De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omduiding van woorden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omduiding van woorden

7 minuten leestijd

Er vindt in onze tijd een merkwaardige en haast ongrijpbare omduiding van begrippen en woorden plaats in kerk en theologie. In allerlei geschriften komen woorden voor, die je weliswaar als bijbelse woorden herkent maar die intussen zó ver van de bijbelse verbanden worden gehanteerd dat ze of onherkenbaar worden óf andere bedoelingen verhullen dan ze in de Bijbel hebben. Een theologisch slagwoord in onze tijd is het woord bevrijding. Je kunt haast geen theologische publikatie of geen kerkelijke periodiek opslaan of je komt er dit woord in tegen.

Kerkenconferentie
Momenteel bereidt de Raad van Kerken in Nederland een kerkenconferentie voor, die in 1974 gehouden zal worden. Met het oog daarop is een boekje ter voorbereiding uitgegeven, getiteld Bevrijding. Bevrijding is namelijk het thema, dat voor de conferentie gekozen is, in navolging van de Wereldraad van Kerken, die de thema's bevrijding en verlossing aan de orde heeft gesteld. De voorzitter van de Raad van Kerken, de gereformeerde synodepraeses dr. A. Kruyswijk, en de secretaris van de Raad, de rooms-katholieke prof. dr. H. A. M. Fiolet, geven in het voorwoord van dit boekje het motief voor dit thema weer. Over drie dingen zal het gaan op de conferentie, namelijk over de bevrijding (van de machten die ons eronder houden) tot geloof, tot het beleven van gemeenschap en tot het doen van gerechtigheid. Door dit bevrijdend geloven, zo wordt gezegd, worden wij creatieve mensen, die, ieder in eigen omgeving, de belemmeringen kunnen wegnemen voor onszelf en anderen.
               * * * 
Drie personen worden dan in het boekje voorgesteld, die als voorbeelden moeten dienen wat betreft het nadenken over de bevrijding. De eerste is de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, de man die in 1945 door een vuurpeloton ter dood werd gebracht, nadat hij nog even tevoren naakt geknield lag op het schavot om een gebed te doen. Verder de leider van de protestantse kloostergemeenschap Taizé in Frankrijk, Roger Schutz. En tenslotte de gewezen kloosterlinge moeder Theresa, die onder de allerarmsten in India werkt en daar grote bekendheid geniet.

