Rijp ooft
'en Hij zei: wat ziet gij, Amos? En ik zei: een korf met zomervruchten'.Amos 8 vs. 2a
De ongerechtigheid is als dat ooft, dat Amos in een mand zag liggen. Het was rijp geworden. Dat was niet een, twee, drie gegaan, dat had z'n tijd nodig gehad. De bloesem zette vrucht, de vrucht groeide naar haar volle omvang, wind en weer dienende. En niet te vergeten: de zon. Die stoofde het fruit rijp! Is het zo niet met de zonde? Wij overtreden steeds verder en steeds driester, totdat . . . Ondertussen genieten we van het geduld en de goedheid Gods. Waar die niet tot bekering leidt daar komt . . . het einde.
Want mét de ongerechtigheid is het gericht rijp geworden. U kunt het een niet van het ander losmaken. De straf was herhaaldelijk aangekondigd, maar de desbetreffende waarschuwingen werden in de wind geslagen. Men wuifde ze weg. En zo doende maakte men de maat vol. Wat ziet ge, Amos. Ik zie die straf, als rijp fruit in de mand. Wat aangekondigd werd, wordt nu voltrokken. De straf is een voldongen feit: het einde is gekomen. Het definitieve einde. Hoe het komt? God maakt er een eind aan en Hij spreekt in de voltooide tijd, ook al kreeg de zaak nog niet zijn beslag. Dat is Gods wijze van spreken. Hij noemt de dingen die nog niet gebeurd zijn bij hun naam, en daardoor worden ze verzegeld. Niemand kan Hem verwijten dat Hij te haastig te werk ging. Het fruit kreeg de tijd om te rijpen. Hij is immers traag tot toorn. Des te dreigender klinkt het woord: het einde is gekomen.
Het herinnert ons aan de oordeelspreuk over de eerste wereld. God zei tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen, want de aarde is door hen vervuld met wrevel en Ik zal hen met de aarde verderven. Dat gold de toenmalige mensheid. Nu wordt die spreuk van toepassing verklaard op het volk Israël! Ezechiël zal het later herhalen: Het einde is er, nu is het einde over u. En Daniël. Over mijn volk Israël. Wat smartelijke noot: mijn volk. Het volk des verbonds, het volk van mijn liefde. Hoe heb Ik getracht hen terug te winnen, hen weer aan Mij te verbinden. Geen moeite was mij te veel. Ik wilde hen alles vergeven, als ze maar terugkwamen. Maar zij vervolgden hun weg, als hoorden ze Mijn stem niet, ze wezen Mijn Woorden van de hand. Mijn volk . . . In Israël denken ze: Zijn volk, dat kan niet missen, en daar komt geen eind aan. Wij zijn het immers. En ze hebben er geen erg in dat wat vóór hen sprak zich nu tegen hen keert. En dat er een einde aan komt. Dat ze zich niet langer op hun voorrechten kunnen beroepen. Het eind over mijn volk Israël.
Wat is het einde? Ik zal het voortaan niet meer voorbijgaan. Dat woord roept ook herinneringen op. Voorbijgaan, wanneer hoorden wij daarvan? In de nacht van de uittocht! Toen ging de verderfengel voorbij, overal waar het bloed aan de posten, gestreken was, hij ging verschonend voorbij, want het bloed van het verbond deed kracht. Als God voorbijgaat betekent dat, dat Hij vergeeft. Micha noemt het in één adem: Wie is een God gelijk Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn erfenis voorbijgaat? Dat houdt het einde tegen, dat stelt het einde uit.
Voortaan niet meer. Hoe vaak heb Ik niet vergeven, hoe vaak ging Ik niet voorbij. Hoe vaak kwam het oordeel niet, al was het dubbel en dwars verdiend. Nu zet Ik er een punt achter. Eerst viel de voorbede uit — Amos treedt niet meer tussenbeide. Nu valt de vergeving uit, en die twee hangen met elkaar samen. Dan is het einde er nog onverwacht: de zon wordt midden op de dag verduisterd. Het einde, smalen de mensen. Dat zal mijn tijd wel dienen. En willens vergeten zij de dagen van de zondvloed en de ondergang van Sodom. Het einde. Niets van te zien! Wat ziet gij, Amos. Een korf met zomerfruit. Rijp, ooft! Zo is Israël rijp voor dit oordeel.
