De Heilige Geest en de prediking van het Woord 4
Waarom het bij de verkondiging gaat
De inhoud van de boodschap is ook geen kleinigheid, want het gaat om de weg des levens en des doods. Eerst als verstaan wordt, dat het gaat om het heil der zielen, wier bloed van de predikant geëist zal worden, dan zal de pastor er voor terugschrikken om een ander Evangelie te prediken dan het ene, dat van de eeuwige Zoon van God, het Lam, dat de zonde der wereld wegneemt. (Zo Cremer, aangehaald door Van Oosterzee, Pr. Theologie I, blz. 252). Zodra de ambassadeur ook maar enigzins buiten zijn boekje gaat is zijn recht van spreken weg!
Hoe meer iemand wordt toevertrouwd, hoe groter verantwoordelijkheid. Wie veel is gegeven, van hem zal veel worden gevraagd.
Aanvechtingen
Het is een grote vertroosting, dat de Heere weet, wat hij aan de mens heeft, als Hij met hem in zee gaat. In dagen van inzinking en moedeloosheid kan zware aanvechting houvast hebben op het zieleleven. Sheppard spreekt ergens over zijn eigen ijdele, lege woorden in zijn prediking en in zijn gebed, hij klaagt, dat niemand, die ooit onder zijn schaduw kwam gedijde. (No one who ever came under my shadow prospered).
Ook ten aanzien van de bediening des Woords en de gedurige roeping daartoe kan een zware bestrijding het ons moeilijk maken. Denk eens aan Jeremia. Het volk laat hem alleen staan, beschouwt hem als een onmogelijke zwartkijker en pessimist voor wie nooit iets goed was. Hij wordt bespot en gesmaad en als een landverrader uitgescholden. Zal hij er maar niet mee op houden? De last van de profetische verkondiging is te zwaar voor hem; de boodschap van leven en dood moeten brengen en er zelf niet heet of koud van worden? En het volk? De boodschap glijdt langs hun koude kleren af; het doet ze niets. Het brengt ze niet op de plaats van boete en berouw. Er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid zeggende Wat heb ik gedaan? (Jer. 8:6) Jeremia is martelaar om de wille van het Woord: om Uwentwil draag is versmaadheid! (Jer. 15: 15). Zal hij niet beter eraan doen en voortaan zwijgen? (Jer. 20: 9) Vroeger ja, toen heeft hij de woorden Gods opgegeten; het Woord was hem tot vreugde en blijdschap des harten. Maar nu is er vanbinnen een stem, die zegt: Houd er mee op — dan zul je rust hebben. Van deze zware aanvechting lezen we verscheidene keren (h. 20: 7v; 15: 10, 17v; 20: 14v). De groten in het Koninkrijk kennen hun aanvechtingen of misschien moeten wij wel schrijven juist zij het meest. Waarachtig geloof bestaat niet zonder aanvechting. Aanvechting veronderstelt geloof. De duivel worstelt niet met doden, maar met levenden. Alleen het geloof kan worden aangevochten, of wellicht zeggen wij beter dat alleen de gelovige wordt aangevochten om zijn geloof en in zijn geloof. Maar dan is het vast en zeker, dat Hij wordt aangevochten. Niet alleen bij Jeremia, niet alleen bij de apostelen en de profeten. En ook hiervan mogen wij zeggen: Deze dingen zijn om onzentwil geschreven of nog sterker om onzentwille geschied!
— Maar Jeremia kon het niet laten in de naam des Heeren te spreken. En hier komt uit de kracht van zijn roeping. Als alles en allen rondom hem en in hem zeggen: Dat haalt niets uit, dan blijft hij voortgaan. Dan zal hij straks in uitzichtsloze omstandigheden, die geen enkel perspectief bieden bij het volk blijven met niets anders dan het Woord van Hem, die Zijn Verbond bevestigen zal. Het vuur des Geestes brandt in zijn binnenste en door niets blijkt het uit te blussen. Dan breekt de Geest zijn mond open. Spreken, hij kon het niet langer. En zwijgen was een nog ondragelijker toestand. De profeet kan niet, wat hij wil, maar hij spreekt wat hij moet. Het Woord Gods moet verkondigd worden, welke gevolgen het ook heeft. Jeremia kan het niet nalaten het Woord des Heeren te verkondigen en daar komt zijn heilige roeping aan de dag en daar wordt de profeet in zijn roeping bevestigd. Ook Paulus weet, dat hij geen vrij man is. Indien ik het Evangelie verkondig het is mij geen roem: want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig. Bij de laatste woorden kan de klemtoon gelegd op wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig, dus wee mij als ik zwijg.
Jeremia heeft het geprobeerd te blijven zwijgen; maar het ging niet. Hij kon het niet langer, hij mocht het niet. — Maar men kan ook zeggen: Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig, met de klemtoon op het woord Evangelie. En in beide zou hij ontrouw zijn aan de roepende Zender!
Als ik zwak ben dan ben ik machtig
De Heere weet hoe zwak van moed en klein van krachten wij zijn, maar als ik zwak ben, dan komt de heerlijkheid en de kracht van Gods Woord op een wonderlijke wijze aan de dag. Niet onze zwakheid, wel onze eigen kracht staat ons in de weg waardoor de mens de Heere voor de voeten loopt en soms zelfs ook het Woord in de weg staat. Neen, de Heere is geen land van uiterste duisternis; Hij versterkt zijn erve, als zij mat is geworden, maar soms grijpt de Heere zijn dienaar bij de arm en berispt hem omdat de profeet al klaagt bij een lichte beproeving: (Jer. 12: 5) De Rechtvaardige sla mij en het zal weldadigheid zijn.