Het zal duidelijk zijn, dat door deze keuze het thema een bepaalde kleur krijgt. Bonhoeffer moet leren wat bevrijding tot geloof betekent. Roger Schutz wat bevrijding tot gemeenschap zeggen wil. En moeder Theresa wat bevrijding tot het doen van gerechtigheid inhoudt.
               * * * 
Vooraf wil ik wel zeggen, dat wanneer we het leven van Dietrich Bonhoeffer nagaan — de boeken van Eberhard Bethge geven daarvoor volop de gelegenheid — we deze man leren kennen als een hoogstaand, diepdenkend mens, wiens houding tegenover de nazi's met name bewonderenswaardig is geweest. En wie de arbeid van moeder Theresa bestudeert komt onder de indruk van wat deze vrouw onder de armsten der armen in India doet, vol overgave, liefde en offerbereidheid.
Maar zo zijn er meerderen geweest, niet alleen in de kerkgeschiedenis maar ook daarbuiten . . . Men denke aan personen als Albert Schweitzer, Ghandi en anderen. Ze waren vaak voorbeelden voor menig christen.
Wat ik echter zeggen wil is, dat mensen, die in bepaalde opzichten lichtende voorbeelden zijn geweest, nog niet de lichtende voorbeelden behoeven te zijn als het gaat om de doordenking van de leer der kerk. Met andere woorden: zijn Bonhoeffer, Schutz en moeder Theresa degenen, die de kerken van de Reformatie in onze tijd de weg moeten wijzen? Heeft hun denken een reformatorische achtergrond of is het daaraan in feite vreemd? De vraag is of de Raad van Kerken in feite niet beoogt een 'christendom boven geloofsverdeeldheid', dat opleidt tot alle 'christelijke en maatschappelijke deugden'; een christendom, waarin zich én de progressieve rooms-katholieke theologen als Fiolet kunnen vinden én die reformatorische theologen, die in deze tijd voor een zodanige omduiding van de bijbelwoorden zorgen, dat deze onherkenbaar worden. Me dunkt dat dit laatste het geval is, met name ook als het gaat om de inhoud van het woord bevrijding.
               * * * 
Welke bevrijding?
Van Bonhoeffer wordt een brief aan Bethge opgenomen, waarin hij schrijft over de diepe aardsheid van het christendom, weliswaar een aardsheid 'doortrokken van dood en opstanding', maar wel heel bewust aardsheid. Het moet gaan, zo zegt Bonhoeffer, om een leven, waarin men Gods lijden in de wereld serieus neemt en men met Christus waakt in Gethsemané, met God lijdt in deze wereld.
De vraag is of, wanneer het gaat om wat dan heet bevrijding tot geloof, men bij Bonhoeffer, één van de grondleggers van de moderne theologie, de religie-loze theologie, in de leer moet gaan. Zijn we hier nog in de omgeving van wat reformatorische theologie is?
               * * * 
Roger Schutz, de tweede die in het boekje wordt genoemd, spreekt wel even over de bevrijding der vergeving, die Christus brengt, maar stapt direct over op de gemeenschap met de verdrukte mensen 'met wie wij ons samen willen inspannen om elkaar te bevrijden'. De gemeenschap strekt zich dan uit over 'die miljoenen mensen, boeren, arbeiders, werklozen, studenten, emigranten, die vooral in de zuidelijke continenten nu reeds door het vuur gaan voor wat wij zoeken'.
Zitten we, zo zou ik willen vragen, met deze bewoordingen, die intussen wijzen in de richting van een heilsuniversalisme (alles is in het heil betrokken, ongeacht het geloof) nog in de sfeer van de Schrift, wanneer deze over bevrijding spreekt ?
En moeder Theresa, die in een interview met Malcolm Muggeridge op ons aankomt als een sympathieke, bewonderenswaardige vrouw, zegt, dat ze mensen de weg wijst om in contact te komen met andere mensen, want in die mensen zullen zij God vinden.
               * * * 
Met al deze uitlatingen van deze op zich boeiende figuren, die een warm stuk menselijkheid uitstralen, zitten we toch op een spoor, waar de bijbelse woorden worden omgeduid tot andere begrippen. Op zich mogen er in bepaalde gezegden kernen van waarheid zitten. Job spreekt er tenslotte ook over, dat hij de ellendige bevrijdde, de wees, die geen helper heeft (Job. 19 : 12). Dat element mag er zeer bepaald zijn in het denken over bevrijding. Dan gaat het om het christelijk dienstbetoon. Maar wanneer we de andere, de diepere bijbelse dimensies van de bevrijding niet honoreren, dari komen we in de sfeer van het Social Gospel, het sociale evangelie.

Bevrijding in de Schrift
Het woord bevrijding komt als zodanig maar één keer in de Bijbel voor. In psalm 32 staat het: Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Dan gaat het over de man, die welgelukzalig is, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is, wie God de ongerechtigheid niet toerekent, die belijdenis doet van zijn overtreding, die spreekt van aanbidding in vindenstijd. De man voor wie God een verberging werd. Vandaar de vrolijke gezangen.
En verder is er in de Schrift steeds sprake van Gód die bevrijdt. God bevrijdt van de goddelozen (Ps. 37 : 20). Hij bevrijdt ten dage des kwaads (Ps. 41 : 2). Hij bevrijdt de ziel. Hij en nog eens Hij is het die bevrijdt. En die bevrijding staat niet los van de verlossing, die in Christus is, die door Hem is aangebracht.
De dieptedimensie van de bevrijding, die ten nauwste samenhangt met de verlossing, mis je ten enenmale in het boekje Bevrijding van de Raad van Kerken. Een heilloze omduiding van woorden, ombuiging van bijbelse begrippen ligt eraan ten grondslag. Op deze wijze een kerkenconferentie beleggen, betekent het hart van de Reformatie uitsnijden en op een andere toer gaan, de toer van een nieuw social gospel. Ben je eenmaal op dat spoor, dan worden alle woorden omgeduid en alle bijbelse begrippen geïnterpreteerd vanuit een visie, die nog slechts door twee dimensies gekenmerkt wordt, namelijk de lengte- en de breedtedimensie van het horizontale vlak, waarin ook de tijdslijn ligt, maar niet meer door drie dimensies, waar behalve de aarde en de tijd, de hemel en de eeuwigheid in het blikveld liggen. Dan krijgen we een aarde zonder hemel, een christendom zonder Christus, een leven zonder bekering.
                                                                                               v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Omduiding van woorden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's