Leven in eeuwigheidsperspectief
Die predikanten, die de laatste conferentie van hervormd gereformeerde predikanten hebben meegemaakt (het waren er ongeveer honderd), zullen daarvan geen spijt hebben gehad. Diegenen die er niet waren — en dat zijn er telkenjare helaas ook (te) veel — hebben zichzelf heel wat onthouden en indirect misschien ook hun gemeenten, gezien de zaken die aan de orde waren.
Het is uitgesloten dat ik van deze geladen bijeenkomst een uitvoerig verslag kan geven. Daarvoor kwam te veel aan de orde, daarvoor lag het ook te veel op hoog theologisch niveau. Ik volsta met wat impressies, die ik toespits op één punt, dat wel het hoofdthema van deze bijeenkomst was: de toekomstverwachting. Dr. W. Aalders sprak daarover in een uitgebreid referaat en dr. W. Balke had op de eerste dag in zijn referaat over hedendaags dopers radicalisme al een schot voor de boeg gegeven door in te gaan op de visie van dr. Aalders in deze.
Op gevaar af de kwesties waarover het ging te versimpelen en daardoor te mistekenen ontdoe ik één en ander van de theologische vaktermen en stellingen, om zo één en ander ook toegankelijk te maken voor de niet-theologen. Ik liet dit verhaal vooraf lezen door dr. Balke en dr. Aalders teneinde er zeker van te zijn een verantwoorde weergave van hun bedoeling te hebben gegeven.
Ter oriëntatie
Het kan de lezers bekend zijn, dat er momenteel in de moderne theologie sprake is van een zodanige toekomstverwachting, dat het toekomstige heil hier en nu, in de geschiedenis, op déze aarde gerealiseerd zal worden. Naarmate de geschiedenis voortgaat komt het volle heil steeds dichterbij. Wij bouwen aan de toekomst, door het onrecht tegen te gaan, door de discriminatie uit te bannen, door naar gerechtigheid te jagen, door de vrede te bevorderen, kortom door politieke actie. In de evoluties en de revoluties van de geschiedenis komt het heil steeds nader. Intussen sluit deze theologie zich aan bij de leerstellingen van Karl Marx, de vader van het marxisme, die de uitgebuiten, de verworpenen der aarde hoop geeft door een klasseloze maatschappij in het vooruitzicht te stellen. Bij Marx ligt de hoop op de toekomst gebaseerd in de revoluties, die zich in de geschiedenis voltrekken. Zo theologiseert de moderne theologie óók en in dat voetspoor preekt menige dominee, openlijk of verhuld. Er is slechts een aardse horizon. "Daarachter ligt niets. Geen wederkomst, geen hemel of hel, geen wederopstanding der doden.
Dr. W. Balke schetste deze theologie — waarbij hij te onzent de theoloog Ter Schegget met name noemde — als (neodopers) radicalisme. Er waren ten tijde van de Reformatie verschillende uiteenlopende soorten van doperse stromingen, die gekenmerkt werden door een zekere radicaliteit. Daaronder waren stromingen waar een duidelijke gloed van uitging en die gekenmerkt waren door een eerlijke vroomheid. Over deze stromingen heeft met name Calvijn zich ook positief uitge laten. Er waren echter ook de politiekrevolutionaire dopers, zoals Thomas Münzer en Jan van Leiden, waarbij de politieke revolutie het middel was om het heil te realiseren. In de lijn van déze dopers zag Balke de huidige moderne theologen. Tegen deze dopers hebben de reformatoren scherp opgetreden.
Spiegelbeeld
Een van de theologen, die het meest fundamenteel ingaat tegen de moderne theologie, is de onder ons bekende dr. W. Aalders. Met grote geladenheid en hartstocht theologiseert hij. De wortels van de genoemde moderne theologieën ziet hij niet alleen bij die theologen, die officieel bij het corps van moderne theologen gerekend worden, maar ook bij verschillende theologen, die altijd nog een orthodox aureool om zich heen hebben, zoals dr. Berkhof en dr. Miskotte.
