Gevaren uit het oosten
In het eerste nummer van Visie in dit jaar staat een bekeringsgeschiedenis van drie jongelui, die radicaal afgewend zijn van een nieuwe oosterse beweging waarin de Guru Maharaj Ji, een vijftienjarige jongen, als 'volmaakte meester' functioneert en dan ook als zodanig verafgood en aanbeden wordt.
Het is merkwaardig te lezen dat een van de drie jongelui — die overigens de Bijbel kenden en lazen; denk niet te snel dat het onze jongens en meisjes niet kan overkomen! — ertoe kwam om in deze verafgode oosterling de nieuwe Christus te zien. Ik meen me te herinneren dat voor het eerst uit de mond van een theosoof ik de verwachting hoorde van 'een nieuwe wereldleraar' die rond het magisch jaar 2000 geboren staat te worden. In het betrokken artikel in Visie wordt o.a. verwezen naar een uitspraak van wijlen Kraemer, die reeds in de vijftiger jaren een oosterse invasie van religieus-culturele begrippen verwachtte. Wie uit de mond van een der drie jongelui leest dat de meditatie in de cultus van Maharaj dient tot het realiseren van god in de mens en dat o.a. het lezen van de Bijbel (openbaring) niet kan worden ingepast in deze 'nieuwe' (?) godsdienst, en tenslotte dat de beoefening van yoga samen met meditatie leidt tot hoogste zaligheid, die heeft een aardig beeld van wat (ook) deze godsdienstige beweging onder ons wil brengen.
Ik ga nu niet in op het vervolg van het verhaal van de twee jongens en het meisje Thomassen, en hoe ze via de Schrift en het geloof van hun ouders tot het inzicht kwamen dat ze misleid waren tot een vreselijke 'verslaving' zoals ze zelf van de yoga opmerken. U kunt het allemaal lezen in Visie. Mij gaat het om een breder scala, waar deze mogelijkheid er één van is. Terecht wordt in dit artikel in Visie erop gewezen, hoe binnen de oecumenische beweging men het woord zending inruilt tegen dialoog, gesprek, op het ogenblik dat inderdaad een invasie van kleinere en grotere godsdienstige bewegingen uit het oosten zich in Europa en met name ook in ons land voltrekt. En elk van die komt niet met voorstellen tot dialoog, tot gesprek. Elk van die twijfelt niet aan eigen waarde, zoals een officieel christendom, dat het begrip zending als aftands laat vallen. Elk van die komt wel degelijk uit zendingsmotieven op de proppen, en dat ook nog met hele sluwe manieren. Daarbij valt te constateren a) dat elk van die oosterse bewegingen, al of niet als godsdienst dan wel als drugverkoop of als wijsbegeerte of als genezingsmogelijkheid of als sauna met yogamogelijkheid of als psychoanalyse tot bepaling van iemands vakbekwaamheid (sensitivity-training) uitgegeven, het vooral op de jeugd en het vitale deel van onze samenleving gemunt heeft. Ik schrijf dat met nadruk, omdat een groot deel van het Nederlandse volk bij oosterse stromingen denkt aan spiritisme en nog een aantal buitenplaatsen, die men slechts aantreft onder seniele mannen en vrouwen, geexalteerde weduwen en uitgetelde kolonialen, die zich in onschuldige mystieke kringetjes, vooral in Den Haag hebben samengetrokken om dergelijke dierbare herinneringen levend te houden als die ons Couperus in De stille kracht heeft beschreven. Allerminst is dit waar!
De hedendaagse oosterse invasie van 'religieus-culturele' begrippen, zoals Kraemer ze noemde, ziet haar mogelijkheden onder de jongeren. U kunt daarvan lezen in een geschrift dat is uitgegeven door de stichting Moria (postbus 7351 in Amsterdam) onder de titel De gevaren van sensitivity-training, geschreven door E. Smit. Het geschrift bevat een ontleding van het begrip. Het is een zenuwschokkend gezelschapsspel, waarin op indringende wijze bij de deelnemers een soort meningsverandering, gedachtenhervorming én hersenspoeling wordt bewerkt, die de schone naam van retraite draagt en de mens moet doorlichten op zijn mogelijkheden en onaangepastheden, hem bovendien sociaal wil hervormen. Sensitivity-training maakt gezonde mensen ziek, schreef iemand die er geducht mee kennis had gemaakt. Aangezien dit 'gezelschapsspel' op vele vormingscentra 'in' is om elkaar via stadia van biecht, agressiviteit, sex etc. ten diepste te leren kennen en aangezien psychoanalyse, die noodzakelijk schijnt i.v.m. iemands beroepskeuze of sollicitatie, in vele gevallen loopt via deze sensitivitytraining, kunnen wij de heer Smit niet dankbaar genoeg zijn, dat hij zulk een geschrift met achtergrondsinformatie van deze kwasi-populaire en kwasi-zinnige methode heeft uit doen geven.
