De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De moeilijke weg  van Willem de Mérode 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De moeilijke weg van Willem de Mérode 2

8 minuten leestijd

In de Eerbeekse jaren vond De Mérode eindelijk de rust in het geloof, al zullen ook toen de aanvechtingen niet uitgebleven zijn. De daad waarom hij in 1924 veroordeeld was, zag hij in het licht van de Bijbel als zonde. Hij was tot homoseksualiteit-in-de-praktijk gekomen door een slecht voorbeeld en een aandrang uitoefenende jongen. Maar dat was na 1924 definitief voorbij. Het zou nooit meer gebeuren, hoezeer hij ook 'anders' was en . . . bleef. In zijn laatste dichtbundel, De Levensgift uit 1938, schreef hij nog: over zijn 'nukkig hart' en 'ongebroken drift':
'Ik heb 't gewaagd; aanvaard mijn schrift.
Neem, lees, en wees als ik gelukkig
En handel liefderijk met mijn nukkig
Hart en mijn ongebroken drift.'
Hij bleef zijn homofiele geaardheid houden, maar koos welbewust en definitief voor de onthouding. Deze weg hield hij ook voor aan anderen die net als hij 'anders' waren. Zo zei hij tegen een vriend die aan zijn geaardheid toe wilde geven: '. . . je bent laf, want je vecht met de bedoeling om het te verliezen. Je vindt het veel te prettig om te verliezen.' En: '. . . je weet best dat de Heer klaar staat om je 't kruis op te leggen en dat wil je niet. Eigenlijk zeg je: dank je lekker, ik loop liever los. Waarom zou jij en ik geen kruis hebben? Ieder heeft het toch? De Mérode zei dit alles niet uit hardheid, maar uit diepe, echte liefde. Evenzo de volgende woorden: '. . . de Heer laat Zijn eigendom maar niet stilletjes door den duivel weggrissen. Je zult 't wel ondervinden! En ik hoop, als 't niet anders kan, dat de Heer je leven totaal stuk breekt, alleen om je te behouden. Het lijken harde woorden, maar ze zijn geuit door iemand die de homofiele geaardheid in ernstige mate zélf heeft bezeten! De Mérode wilde zich onderwerpen aan het gezag van Gods Woord en gaf dit gezag in alle eerlijkheid door aan anderen die homofiel waren.
Het is bekend dat De Mérode jongens waarschuwde voor een vriend van hem die niet de onthouding accepteerde. Hij heeft ronduit gezegd: 'Pas op voor mijn vriend in Utrecht, hij wil verkeerde dingen met jullie. Geef er niet aan toe.' De weg die hij wees en die hijzelf als moeilijk en tegelijk als mogelijk heeft ervaren, was de weg met God: 'Het hoeft niet hopeloos te wezen. Keer je om!'
De jaren gingen voorbij, de wonden werden littekens. De erkenning van zijn letterkundig werk groeide en steeds meer prot.-chr. dichters gingen hem als een inspirerend voorbeeld zien. Ze vonden de weg naar Eerbeek. Ook voor hen heeft De Mérode zijn geloof beleden en hij wees hen op de noodzaak van een positief christelijke kunst. Steeds meer koos hij partij tegen godsdienstige vaagheid. Zijn godsdienstige overtuiging duidde hij wel kernachtig aan met de term 'bloedtheologie', d.w.z. verzoening is slechts mogelijk door Christus alléén, 'want bloed wordt slechts verlost door Bloed!' Duidelijk zien we dat De Mérode zijn afkomst niet verloochend heeft. Zijn vader behoorde tot de Afgescheidenen, zijn moeder kwam uit de kring van het Réveil. We vinden bij De Mérode in zijn Eerbeekse jaren steeds duidelijker: dogma én levend ge­loof, kerkleer én bevinding. Zelf schreef hij: 'Het dogma is geen doode leer, maar levende lofzegging.'
Zondag 21 mei 1939 stierf hij, volkomen afgetakeld na een moeizaam leven. Een groot christen en een groot dichter was heengegaan. Ds. Touw leidde de begrafenis en las daarbij o.a. een gedeelte uit 2 Corinthe 12: 'Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar (...) En opdat ik mij door de uitnemendheid des openbarings niet zou verheffen, zoo is mij gegeven een scherpe doorn in het vleesch, namelijk een engel des satans . . .' De dichter Muus Jacobse — prof. dr. K. Heeroma — herdacht Willem de Mérode met een gedicht dat begint en eindigt met de regel: 'Anders was ik, anders ben ik gebleven.'