Het telkens terugkerende thema bij dr. Aalders is: het heil komt niet in déze geschiedenis. Maar hoe dan wel? Dr. W. Balke kwam in zijn betoog tot de stelling, dat ook Aalders radicaal-doperse trekken vertoont, maar dan het tegenbeeld is van iemand als Ter. Schegget. De marxistische theologen trekken alles in de tijd. Aalders betrekt alles op de eeuwigheid. Fundamenteel is daarbij bij Aalders de wijze waarop hij over de schepping, over de geschapen werkelijkheid spreekt. De oude schepping zou in de voleinding der tijden worden opgeheven. Bij de breuklijn aan het eind van de tijd komt er een nieuwe schepping (nova creatio). We worden dan niet van de zónde verlost maar van die oude schépping. In deze stellingname — aldus dr. Balke — is dr. Aalders dopers-radicaal. Ter toelichting zei hij in de bespreking, dat dit op zich geen negatieve kwalificatie behoefde te zijn. Ook Calvijn had — zoals gezegd — voor bepaalde dopers goede woorden over. Tussen haakjes: ook Kuypers theologie werd vanwege de leer van de wedergeboorte als neo-dopers aangemerkt door dr. Balke, omdat Kuyper b.v. uitging van een kiem voor de wedergeboorte in de mens zélf.
Dr. W. Aalders aan het woord
Op de tweede dag van de concio had dr. Aalders volop gelegenheid zijn visie toe te lichten. Ongevraagd ging hij in op die vragen, die de eerste dag waren losgekomen. De kernvraag was: is de verlossing aan het eind van de tijd een restauratie, een herstel van de oude schepping of is er dan sprake van een nieuwe schepping? Aalders begon met op te merken, dat de kerk door de eeuwen heen wel het feest van Christus' geboorte heeft gevierd en van Zijn opstanding en hemelvaart en ook het feest van Pinksteren, de uitstorting van de Heilige Geest, maar nooit een feest van de toekomstverwachting heeft gehad, al was er ooit eens een kerkvader Gregorius van Nissa, die dit feest heeft willen invoeren. Hadden we een dergelijk feest wél gehad — aldus Aalders — we zouden nu wellicht niet al die woekerplanten van de toekomstverwachting hebben. Luther en Calvijn hebben helaas ook nooit een commentaar op de Openbaring van Johannes geschreven.
Israël had échter zijn loofhuttenfeest, als feest van de toekomstige vervulling en juist in de Openbaring komen de taal en de beelden van het loofhuttenfeest terug: de palmtakken, de witte klederen, het water, de tent.
Als centraal gegeven voor de toekomstverwachting nam dr. Aalders de geschiedenis van de verheerlijking op de berg (Matth. 17, Mare. 7, Luc. 9). De discipelen zagen daar de heerlijkheid van Christus. En wie is het die Christus verheerlijkt? Dat is de Heilige Geest! Zo worden wijzelf óók veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid door dezelfde Geest (2 Cor. 3). Maar die verandering tot heerlijkheid is een metamorfose, een verandering van gedaante, van het wezen. We gaan over in een andere werkelijkheid. Vlees en bloed beërven het Koninkrijk van God niet. Wie dan ook over restauratie, over herstel van de oude schepping spreekt doet tekort aan de taal van de Geest.
Diep ingrijpend is die verandering, aldus Aalders. Het is als verslonden worden door het graf dat ons opneemt, het gaat bovendien langs de weg van kruis en opstanding. Daarom is ons leven hier, zoals op de berg der verheerlijking, een wonen in ons lichaam als in een tent. Ds. A. de Reuver had op de eerste dag in dat verband een woord van Calvijn aangehaald: 'Indien de hemel ons vaderland is, wat is de aarde dan anders dan een oord van ballingschap?' Dr. Aalders citeerde een joods versje over de tabernakel, de tent: vier wanden en een dak van riet, meer is het niet, meer is het niet (een rieten dak dat kieren heeft om door te kijken naar boven).
