De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samen op weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samen op weg

7 minuten leestijd

Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden. Psalm 119: 63

Zeg mij, wie uw vrienden zijn . . . ! Hier is iemand, die er openlijk voor uitkomt. Het zijn zij, die de Heere vrezen.
Met de 'vreze des Heeren' is in de Heilige Schrift de ware dienst van God bedoeld. Vooral in het Oude Testament. Het betekent niet, dat wij van God wegvluchten. Op zichzelf is ons, mensen, dat niet vreemd. Wij doen immers van nature niet anders. Wij proberen God te vriend te houden door onze plichtplegingen. In werkelijkheid wenden wij ons van Hem af in ongeloof en zelfhandhaving.
In de ware vreze des Heeren is het juist andersom. Dankzij Gods genade worden wij in onze vlucht gestuit. We gaan bukken voor de Heere. Tegenover de allerhoogste Majesteit zijn wij stof en as. Zondaren, die geen enkele grond in zichzelf hebben om voor Hem te bestaan. Maar tegelijkertijd is het een vluchten naar Hem toe. Geen wegkruipen voor Hem, maar naar Hem toekruipen! 'Waar haalt een mens de moed vandaan?' zucht mogelijk iemand, al lezende. Wel, zoek het niet in uzelf. Dit is het wonder: God steekt zondaren de hand toe. Uit louter barmhartigheid. Om Christus' wil, de Zoon van Zijn welbehagen. Ge behoeft niet van verre te blijven staan. 'En mijn zonden dan?' U mag ze meebrengen. En zover het oosten verwijderd is van het westen, wil Hij die wegdoen. Wie zo God leert kennen, gaat Hem vrezen. Niet slaafs, maar kinderlijk. In diep ontzag en hartelijke liefde.
Met de vreze des Heeren gaat het onderhouden van Gods geboden gepaard. Het vloeit er als het ware vanzelf uit voort. We worden bang . . . niet voor de Heere, maar wel om iets te doen, dat Hem mishaagt. Met alle gebrek komt er iets van het betrachten van Zijn heilige wil. De liefde dringt ons. De kracht van de Geest stuwt ons leven in nieuwe banen.
En, zegt nu hier iemand, wie dat nu beseffen, en zo begeren te leven, zijn mijn vrienden. Ieder mag het weten. Ja, God zelf. Voor het oog van Hem, Die het hart kent en doorgrondt, betuig ik het. Ik wil niet slechts met hen sterven — och, die zijn er genoeg — maar met hen wens ik te leven. Op mijn pelgrimsreis naar het hemelse vaderland zoek ik hun gezelschap. Ik kan niet anders. Waarom niet? Wel, waar God werkt loopt het uit op een keuze. Op een keuze voor Hem. Onze oude meester raakt ons kwijt. We leren 'nee' zeggen tegen de wereld en de zonde. En als de vraag gesteld wordt 'Wie heeft lust de Heer' te vrezen?' dan zeggen we 'ja, dat heb ik!' Ons leven krijgt een ander middelpunt. Niet het eigen ik, maar de Heere.
Dan wordt het onze begeerte voor Hem te leven. Niet alléén, maar samen met anderen. Het geloof is een persoonlijke zaak. De vreze des Heeren evenzo. We kunnen het niet voor een ander doen. En een ander kan het niet voor ons doen. Maar tegelijk wordt het in gemeenschap met anderen beoefend. In Gods koninkrijk heeft het individualisme geen bestaansrecht. Het is toch één Heere en één geloof.
Wat is het een voorrecht, als wij anderen mogen ontmoeten, die ook de Heere willen dienen. God plaatst ze op onze levensweg. Soms alleronverwachtst. Hij wil niet dat de mens alleen zij. En geen hechter band dan die van de vreze des Heeren. Een band, die door de tijd heenreikt tot in de eeuwigheid.
En op de reis door dit leven mogen wij elkaar tot een hand en een voet zijn. We hebben elkaar te vertroosten, en elkaar terecht te wijzen. Elkaar op te wekken de goede strijd te strijden. In het gebed hebben wij de voorbede voor elkaar te beoefenen. Samen mogen we ons buigen onder het Woord Gods. En samen Zijn naam groot maken, 'k Zal met d'oprechten onderling, vereend in hun vergadering en raad Hem plechtig eer bewijzen. Ja, dan ben ik in goed gezelschap. Daar wordt het geloof gesterkt. Daar voel ik mij thuis. Ik geloof in de gemeenschap der heiligen.
