Een stukje christelijk dienstbetoon
Als mensen in klederdracht buiten hun woonplaats vertoeven hebben ze ongemerkt nogal wat bekijks. Toen mevrouw Bakker in haar Huizer klederdracht — Huizer kleren zeggen ze zelf — in een K.L.M.-vliegtuig stapte naar Budapest in Hongarije was dat bepaald óók het geval. Met haar zeventig jaren ging ze, na hersteld te zijn van een longontsteking en na moeilijk uit de voeten te hebben gekund vanwege een voetverlamming, in haar eentje naar Hongarije om mensen te ontmoeten die haar alleen uit brieven en van foto's kenden. Haar klederdracht maakte haar bij het afhalen op het vliegveld gemakkelijk herkenbaar. Voorbijgangers dachten en vroegen overigens nogal eens of ze een nonnetje was.
Mevrouw Bakker zorgt al enkele jaren voor verzending van kleding naar Hongarije. Het begon met één contactadres, van iemand die als pleegkind in Holland was geweest. Maar de contacten breidden zich uit tot vele. Velen vroegen de afgelopen jaren om hulp, om kleding. Voornamelijk mensen uit de gebieden die in 1970 en 1971 werden getroffen door overstromingen. Via de post gaan er nu regelmatig pakketten met kleding naar Hongarije en na ontvangst daarvan krijgt mevrouw Bakker een bevestiging, dat het aangekomen is. En dan zijn er regelmatig de brieven, de dankbare brieven; want het leven is voor velen geen vetpot. De mensen die geholpen worden zijn dankbaar als ze kleding krijgen, waarvoor ze anders vele uren werken moeten.
Toen mevrouw Bakker met dit werk begon schreef iemand, die zelf kledingacties had gevoerd, in een brief: 'U neemt wel heel wat op u. Ik wil u niet ontmoedigen, maar ik kan uit jarenlange ervaring spreken. U dient te beschikken over veel liefde voor dit werk, over veel vrije tijd, over veel bereidwillige hulp, over een flinke beurs en nog andere dingen. Als ik dit schrijf wil ik u niet afschrikken maar wel waarschuwen om u voor teleurstelling te bewaren.'
In ieder geval liet mevrouw Bakker zich niet afschrikken. Thans is het zo dat jaarlijks heel wat pakketten verzonden worden. Dit jaar alleen gingen er 192 pakketten de deur uit met in totaal 2162 kilo kleding. Ik sprak al over de dankbare brieven die daarop komen. De eerste correspondente, Olga, schreef in haar laatste brief — ze is namelijk intussen overleden — over 'glunderende gezichten bij het uitpakken en verdelen van de kleding'. Ze schrijft er ook over dat ze nog een Nederlandse bijbel heeft gekregen en dat ze psalm 31: 16 voor zich heeft: mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand van mijn vijanden en van mijn vervolgers. Ze zegt erbij: Dat vind ik heel moi, mar ik denk ik heb keen fijanden, want God iz altijd met onz.'
Mevrouw Bakker vindt het treffend, dat juist deze tekst in haar laatste brief stond. Mijn tijden zijn in Uw hand. Uit een andere brief: 'By onz iz nu de weather zeer koud, het schneuwt en ijz iz overal. Mar zondags gaan wei altijd in de kerk, we zijn gereformeerd. Verleden jaar was in Hongarije groot overfloating, groote deel van Hongarije zijn onder water gekommen. Mar de barmhartige mensen overal in de wereld hevt onz geholpen. Ook van Holland zijn groote gaaven van de barmhartige mensen gekommen. Hevt u mischin oude kleeren for en oude kleine vrouwtje, — mar nit nieuwe, want vor nieuwe moet ik veel douane betalen — onderwesche, of troutje, jurkje ov andere kleerengooeds, wat for u nit mer goed iz, dan zal ik heel bley wezen, en u hevt en oude kleine heel gelukkig gemaakt. Darom dacht ik zal van u vraagen ov u oude, kleeren hevt.'