Het is een vroom gebed, waarmede het Formulier voor de bevestiging van de Dienaar des Woords eindigt. Na een smeking om bekwaammakende genade luidt het aldus: Verleen hem kloekmoedigheid in alle voorvallende moeiten en zwarigheden die hem in zijn dienst zullen ontmoeten opdat hij door de troost Uw Geestes gesterkt zijnde, en ten einde toe standvastig blijvende met de getrouwe dienstknechten ontvangen worde in de vreugde zijns Heeren; door de troost Uws Geestes gesterkt, een woord om zwaar te onderstrepen!
Paulus komt in Corinthe, niet als de man die het in die goddeloze havenstad de mensen eens zal zeggen, maar als een mens in diepe ootmoed, als één, die zich de grootste der zondaren weet, maar een zondaar aan wie genade is geschied en dan is hij daar met vreze en beven, in zwakheid. Hij kwam niet met woorden van menselijke wijsheid, maar met woorden, die de Heilige Geest leert. 1 Kor. 2: 13. In zijn getuigenis klinkt iets door van de majesteitelijke macht en glorie des Heeren en in zijn prediking brandt iets van het vuur en het licht van de Heilige Geest. Want het Evangelie is en blijft een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.
Gods werk en ons werk
De dienaar des Woords is een medearbeider Gods, handlanger meer niet. Maar dat is hij dan ook en dat betekent een grote genade. Hij mag met de apostel spreken van 'onze arbeid'. 'Deze goddelijke majesteit die zich openbaart onder de prediking des Woords stelt den ambtsdrager niet buiten verantwoordelijkheid, maar verzwaart diens verantwoordelijkheid tot een last als geen andere dienst de mens kan opleggen' (Calv.). Hoe ligt dan die verhouding van Gods werk en ons werk. Hier ligt een diepe verborgenheid. Reeds in de dingen van het natuurlijk leven is er geen mogelijkheid te verstaan op welke wijze de algehele regering en souvereiniteit Gods en de daden van een met verstand en overleg begiftigd mens samenhangen. Soms moet er wel erg hard gewerkt worden voor het dagelijkse brood en dan belijdt wie den Heere vreest: ik heb het alles gekregen als een genadegift van de Allerhoogste. Door de genade Gods ben ik wat ik ben. Ik ben ooit een ogenblik buiten God, want in Hem leef ik, beweeg ik mij en ben ik. Ligt het anders in het geestelijke leven? Ik heb het niet gedaan, maar de genade Gods, die met mij is. En in dezelfde plaats zegt hij: ik heb gearbeid en die arbeid is niet ijdel geweest.
Belofte voor de prediking
In het Woord Gods klopt het leven des Geestes. Er is op de akker alleen vrucht te verwachten door de verborgen werking des Geestes. De boodschap, die met de rede van de mens niet in overeenstemming is te brengen, die bij de natuurlijke mens altijd weer op onoverkomelijke weerstanden stuit vermag alleen de Heilige Geest diep in de ziel te doen doordringen tot radicale vernieuwing en algehele bekering des levens. Wij kunnen u vermanen door het geluid van onze stem, maar als er binnen u niet Iemand is, die u leert blijft ons geluid tevergeefs. Luistert gij niet allen naar deze preek? En hoevelen gaan straks weg zonder iets geleerd te hebben. Ik heb naar mijn deel tot allen gesproken, maar degene, die deze innerlijke zalving niet leert, die de Heilige Geest niet leert gaan ongeleerd hiervandaan. Het onderricht van buiten af is een zeker hulpmiddel en een opwekking, maar wie de harten leert heeft zijn leerstoel in de hemel (Augustinus in een preek over 1 Joh. 2: 20).
Paulus heeft nacht en dag gearbeid voor de zaak des Heeren. En hij belijdt, dat alle leven gave is des Heiligen Geestes. Als wij lezen van Paulus dat hij aan de Joden te Damascus bewees dat deze de Christus is (Hand. 9: 22) dan is hier geen sprake van een bewijs, dat dwingend is voor het menselijk verstand en dat de mens ontslaat van geloof en van de gehoorzaamheid des geloofs, waartoe het Woord altijd weer opwekt. En hoe Paulus dat bewijs gaf vinden wij bijv. in Hand. 22: 28; hij bewijst in en door de prediking van het Woord, dat oproept tot bekering en geloof in de van God gezonden Zaligmaker.
Aan de prediking heeft de Heere Zijn belofte verbonden: Het woord zal niet ledig wederkeren, maar doen al wat Hem behaagt. Hij is nog dezelfde van wie het Evangelie naar Marcus getuigt: En zij (de apostelen) uitgegaan zijnde predikten overal en de Heere wrocht mede en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden (Marc. 16: 20). Christus heeft het alles gedaan door kracht van tekenen en wonderen en door de kracht van de Geest Gods (Rom. 15: 16, 19).
Het werk des Geestes wordt openbaar in de zending van arbeiders in de wijngaard en in de genadegave van de bediening des Woords. Hoe nauw deze twee verbonden zijn blijkt (o.a.) in de eerste brief aan de Thessalonicenzen, waarvan men wel gezegd heeft, dat Paulus hier rekenschap geeft van zijn arbeid in Thessalonica; hij zou een stuk zelfverdediging geven, een soort apologie dus. Ten onrechte mijns inziens.
H. Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's