'Hier en Heden'
Een jaar met verliezen geleefd
Gezien de datum en het feit dat ik dit jaar mijn laatste contributie aan kopij voor 'De Waarheidsvriend' bijdraag, vind ik aan mijn baantje verplicht te zijn dat ik een nummertje 'terugblik' doe in mijn reportage. Ik beperk mij tot reilen en zeilen van de Gereformeerde Bond. Wanneer ik het jaar 1973 overzie en mij afvraag wat dit jaar van Gods goedheid onze kring gebracht heeft dan is er buiten kijf veel waar wij van harte dankbaar voor zijn. Niettemin worden ingang en uitgang van het jaar gemarkeerd door twee forse verliezen. Mannen van formaat, predikanten van naam, ontvielen ons. Wij hebben niet in strikt financiële zin met verliezen gewerkt, maar wel in personele zin met verliezen geleefd. Moeten leren 'ermee te leven', zoals dat vandaag heet.
Nauwelijks had de maand januari zich halverwege gemeld of de droeve mare verspreidde zich snel door ons land dat ds. Gijsbert Boer niet meer onder ons leefde. Hij leeft, maar niet hier. Hij leeft! Wie kan zich daar bij benadering een voorstelling van vormen? Toch is het intussen het geval. Zij leven Hem allen. Tegen het einde van het jaar stierf ds. J. van Sliedregt. Hij stond nog — en wie ziet hem niet staan? — op het graf van ds. Boer. Boers graf stroomde vol zonlicht en Jacobs gemoed stroomde vol, toen hij het ervoer. Niemand kwam op de gedachte dat het jaar nog niet zou verstreken zijn, of ook deze dienaar van het Woord zou de andere gevolgd zijn in de dood.
Twee markante figuren. De dood van de ene overschaduwt de binnenkomst van het jaar onzes Heeren 1973 en het overlijden van de andere hult het einde in sombere donkerheid. De oud-voorzitter van de Geref ormeerde Bond en de nog fungerende voorzitter van de Gereformeerde Zendingsbond, twee bonden die brandpunten zijn van de ellips van het hervormd-gereformeerde gemeenschapsleven.
Zij waren geestelijk verwant. Van Sliedregt heeft het betuigd op het Zoetermeerse kerkhof. Zij hadden zeker dingen gemeen. Toch waren zij beiden ook eigensoortig, uniek. Beiden waren zich levendig bewust te staan (ja, staan is in dezen een karakteristieke weergave) in dienst van de grote Ambtsdrager, Christus, Profeet, Priester en Koning. Ongetwijfeld waren beiden priesters in hun bediening. Wie voelt de minste aandrang dit te ontkennen? Vraagt u mij evenwel of ik voor elk van beiden één van de drie ambten zou willen onderstrepen dan heb ik er toch geen moeite mee. Bij Boer was een sterker accent op het profetische, bij Van Sliedregt op het koninklijke. Een kwestie van accenten, meer ook weer niet. Toch was het wel zo. Het koninklijke bij Van Sliedregt. Hij heeft vaak gezegd en geschreven: de Koning van de kerk. Iets om statistisch na te gaan. Och, die statistiek. De Koning van Zijn kerk. Het lag Van Sliedregt in de mond bestorven, zou je bijna willen zeggen. Nee, het leefde in zijn mond, het glansde bij momenten in zijn ogen en dan leefde het in zijn hart. Veel valt wellicht te melden over acta en gesta van de Gereformeerde Bond. Dit echter domineert: Wij leefden bij verliezen!
Toekomst
Een dosis terugblik in de reportage. Iemand verwacht vlak op de grens, deze laatste ontmoeting in het oude jaar, vooruitzicht. Het is me een opgave ditmaal. Want die ellendige olievlek heeft zich uitgebreid. Van Sliedregt heeft er niet veel meer van geweten. Hij heeft geen enkele ontheffing hoeven aan te vragen. Hij was begraven die eerste zondag toen de wegen uitgestorven en verlaten waren, leeg als oprijlanen naar kerkhoven veelal zijn. Geen krant of de crisis wordt ons aangepraat.
