De grote kerk
In vele dorpen wordt de Hervormde Kerk de grote kerk genoemd. De reden is duidelijk. Door de jaren heen had de Hervormde Kerk de meeste leden en het kerkgebouw torende hoog boven het dorp, beheerste als het ware het dorpsbeeld. Langzaam maar zeker is er een kentering gekomen. Zeker, er zijn ook nu nog vele plaatsen en streken waar de Hervormde Kerk de meeste leden heeft en landelijk gezien is het nog wel zo, dat de Hervormde Kerk, nominaal althans, vooraan ligt in ledental. Maar het wordt met de dag duidelijker dat de Hervormde Kerk haar imago van grote kerk moet prijsgeven. Er zijn streken of plaatsen waar andere kerken (heel wat) meer kerkgangers hebben dan de Hervormde Kerk. De grote kerk is in menige plaats en in menige streek zelfs kleine kerk geworden.
Financiën
Ik geloof dat het tijd wordt dat we ons dat als hervormden goed gaan realiseren. In de steden ging de ene predikantsplaats na de andere onder de hamer. Financieel baart het kerkelijk leven dan vaak grote zorgen, zodat het geen pretje is kerkvoogd te zijn. Dezer dagen las ik een wat cynische advertentie in een kerkblad, waarin door het ontstaan van drie vacatures in de kerkvoogdij kerkvoogden werden opgeroepen, wier taak zou bestaan in 'het organiseren van geldwerfacties', 'kortom het in evenwicht brengen en houden van de kerk-balans'. De functie garandeerde — zo werd gesteld — sterk wisselende werktijden, met als beloning de 'dankbaarheid' van de gemeente. Een cynische advertentie, die echter duidelijk maakt hoe het op menige plaats gesteld is. Die ook duidelijk maakt dat kerkvoogd zijn in deze tijd niet niets is.
In 'Hervormd Rotterdam' stond dezer dagen een voorpagina-artikel onder de titel 'Tekorten, tekorten, tekorten'. De scribent, ds. J. D. Hoekstra, spreekt van tekorten die, ondanks min of meer geslaagde geldwervingsacties, toch weer ver boven de ƒ 100.000, — komen. Hij suggereert dat we toe zullen moeten naar de parttime predikant, die tegen een betaalbare honorering predikant is en daarnaast een nevenfunctie heeft. Ook uit een dergelijk artikel blijkt dat de Hervormde Kerk inkrimpt, al telt ze nog vele leden.
We dreigen van grote kerk een kleine kerk, althans een gewone kerk te worden met echter inmiddels wél een topzwaar apparaat. De lasten voor de landelijke kerk zijn voor de kerkvoogdijen namelijk inderdaad vaak lasten. Me dunkt dat we als Hervormde Kerk juist in dit opzicht ook de consequenties zullen moeten trekken uit de inkrimping der gemeenten. Het gaat niet aan plaatselijk al maar de buikriem aan te halen en predikantsplaatsen op te geven en intussen, wat het apparaat van de kerk betreft, te doen alsof er niets aan de hand is. Op deze wijze wordt onze kerk een kind met een waterhoofd.
Het wezenlijke
Met de part-time predikant zijn we er echter niet. Wie in de krijg dient moet niet ingewikkeld worden in de handelingen voor de leeftocht. We zullen wél toe moeten naar een aantal predikantsplaatsen, dat in overeenstemming is met de grootte van de meelevende gemeente, de gemeente die het levende geld opbrengt. Maar ten diepste ligt dan óók de vraag voor ons wat het wezenlijke van het kérkzijn is, op welke wijze echt gemeentevormend wordt gewerkt. En ligt dan het wezenlijke niet bij de dienst des Woords en der sacramenten en in het pastoraat? Hebben we als Hervormde Kerk de vleugels soms niet veel te breed uitgeslagen, waardoor het echte gemeentewerk in de knel kwam? Terwijl er anderzijds zelfs sprake is van gemeente-afbraak! Wanneer ik in 'Hervormd Rotterdam' namelijk ook lees, dat er in de Laurenskerk zondag 14 oktober een dienst was met als thema 'Dansen voor de Heer en geneer je niet', een dienst waarin men dansend bijeen was, dan moet gezegd worden dat op déze wijze de gemeente alleen nog maar verder krimpen zal. Zó bouwt God Zijn kerk niet, maar zo breken eigenwillige voorgangers de kerk af. Wekelijks ontvang ik kerkbode- en krantenknipsels, waarin de meest vreemde experimenten worden vermeld. En intussen wordt de kerk kleiner en kleiner en de tekorten groter en groter.
