Varia
Herstructurering van kerkelijke omroep?
Herstructurering van kerkelijke omroep?
'Hoe lang nog IKOR?' vroeg ds. J. Pronk op de hervormde synode na een artikel van hem in het Hervormd Weekblad onder deze titel. Welnu, naar het zich laat aanzien niet zo lang meer. Men werkt aan een nieuwe stichting, die de naam IKON krijgt. Inter Kerkelijke Omroep Nederland.
Thans zijn er twee kerkelijke zendgemachtigden, namelijk het IKOR, waar de Hervormde Kerk, de Doopsgezinden, de Remonstrantse Broederschap en de Lutheranen aan meewerken en het Convent van Kerken, waarin de Gereformeerde Kerken, de Geref. Kerken (vrijgemaakt), de Chr. Geref. Kerken, de Vrij Evangelische gemeenten, de Baptisten en het Leger des Heils vertegenwoordigd zijn. In het Convent van Kerken zat het al lang niet goed tussen de Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken, alsook met de andere gereformeerde denominaties. De gereformeerden in het convent sloten meer aan bij de lijn van het IKOR dan bij de andere groeperingen binnen het convent.
Het Friesch Dagblad stelde dezer dagen dat die andere groeperingen er grote bezwaren tegen hadden dat 'de vertegenwoordigers van de Gereformeerde Kerken steeds weer probeerden de boodschap van het Evangelie aan te bieden in samenwerking met afkeeruitingen van koffiesoorten, zuidvruchten en opvattingen over samenwerking van rassen'. Met name in gemeenschappelijke programma's met het IKOR gebeurde dat.
Thans hebben deputaten van de synode van de Gereformeerde Kerken uitgesproken, dat het convent moet worden opgeheven of dat de Gereformeerde Kerken uit het convent moeten treden. In bovengenoemde nieuwe stichting moet dan een nieuw begin gemaakt worden. Ook het IKOR gaat dan in die nieuwe stichting op. En deze stichting moet gaan vallen onder de Nederlandse Raad van Kerken, het oecumenisch samenwerkingsverband van de kerken.
* * *
Het gaat er nu om, dat de hervormde synode en de gereformeerde synode ja-zeggen tegen een dergelijke nieuwe opzet. De bisschoppen hebben overigens al laten weten dat ze het liever bij de KRO houden. De vraag is nu wat genoemde synodes zullen doen.
Zoals de plannen eruit zien is er weinig aanleiding te veronderstellen dat de herstructurering een verbetering zal zijn. Als de gereformeerde deputaten zo graag afwillen van de andere gereformeerde denominaties, die zich confessioneel gebonden weten, dan is er alle reden om te vrezen, dat de inbreng van de gereformeerden in de nieuwe stichting het confessionele element niet zal versterken. Veeleer zal de koers van het huidige IKOR worden voortgezet. Het Friesch Dagblad schreef, dat de Gereformeerde Kerken zich ook op het gebied van de omroep steeds verder dreigen te gaan verwijderen van de rechterflank van de Hervormde Kerk en van de andere gereformeerde denominaties. Daar komt nog bij, dat de nieuwe opzet in handen van een stichting zónder leden wordt gelegd, terwijl door het onderbrengen bij de Raad van Kerken de greep van de kerken op het beleid in feite geheel onmogelijk zou worden. Nu is die greep ook al gering, maar als de nieuwe opzet doorgaat is te vrezen dat er helemaal geen invloed van de kerken op het beleid meer kan uitgaan. De critici ter synode zullen te horen kunnen krijgen, dat de bezwaren aan de Raad van Kerken zullen worden doorgegeven, en dat de Raad deze door zal geven aan de stichting, en dat de stichting deze zal doorgeven aan de programmamakers. En de gereformeerde deputaten bepleiten al bij voorbaat een optimale inspraak van de programmamakers.
Te vrezen is, dat de koers van het IKOR zal worden voortgezet. Daar zal die verandering van één letter (de r in de n) geen verandering in aanbrengen. Wat nodig is is een mentaliteitsverandering, om dat modewoord maar te gebruiken. De programmamakers maken het beleid en die hebben over dat beleid de laatste jaren geen onduidelijkheid laten bestaan.
