De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest en de prediking van het Woord 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Geest en de prediking van het Woord 1

8 minuten leestijd

In het opschrift van dit artikel staat Woord met een hoofdletter, want het gaat in de prediking niet om woorden van mensen, maar om het Woord van God, wiens Woord als Evangelie gepredikt moet worden. Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen, zo luidt de opdracht van Christus (Marc. 16: 15). Paulus spreekt dan ook meerdere malen van het Woord van Christus (Col. 3: 16), het Woord des Heeren (van de Kyrios), 1 Thess. 1: 8; verscheidene keren komt deze uitdrukking voor in het boek der Handeleingen. Soms spreekt de apostel van het Woord zonder enige toevoeging, als het Woord bij uitnemendheid. Wie onderwezen wordt in het Woord dele mede van alle goederen dengene, die hem onderwijst (Gal. 6: 6). Als Johannes in het boek der Openbaring van de overwinnende Christus spreekt, die als Rechter komt, dan heet Hij, zoals in het Evangelie naar Johannes, het Woord (de Logos). De prediking van het Evangelie Gods, hoe ook verder getypeerd als Evangelie van Christus als het Woord des heils (Hand. 13: 26), Woord der waarheid (Col. 1: 5, Ef. 1: 13 e.a.) is prediking van Christus: van Hem gaat de prediking uit; Hij is de Zender, die Zijn arbeiders in dienst neemt. Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. (Matth. 4: 17). Jezus trok door geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie van het Koninkrijk (Matth. 4: 23).

Christus hoogste profeet en leraar
Hoe zullen wij dan ontvlieden, vraagt de apostel, als wij op zo grote zaligheid geen acht geven; want dat Woord is eerst verkondigd door de Heere en aan ons bevestigd van degenen, die Hem gehoord hebben en God heeft bovendien medegetuigd door tekenen en wonderen en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes naar Zijn wil (Hebr. 2: 3 v.). Aan de echtheid en de geloofwaardigheid behoeft men dus niet te twijfelen. Zij hebben de boodschap uit de handen des Heeren ontvangen (Gal. 1: 1; 1 Kor. 11: 2, 15: 3 e.a.) De Heilige Geest werkt in het hart van de uitgezonden getuigen en in het hart van de geroepenen, daarbij de boodschap door tekenen en wonderen onderstrepend en bevestigend.
Omdat wij in de prediking te doen hebben met het Woord Gods, daarom moeten wij dat Woord hoogachten en de prediking als een bijzondere genade van de hemel waarderen. Er wordt wel eens onvoorzichtig van de prediking gezegd: och, dat is 'maar' de uiterlijke roeping of ook wel het Woord is dood en eerst als het levend gemaakt wordt, dan is het pas het levende Woord Gods.
Calvijn spreekt wel eens van de prediking als een dode letter, als de inwendige roeping er niet bij komt, maar dan in de zin van: de prediking doet geen nut tot zaligheid. (Zo Hand. 16: 14). Bij de verklaring van Hebr. 4: 12 tekent hij aan, dat de gedachte als zoude het inwendige woord alleen kracht oefenen en dat wat voortkomt uit de mond van de prediker dood is waanzinnig en verderfelijk is.

Het levende Woord vraagt om levende verkondiging
De prediking is de verkondiging van het Woord, dat levend en levenwekkend is, geloof werkend en versterkend. Als Paulus aan de gemeente te Antiochië zegt: Tot u is het Woord der zaligheid gezonden, dan betekent dit niet alleen, dat het Woord getuigt van het heil, dat de zaligheid die in Christus is en het leven des geloofs beschreven worden; het Woord grijpt dieper in. Het Woord mag niet losgemaakt worden van Hem, die Zijn Woord doet uitgaan. De prediking is geen dood ding, als zou het Woord zijn als een afgeschoten granaat en dan maar afwachten, of ik goed gericht heb! Het Woord des Heeren is een werkzaam Woord.

