De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De wet is geestelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wet is geestelijk

6 minuten leestijd

Ik gaf twee weken geleden een impressie van de predikantenvergadering van de Gereformeerde Bond. Behalve de lezingen van dr. W. Aalders en dr. W. Balke, waarop ik gezien de discussies uitvoerig inging, was er ook een lezing over het thema De wet in de prediking, ingeleid door ds. C. den Boer. Daarover wil ik ook in het kort nog iets weergeven.

Wet en Evangelie
Moet de wet gepreekt worden? Of, anders gezegd, is de wet nét zo fundamenteel onderwerp van de preek als het Evangelie? Ds. Den Boer stelde dat beide — wet én Evangelie — gepreekt moeten worden. Prediking is niet alleen bevrijdende heilsverkondiging van Christus' Kruis en Opstanding, maar verkondiging van de volle Raad Gods. De prediking van de apostelen was ook gerichtsprediking. De apostelen verkondigden de bekering én de vergeving der zonden. Vanuit de aankondiging van het gericht klinkt de oproep tot bekering en ook de prediking van Kruis en Opstanding. Zonder de verkondiging van het gericht, zegt J. H. Bavinck, blijft het Kruis een verhaaltje, een onbegrijpelijk en zinloos gebeuren.
Zo heeft de wet van het Oude Testament, de Thora, ook ten volle betekenis. Maar dan dient bedacht te worden, dat deze wet nooit lós te denken is van de levende God. De wet is van God doorademd, is uiting van de wil van God. En het is de Heilige Geest, die de aanklagende functie van de wet tussen God en mens tot stand brengt. Maar hoe is het in het Nieuwe Testament? Is daar dan niet sprake van het vervuld zijn van de wet door Christus? De vraag is maar wat dat betekent. Het Nieuwe Testament komt namelijk ook tot een duidelijk positieve waardering van de wet. De wet is het doel en Christus is het middel om dat doel — de gehoorzaamheid aan God — te bereiken. In de gave van Christus, als de Messias, ontvangt de wet haar beeld. Christus heeft met de vervulling van de wet de wet van Mozes niet achterhaald, maar haar als het ware volgeblazen. Dat blijkt als de wet ook aan de Messias zélf voltrokken wordt.
Maar dan krijgt de wet ook in het geloofsleven — ook Nieuw Testamentisch — ten volle haar plaats. In de rechtvaardiging van de goddeloze komt de wet Gods volledig tot haar recht. Wij kunnen Christus niet recht verkondigen, als we Hem niet zien staan in het recht Gods. Maar dan is de prediking van de wet wél voluit een zaak ook van de Heilige Geest. De Geest scherpt het recht van de wet in, waardoor mensen door de wet aan de wet sterven (Gal. 2: 19). En dan is het de grootste vreugde te ontdekken, dat het recht van God inderdaad in Christus is vervuld. Maar daarmee is de paedagogische functie van de wet, de functie van de wet als tuchtmeester tot Christus, niet verdwenen. Men leze Galaten 3, o.a.: Eer het geloof kwam waren wij onder de wet in bewaring gesteld. Door de Heilige Geest worden mensen met de wet ontdekt aan een gerechtigheid, die overvloediger is dan die der Farizeeën. Men moet de wet dan ook zó ernstig nemen als God zelf deze neemt. Mensen worden onder het volstrekte gezag van Gods wil gebracht. De prediking van de wet is daarom onthullend. De wet kostte aan Jezus het leven. Zo ook aan ons. In het sterven aan de wet staat de zondaar voor de drieenige God en komt hij door de dood tot het leven. Het geloof in Christus doet de liefde tot de wet niet te niet. Er is, vanuit de gerechtigheid van God, die verbrijzelt en redt, kennis van de schrik des Heeren én van de liefde tot Christus. Godskennis is daarom nooit zonder zelfkennis.

Wezenlijke zaken
Ook in het referaat van ds. Den Boer ging het om zeer wezenlijke zaken, die het hart van de verkondiging raken. Samenvattend kan men zeggen, dat benadrukt werd de eigen plaats van de wet in de prediking en zo ook in het leven van het geloof, maar dan zó, dat de wet nooit een geïsoleerde plaats heeft maar doorademd is van het werk van de drieënige God, van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Men kan ook zeggen: de wet is geestelijk, de wet is ten léven, de wet staat nooit geïsoleerd van het evangelie van de verlossing, die in Christus is, in Zijn kruis en opstanding.
Het is goed, dat ook deze dingen telkens weer de aandacht hebben. Juist ook ten aanzien van de wet in de prediking liggen de ontsporingen immers gemakkelijk op de loer? In de eerste plaats is er de ontsporing naar die kant, dat, vanuit de gedachte dat de wet in Christus vervuld is, gesteld wordt: de wet heeft afgedaan; we leven nu onder de genade. De wet wordt in de eredienst niet meer voorgelezen. In het geloofsleven krijgt de wet geen plaats en omdat het recht Gods niet meer functioneert in de prediking krijgt de prediking iets ondieps, iets algemeens. Maar Galaten 3 stelt de wet ook duidelijk in zijn functie voor het geloof aan de orde. Juist het feit, dat Christus de gerechtigheid en de gehoorzaamheid van de wet volkomen heeft vervuld geeft de prediking van de wet diepte en kleur. Het gaat in de prediking om wet en Evangelie, om recht én genade.
Er is ook heel gemakkelijk de ontsporing ter anderer zijde, namelijk dat de wet zodanig geïsoleerd wordt van het Evangelie, dat de prediking van de wet wettisch wordt. Ds. Den Boer wees erop, dat de wet in een verbondskader staat. Het 'gij zult' en 'gij zult niet' staat onder het 'Ik ben' van de aanhef van de wet: Ik ben de Heere uw God! God laat niet zomaar de wét prediken maar hij laat de wet prediken als tuchtmeester tot Christus, in wie die wet is vervuld. Het Evangelie moet met evenveel volmacht en gezag worden uitgezegd als de wet in haar kracht gepreekt wordt. De wet preken en van het Evangelie een 'misschien' maken is de wet ook krachteloos maken, omdat ze niet voluit betrokken wordt op Christus, die onder de wet is gekomen. Nog een stap verder en de prediking van de wet wordt zoiets als: gebod op gebod en regel op regel, en de mensen lasten opleggen die te zwaar zijn om te dragen; zonder dat nog doorkomt de vreugde over het feit dat Christus de wet voor ons heeft gedragen.
De waarheid gaat altijd over het scherp van een scheermes. Zo ook de waarheid van de wet. Er is of de ontsporing naar het libertinisme of de ontsporing naar het wetticisme. In dit opzicht geldt ook: noch afwijken ter ener noch ter anderer zijde, maar de koninklijke weg, dat is de weg van de Koning. Als wet én Evangelie met gezag worden geproclameerd dan krijgt het alles geestelijke inhoud. En de wet is geestelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De wet is geestelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's