* * *
Daarbij zitten we nog altijd met de merkwaardige opzet, dat een kerkelijke zendmachtiging niet afhankelijk is van ledental. De programmamakers bij het IKOR konden doen wat ze wilden, zonder dat bijvoorbeeld ledenverlies de zendtijd in gevaar zou brengen. Intussen rijst — als dit doorgaat — de vraag wat er gebeuren moet voor die kerken en groepen, die ook in de omroep van de kerken een confessioneel gebonden beleid wensen.
Misschien moeten de kerken en groeperingen, die zich gebonden weten aan de confessie, samen dan maar de handen ineen slaan om ook de andere kant van de kerken in de omroep te laten zien.
Kersttoespraak
Er kwam dezer dagen een broeder bij me op bezoek, die me een brief overhandigde en deze ook toelichtte. We hebben ons druk gemaakt over het verdwijnen van de Naam van God uit de Troonrede en ons ook afgevraagd of de Koningin dan zelf die slotzin toch niet had kunnen uitspreken, tegen de wil van premier Den Uyl c.s. in. In ieder geval, dat is niet gebeurd. Maar waarom werd dan in de kersttoespraak geen duidelijk geluid gegeven? Had Hare Majesteit niet alle gelegenheid om daar zélf te zeggen waar we onze hulp te verwachten hebben? Waarom erop gewezen, dat we de huidige moeilijkheden door eigen menselijke wilskracht te boven kunnen komen, terwijl de Heere toch — en nu citeer ik de brief — 'in onze lands- en vorstenhuishistorie bewezen heeft een Helper en Uitredder te zijn? Moet de kracht niet van die God verwacht worden? Waarom moest een fabel van het Christuskind, die door een man door diep water wordt gedragen om zijn levensdoel te bereiken, worden weergegeven? Of er geen eeuwig levend en waar Woord Gods meer is, waar zij uit putten kan om zo haar volk een hart onder de riem te steken, dat Christus ons dragen wil, zo wij 't in afhankelijkheid van Hem en Zijn verworven gerechtigheid gaan leren verwachten. Wat was er nu de gelegenheid geweest om zich te distantiëren van de huidige God-loze regering.
* * *
Die broeder had gelijk. Respect voor de overheid als zodanig, respect ook voor onze Koningin als zodanig betekent niet dat deze kritiek niet mag worden gezegd. Maar we worden bij dit alles toch ten diepste, geconfronteerd met dit éne, namelijk dat het in ons volksleven niet goed ligt. Zo het volk zó de priester, zegt de Bijbel. We hebben als volk een regering waarom we zelf hebben gevraagd. En gegeven het feit dat wij leven onder een monarchie, kan men zich afvragen of er niet altijd een parallellie zal zijn tussen vorstenhuis en regering. Wat het beleid betreft moeten we helaas zeggen, dat de kersttoespraken van onze Koningin vaak in de sfeer van een religieus humanisme liggen. En dan moeten we weer vragen: hebben we er als volk niet zelf om gevraagd? Hiertegen past niet een protest. Hier past verootmoediging.
De vraag dringt zich daarbij op of we het nog wel een keer krijgen zullen, dat het regeerbeleid iets uitstralen zal van de norm van het Woord, van het gebod dat alleen maar goed is; en of de toespraken tot het volk nog iets zullen hebben van de glans van het Woord. Hebben we het als volk gehad? Je vreest het wel eens, als je de inkrimping van de kerk ziet. Wanneer een volk zijn God verlaat dan kan niet verwacht worden, dat er in de publieke uitingen van de regering nog iets door zal komen van de gehoorzaamheid aan Gods gebod. Het ergste zal daarbij echter zijn als de kerk inslaapt of zich mee laat slepen in het proces van de secularisatie, als ze zelfs deze secularisatie in haar verkondiging tot uitgangspunt neemt.
Als het volk evenwel niet meer bidden kan, dat dan de kerk het doe voor het volk, en als de overheid en het volk God niet meer erkennen kunnen, dat dan de kerk tot voor de overheid toe belijde de Naam van Hem die zegt: Mij is gegeven alle macht . . .
