De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De volmacht van de prediking 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De volmacht van de prediking 1

11 minuten leestijd

De geaardheid van de volmacht
Alle menselijke volmacht is leengoed, geschenk. Dat geldt zowel voor het Bijbelse als voor het profane taalgebruik. Onze volmacht is nooit een vermogen dat in onszelf berust. Zij is weliswaar ons eigendom en ligt in ons geweten gegroefd, maar het is eigendom dat ons van buitenaf is toegeëigend. Zij draagt wel vrucht in ons hart, maar haar wortels schieten elders op. Dat geldt bij uitstek voor de volmacht van de prediking. Deze volmacht heeft iets praedestinatiaans. Zij is voorbeschikt en toegeschikt. Zij is geschonken met een opgelegd ambt, een gegeven positie. Ten diepste gaat de gevolmachtigde prediker helemaal schuil achter zijn opdrachtgever. Een gevolmachtigde is immers niet meer dan een zaakgelastigde. Hij dient een zaak. De 'last' van die zaak is hem door een Ander op de schouders gelegd. Het ten uitvoer brengen van deze opdracht is slechts een daad van eenvoudige gehoorzaamheid. Dat wil zeggen: aan wat gehoord is wordt gevolg gegeven. Niet eigenmachtig dus. Niet zelfgenoegzaam. Daarom is volmacht per definitie tegengesteld aan brute kracht. Zij is rechtmatig, toegestaan vermogen. Zij is bevoegdheid. Op deze wijze hangt de volmacht van de prediker naar mijn besef ook samen met zijn gezag. Hij heeft zeggenschap. Hij heeft iets te zeggen. Dat 'iets' heeft hij zelf ook van horen zeggen, van Godswege. En dat zal hij nu dóórzeggen, in volmacht. Dat gezag is niet op te leggen. Dat is een tegenspraak in zichzelf. De prediker weet te goed, dat hijzelf ook eerst heeft mogen horen en beamen aan de binnenkant van zijn leven dan dat hij nu mensen met een gezag zou gaan overweldigen aan de buitenkant van hun leven. Wie door de Bruidegom is aangetrokken om de bruid te zoeken, krijgt geen volmacht om haar gevoelsmatig te schaken of verstandsmatig schaakmat te zetten, maar om haar ziel te werven. Dit gezag berust op volmacht, hetgeen aan dit gezag iets stoers en en onverzettelijks geeft. Tegelijk is dit gezag echter bescheiden, nodigend, hetgeen er iets kwetsbaars en weerloos aan verleent. Boven deze spanning komt geen prediker uit. Althans niet die prediker die zijn volmacht ontleent aan die God die regeert door zijn Zoon, een koning, maar een Koning van het Kruis.

De Drie-eenheid achter de volmacht
Het recht, de toestemming van de volmacht berust bij God. Met zijn volmacht is het eigenaardig gesteld. Zij is van geheel eigen orde. Gods volmacht is volmacht in zichzelf. Zij is niet afgeleid; niet indirect, maar direct. Alle wortels van de gevolmachtigde prediking ontkiemen in Gods hart, in zijn eeuwige ontferming. Eigenlijk is Hij het, die 'het Evangelie verkondigt van paradijs tot paradijs' (ds. G. Boer). Zonder de prediking uit handen te geven, delegeert Hij haar niettemin. Dat wil dus niet zeggen dat Hij haar overhevelt op anderen, zodat Hij ervan af is. Hij betrekt alleen anderen in zijn eigen werk. In de eerste plaats die grote Ander, die nochtans één is met de Vader: God de Zoon. Jezus Christus is God de Zoon in het menselijke vlees, gevolmachtigde van de Vader. In deze volmacht bant Hij de duivels uit, bedient Hij het Woord, vergeeft Hij de zonde, en is Hij Rechter ten laatsten dage.
Hij heeft alle (vol-) macht in hemel en op aarde. Maar omdat de hele trinitarische volmacht gestempeld en gekleurd wordt door die van Christus, is de vraag hier op zijn plaats: hoe oefent Christus die volmacht uit? Niet gewelddadig en overweldigend, maar zelf overweldigd tot aan het kruis. Dat Hij nu afkome van het kruis, hoonde het 'machtige' bondgenootschap van mens en duivel. Zichzelf kan Hij niet verlossen, klonk het 'machtig'. Wat stelt nu de gevolmachtigde van de Vader tegenover al deze macht? Volmacht! Dat is naar onze maatstaven veeleer onmacht dan macht: Christus kon niet afkomen omdat Hij niet wilde. Omdat Hij 'slechts' Middelaar Gods en der mensen wilde zijn. Omdat Hij zich 'slechts' wilde houden aan zijn volmacht. Dit is de Koning van Pasen. Geen andere. Geen geweldenaar is Hij geworden, waarvan de wereld perplex staat.
