De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de stemming

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de stemming

9 minuten leestijd

Het kost ons mensen blijkbaar weinig moeite om van het Kerstfeest een echt sfeervol feest te maken. Geen energiebesparing kan verhinderen, dat er ook dit jaar weer verlichte kerstbomen staan op de kruispunten der wegen. Dennegroen en engelenhaar brengen in de stemming. Hier en daar een kaars op de fleurig gedekte tafel, waar het kerstdiner staat aangericht.

Met een groep jongeren hebben we eens uit verschillende couranten alle woorden geknipt, waarin het woord Kerst voorkwam. Het was tegen de tijd, dat dit feest door Nederland weer gevierd zou worden. Eén van ons schreef daarna al die gevonden woorden op een bord. 't Was verbazingwekkend, hoe vindingrijk de adverteerders bleken te zijn om hun waren aan te prijzen als zijnde zo bijzonder geschikt om een echt sfeervol kerstfeest te kunnen vieren. Een kalkoen, een balavond, heerlijke lekkernijen van Jamin, een Kerst-inn in een koffiebar. En daar tussendoor een scala van predikbeurten tot in de wijdste omgeving. Met het kerstfeest kunt u alle kanten op. Het is beslist een feest om eens even echt in de stemming te zijn.

Er zijn mensen, die op de kerstdagen een bordje teveel op tafel zetten. Zij dekken voor één man meer. Maar dat bordje blijft leeg en op de stoel, die ervoor staat, gaat niemand zitten. Zij willen denken aan die velen, die op het kerstfeest, dat wij zo uitbundig vieren, niet in de stemming kunnen zijn, omdat zij zelfs het dagelijks brood missen. Uitdrukking van de gedachte, die ons soms bij al de grenzeloze versiering, waarmee wij het kerstfeest hebben opgetuigd, te binnen schiet: 'Kan het allemaal wel lijden zo? Doen we het eigenlijk niet heel verkeerd?

Paulus gaat in zijn brief aan de gemeente van Filippi (hoofdstuk 2 : 5—11) nog veel verder. Ook hij prijst het bij ons aan om in de stemming te komen, wanneer wij denken aan de komst van Jezus in het vlees. Maar dan de stemming, de gezindheid, die in Christus Jezus was. En als wij dit hoofdstuk van deze brief goed lezen, blijkt dat wel een heel andere stemming te zijn dan die van de sprookjestuin en de idyllische romantiek, die ons met een goede opmaak in het hedendaagse dagblad wordt aangeprezen. 'Dit gevoelen zij in U', schrijft Paulus daar, 'hetwelk ook in Christus Jezus was'. In een ontroerende hymne beschrijft de apostel dan vervolgens, welke die gezindheid van Christus Jezus was. En daarbij haalt hij het Kerstkind tevoorschijn van onder al die rijke versierselen, waarmee wij mensen de kribbe in Bethlehem zo bedolven hebben, dat het gewoon onvindbaar is geworden.
Een hymne, waarin vier verschillende akkoorden worden aangeslagen. Om op de toonhoogte van de geboren Koning der Joden het kerstlied mee te kunnen zingen.

Trefpunt van de hemel
Als Christus geboren wordt, hebben wij, volgens wat Paulus schrijft in Fil. 2 niet van doen met een arm mensenkind, met wie wij medelijden moeten hebben. Beth­lehem is het trefpunt van de hemel. God werd mens. Het Kind van de stal is van hemelse adel. Het heeft de heerlijkheid van de hemelse God zelf aan zich. Het was 'in de gestaltenis Gods', vol van de stralende luister van Gods eeuwig wezen, volmaakt zalig. En het had die heerlijkheid reeds bij de Vader, eer dat de wereld was.
Zo'n God werd mens. Dat is een ondoorgrondelijk geheim. Hemel en aarde raken elkaar in dit Kind. Hij is maar niet de mens op zijn best of op zijn best een mens. De Griek geloofde oudtijds in zijn goden als in sterk vergrote mensen. En omgekeerd geloofde men in de Oudoosterse godsdiensten in goden, die erg onmenselijk waren, wreed en hard. Maar het Kerstkind is dat geen van beide. Het vertelt ons van een God, die mens werd uit liefde tot zondaren. Hemel en aarde raken elkaar in de Christus van Bethlehem. God legt Zijn Kind te vondeling op aarde: Gods grootste geschenk in 't kleinste formaat. Want dit Kind beschouwde Zijn heerlijke staat, waarin Hij als God was, niet als een zaak om te stelen; iets, dat Hij angstvallig vast wilde houden. Hij verliet vrijwillig Zijn heerlijkheid om de mensen gelijk te worden. Hij zei niet: 'Ik blijf heerlijk hier, bij Mijn Vader'. Christus is het trefpunt van de hemel op aarde.