Aan het eind van de tijd wordt onze aardse tent luchtiger. We krijgen een geestelijk lichaam (1 Cor. 16). Er is continuïteit met het bestaande, maar toch is het anders. En zo zal het zijn met de ganse schepping. Géén restauratie, maar nieuwe schepping.
De consequenties
Het gaat hier om diep ingrijpende dingen. Gaat deze schepping dus niet mee in de voleinding? Geeft God Zijn schepping prijs? Betekent dat niet — zo vroeg prof. Graafland — dat er door God zelf iets in de schepping is gelegd, dat niet doorkomt in de nieuwe bedeling? Maar wat heeft het leven hier en nu dan voor zin? Wat betekent het dat de koningen de eer en heerlijkheid van de volkeren zullen indragen in het nieuwe Jeruzalem (Openb. 21) en dat het werk, dat in Christus' Naam gedaan werd, meegaat het Koninkrijk van God in? En heeft het vleselijk Israël dan geen plaats in de eindtijd? En wat heeft het te betekenen, dat Christus in ons vlees kwam en zich ook na Zijn opstanding lichamelijk aan Zijn discipelen vertoonde? (Hij kwam door geslóten deuren, zei dr. Aalders). Is Zijn opstanding niet een onderpand van onze lichamelijke opstanding? Wordt het vlees verslonden door de dood of is de dood verslonden tot overwinning? (Balke). Ik doe maar een greep uit de vele vragen waarmee de predikanten bezig waren.
Dr. Aalders ging daarop in door te zeggen, dat er een volheid Gods is die de schepping overstijgt. Daarom gaat deze schepping als zodanig niet mee in de voleinding. Er is continuïteit maar toch anders. Ds. Boer was vorig jaar nog op de concio. Nu is hij in de heerlijkheid. Daar is hij méér dan wij. In de heerlijkheid zullen we elkaar wél herkennen — Petrus herkende Mozes en Elia op de berg der verheerlijking — maar niet als man en vrouw. Er wordt niet gehuwd. En de zon en de maan zullen niet meer schijnen. De schepping zonder méér gaat niet mee.
Of het leven hier en nu dan geen betekenis heeft? Het zijn de werken der dankbaarheid waarom het gaat. Het zijn tekenen die heenwijzen naar de eeuwige heerlijkheid. Aalders zei: als het de consequentie zou zijn van deze toekomstverwachting dat het leven hier zinloos zou zijn, zou ik mijn adhesie niet hebben gegeven aan de Sociale Academie in oprichting. En: 'ik zou het toejuichen als er een politieke partij zou komen voor de gehele Gereformeerde Gezindte.'
Ten besluite
Ziehier een greep uit de boeiende en hoogstaande gesprekken. Het is duidelijk dat niemand hier het laatste woord spreken kan. Het is nog niet geopenbaard wat we zijn zullen. Het gaat echter om de vraag wat het betekent als Paulus zegt in 1 Cor. 16: 'Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt.' Wat is dat geestelijk lichaam?
De vraag is dunkt me of wij — gegeven het feit dat door de zonde het aardrijk vervloekt is — nog wel kunnen beoordelen hoe de schepping in zijn oorspronkelijke gedaante is geweest en hoe het daarom eenmaal zal zijn. Is het niet als bij de wedergeboorte: ik, als persoon wordt met mijn ganse bestaan, mijn verstand, wil, gevoel, mijn geest en lichaam, wedergeboren tot een levende hoop en word zo een nieuwe schepping in Christus, die alleen geestelijk onderscheiden wordt. Zal het zo ook zijn in de voleinding met de ganse creatuur? Gaat het zo door de dood heen tot een nieuwe schepping?