Daarom wil ik nog een tweede feit constateren. b) Deze oosterse invasie is religieus van aard en tracht — kennelijk nogal met succes — bekeerlingen te maken in een tijd waarin het christendom in het westen zich in zijn principes als b.v. het exclusieve karakter van het christelijk geloof, tamelijk zwak heeft opgesteld. Wij deden beter, onze edele strevens van gesprek met die godsdienst en dialoog met déze wat achter onze kiezen te houden. Het is altijd nog de vraag of de andere partij ook zo van die dialoog gediend is. En het is bovendien de vraag of, waar het christendom tegenover een macht komt te staan, die met de naam 'andere godsdiensten' is aan te duiden, het christendom zijn goedwillendheid tot dialoog niet zal moeten bekopen met een smadelijke religieuze nederlaag. Ik weet dat er zullen zijn, die mij vragen: Rechtvaardigt dat visioen van u dan, dat alles wat niet-christelijk is maar buiten de poort en buiten ons gesprek wordt gehouden? Moeten we die risico's niet nemen om der wille van de geest der zachtmoedigheid en verdraagzaamheid die een christen moet kenmerken? Ik wil u, die dit mij vraagt, adviseren het Nieuwe Testament eens na te speuren op personen en groepen, die 'een andere leer' leren, en te zien of evangelisten en apostelen ook met zo'n geest van zachtmoedigheid daartegen optreden. Daar is leertucht in de kerk. Ik weet dat het westen niet automatisch 'de kerk' is. Maar ik weet ook dat van de tucht der kerk uit een bewarende kracht is uitgegaan op de christelijke waarden van onze cultuur, en dat men dat alles niet overboord kan gooien, zelfs wanneer die cultuur tot resten taant. Bovendien zouden respect voor de mens en menselijk zelfrespect al een dam tegen zulke invloeden moeten opwerpen.
Een derde opmerking voeg ik daarbij, c) Het onderkennen van het religieuze ka rakter van deze oosterse invloeden betekent niet, dat het zich alles voordoet als godsdienst, cultus enz. Integendeel. Wij hebben de verdwazing gekend rond figuren uit de popmuziekwereld. Wij hebben kennis genomen van de geweldige aandacht van jongeren voor 'het rode boekje'. Ik noemde u de wisselende betekenis van yoga, hetzij als meditatie hetzij als lichaamsbeweging, hetzij als beide. In het boekje van Smit over sensitivity-training belicht hij de weg waarlangs oosterse 'mogelijkheden' zijn binnengetreden in de wereld van psychiaters, zakenlui, legerstaven en avonturiers in het westen. Dat is allemaal geen godsdienst te noemen en toch is het dat allemaal wel. Waarom? Om de mystieke klank en bijsmaak, de bijna apocalyptische betekenis die het jaar 2000 heeft, en vooral de totale geconcentreerdheid op de mogelijkheden in de mens tot vergoddelijking. Dat het het onderbewustzijn van de mens is of dat het zijn klieren van secretie zijn, die in werking worden gesteld, wakker worden gemaakt — dat alles doet er minder toe. Men wordt 'high', men raakt in extase. Zonder of met drugs. Het kan door muziek, het kan door het gezelschapsspel. Het kan door yoga. Het kan door een film. Het kan door . . . De mens blijkt meer mogelijkheden te bezitten dan wij ooit ons bewust zijn geweest. Het is de twijfelachtige waarde van de oosterse invloeden, dat zij het ons wel bewust maken. Maar hij blijft mens. Zichzelf verlost hij niet. Zichzelf ontstijgt hij niet. Hij probeert het, maar wat hij voor vergoddelijking houdt, is niet dan het pover, tijdelijk en verward resultaat van een rondvaart door eigen onbewust gebied. Hij blijft binnen zichzelf, ook na de extase. En dat is wellicht het meest bedroevende van al. Wie raapt hem dan op, wanneer hij met de minpunten en de negatieve kanten van zichzelf moet leven — uitgeput, gedesillusioneerd? Het is voorbij . . .
Het artikel in Visie van de heer Vermaat bevat o.a. de oproep: Laat de Kerk des Heeren in déze tijd toch haar heilige roeping verstaan! Ik onderstreep dat. Temeer omdat ik weet dat het Leger des Heils, Youth for Christ, allerlei opwekkingsgroepen wél vaak hebben onderkend, dat die uitgeputte jongen, dat uitgeputte meisje dat over de 'roes' en de extase heen is, aan de rand van de zelfmoord leeft. En helpen. Het is niet genoeg, wanneer wij dit ales onderkennen en onderscheiden. Het is waardeloos een 'dialoog' met de bewerkers van dit onheil aan te gaan. Alleen een gesprek uit het geloof met de slachtoffers is zinvol. En een duidelijk 'neen' tegen alles wat zich aan de jongeren en ouderen als godsdienst aandient. Ziet, hier is de Christus; of: Ziet, daar is Hij. Gaat niet uit, gelooft het niet. Redt hen die ter doding wankelen, want zij wankelen ter doding, zo gij u onttrekt.
K. C. A. Tukker
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's