Beginpunt van de hel
Maar dat niet alleen. Christus onderdrukt niet slechts de glans van Zijn Godheid, zonder Zijn Godheid af te leggen (Calvijn). Het grootste wonder van het Kerstkind is, dat het zich na de ontlediging van Zijn hemelse heerlijkheid, gelijk laat schakelen met de minste van alle mensenkinderen. De vernedering is hier dubbelop. Hij werd een mens als wij. Met dezelfde handen, oren en ogen. Met dezelfde tranen en beproevingen, zodat Hij uitnemend medelijden hebben kan met al onze zwakheden en zodat er geen verdriet kan zijn in ons leven, waarvan Hij niet kan zeggen: 'Daar weet Ik van mee te praten'. Maar veel meer nog: Jezus werd mens, zonder zonde en toch onder de vloek der zonde. Hij werd een slaaf, dat is een mens in de ontluistering van zijn bestaan. 'Hij heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende . . ., gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja de dood des kruises'.
De kribbe staat aan het begin van de via dolorosa. Het Kind van de stal is van meet af aan een Smartenkind, dat in de plaats van schuldige mensen zover van huis raakt, dat het tenslotte moet roepen: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Die psalm, die wij nogal eens zingen, wanneer wij onder Gods oordeel zijn. Hij maakte die tot de Zijne: 'Daar d'angst der hel mij alle troost deed missen'. Zo diep werd Hij ingetrokken in de staat van de mens, de gevloekte, de door de zonde verijdelde en doodongelukkige mens.
Dante schreef boven de hel: 'Wie hier binnentreedt, laat alle hope varen'. De kribbe is één van de sterkste bewijzen, dat het er met ons hopeloos voorstaat, omdat wij tegen God gezondigd hebben. Als Christus in deze staat des mensen binnentreedt, zijn de eerste stappen gezet op weg naar de hel. Er is geen hoop meer, dat Hij er levend afkomt. Hij gaat er straks onderdoor, zoals er nog nooit één onderdoor is gegaan.

Middelpunt van 't heelal
Maar juist zo wordt deze geboren Koning der Joden een Messias, van wie wij hoog op kunnen geven in een wereld, verloren in schuld. Dit Kind van God heeft immers iets op Zijn Naam staan, waar geen mens ooit toe kon komen. Hij heeft verlossing teweeggebracht aan Zijn volk. Hij lost het grootste levensraadsel van de mens op: 'Hoe krijg ik een genadig God?'
Zo op het oog mag dat helemaal geen naam hebben. Je zou er op zijn best van kunnen zeggen, dat Jezus ten prooi is gevallen aan de grootste misdaad van alle misdaden op aarde. Maar bij God heeft het Kind van Bethlehems stal zich daardoor een Naam verworven als geen ander. Want Hij heeft Hem opgewekt uit de doden en Hem, hoewel de nederigste slaaf, gepromoveerd tot de hoogste rang, die van Koning van 't heelal. 'Hij heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is'. Hij heeft Zijn Kind weer thuisgehaald door al de angsten van de hel heen en heeft Hem alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Middelpunt van 't heelal. Een Slavenkoning, die het kleed der ontluistering aflegt en als de God-mens eeuwig troont boven alle machten op aarde. Eén, die regeert naar de maatstaf van Zijn eeuwige ontferming. Heere is Zijn Naam. Gelijk aan die van God. Herodes was er al bang voor, dat hij 't nog eens een keer van Hem verliezen zou. En de keizer in Rome vond het een aantijging van zijn macht, dat de christenen Jezus 'Heere' noemden. Een Heere hebben wij immers alleen in het Kind van het Kerstfeest. Een Heere, voor wie iedere knie uiteindelijk zal buigen.

Keerpunt van ons leven
Zo spreekt Paulus over het Kerstfeest in Fil. 2. En hij doet dat, opdat wij in de stemming zouden komen. U voelt wel: een heel andere stemming dan die, waar­ in het Kerstfeest in onze dagen vaak getrokken wordt. 'Want dat gevoelen zij in U, hetwelk ook in Christus Jezus was'. Engelenhaar en dennegroen versieren wel een heleboel. Maar lopen wij door al die opgewonden kerstdrukte geen gevaar, dat we Jezus glansrijk over 't hoofd zien? Het Kind van de stal doet ons dan helemaal geen kwaad. We zingen het alleen maar uit de verte onze romantische kerstliederen toe om daarna weer over te gaan tot de orde van de dag.
Misschien zouden we daarom beter het Kerstfeest in mei kunnen vieren. En ook dan hebben we er immers nog geen garantie voor, dat we het ook werkelijk bijbels verantwoord zouden doen. We hebben er hemelse ogen voor nodig om Hem in Zijn waardij te ontdekken. Eerst dan gaat het Kerstkind voor ons een keerpunt in ons leven betekenen! De kribbe staat dwars op onze weg. Want wij houden het van huis uit allemaal met de heren van onze snit: de afgoden van ons hart, het geld, de welvaart, ons vertier, onze idealen. Daarom maken wij een Kerstkind naar ons beeld en onze gelijkenis. Eén, die helemaal bij ons past. Eén om helemaal mee in de stemming te zijn.

Maar wie bij de kribbe aanbidt, ligt in de schaduw van het kruis. Wij moeten om in de stemming, de gezindheid, het gevoelen van Christus te komen, onze aardse heerlijkheid verlaten net als Hij. Onze aardse heerlijkheid, dat is onze aardse schande. Wij moeten leren, wat Paulus geleerd heeft: alles schade en drek te achten om de uitnemendheid van Christus. Dan vergaan we met al onze gerechtigheden en leren onszelf vernederen voor God. 'Dat gevoelen zij in U, hetwelk ook in Christus Jezus was'. En juist zo is Hij onvergelijkelijk groot: Een Heere, die uit de doeken gedaan wordt door het kerstevangelie. Zonder gedaante noch heerlijkheid. Maar Gods ja en amen. Een Heere, die met de macht van Zijn liefde regeert, zachtmoedig, wijs en zacht. Een Messias, die het voor het zeggen krijgt in heel ons leven. Eén, die ons in de stemming brengt. Maar dan niet meer de stemming van een kerstdrukte, die tweemaal vierentwintig uren duurt. Maar de gezindheid van een mens, die de meeste wil wezen in het dienen en de ander steeds uitnemender acht dan zichzelf.
Want Hij was onder ons als Eén, die dient. En zo had Hij een Naam boven alle naam. Opdat alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders. Ere zij God . . .!
Wageningen                                                                                   C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In de stemming

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's