De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De oud-christelijke  belijdenissen 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De oud-christelijke belijdenissen 2

Concilie van Nicea (20 mei—19 juli 325)

6 minuten leestijd

De bijeenroeping en het verloop van dit concilie is er een mooi voorbeeld van, hoezeer staatspolitiek en kerkpolitiek met elkaar vervlochten waren.

Invloed van de keizer
Keizer Constantijn riep dit concilie samen. Met opzet was de plaats Nicea gekozen, die gelegen was in het noordwesten van Klein-Azië. Nicea was niet ver van Byzantië, de residentie van de keizer. De geringe afstand maakte een herhaald bezoek en een persoonlijke invloed van de keizer mogelijk.
Keizer Constantijn stelde materiële hulpmiddelen ter beschikking om zulk een bijeenkomst van alle bisschoppen mogelijk te maken. Gratis mochten de deelnemers gebruikmaken van de cursus publicus, de keizerlijke postdienst. Wagens en paarden werden de afgevaardigden ter beschikking gesteld. Wegen werden hersteld en vernieuwd. Constantijn droeg zorg voor het onderhoud tijdens de duur van het concilie en bij het vertrek gaf hij ieder 'geschenken, overeenkomstig zijn rang'.
Het concilie, de algemene synode van bisschoppen, werd door de keizer geopend. 'Toen alle bisschoppen' — zegt de historicus Eusebius van Caesarea — 'de zaal voor hun zittingen bestemd, waar de muren met een groot aantal zetels omgeven waren, waren binnengegaan, ging ieder naar zijn plaats en wachtte in stilte op de komst van de keizer. Spoedig verschenen de hofbeambten, maar enkel de christelijke, en toen men de komst van de keizer aankondigde, verhieven allen zich van hun zetels. De keizer verscheen als een afgezant van God: gekleed in goud en overdekt met edelstenen; hij was groot, rijzig schoon en statig. Met dat voorname uiterlijk waren verbonden een oprechte bescheidenheid en godsdienstig nederigheid; hij hield de ogen zedig ter aarde gericht, en ging pas zitten op zijn gouden zetel, toen de bisschoppen hem het teken ertoe hadden gegeven. Toen hij had plaatsgenomen, zetten alle bisschoppen zich neer. Daarna stond de bisschop, die aan zijn rechterhand vlak naast hem zat, op en richtte tot hem een korte toespraak, waarin hij God dankte voor de weldaad in zulk een keizer geschonken. Toen hij weer was gaan zitten, sprak de keizer met zachte stem de vergadering toe.'
In deze rede sprak de keizer zijn sympathie uit voor Eusebius van Caesarea. Deze was niet alleen een geleerd historicus, maar ook een groot theoloog. Hij had grote invloed op de keizer, hield herhaaldelijk vleiende redevoeringen over hem en sprak na de dood van Constantijn een lofrede uit op de overledene. Hij vertegenwoordigde de bemiddelende partij, die vasthield aan de Christologie van Origenes.
De keizer stak zijn mening dus niet onder stoelen of banken. Na zijn openingswoord gaf de keizer het woord 'aan de bisschoppen, die de eersten in rang waren'. Ook verder bleef hij tegenwoordig, greep in de discussies in en nam, als een soort ere-voorzitter, meermalen het woord. In elk geval: de druk van de keizer was duidelijk merkbaar op deze eerste algemene kerkvergadering. Aan het eind van de vergaderperiode worden dan ook de besluiten van het concilie door de keizer bekrachtigd en tot rijkswetten geproclameerd.

Deelnemers aan het concilie
Er waren 220—318 deelnemers, merendeels afkomstig uit het oosten. Slechts 4 of 5 bisschoppen kwamen uit het Latijnse Westen, behalve Hosius van Cordova en de beide Romeinse presbyters als vertegenwoordigers van de paus van Rome. Onder de bisschoppen waren er, die nog de sporen droegen van de martelingen, die zij in de recente vervolgingen ondergaan hadden. Paphnutius had een gespleten oog, Maximinus een verbrande voetspier, Paulus van Neocaesarea had verbrande handen. Ook vinden we er de bisschop van Myra: St. Nicolaas.
Voorzitters waren Hosius en de beide Romeinse priesters. Vermoedelijk was Hosius door de keizer als voorzitter aangesteld: als westers christen was hij immers niet zo nauw als de anderen betrokken bij het conflict en bovendien was hij al langer in opdracht van de keizer werkzaam.
Er waren drie partijen op het concilie vertegenwoordigd. Allereerst: Arius met zijn medestanders. In de tweede plaats de bemiddelende partij van Eusebius van Caesarea. Tenslotte bisschop Alexander van Alexandrië met zijn volijverige en jeugdige diaken Athanasius.

Verloop van het concilie van Nicea
In de loop van de discussies bleek al spoedig, dat de leer van Arius veroordeeld zou worden. Daarom sloten de Arianen zich aan bij de middenpartij en poogden, door het opstellen van dubbelzinnige formules, hun zwakke positie te redden. Toen ook dat geen kans op succes had, stelde de historicus Eusebius van Caesarea voor, dat men althans de door de welsprekende Athanasius voorgestelde term, niet zou inlassen in de geloofsbelijdenis. Dit werd niet geaccepteerd en na langdurige, soms heftige besprekingen, werd een belijdenis aangaande de Zoon opgesteld.

Geloofsbelijdenis van Nicea
Het is nodig nu de letterlijke tekst van de geloofsbelijdenis van Nicea weer te geven. Wilt u even uw psalmboek erbij nemen en de belijdenis van Nicea opzoeken? Dan merkt u het verschil met de volgende tekst:
'Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van alle zienlijke en onzienlijke dingen. En in één Heere Jezus Christus, Zoon van God, geworden uit de Vader, Eniggeborene, dat is van hetzelfde wezen met de Vader; God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet gemaakt, van hetzelfde wezen (homo-ousios) met de Vader, door Wien alle dingen gemaakt zijn, zowel in de hemel als op de aarde. Die om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen, en vlees is geworden, mens is geworden, geleden heeft en opgestaan is ten derden dage, opgevaren is naar de hemelen, en zal komen om te oordelen de levenden en de doden. En in de Heilige Geest.'
'Hen echter, die zeggen, dat er een tijd is geweest, toen Hij er niet was en die zeggen, dat Hij er niet was vóór Hij geboren werd en dat Hij uit het niet is geworden, dan wel uit een andere zelfstandigheid of wezen, of dat de Zoon Gods geschapen of veranderlijk is, vervloekt de Katholieke Kerk.'
Merkt u, dat deze belijdenis van Nicea verschilt met die uit uw psalmboek? Bovenstaande geloofsvorm is aanmerkelijk korter: het artikel over de H. Geest is zeer beknopt, over kerk en doop wordt niet gesproken. In onze belijdenis van Nicea ontbreekt de vervloeking.
Onze conclusie luidt: het opschrift boven ons belijdenisgeschrift 'Belijdenis des Geloofs, gesteld in de kerkvergadering van Nicea, in het jaar 325 na de geboorte van Christus', is historisch onjuist.
Schoonhoven                                                                             dr. J. Broekuis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De oud-christelijke  belijdenissen 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's