Wij kunnen er slechts wat over stamelen. Maar het is goed dat de dingen aan de orde kwamen zoals ze aan de orde kwamen. In een eschatologische tijd als de onze, waarin velen ook bezig zijn met de dingen die geschieden moeten, mag wél gelden het woord, waarmee ds. Tukker de conferentie afsloot: wij verwachten die dag met groot verlangen. Ook in de prediking zal het moeten gaan om deze dingen, ook al kan er maar wat van gestameld worden.
Epiloog
Tenslotte nog één punt. In de pers kwam de stelling van dr. Balke terecht, dat de theologie van Aalders neo-dopers is. Dat kwam in de pers vóórdat de besprekingen gevoerd waren. Bij de bespreking zei drs. K. Exalto, dat hij deze kwalificatie onjuist achtte, omdat precies dezelfde dingen als dr. Aalders zei bij de reformatoren zelf terug te vinden zijn. Denk aan Calvijns meditatio futurae vitae, de overdenking van het toekomende leven. Ik vroeg ter afsluiting aan dr. Balke en dr. Aalders zelf een korte formulering om dit punt af te ronden.
Dr. Balke vroeg mij het volgende toe te voegen:
'Ik hen er zeer dankbaar voor, dat de conferentie een discussie van zo hoog gehalte heeft opgeleverd. Mijn opdracht als inleider (om de lijnen naar het heden door te trekken) was daarom niet eenvoudig omdat het eigenlijk niet aangaat om na de zestiende eeuw de kwalificatie 'dopers' te gebruiken. Vandaar dat ik ertegen opkwam om de doperse stroming in de Reformatie alléén maar negatief te waarderen en ik daarom in de twintigste eeuw hoogstens van 'neo-dopers' en dan tussen vette aanhalingstekens wil spreken. De fundamentele doperse leer van de twee werelden, namelijk déze wereld, die in het boze ligt en het nieuwe Koninkrijk dat komt, heft de eschatologische spanning op, hetzij naar de kant van wereldaanvaarding, hetzij naar de kant van wereldmijding. Dat gebeurde in de zestiende eeuw en is vandaag evenzeer het geval. Ik staafde dit aan de hand van geschriften van dr. Ter Schegget en dr. Aalders. Ik ben van mening, dat in afwijking van de huidige geseculariseerde neo-doperse stroming de theologie van dr. Aalders aansluit bij de beste doperse traditie uit de tijd van de Reformatie. Tijdens de bespreking op de concio bleek dat dr. Aalders zeer bepaald niet zo ver wil gaan in de richting van de doperse mijding en het zal de verdere discussie zeer verhelderen wanneer dr. Aalders zich hierover nader uitspreekt bijvoorbeeld aan de hand van de gelijkenissen van het Koninkrijk. Ik richt me met dr. Aalders tegen de huidige neo-doperse geseculariseerde heilsverwachting maar ben ervoor beducht in het tegenovergestelde uiterste te vervallen. De reformatoren lieten zich tot zo'n keuze niet uitlokken en een derde weg acht ik ook vandaag wel degelijk begaanbaar.'
Dr. Aalders zei: 'In een tijd als de onze, waarin het Evangelie en het heil zo diep in deze boze zondige, verleugende wereld worden getrokken, is het eenvoudig een opdracht van de prediking en van het belijden om zwaarder dan ooit tevoren het geestelijk karakter van het heil (d.w.z. van de Heilige Geest) excessief te benadrukken. Waarbij ik me voor kan stellen dat in een totaal andere tijd, waarin het heil helemaal losgemaakt wordt van de aarde en de schepping, het noodzakelijk is om de nadruk erop te leggen, dat het heil voor déze wereld is en voor déze schepping.'
Ik zou tenslotte willen zeggen, dat de vloedgolven van het moderne denken, die over ons gaan ook van de gemeenteleden vragen, dat ze zich met deze dingen bezig houden. En dan mogen we ook nu stellen dat het de Geest is die in alle waarheid leidt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's