Aan de andere kant zien we het echter ook nu telkens weer gebeuren, dat met de gewone Woorddienst en met intensief pastoraat gemeenten gebouwd worden, zodat het aantal predikantsplaatsen niet afneemt maar toeneemt. Dat is niet ter meerderer glorie van zulke gemeenten gezegd maar alleen maar om aan te geven dat de Heere ook nu nog Zijn zegen geeft aan de getrouwe arbeid in het Woord. Zelfs b.v. in wat dan donker Noord-Holland heet, waar de kerk onder de slopershamer van de vrijzinnigheid en van welke moderne theologie dan ook als tot niets terug werd gebracht, zie je het wonder opbloeien van de vrucht op de bediening van het Woord.
Ook een andere kant
Intussen blijven we als Hervormde Kerk toch in één opzicht grote kerk. Wij blijven te maken houden met een grote rand, die kerkelijk niet meeleeft maar die ook de band met de kerk niet verbroken wenst te zien. Dat is een zorg, die we als hervormden meedragen en ook mee mógen dragen. We zitten thans met de problematiek van de geboorteleden. Diverse predikantsplaatsen zijn alléén maar groot doordat er een grote rand geboorteleden is. Wat daarvan te zeggen? Me dunkt dat we ons primair zullen moeten richten op de meelevende gemeente, in die zin, dat deze gemeente de eerste zorg mag vragen en dat het aantal predikantsplaatsen op de meelevende gemeente moet zijn gebaseerd. Maar anderzijds zullen we toch ook onze zorg moeten blijven hebben en houden over al diegenen die, wannéér ze nog aan een kerk denken, allereerst aan de Hervormde Kerk denken. Hoe vaak komt het niet voor dat zulken opeens de weg naar de kerk weer vinden, juist door het pastoraat vanuit de gemeente? Ik denk aan de man die jaren achtereen de ouderling, die een afspraak kwam maken voor huisbezoek, letterlijk van de deur vloekte en hem op een bepaalde dag als geroepen verwelkomde. Hij was ziek geweest, had een bijbel gekocht om zich te verweren tegen een Jehovah-getuige, die hem met allerlei dingen aan boord kwam. Hij ging vragen naar de weg door het lezen in dat Woord. De ouderling kwam als geroepen en hij werd gedoopt mét zijn huis. Ik denk aan de chirurg, die geen kerk ooit van binnen zag maar op de vraag of hij dan niet uit de kaartenbak verwijderd wilde worden zei, dat hij dit niet wilde, maar dat hij graag elk jaar een keer benaderd wilde worden door de kerk. Het mocht eens nodig zijn. Ik denk aan 'hoeren en tollenaren', die door de kerk toch opgezocht werden en voor wie de kerk ging leven omdat het Woord ging leven voor hen, ook weer door pastorale contacten. We hebben als hervormden een stuk pastorale zorg voor mensen in onze samenleving, die niet op de weg van andere kerken geplaatst worden. Dat zal ook niet veranderen als de geboorteleden worden geschrapt. Mensen zullen toch in bepaalde situaties een beroep op de hervormde kerk blijven doen. Dat geeft voor de predikanten zeker een stuk zorg en spanning. Ze gaan vaak de ziekenhuizen en de huizen in om mensen te ontmoeten, die er dwars tegenin liggen. De gemeenten mogen in dit opzicht wel in de gebeden met hun predikanten en ambtsdragers meegaan. Hier ligt vaak een zwaar werk, zwaarder soms dan voor ambtsdragers van andere kerken. De begrafenissen die ze moeten leiden, de bezoeken die ze moeten afleggen zijn vaak bij mensen, die niet alleen de eerste beginselen niet meer weten, maar die vaak er vijandig tegenin liggen. Totdat . . . !, dat leert tenminste óók de praktijk.
Zorgen en mogelijkheden
De Hervormde Kerk is van grote kerk een kerk geworden met grote zorgen. Maar toch ook altijd nog een kerk met grote mogelijkheden, mogelijkheden die God geeft ook onder vervreemden en verdoolden. En dan mogen we ook weten dat de trouw van God meegaat de geslachten door. Die trouw Gods vraagt ook onze trouw, trouw in de dienst van het Woord, van de sacramenten, van het pastoraat en van het apostolaat. Meer wordt niet gevraagd maar minder ook niet. En dan mogen we de trouw van God over onze kerk ook telkens nog zien. En laten daarom ambtsdragers en gemeenteleden maar één zijn in de opdracht. Samen bezig zijn om de gemeente écht gemeente te doen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's