Heilig, heiligen en heiligmaking 3
Pastorale overwegingen
Passiviteit en activiteit
Reeds zagen we, dat de heiliging een gave van God is — hoewel anderzijds ook opgave, roeping van de gelovigen — aan de drie Goddelijke Personen, maar vooral aan de Heilige Geest toegekend. Daarbij zijn de gelovigen passief. Immers, zij worden geheiligd, zoals Christus bidt in Johannes 17 en zoals Paulus aangeeft in 1 Cor. 6:11.
Deze heiligmaking betekent, dat zij, die geheiligd worden, van de wereld afgezonderd en in een bijzondere betrekking tot God gesteld worden. Maar daar houdt het niet mee op. Het komt mij voor dat in het bekende boek 'Bijbelse woorden en hun geheim' van F. J. Pop, in deel I te eenzijdig de heiliging zo verstaan wordt, als slechts God toebehorend.
Maar het gaat bij de heiligmaking niet maar om een cultische maar ook om een ethische zin. Al onder het Oude Verbond was Israël ertoe gehouden om als heilig volk te wandelen in Gods inzettingen. Nog veel meer in het Nieuwe Testament blijkt, dat nu de Heere Jezus gekomen is met Zijn arbeid van verzoening en vernieuwing. God in Hem de verhouding tot Zijn volk vaststelt. Wanneer de Heilige Geest werkt in harten van zondige mensen en komt inwonen, dan wandelen zij in nieuwigheid des levens, waarbij heel duidelijk een tegenstelling aan den dag treedt met de vroegere levenswandel, Romeinen 6. Vrijgemaakt van de schuld en de smet van de zonde in Christus moeten zij aan het beeld van Christus gelijkvormig gemaakt worden. In de heiligmaking als gave en werk van de drieënige God is dus de mens passief, evenzogoed als bij de wedergeboorte. De mens wordt opnieuw geboren. Maar anderzijds is juist door dat werk Gods van heiliging de mens ook geroepen en in staat gesteld zich aan de Heere toe te wijden, zoals Rom. 12 : 1 ons duidelijk maakt.
Dat passieve en actieve komt ook zo schoon ter sprake in het catechisatieboekje van wijlen ds. Van Sliedregt, wanneer hij het derde stuk van de Heidelberger bespreekt. 'Wordt dit stuk van de kant van de mens bezien, dan spreken we van het leven der dankbaarheid, met de dagelijkse bekering. Wordt het bezien van Gods kant, dan spreken we van heiligmaking.' De Catechismus tekent de actieve heiligmaking als 'afsterving van de oude en opstanding van de nieuwe mens'. Wij bemerken in de Bijbel telkens weer die tweeslag: Gods werk en de verantwoordelijkheid van de mens.
Hoe heerlijk tekent de Zaligmaker beide in de gelijkenis van de wijnstok, Johannes 15. De ranken zijn aan de wijnstok, de gelovigen zijn afgesneden van hun stam en van zichzelf en ingeënt in de wijnstok, geheel en al Gods werk. Maar op grond daarvan en van daaruit moeten zij blijven in Hem, in Zijn Woord en in Zijn liefde.
Medewerking of tegenstrijdigheid?
Enerzijds beschuldigt men wel eens deze uiteenzetting, als zou deze onderstellen, dat God en mens dus samenwerken in de heiligmaking in een 'heilig coöperatief verband'. Nadrukkelijk verwerpen we die gedachte. De actieve heiliging wordt verwekt door de weldaden en het werk Gods en niet geschiedt zij om genadegaven te verkrijgen. We moeten duidelijk onderscheiden, willen we niet in de dwaling van de roomse heiligingsleer vervallen, waarbij de heiliging als menselijke prestatie benadrukt wordt en verdienstelijk wordt.
De heiliging is gave Gods, zeker. Zalig worden immers alleen zij, die door een waar geloof Christus worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen. De Heere Jezus is van God gegeven niet alleen tot rechtvaardiging, ook tot heiliging, Hij is daarin één. Het kan niet anders, of zij, die alles in Hem hebben tot vergeving hebben ook alles in Hem tot vernieuwing en zullen dit ook mogen laten zien in de vruchten, in de actieve heiliging, in het doen van goede werken, in de dagelijkse bekering. Er is geen sprake van medewerking.
Anderzijds acht men deze passieve en actieve heiliging als tegenstrijdig. De Roomse Kerk leert, dat de gave der heiliging van God dient om de wilskracht ten goede bij de mens te herstellen, hij gaat zelf aan het werk en verdient. De remonstranten leerden de noodzaak der goede werken uit de noodzaak van oorzaak en gevolg en om het resultaat.
En hoe groot is het kwaad van de antinomiaan, die stelt dat ook de heiligmaking geheel in Christus ligt, buiten de mens blijft, net als de, rechtvaardiging. Dan is de actieve heiligmaking onnodig, wettische kunstenmakerij.
Maar wie naar de Schrift luistert, ziet zowel van de heiliging in passieve als in actieve zin ondubbelzinnig gesproken. Om nog twee Schriftplaatsen te noemen, zien we dat Paulus in de Efezebrief (2 : 10) spreekt over de gelovigen als 'Gods maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken', en aan de gemeente van Filippi (2 : 12—13) schrijft de apostel, dat 'zij hun zaligheid moeten werken in vreze en beven, omdat God in hen werkt . . .' We moeten ons benaarstigen te worden wat we zijn. In de paulinische brieven keren passiviteit en activiteit samen keer op keer terug. Er is geen sprake van tegenstrijdigheid.
Een veelzeggende beeldspraak
In de heiligmaking gaat het om de afsterving van de oude en de opstanding van de nieuwe mens. De oude mens is de mens, zoals hij in Adam van God is afgevallen. Wat wij met Adam zijn geworden en daarom doen. De nieuwe mens is wat de gelovigen in Christus zijn geworden en de vrucht van de Heilige Geest, die we ontvingen, en wat we daarom doen. In de Schrift wordt in dit verband gebezigd het beeld van het uittrekken van een oud en een aandoen van een nieuw kleed. Nog eens, het is beeldspraak. Want het lijkt er daarbij op, dat het maar om uiterlijke dingen zou gaan, zoals de kleding geen deel van ons wezen uitmaakt. Duidelijk wil zijn, dat de christen door het geloof zijn bestaan, dus wat hij in Adam werd, als een afgelegd kleed heeft te zien, dat als afgedaan geldt, aan de ondergang overgegeven. Christus is het nieuwe kleed dat past bij het nieuwe bestaan, dat gedragen en onderhouden moet worden. Dat betekent: smart en vreugde, haat en liefde, vlieden en lust. De gelovige bestaat niet uit twee mensen in één huis maar is een twee-mens, Romeinen 7: 26.
Ede W. Chr. Hovius
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's