'Hier en Heden'
winter
De winter sloeg dit jaar snel toe. Het is al bijzonder, wanneer in het begin van de decembermaand sneeuw neerdwarrelt en het is nu nog november. Die vroege winter zegt onder de omstandigheden waaronder wij leven nog iets meer dan anders het geval zou zijn. Of ligt dat aan mij? Ik bedacht het, toen ik de trein instapte en merkte dat de wagon, de paden, de balkons vol waren als in de dagen uit de oorlogsjaren, niet het minst uit oorlogswinters. De mensen hadden het over oliecrisis en volle oorlogstreinen van weleer. Er was nog lang niet die sterke saamhorigheid als in de periode van de bezetting. Toch ontdooide dat een beetje, terwijl de sneeuw buiten het landschap op winter zette.
Een vroeg begin. Wat staat ons allemaal te wachten? Had Den Uyl het pas niet over de oliecrisis en zei hij niet, dat het er allemaal grimmiger uitzag dan de meeste mensen zich nog realiseren. Tot dusver ging alles in stijgende lijn. Bij de goede toon hoorde het zorgelijk te doen over de inflatie, maar, ach, ook daar leer je mee leven. Welke onthutsende verrassingen heeft de oliecrisis in petto? Dat vragen wij ons sterk af. De olie lijkt voor de economie, wat het bloed is voor de bloedsomloop. Als ons lichaam te kampen krijgt met bloedarmoede lijdt alles daaronder. Die eerste ouvertures van de schaarstemelodie klinken nog onwennig in de oren. Wij doen wat geforceerd vrolijk vanwege de onwennigheid. De winter moet aanhouden, meer ongerief moet ons pad kruisen, gebrek moet met knokige hand op de deuren kloppen. Hoe zullen wij het dan maken? Wij zijn verwend en onze portefeuille staat bol van papieren, die allemaal moeten diets maken waarop wij rechten bezitten.
Wij ouderen weten ervan. Wij hebben bewust de oorlog veertig - vijfenveertig beleefd. Ja, dat is waar, doch toen kwamen wij uit een schrale tijd in de oorlog terecht. In de jaren van crisis en malaise of hoe wij die noemden, hadden wij geleerd kalm aan te doen.
Is deze boycot met een staartje een komeetje aan onze welvaartshemel die gezwind uit de gezichtskring verdwijnt? Of staan wij op de drempel van een heel andere fase van de geschiedenis van deze hoogst eigenaardig bevolkte planeet? Ik wil mij ditmaal niet bezig houden met de voorzeggingen die het einde van de wereld reliëf geven. Over in het bijzonder het vraagstuk Israël heb ik hier ter plekke meer dan eens het nodigste naar voren gebracht. Let er echter terdege op hoe Israël zich momenteel bevindt op het allerdrukste punt van het volkerenverkeer. Als het eens meer dan seizoenmatig winter wordt rondom, zoeken wij zondebokken. Wie willen wij daarvoor aanwijzen? De nood is nog niet eens aan de man gekomen. Het zijn speldeprikjes in vergelijk met wat komen kan. Toch hebben velen hun zondagse Israël-rokje al in de kast gehangen en hun Palestijnenhemd over het hoofd getrokken.
Wij onderkennen onvoldoende de loop van de gebeurtenissen, moet ik vrezen. Het gaat niet in de huidige situatie om standpunten en om bepaling van standpunten; wij hebben te maken met bewegingen, die geen halt maken doch van kilometerpaal tot kilometerpaal oprukken. Tendenzen, daar hebben wij mee van doen. Oude geschiedenissen worden de jongste. Opnieuw na eeuwen en eeuwen langere ballingschap keerde het oude volk weder naar het land der vaderen. Andere Tobia's, Gesems en Sanballats pogen te dwarsbomen. Ik probeerde de profetie er voor deze keer buiten houden. Het lukt nauwelijks.
soberheid
Ik wilde naar een ander onderwerp. De Apostel bedankt voor de ontvangst van liefdegaven. Letterlijk schrijft hij vervolgens 'Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben, en ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden.' Het kan dienstig zijn enkele punten te noteren. Typisch is het dat Paulus er de nadruk op legt dat hij vergenoegd is in hetgeen hij is. Niet het hebben maar het zijn is voor hem van belang. Al weet ik dat de uitleg van deze woorden, zie bijv. de kanttekening, het weer zoekt in de richting van het hebben. Vooruit maar. Verder spreekt Paulus duidelijk uit dat hij dit heeft moeten leren. Hij is in de omschreven levenshouding onderwezen.
Hebben wij wel eens een cursus in deze richting gevolgd? Niemand weet precies hoe het allemaal nog zal aflopen met energieschaarste en alle mogelijke repercussies vandien. Wanneer wij het dal in moeten kon het sneller gaan dan voor onze gezondheid en gemoedsrust plezierig zou zijn. Zijn wij als de apostel geprepareerd op alle eventualiteiten? Het zou te pas kunnen komen. Wij hoeven niet naar één of ander kamp of naar een trainingscursus. Het gaat erom of wij leerjongens, cursisten, discipelen van Christus zijn. En meer dan dat. Er moeten vitale levensbanden bestaan. Immers Paulus besluit zijn betuiging met de woorden: 'Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft'. Een metterdaad krachtgevende Christus! Hebben wij deel aan Hem?
Het zou kunnen gebeuren dat wij meer nodig hadden dan dat wij onszelf wat moed en berusting inspreken met filosofische levenswijsheid, dat wij de broekriem wat nauwer zullen moeten aanhalen. Daarmee kom je er soms niet.
kerkelijk nieuwjaar
Winter en, op zijn ouderwets, ontberingen en soberheid daarbij geven ons hier in West-Europa associaties met Kerstdagen en met Oud en Nieuw. Voor ons horen die bijzondere dagen bij de winter. Een vastgelopen wereld, een wereld van hunkering kan een adventswereld zijn. Een wachtende wereld, omdat zoveel verwachtingen zijn stukgeslagen en omdat illusies en idealen verzonken.
Het kerkelijk jaar verstreek. Het burgerlijk jaar zal het voorbeeld dra volgen. De adventsprediking neemt een aanvang. Misschien gaan wij meer dan ooit het geval was ons richten op de wederkomst van Hem, Die kwam en Die verscheen in deze wereld. Want onze oude wereld waar wij in leven is oud en ziek, arm en hopeloos. De schijnwelvaart slaat de wieken uit om ons te verlaten. Die schijn kan niet zo erg veel meenemen dat is waar, maar van dat geringe schamele ongelukkige beetje hebben wij nu eenmaal alles gemaakt. Zodoende hebben wij onszelf hevig bedrogen. Duiken wij mogelijk onder in een godloze wereld? Want van het kerkelijk leven blijft niet veel over. De belangstelling verslapt, de fut is weg. Enkele vuren hebben hoog gevlamd, maar de donkerte en de kou dreigen te winnen. Kerken vergaan als tuinen die prachtig bloeiden. De nachtvorst doet het allemaal verwelken. Gelukkig zijn er andere gemeenten, die mogelijk niet zo uitbundige bloei aan de dag legden. Ook die krijgen hun winters aanzien. Doch er staan vaste planten, die zullen straks toch opnieuw uitlopen. Zij overwinteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's