In 1971 verscheen in Kampen, ja, bij Kok allicht, een pocket van dr. G. Ubbink. Onder de titel 'De soberheidsmaatschappij — een uitdaging voor de christelijke politiek'. Een boekje om nu op te zoeken, enkele jaren na zijn verschijning. Toen klonk het enigszins als een roep in de woestijn. Allerlei stokpaardjes passeren de revue. Democratie, generatieconflict, gezag, macht, geweld, establishment, revolutie. Allemaal bekende van de laatste fijd, al geraken sommige een beetje op de achtergrond alweer. Wij leven onvoorstelbaar snel; alles veroudert adembenemend.
Tenslotte voert de geleerde schrijver een pleidooi voor de versobering. De welvaart heeft zijn schaduwzijden en bevat verleidingen. Welvaart is geen welzijn, bij lange niet. Hoe verhoudt zich onze welvaart ten opzichte van de armoe van grote resten van de wereld? Wat doen wij met de natuur? Deze en soortgelijke vragen komen aan de orde. Hevig actueel opeens te lezen over minder autorijden en vaker op de fiets. Autorijden ieder op zijn beurt.
Destijds las je en dacht je: wie stelt het met gezag aan de orde wat in dit boek naar voren komt? Goedschiks gaat dat niet gemakkelijk. De oliecrisis bleek bij machte de suggesties in dit boek genoemd op de agenda te plaatsen. De soberheidsmaatschappij. 'Ik hoop', schreef dr. Ubbink, 'dat de lezer ze (die suggesties) niet te gauw als onrealistisch van de hand zal wijzen'. Onrealistisch is het niet meer. Hoe zullen wij het zeggen? De vooruitzichten zijn somber! Somber vanwege de soberheid. Moet sober echter per definitie hetzelfde betekenen als somber? Aan ons het antwoord.
Toekomst (2)
Nu ja die versobering daar wil ik wel een eind in meegaan, denkt u. Er is iets anders wat u dieper beroert. Waar gaan wij met de wereld of liever waar gaan wij als wereld naar toe? Want ik hoor bij die wereld. Met huid en haar ben ik ter wereld, mits ik niet ervan ben. De Yom-Kippoeroorlog sloeg een heleboel los. De verhoudingen tussen Amerika en de Westeuropese bondgenoten zijn niet meer dezelfde als die van eergister en gister. De onderlinge relaties van de Europese vaderlanden staan bloot aan sterke krachten gericht op eigen middelpunt en identiek belang. Wij vragen ons af waar voor de toekomst de zwaartepunten zullen liggen. Geen wachter van de nacht kan het ons precies uitduiden. Zij geven het parool voorlopig naar huis terug te gaan en af te wachten.
En wat zal deze? Ik bedoel Israël. Wanneer wij de toekomstige ontwikkelingen ons indenken, kunnen wij moeilijk aan de verleiding ontkomen aan Israël aandacht te schenken. Is het een verleiding? Ik geloof het niet.
De oude Golda Meïr, die grote moeder en grootmoeder van haar volk drukte zich onlangs in Londen betekenisvol uit, toen ze zei: 'Het is verschrikkelijk om klein te zijn en ook nog alleen te staan'. Wat kun je daarop zeggen? Niet erg veel. Of het moest zijn profetisch en priesterlijk het Woord Gods ten antwoord geven.
'Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn, als de HEERE'. Daarin kan het kleinste volk groot zijn. Het is de tragedie van Israël en inclusief de tragedie van heel de wereld, dat verborgen bleef voor de ogen, dat Eén alleen was als niemand zonder iemand der volkeren met Hem. Nu hoeft geen klein volk meer alleen te staan. Het hoeft niet, doch het gebeurt veel te veel. Onnodig en overbodig.
De geboorte van Christus voor Israël en de volkeren betekent dat de Heere meer dan alle goden nabij is. Nabij, want Hij nam ons vlees en ons bloed, ons graf en onze dood. Kerstfeest, het feest van de onuitsprekelijke nabijheid. De geboorte van Christus, Immanuel, God met ons. De gekerstende volken raken op Hem uitgekeken en Israël heeft Hem nog steeds niet gezien. Niet goed tenminste.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's