De betekenis van daber
Kom ik dan niet in de buurt van de door velen in deze tijd verdedigde stelling, dat woord (hebr. dabar) daad is, gebeurtenis, zaak? Het Hebreeuwse denken zou daarin ook doorwerken in het Nieuwe Testament. Woorden en zaken zouden in de Schrift één zijn. Want zegt men: het Hebreeuwse denken is dynamisch, in tegenstelling met het statische Griekse denken. Karl Barth sprak in dit verband van een hetse tegen het Griekse denken (Griechentum). Een voorbeeld hiervan is b.v. het woord onsterfelijk; men zou niet meer spreken mogen van onsterfelijke ziel, want dat is niet bijbels, en daarom zou men dat uit een christelijk spraakgebruik moeten uitbannen. Natuurlijk kan men de uitdrukking onsterfelijke ziel wel op een onbijbelse wijze vullen — en dat is ook wel geschied, als men het lichaam niet achtte, en dat als een gevangenis van de ziel beschouwde — hoe anders de Heidelbergse Catechismus onmiddellijk in het eerste antwoord! — maar een bijbels begrip, ook op de mens toegepast is het wel, denk maar aan 1 Kor. 15: 54. (Het treft altijd weer, dat men wel van bijbels begrip wil spreken, maar dat is dan wel heel weinig in overeenstemming met het 'Hebreeuwse denken').
Deze opvattingen zijn tegenwoordig wel op hun retour, maar vele malen denkt men bij woord rustig aan zaak, gebeurtenis, feit. Ten onrechte. Soms moet dabar wel met ding of een soortgelijk woord worden vertaald, maar dat moet uit het woord zinsverband blijken, b.v. bij Ezechiël lezen we: zij zullen uw woorden horen, maar zij zullen ze niet doen Ez. 33: 31 v. Wie uit God is, hoort de woorden Gods Joh. 8: 47. Hier gaat het om het Woord, dat uit de mond van Christus uitgaat. — Paulus hoopt wel in Korinthe te komen, al zeggen sommigen: maar hem zie je niet, hij stuurt een knechtje in Timotheüs of een ander. Maar Paulus schrijft, dat als hij in Korinthe zal komen, dan zal hij eens kennis nemen niet van de woorden van de opgeblazen mensen, maar van hun kracht (1 Kor. 4: 19). — Het is de klacht van de profeet, dat het volk tot de Heere nadert met de lippen — dat betekent dus goede woorden genoeg, maar het hart is verre van Hem (Jes. 29: 13). Bij de mens is er de grote afstand tussen zeggen en doen. De Schrift tekent de arglistigheid en onbetrouwbaarheid van het hart des mensen. Micha (h. 6: 12) heeft het over mensen, wier tong één en al bedrog is; zij zijn bedriegers; in hun woorden zij zijn dubbelhartig (vergelijk Jak. 1: 8 e.a.) d.w.z. hun hart is gedeeld tussen God en de wereld. De psalmist (Ps. 78: 37) klaagt — en de klacht is een aanklacht — dat het hart van Israël niet recht was met den Heere. Of elders wordt gesproken van mensen, wier mond gladder is dan boter, maar hun hart is vijandig. Hun woorden waren zachter dan olie, maar het waren getrokken messen (Statenvert. ontblote zwaarden). Psalm 55: 22.

Bij Woord Gods valt het accent op het tweede woord.
Maar als achter dabar de naam Gods staat, dan krijgt het geheel een levende inhoud. Omdat de God van alle genade, de souvereine schepper van hemel en aarde achter dit Woord staat, daarom is het niet krachteloos of ijdel. Hij staat er achter, die spreekt en het is er; Hij gebiedt en het staat er. Daarom die vastheid van des Heeren beloften, die in Christus ja en amen zijn. Daarom zal er niet één van de goede woorden Gods op aarde vallen.
In het Woord Gods hebben wij niet te doen met het woord van een machteloze afgod, die alles belooft en niets klaar maakt. In het Woord hebben wij niet te doen met een onbetrouwbaar wezen, dat met twee monden spreekt. Hij maakt Zijn Woord waar. Indien ergens dan kunnen wij hier spreken van geladen woorden, zij hebben iets van eeuwige Majesteit Gods in zich. Met velerlei beelden wordt de kracht tot nederwerping en verbrijzeling in de Schrift getekend. Het Woord des Heeren is als een hamer, die steenrotsen verbrijzelt (Jer. 23:29). Het is een verdervend vuur. Wat een kracht is er in het vuur Gods (Vergelijk: Hij zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen Luc. 3: 16). Het Woord is een zwaard (Ef. 6: 17 het zwaard des Geestes) Gord, o Held, Uw zwaard aan Uw zijde (Ps. 45: 4). Het is een scherpsnijdende sikkel (Opb. 14: 14). Maar daarnaast lezen wij van de zegenende kracht van het Woord. Dat Woord is als de dauw en als de vruchtbaarmakende regen (Jesaja 55: 10). Zoals de regen en de sneeuw van de hemel nederdaalt en maakt, dat de aarde voortbrengt en uitspruit en zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, zo is het Woord des Heeren: dat Woord verkwikt, het richt op, maakt vrolijk, geeft hoop (Ps. 119: 14, 28 e.a.). Van den Heere komen troostvolle woorden (Zach. 1: 13). Doen Mijn woorden geen goed, vraagt de Heere en is dan de Geest des Heeren verkort? (Micha 2: 7).
Huizen                                                                 H. Bout

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Heilige Geest en de prediking van het Woord 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's