De reacties zijn reacties van dankbare mensen. En daarom is mevrouw Bakker er naar toegegaan. Ze wilde zien hoe de mensen die ze geholpen heeft leefden. Ze wilde de vrienden die ze gekregen had ontmoeten. Zo is ze drie weken lang in Hongarije geweest en is ze van de een naar de ander gereisd. Er waren mensen, die met de overstromingen alles kwijtraakten maar die zeiden: 'De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd!' Ze hadden hun vier kinderen nog. Ze heeft een domineeswoning gezien, die een armelijk geheel was, en een kerk bestaande uit een achterhuis met een verzakkend dak. Ze ontmoette een weduwe, wier huis door de staat — zonder vergoeding — onteigend was en die nu een één-kamerhuisje had toegewezen gekregen. Ze heeft gemerkt dat de kleding niet zó maar gegeven was. Er is alle reden om bij te springen en iets te doen voor mensen die een schamel bestaan hebben. Ons leven is een weelderig leven vergeleken bij het hunne. Overigens ontdekte mevrouw Bakker óók hoe mensen, die het zelf niet rijk hebben, bereid zijn aan anderen mee te delen van wat ze hebben.
Zoals gezegd gaan er jaarlijks heel wat pakketten naar Hongarije. Soms heeft mevrouw Baker wel eens iets aan particulieren per auto meegegeven. Maar vrijwel alles gaat toch per post. Over aanbod van kleding heeft ze niet te klagen. Integendeel! Ze krijgt zoveel dat ze het maar nauwelijks verwerken kan. Ze zit dan ook echt niet meer te wachten op kleding van buitenaf, al is het wél zo dat ze meestal moeilijk aan luiers en lakentjes en slopen voor kinderbedjes komen kan. Het aanbod is er van alle kanten. Anderen hielpen haar te helpen. Zo af en toe een stukje in het Huizer Kerkblad heeft het haar tot nu toe mogelijk gemaakt dit werk te doen. Maar de verzending kost ook geld. De portokosten waren dit jaar alleen al ruim ƒ 3350, —. Ook in dit opzicht is mevrouw Bakker tot nu toe geholpen, door giften van particulieren of door hulp van de diaconie. Maar er zou nog best meer kunnen gebeuren. Bovendien, voor de kleding, ook de gebruikte kleding, moeten de ontvangers invoerrechten betalen (minstens ƒ 25, — per pakket) en dat is voor de mensen soms óók al moeilijk. Daarom zou ze het liefst de invoerrechten erbij betalen, wat in verschillende gevallen ook al gebeurd is.
Misschien begrijpt men waarom ik dit alles hier vermeld. Misschien gaan er harten en handen open voor dit stukje werk dat met veel hartelijkheid en liefde gedaan wordt. Wie mevrouw Bakker over dit alles hoort spreken bemerkt dat er een hart achter staat. Je komt er, als ze eenmaal aan het praten is, moeilijk meer weg. Ze vertelt over haar bezoeken, haar correspondentie, haar bezoek aan de ambassade in Den Haag, maar vooral over de vreugde in dit werk.
Een stuk eenvoudig particulier christelijk dienstbetoon. Alle reden om er hier met dankbaarheid melding van te maken. Christen zijn is niet een zaak van woorden alleen maar óók van daden. Dienstbetoon is in dit opzicht: 'lenen zonder iets weder te hopen' (Luc. 6: 35); al geldt ook: 'die zich over de armen ontfermt, leent de Heere' (Spr. 9: 17). En nu maar hopen dat mevrouw Bakker ook uit onze lezerskring wat toegestopt krijgt voor haar werk. Toen ik bij haar vandaan ging lagen er nog twintig brieven met verzoeken om kleding.
Het adres van mevrouw Bakker is: Dahliastraat 23, Huizen (02152—5 44 40). Ze heeft een rekening op de Rabo-bank te Huizen; gironummer van de bank: 251617, rekeningnummer: 3299—56515.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's