'De realiteit'
We leven momenteel in een toegespitste wereldsituatie en daarop werpen zich allerlei stromingen om hun visie op het toekomende wereldgebeuren te geven. Ook binnen de kerken wordt momenteel allerwege gesproken over de dingen die geschieden moeten. De tijd brengt dat met zich mee. Eén en ander maal hebben we gepoogd om daarover ook in ons blad iets te zeggen.
Nu kreeg ik dezer dagen een krant in handen, die in een grote oplage in ons land verspreid wordt door de 'Vrienden van de Evangelische Marienschwesternschaft' te Nijverdal. De krant heeft als titel De realiteit. Op de voorpagina wordt gesproken over de reusachtige komeet, die op 7 maart 1973 door de Hamburgse sterrenkundige dr. Kohoutek werd ontdekt en die deze maand het dichtst bij de aarde komt.
Zoals eenmaal de ster de geboorte van Christus aankondigde, zo is deze naderende komeet, aldus de krant, een teken van een naderende wereldcatastrofe. Onverwacht verschijnende kometen hebben altijd als teken gefungeerd van naderende grote gebeurtenissen. God waarschuwt er de mensheid mee.
* * *
Wat hiervan te zeggen? Wie deze krant leest zal op veel dingen amen zeggen. De ontreddering van onze tijd wordt namelijk blootgelegd. Gewezen wordt op de massamoord, die langs de weg van abortus voltrokken wordt, verder de roofmoord, lustmoord, dood door drugs, bomaanslagen en overvallen, moord op vele christenen die vervolgd worden. Gewezen wordt op de brute godslastering in film, boek en toneel: Jesus Christ Superstar, Hair, Godspell, Het liefdesleven van Jezus Christus. Gewezen wordt op de seksuele demoralisering, die mede door de communicatiemedia bevorderd wordt; pornografie, partner-ruil, perverse uitingen van seksualiteit. Wie zou dit alles niet beamen? Is de verwording niet ten hemel schreiend geworden?
* * *
Gewaarschuwd wordt dan ook voor de straffen van God, het oordeel van God op de zonde en de goddeloosheid. Denk aan de vrouw van Lot! En wie zou dat vermaan niet ter harte nemen? Inderdaad is het toch zo dat God een God is die leeft en op aarde al vonnis geeft? Ik weet wel, dit te zeggen past niet meer in ons tijdsbeeld, waarin de mens zichzelf tot norm is en het vrijheidsbeginsel de dekmantel is voor alles wat de Bijbel goddeloos en zondig noemt. Bij zo'n levensinstelling past dan geen God meer die toornt. Maar eer God de zonde ongestraft liet blijven heeft Hij ze gestraft aan Zijn eigen Zoon. Zo ernstig nam God de zonde.
* * *
Daarom geven de Vrienden van de Marienschwesternschaft terecht een dringend appèl op 't geweten van de mensen om met de zonde te breken en zich te verootmoedigen. Zo'n appèl geldt overigens ons allen. Is de christelijke gemeente óók niet vaak meegesleept in het secularisatieproces, hetzij dat er gewenning gekomen is aan al die dingen die gebeuren — we schrikken er vaak niet eens meer van — hetzij dat we zelf ook één en ander in levensstijl en moraal overgenomen hebben van wat de autonome mens, die géén God en géén meester boven zich duldt, momenteel als hoogste goed laat zien?
* * *
En toch zeg ik 'nee' tegen de Vrienden van de Marienschwesternschaft als ze uit de nadering van de komeet zo stellig concluderen dat een wereldcatastrofe nabij is. Let wel, wie zal zeggen dat dat niet het geval is? Roept de mensheid er niet om? Maar niemand blikt hier in Gods Raad en het is voorbarig en onduldbaar om uit een komeet aan de hemel precies af te lezen wat er gebeuren gaat. Ik weet bepaald wel, dat het Nieuwe Testament ervan spreekt dat er bij de wederkomst van Christus óók tekenen zullen zijn in de hemellichamen. Maar wie is het gegeven hier in Gods Raad te blikken? Gegeven de grote stroom van kranten en pamfletten die profetieën over ons uitstorten, alsof het de gewoonste zaken van de wereld zijn, ben ik geneigd te volstaan met het apostolisch vermaan: weest nuchter en waakt.