Door de dood heen, door oordeel en verdoemenis heen, is Hij Koning. Wie versteld raakt van zijn opstandingskracht, kan niet om de schande en onmacht van het kruis heen. Niet omdat Christus nog gekruisigd zou moeten worden, maar omdat de tekenen der nagelen voortdurend herinneren aan de aard van Christus' koningschap. 'Mij is gegeven alle (vol-) macht', is vooral een priesterlijke uitspraak, geen politieke. Christus' rijk is geen rijk van glorie en geweldenarij, maar van kruis en lijden. De glorie komt. Zij staat nog uit, en geeft op zijn tijd overigens al vreugde in overvloed, de Geest is reeds Eersteling. Christus' macht is de volmacht die gedragen wordt door zijn verkiezing tot Knecht des Heeren. En zij is gedrenkt in zijn bloed, in zijn dragen van de toorn tegen het menselijke geslacht, in zijn priesterlijk offer en zij is opgeluisterd door de Opstanding. In verband met genoemde uitspraak van Jezus, worden de discipelen uitgezonden. Als wereldveroveraars? Ja en nee. Zij krijgen volmacht tot prediken. En als men het kruisevangelie wereldveroverend wil noemen, men ga zijn gang. Nu komt de Drieeenheid in zicht. Gods macht straalt door op Christus en Diens volmacht wordt gelegd op de apostelen. Anders gezegd: we staan hier voor de volmacht van de Vader, de Zoon en de Geest. Immers is het de Pinkstergeest die de apostelen aangordt en het gevolmachtigde werk der prediking in betoning van Geest en kracht doet aanvangen.
Heet de prediking van het Evangelie in 2 Kor. 3 niet bediening des Geestes? En geschiedt zij volgens 2 Kor. 5 niet Christus-vertegenwoordigend? En het is de Géést die 2 Kor. 2: 17 vlees en bloed geeft: Want wij dragen niet, gelijk velen, het Woord Gods te koop, maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus'. In dit trinitarische verband moeten wij Mattheüs 16: 19 verstaan: En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen . . .' Alleen omdat God drieënig in de prediking present en werkzaam is, draaien de deuren van het Koninkrijk daar op hun scharnieren. En alleen daarom kan het formulier tot bevestiging van predikanten vermanen: Gedenkt dat God zelf u door hem (de dienaar des Woords) aanspreekt en bidt. Neemt dan het Woord aan, dat hij u, volgens de Heilige Schrift, zal verkondigen, niet als een woord van mensen, maar — gelijk het in waarheid is — als Gods Woord'. Omdat prediking een gebeuren is in de drievoudige volmacht van Vader, Zoon en Geest, is zij veel meer dan een menselijk getuigenis. Zij is meer dan een getrouwe overlevering van een historisch gebeuren, hoe werkelijkheidsgetrouw en in persoonlijke waarachtigheid en zuiverheid ook gebracht. Zulk een overlevering of getuigenis is nog niet de verborgenheid der prediking. Zulk een mededeling is niet opgewassen tegen werkelijke zielenood . . . Neen, prediking is geen mensenwerk. Zij is een verborgenheid van méér dan menselijke afmetingen. Zij is tegenwoordigheid van God Zelf'. (W. Aalders1)) We mogen ons in dit verband nog een woord in herinnering brengen van ds. G. Boer, gericht tot predikanten: Wie meent dat met wat hergroepering van de bijbelse woorden de zaak hersteld is, vergist zich. Hoe nodig de voortdurende doordenking van de bijbelse woorden is, het zit dieper. Het gaat om niets meer of minder dan de tegenwoordigheid Gods in de prediking. Hier is een diepgaand zelfonderzoek voor ons allen op zijn plaats. Waar is de volmacht in de prediking? Waar zijn de zegelen van onze bediening? Waar zijn de mensen, die gedood in eigen bestaan, aan Christus verbonden zijn door onze bediening2)?

De Geestelijkheid van de volmacht.