En niet alleen in Israël. Onwillekeurig schakelen we over naar het volstrekte einde, naar de laatste dag. Want te bestemder tijd zal het einde zijn. Zend uw sikkel en maai, want de ure om te maaien is voor u gekomen, omdat de oogst der aarde rijp is geworden. Ieder einde is een voorspel van dat einde. De Heere maakt een eind aan Israels volksbestaan, het tienstammenrijk. Zo kan Hij een eind maken aan ons volksbestaan. Zo zal Hij een eind maken aan een wereld die zich tegen Hem verhardt. Wis en zeker. Want Ik zal het voortaan niet meer voorbijgaan. Met zulke dingen rekenen zij, die de Heere vrezen.
Sloeg de hoorders de schrik om het hart? Amazia wordt er koud noch heet van. Hij legt Amos het zwijgen op. Wacht maar, straks spreekt God niet meer. Vlak voor het einde spreekt God niet meer. Zij zullen rondtrekken om het Woord des Heeren te zoeken, maar zullen het niet vinden — vs. 12 Wacht maar, de psalmen verstommen, de woorden besterven ons op de lippen. Het laatste, het allerlaatste is een loodzware stilte. Wie zal het wagen die te verstoren — vs. 3.
Wat heeft het voor zin, dit profeteren? Het onafwendbare einde openlijk uit te roepen? Wat niet weet, wat niet deert. Maar de Heere wil nu net, dat het deert, daarom laat Hij het weten. Rekent u met het einde? Niet omdat de toestand en de toekomst zo somber is, en ze is somberder dan de meesten denken. Niet omdat de nood nijpt, al zullen we dat gewaar worden. Maar omdat de zonde en het oordeel rijpen. Kijk eens om u heen. Nee, kijk uw eigen leven eens na. Kan dat zo doorgaan met kerk en volk. Met de wereld zoals ze reilt en zeilt? Kan het zo doorgaan met mij? Het einde is gekomen. Zo'n woord moet door onze valse rust heenbreken, het maakt ons wakker. En wat dan?
Kunnen wij maatregelen treffen. Om dat einde te voorkómen? Nee, dat niet. Wij moeten het doormaken. We gaan het echter niet blindelings tegemoet. Wat ziet gij? Opent ons de ogen. Wij moeten er onderdoor, het Woord stelt het einde aan de orde en dan staat het onontkoombaar voor ons. Gaat het dan niet door? Het gaat, op Gods tijd, door. De Heere oefent gericht. Wie zal zijn leven daar heelhuids doorheen halen . . . Niemand! De Héére oefent gericht. Dat is de Heere, die bij monde van Amos roept: Zoekt de Heere en leeft. Keert u af van de zonden, zoekt gerechtigheid. Zoekt Hem, vóór het einde. Zoekt Hem, alsof het einde er was en leeft. Wij willen er onderuit, wij willen ook onder dat Woord uit. Wij laten ons niet bang maken. Maar dat wordt ook niet bedoeld. Wat zou het trouwens baten? Wat wel bedoeld wordt? Bekeert u.
Wat het voor zin heeft, dit woord van het einde te verkondigen, als het toch komt? Het oordeel is geen lot. Het lot is stom. Veel spreken en preken over het oordeel is daarom niet naar het Woord, omdat de Naam des Heeren er niét bij genoemd wordt. Zijn oordeel. Hij kan het zenden, wenden, enden. Hij spreekt erover. Hij roept Zijn naam uit midden in het oordeel. De naam van de Heere Jezus Christus.
Het einde. Eigen schuld, schuld met anderen samen. Wij klagen niemand meer aan, wij beklagen ons niet over God, of over dat einde. Wij toch rechtvaardig. Wij gingen de verkeerde kant uit. Als dat zo doorgaat . . . Nu is het uit!! Omkeren, om uws levens wil. In het einde is geen ruimte om om te keren. In het einde staat het kruis van Christus. Nademaal Hij de Zijnen liefgehad heeft, heeft Hij hen liefgehad tot het einde. Bekeert u en gelooft het Evangelie. Het kruis dat is het keerpunt. Het einde. Daar ontmoeten wij Hem, die ieder einde doorstond, en die het begin is! Pasen. Het einde heb ik achter de rug. Ik? Hij, en ik met Hem.
De genade van de Heere Jezus Christus zij met ons. Genade bestaat niet daarin, dat de zonden geen gevolgen meer met zich mee zouden brengen, maar daarin, dat wij de gevolgen van onze zonden, die als een oordeel over ons komen, ook over land en volk, bij het kruis onder ogen zien. De genade van het einde. De moordenaarsgenade. Gedenk mijner. Begenadigd hoorde hij het woord van uitzicht en doortocht: Voorwaar zeg Ik u. Heden. Zo wordt het einde goed.
L. K.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's