Weest nuchter! Met andere woorden, laten we ons niet van de wijs laten brengen door al diegenen, die zich als profeten aandienen. Er zijn er al zoveel geweest die door de eeuwen heen gefaald hebben, ook bij het duiden van de tekenen aan de hemel. Laten we ons evenwel, ook niet onder de ban laten brengen van al die dingen, die vanuit het geseculariseerde levensgevoel op ons afstormen. Wees nuchter.
Maar dan ook: en waakt! We hebben te leven alsof Christus ieder ogenblik weer kan komen. En ook in de weg van Gods gerichten hebben we hem te verwachten. We leven in een apocalyptische tijd. De ongerechtigheid vermenigvuldigt zich. De dreiging is er aan alle kanten. Daarom waakt. Ik meen echter dat we meer acht hebben te geven op de tekenen der tijden — en dat doen de Vrienden van de Marienschwesternschaft bepaald indringend — dan op de tekenen aan het firmament. De tekenen der tijden zijn ernstig genoeg. Maar intussen mogen we ook weten dat Christus mét Zijn gemeente zal zijn tot aan het eind van de tijd. Maar dan is er wél de vraag of de gemeente de dag van Christus ook met verlangen verwacht!
Bisschop Simonis was eerlijk
Bisschop Simonis van Rotterdam heeft in een interview in het blad 'De Tijd' één en ander gezegd waarover de hele oecumenische beweging op z'n kop staat.
De bisschop zei: 'In brede kring bestaan er verkeerde opvattingen over kerk. Het is absoluut verkeerd te denken dat de r.k. kerk óók maar een deelkerk is. De kerk van Christus bestaat in de katholieke kerk, maar elementen van kerk-zijn vindt men ook in andere kerkgenootschappen.
In dit opzicht is het Tweede Vaticaans Concilie inderdaad een doorbraak in het oecumenisch denken. Vroeger werd de kerk inderdaad geheel geïdentificeerd met rooms-katholieke kerk. Maar in het concilie decreet over oecumene lezen wij: Van de elementen of waarden die alle samen de kerk opbouwen en met leven vervullen, kunnen er enige of zelfs zeer vele uiterst belangrijke ook voorkomen buiten de zichtbare omheining van de katholieke kerk!
En op de vraag of het een gerechtvaardigde pretentie is, als katholieken zeggen dat zij de waarheid bezitten, antwoordde de bisschop: 'Wij mogen ons in de waarheid weten, als een genade. Wij hebben haar niet in pacht. De waarheid heeft bezit genomen van ons, deelt zich door de heilige Geest in de kerk aan ons mede. Dat moeten wij durven zeggen uit waarachtige oecumenische gezindheid'.
Het is te begrijpen dat de oecumenische beweging de bisschop deze opmerkingen niet in dank heeft afgenomen. Maar ik geloof dat we zeggen moeten: eindelijk weer eens een eerlijke stem! Want zoals deze bisschop het zegt, zo liggen de zaken toch inderdaad bij Rome?
Maar overigens, als wij eerlijk reformatorisch ziijn zeggen wij toch hetzelfde, maar dan omgekeerd? Simonis zegt: Rome is dé kerk en elementen van kerk-zijn vindt men in de andere genootschappen. Wat zei echter Calvijn? Was hij niet van oordeel dat de kerk uit het diensthuis van Rome was uitgeleid, maar dat desniettemin seintilloe of vestigiae, sporen of vonken van de ware kerk in Rome waren overgebleven? Moeten we dat, als we eerlijk reformatorisch zijn niet nu ook nog zeggen? Trente is toch nog nooit herroepen? En vindt men elkaar in de huidige oecumene in feite niet op de bodem van een soort religieus humanisme, terwijl de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze nog altijd levensgroot tussen Rome en de Reformatie staat?
De oecumene is met eerlijkheid gediend. En aan die eerlijkheid heeft Simonis met zijn uitspraak bijgedragen. Laten ook de nazaten van de Reformatie eerlijk zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's