Slotopmerkingen
Wat leert ons de levensgeschiedenis van Willem de Mérode ? Ik meen vooral vier dingen.
1. Gradaties in homofilie
Naast oppervlakkige vormen van homofilie bestaan er vormen waarbij deze geaardheid in de kern van de persoonlijkheid genesteld zit. Dit laatste was o.m. bij De Mérode het geval. In hoeverre zijn opvoeding — de verwennerij door zijn moeder — hierop van invloed is geweest, kan ik niet beoordelen. Feit blijft dat De Mérode zijn hele leven deze geaardheid heeft gehad, ook nadat zijn geloofsleven dieper was geworden, en dat hij ermee heeft geworsteld. Je kunt nooit zeggen dat hij er uit modezucht toe gekomen is. Zijn 'anders-zijn' zat in hem, zijn hele wezen was ervan doortrokken. Hierop doelde Muus Jacobse, met de dichtregel: 'Anders was ik, anders ben ik gebleven.' Dit gegeven leert ons hoe groot de nood kan zijn en hoe zwaar de strijd. Dit kan ons ook bewaren voor een te oppervlakkige benadering, waarbij simpel gesteld wordt dat het een gemakkelijke zaak is om van homofilie af te komen, om er helemaal van los te raken.

2. Harteloosheid
Helaas moeten we constateren dat christenen in verleden en heden de homoseksuele naaste vaak harteloos hebben behandeld. Harteloos zijn we, wanneer we het doen voorkomen alsof homofilie de enige zonde is of de ergste zonde die er bestaat, en daarbij onze eigen zonden kleineren en negeren. Liefdeloos, als we niet wijzen op de mogelijkheid van vergeving bij God. Koud en hard, wanneer we de homofiel niet meer als naaste zien, maar behandelen als iemand die 'stinkt' . . . We vergeten zo gemakkelijk dat we voor God allemaal 'stinken'. De Mérode klaagde: 'Zelf bidden ze: vergeef en werp mijn zonden achter Uwen rug in de zee van eeuwige vergeteldheid. Maar zelf vergeven ze niet en vergeten — nooit.' Hier is sprake van in de hoek schoppen en in de kou laten staan. Een dergelijke harteloze, behandeling is ontoelaatbaar en een christen onwaardig. We zijn verplicht onze homofiele naaste wél eerlijk te behandelen — eerlijk in het licht van Gods Woord — maar dat is iets anders dan harteloos en liefdeloos.

3. Eerlijkheid
Willem de Mérode is eerlijk geweest, beter: geworden, tegenover zichzelf en tegenover anderen. Bovenal: eerlijk geworden tegenover God, die heilig is en rechtvaardig! De homofilie zat diep in hem, maar hij zocht en vond de weg der onthouding omdat dit de richting is die de Bijbel hem wees. Hij heeft leren zien, dat hij een doorn in het vlees had gekregen en dat hij zijn kruis moest dragen in deze zondige wereld. Zijn homoseksuele geaardheid ging hij steeds meer zien als een symptoom van de gebrokenheid van dit leven. Maar . . . hij wist méér, Gode zij dank!
De Mérode wist, vanuit de zekerheid van het geloof, dat Christus' bloed reinigt van alle zonden — ook de zonde van de homofilie — en dat het waarachtig geloof kracht geeft om de weg der onthouding op te gaan en . . . te blijven volgen. De Mérode stond niet alleen in dit leven, hoezeer mensen hem ook in de steek hebben gelaten. De Bijbel behandelt ons mensen eerlijk en zegt ons duidelijk dat God de zonde afwijst maar niet de zondaar. We hebben als christenen de plicht deze eerlijke boodschap zelf ter harte te nemen en vervolgens aan onze naaste — eveneens homofiele naaste — door te geven.

4. Cultuurinvloed
De invloed van de omgeving m.b.t. homofilie moet niet onderschat worden. Het is een opmerkelijk feit dat De Mérode — juist toen hij terecht was gekomen in een kring waarin de homofilie welig tierde — de weg der onthouding verliet. Hij ontspoorde, hoewel hij ook tóen al volgens de bijbelse grondlijnen wenste te leven.
Hoe gevaarlijk moet dan wel onze tijd zijn en hoe funest de invloed van onze 'cultuur'! Immers: op talloze manieren worden seksuele prikkels opgeroepen in deze eeuw van de 'seks'. De Bijbel is steeds minder richtsnoer voor het handelen van de mens. De autoriteit van Gods Woord wordt aan alle kanten ondermijnd. Hoe langer hoe meer wordt de homoseksualiteit voorgesteld als een gelijkwaardige variant van heteroseksualiteit (dat is seksualiteit gericht op de andere sekse). Jongeren kunnen — om progressief te lijken — gemakkelijk tot homofilie verleid worden. We leven in een decadente samenleving die opmerkelijke overeenkomsten vertoont met de Romeinse beschaving in haar vervalperiode. De categorie mensen die min of meer in de richting van de homofilie gedreven wordt door allerlei propaganda en negatieve invloeden, dreigt steeds groter te worden. De westerse cultuur is aan het ontaarden en Nederland komt in dit opzicht helaas niet achtereen. Hoeveel te meer geldt voor ons in deze verwarrende tijd de bijbelse waarschuwing: Weest nuchter en waakt!
Ede                                                                                                                 J. de Gier

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De moeilijke weg  van Willem de Mérode 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's