Er is dus geen sprake van, dat de volmacht automatisch en mechanisch zou werken op grond van een soort tovergave. Nee, de volmacht van de prediking wordt uitgeoefend in het wondere geklank van Woord en Geest. Daar waar de Heilige Geest binnendringt (niet forcerend maar inwinnend, wervend) en het Woord neerlegt in het amen van de ziel. Of daar waar de Geest wordt weerstaan, afgewezen en gekrenkt. In het eerste geval wordt schuldvergeving afgekondigd, in het tweede geval de toom en verdoemenis Gods (H.C. 84). Nu heeft deze volmacht grenzen. Zij beslaat beperkt terrein. Niet met het oog op haar draagkracht, maar haar reikwijdte. Zij is geconcentreerd op zonde en genade. Mattheüs 16 althans wijst duidelijk in die richting. En ook Paulus heeft in 2 Kor. 5 geen andere aanmatiging. Dit hangt samen met het Geestelijk karakter ervan. En met Geestelijk kan niets anders bedoeld zijn als wat Johannes 16 uitwerkt: De Heilige Geest zal Christus verheerlijken, want Hij zal het uit het Zijne nemen en ons verkondigen. Zulk een gevolmachtigde prediking is Christus' werk, naar de binnenkant van ons leven. Zij is het 'in-werk' van de Heilige Geest (W. Aalders). Zo wordt Christus' werk binnengebracht. En wat is Christus' werk? De verzoening van de zonde! Dat is zijn ambt. En omdat ambt en Persoon bij God de Zoon-in-het-menselijke-vlees samenvallen, is daarmee alles wezenlijk gezegd. Heel zijn aardse bestaan was verzoenende ontlediging en verhoging (de twee staten). 'De Zone Gods heeft de menselijke natuur nodig om door haar onder te duiken in de zonde en de dood, om die voor Gods aangezicht te bedekken en te niet te doen.' (Noordmans3)). Heel het 33-jarig leven van de Middelaar is tot aan de opstanding ten diepste lijden. Niet toevallig slaat het Apostolicum om zo te zeggen Christus' leven over, als van zijn geboorte onmiddellijk wordt overgegaan op zijn lijden. Alles in Christus is priesterlijk offer, ook zijn profetische en koninklijke handelen. Zijn omgaan met medemensen, zijn genezen van zieken, zijn opwekken van doden, zijn prediken aan armen, het is alles ambtswerk met het oog op kruis en opstanding. Dit maakt zijn uniciteit uit, zijn onvergelijkbare enigheid. In geen opzicht en op geen wijze is Hij voorbeeld in de alledaagse zin van het woord. Jezus is in alles en overal de Christus, Borg en Middelaar. Hoe zouden wij dat na of over moeten doen? Zelfs als Hij na de voetwassing zegt: 'Ik heb u een voorbeeld gegeven' (Joh. 13), beoogt dat geen imitatie of voortzetting onzerzijds, maar voortzetting van zijn verlossingswerk Zijnerzijds (de heiliging!). Immers, Hij transformeert ons door zijn Geest, door ons in Hem in te enten zodat wij Christus gelijkvormig worden. Jezus is de Zaligmaker van zondaren. Dit is geen verenging of overaccentuering.
Maar een volwaardige, alomvattende formule. We moeten dat helder en klaar voor ogen hebben en in ons geweten griffen. Zo niet, dan misbruiken en overvragen wij Christus, de Geest, de Schrift èn de prediking. Dan gaat de prediking haar volmacht verleggen naar terreinen waar zij niet bevoegd is. En dat betekent wederrechtelijke inbeslagname, overweldiging (usurpatie). Dan is de volmacht geen volmacht meer, maar onrechtmatige overmacht. Ik denk aan dat soort volmacht dat regelrecht vanuit Christus kruistochten uitroept, kloosters optrekt, gebieden annexeert, een sociale ethiek programmeert, of allerlei handhavingsinstituten in het leven roept. Dat is overschrijding van de geestelijke grenzen. Zo raakt de prediking ontzet, valt zij uiteen en verliest zij haar wortels in Christus. Prediking is Christusprediking. Tot eeuwige zaligheid uit eeuwige verlorenheid. En daarom gaat het in de kerk ten diepste altijd en alleen maar om zonde en genade, oordeel en vrijspraak. En om verlichting van de ogen om dwaalgeesten te ontmaskeren die van dit fundament willen afvoeren. Wie meent dat de heiliging op deze wijze wordt verdonkeremaand, zij verwezen naar wat de Heid. Cat. zegt over de goede werken: Dezelfde Christus die mij kocht met zijn bloed, vernieuwt mij tot zijn evenbeeld! Hij doet geen half werk. De in geestelijke volmacht gepredikte Christus verzoent de zonde totalitair: uitdelgend en vernieuwend. Hij is van God geworden tot rechtvaardigheid en heiliging (1 Kor. 1). En zeker brengt dat doorlichting van en uitstralingen naar het politieke, sociale en culturele leven mee, maar toch altijd gebroken en gedempt. Dat komt omdat het rijk der wereld van een andere orde is dan het rijk van Christus. Luther, en Calvijn niet minder krachtig, manen ons dat het niet geraden is deze rijken te vermengen. De Woordbediening is niet gevolmachtigd om alle terreinen des levens te betuttelen, al zwijgt zij er niet over. Zoals oudtijds de profeten deden, zal zij de thema's die zich vanuit de tijd en de wereld aan haar opdringen, zetten in de lichtbundel van het verbond, van zonde en genade, van de verzoening. Anders gaat zij buiten haar Boek. Ze heeft haar handen vol aan de bediening der verzoening. Calvijn schrijft n.a.v. 2 Kor. 5, 'dat het gezantschap der verzoening aan de dienaren der kerk is toevertrouwd, opdat zij dikwijls (herhaaldelijk, in het Latijn subinde) het volk in de naam van Christus zouden vermanen om zich met God te verzoenen.4)) Op diezelfde manier spreekt de Heid. Cat. (84) over de sleutelen van het hemelrijk. Wil men dat reductie en versmalling noemen van de volmacht? Het lijkt raadzamer om er haar Geestelijke concentratie in te zien op Christus en zijn verzoeningswerk.
Tholen
1) Dr. W. Aalders, Burger van twee werelden, Den Haag z.j., blz. 107.
2) Ds. G. Boer, in De Waarheidsvriend, 54 jrg., blz. 34 v.
3) Dr. O. Noordmans, Het Koninkrijk der hemelen, 2e druk, Franeker, z.j., blz. 124.
4) Institutie, IV, 1, 22.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De volmacht van de prediking 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's