Kunt u hierin meekomen? Of zoekt u het elders? Als er wat te genieten valt van wat deze wereld biedt, zegt u, ben ik er bij. Die dienst van God is mij te eng en te nauw. Er zijn andere banden, die mij binden dan die van de vreze des Heeren.
Op de borrel- en kaartclub voel ik me op m'n gemak. Of daar, waar zelfs roekeloos met God wordt gespot, of even roekeloos zonder Hem wordt geleefd. Misschien loopt u ook wel keurig mee in het spoor, maar is het hart ver van God. Levensgevaarlijk is dat! U staat aan de verkeerde kant, namelijk aan die van Zijn vijanden. Wanneer u zo voortleeft, zult u straks buitenstaan met allen, die de Heere haten. Leer Hem dan nu nog te vrezen. Val Hem te voet. U mag weten, dat God machtig is die vreze in u te werken. Het is nog het heden der genade, waarin Hij vijanden met zich wil verzoenen. En waar God werkt, leert Hij het belijden met Ruth: Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God. We worden opgenomen in dat grote huisgezin, waarvan God de Vader is, en Christus de Zaligmaker.
Het is alleszins mogelijk, dat u veel teleurstellende ervaringen opdoet in de omgang met Gods kinderen. Ik denk aan Mozes. Hij verkoos te behoren bij het volk van God. De schatten van Egypte had hij ervoor over. Maar wat heeft datzelfde volk hem veel verdriet gedaan. Ze wilden hem zelfs stenigen. Toch is Mozes niet verbitterd naar Egypte teruggegaan. Hij kon het niet. En als de vreze des Heeren in ons woont, kunnen wij het ook niet. We zien, dat Gods kinderen geen supermensen zijn, maar nog behept zijn met veel gebreken en eigenaardigheden, ja zondaren zijn. Maar wie er tegenvalt, God niet. Om Hem gaat het. Om Zijn naam en Zijn eer. En wat betreft de verhouding tot anderen verstaan we, dat het aankomt op de vraag: niet hoeveel ontvang ik, maar hoeveel geef ik. In plaats van ontevreden over een ander zijn we het over onszelf. We gaan niet boven een ander staan, maar achten hem of haar uitnemender dan onszelf.
Nog één woord uit onze tekst vraagt onze aandacht. Ik ben een gezel van allen, die U vrezen. Van allen. Wij trekken vaak het kringetje zo klein. De Heere plaatst ons echter in de ruimte van Zijn kerk. Het is een ongeoorloofde zaak ook maar één van hen, die God vrezen af te schrijven. Door de straten van Jeruzalem ging een vrouw. Een weduwe van vierentachtig jaar. Anna heette zij. Haar oude voeten repten zich voort om het blijde nieuws van Christus' komst te melden. Zij beperkte zich niet tot een paar speciale vrienden. Nee, zij sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Allen wist zij te wonen. Allen moesten het horen. Een levende illustratie bij onze tekst. Volgen wij haar voorbeeld na?
Door het geloof vermogen we dan zelfs over kerkmuren heen te zien. Doet de kerkelijke gedeeldheid dan geen pijn? Wat dacht u? Is Christus dan gedeeld? Daarom hebben wij te vuriger de grote Hogepriester na te bidden, dat allen één zijn, die door Zijn Woord in Hem geloven. En ondertussen steken wij de hand naar elkaar uit. Wij kunnen elkaar niet missen. Het is als gaan wij door een snel­ stromende rivier. Alleen hand in hand kunnen wij verder. Samen op reis! En daarbij mogen wij anderen nodigen. Kom ga met ons! Wij reizen naar dat land, waarover de Heere het goede gesproken heeft. Daar zal het zijn een schare, één van hart en zin. Om eeuwig de grote Koning te loven.
En elk, die Hem vreest, hoe klein hij zij, of groot,
Wordt van dat heil, die weldaan deelgenoot.
Dinteloord                                                                        P. H. van Harten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Samen op weg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's