situatie ons ophouden. Integendeel. Hoe dichter wij in de prediking bij de Schrift blijven, hoe levensechter de prediking is. Dan juist komen de eigenlijke vragen aan de orde, terwijl de schijnvragen als zodanig ontmaskerd worden. Dan juist komt ook de eigenlijke nood van de mens aan het licht, die ten grondslag ligt aan alle sociale eri politieke en zedelijke nood. De nood van de mens, zo laat de Schrift ons zien, is zijn verlorenheid. Hij is God kwijt, door eigen ongehoorzaamheid. En dan valt er een heel ontdekkend licht over de vele concrete noden, waaraan onze wereld in zo'n hevige mate lijdt.
Maar zo komt ook de enige uitweg aan het licht tot waarachtige bevrijding en vernieuwing. Deze door de Schrift aangewezen weg beperkt zich niet tot het aanbrengen van wat humanitaire lapmiddelen. maar roept op en brengt tot de terugkeer tot God en Zijn Wet en zo tot de rechte verantwoordelijkheid tegenover elkaar. Het mag dus duidelijk zijn, dat wij de Schriftprediking en de actuele situatie nooit tegenover elkaar kunnen uitspelen. Dat is een vals dilemma. Juist de goede Schriftprediking waarborgt de goede, actuele, eigentijdse prediking.
Graven in de goudmijn
Maar dan is het ook zaak, dat werkelijk de Schrift wordt gepredikt in haar diepte en haar volheid. En niet een eigengemaakt aftreksel daarvan, dat soms niet meer is dan een mager en versleten dogmatiekje. Als wij werkelijk geloven in de Schrift als de enige bron en norm van de verkondiging, zullen wij ook de diepste ernst maken met het lezen en het bestuderen van de Schrift. Dan zal een prediker altijd weer willen graven in de goudmijn van het Woord van God, biddend en zoekend en onderzoekend. Alleen dan zal het blijken, dat zijn prediking niet een lesje is, dat de gemeente al van a tot z kent, maar een altijd nieuwe, verrassende en tot verwondering brengende verkondiging, die dient tot een opwassen in de kennis Gods, en tot verdieping van het geloof.
Zo is de prediking verkondiging van het Woord des Heeren. En dat zal zij blijven. Want deze prediking heeft werkelijk lange adem. Ze zal er zijn zolang deze wereld er is. En door haar zal Gods welbehagen gelukkige voortgang hebben. Want het heeft Gode behaagd door deze prediking zondaren zalig te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's