Zoeter dan honing
Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond! Psalm 119 : 103.
Over smaak valt niet te twisten. Een ieder heeft nu eenmaal zijn eigen voorkeur. Maar het is geen christen, die niet hartelijk instemt met de woorden van onze tekst. Hoe zoet zijn Uw redenen! Wie zo spreekt, heeft smaak in het woord Gods gekregen. Dit woord is immers geestelijke spijze. U werkt misschien hard voor uw dagelijkse boterham. Maar vergeet bij al uw gedraaf het belangrijkste niet: de mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. Van Hogerhand wordt ons die spijze toegereikt. Niet alleen als het avondmaal bediend wordt, maar in elke kerkdienst klinkt het: neemt, eet. De Heere wil, dat wij Zijn woord door het geloof ontvangen in het binnenste van ons hart. Wie het bekritiseert, en het daarmee van zich afhoudt, is geen fijnproever, maar een verachter.
Hier is iemand, die het tegendeel doet. De redenen Gods worden ontvangen, en van ganser harte geroemd. Het is zoeter dan honig. Simson vroeg eens: 'Wat is zoeter dan honig?' Voor een oosterling, zo gesteld op zoetigheid, was het geen vraag. En toch, zo belijdt hier de psalmdichter: wat God zegt gaat vér uit boven de uitnemendste spijze dezer aarde.
Het is een wonder op zich, als wij hem dit na kunnen zeggen. Van nature heeft het woord des Heeren voor ons geen aantrekkelijkheid. Sinds wij in het paradijs van de verboden vrucht gegeten hebben, lusten wij van alles, behalve de geestelijke spijze van het woord Gods. Dat is niet tot onze verontschuldiging gezegd, maar tot onze beschuldiging. Zó zijn wij geworden. Zó radikaal hebben wij ons overgegeven aan de vorst der duisternis. Onze ogen heeft hij verblind. Onze smaak heeft hij bedorven.
Zucht u hieronder? Zit u er mee? De Heilige Geest is de grote Smaakvernieuwer. Weet u hoe Hij dat doet? Hij geeft ons honger. Wij krijgen er oog voor, dat wij ons altijd gevoed hebben met lege doppen en schillen. Met brood, dat niet verzadigen kan. De Geest maakt ons begerig naar het ware Brood des levens. Hij legt in ons leven een band met het woord, waarin de Heere ons laat zien, dat Hij goed is voor slechte mensen.
Zeker, de Heilige Geest legt door het woord ook de verdorvenheid van ons bestaan bloot. Stinkende en vuile wonden komen er aan het licht. Het woord mag zoet zijn, het is ook scherp. Wie zichzelf kent, weet, dat dit geen overbodige zaak is. Onze hoogmoed, eigendunk en zelfvoldaanheid moeten eraan. De Heere geeft ons een walging aan onszelf. Ja, het is kwaad en bitter tegen God te zondigen.
Maar het gaat er de grote Geneesheer niet om, dat de wonden worden bloot gelegd, maar dat er balsem in gegoten wordt, en dat ze verbonden worden. Die troost brengt de Heere ons door Zijn Woord. Hij spreekt van vrede, niet alleen tot Zijn gunstgenoten, maar tot vijanden en goddelozen. Arme smekelingen mogen het horen, dat er genade is, die roemt tegen het oordeel. Dat is genade rijk en vrij. In de naam van Jezus is er zaligheid; in de Zijne alleen, maar dan ook volkomen. Buiten Christus is God een verterend vuur, en het zal vreselijk zijn Hem zo te ontmoeten. Maar in Christus komt Hij in Zijn onpeilbare zondaarsliefde. Mensen, die verdienen weggeslingerd te worden van vóór Zijn aangezicht, neemt Hij in Christus aan tot Zijn lieve kinderen en erfgenamen. Hoe weet ge dat? Uit Zijn woord. De werking van dat woord is zo velerlei. Daardoor geeft God licht in de duisternis, kracht aan hen, die machteloos en gebonden zijn. Temidden in de stormen en aanvechtingen verzekert Hij hen, dat Hij dwars door alles heen voortgaat met Zijn werk. Het oor 'proeft' de woorden Gods, en ze worden ingedronken als het water des levens. Zo komt God Zelf tot verloren mensen: Ik, Ik ben het, Die u troost. Wat is het toch zaak verstandig acht te geven op wat God ons zegt. Waar, door de bediening van de Heilige Geest, ons hart opengaat, zien wij in het evangelie Gods hart voor ons geopend. Zijn innerlijke bewegingen van barmhartigheid worden opgemerkt. Wie zo het woord mag horen smaakt, dat God goed is. Al 't geen Uw mond aan mij had toegezegd, gaf aan mijn ziel vertroosting, geest en leven. Het hele woord Gods zullen wij hoogachten, maar wel zullen er bepaalde woorden zijn, die zich in ons vasthaken, en waar wij in het bijzonder de zoetheid van mogen smaken. Nee, het gaat hierbij niet om een oppervlakkige aandoening, maar het raakt het diepste van ons wezen. Gods redenen zijn immers zoet voor het gehemelte. Zoals wij met ons gehemelte de spijzen proeven, zo proeft ons hart het goede woord Gods.
Wie dat ervaart, mag het voor Gods aangezicht in geestelijke blijdschap uitroepen. Hoe goed zijt Gij . . . !
Deze blijdschap geldt niet alleen het evangelie, maar ook Gods geboden en inzettingen. Psalm 119 bezingt immers steeds weer de voortreffelijkheid van Gods wet. Maar dan die wet niet in haar eis en vloek, maar als leefregel der dankbaarheid. Als de wet, wier eis door Christus vervuld, en wier vloek door Hem gedragen is. Dan is zij geen zware last, maar een zacht juk. Werkelijk, een wet om naar te leven. Het overdenken van Gods heilige wil geeft ons vreugde, en niet minder het betrachten ervan, 't Is immers Zijn wil, die het hart verheugt. Ja, wat een vreugde is het in Gods wegen te mogen gaan, en door Gods hand zich te laten leiden. Ook Gods wet streeft in heilzaam zoet, tot streling van 't gemoed, de honing ver te boven.
Een vraag: kunt u hiermee instemmen? 'In deze dingen leef ik, en is het leven van mijn geest!' Geef dan God de eer, en leef uit en naar Zijn woord.
Of werpt u Gods woorden achter uw rug? Vol van alles en nog wat! Het vee loopt over het malse gras. Het heeft zich al volgegeten voor het in de wei kwam. En nu graast het niet, maar vertrapt zijn voedsel. Zo vertreedt de verzadigde ziel het honigzeem. Zo kunnen wij in ongeloof Gods barmhartigheid vertrappen, en het bloed van Christus onrein achten.
Misschien geniet (?) u nog van de spijze en drank van deze wereld. Met volle teugen, of voorzichtig nippend, drinkt u van het glas, dat zij u aanbiedt. Bedriegt uzelf niet. De nasmaak is bitter. De genieting der zonde is maar voor een tijd, maar de straf is eeuwig. Laat u door de Heere gezeggen. Hij wil niet, dat u verloren gaat. Neemt de proef van Zijn goedheid.
Och, zegt u misschien, vroeger was het goed; maar wat is het toch moeilijk om nu te beamen, wat de dichter belijdt. Mijn smaak is zo verminderd; er is verachtering gekomen in het leven des geloof s. Wat leef ik toch langs deze dingen heen. Bedenk dan, dat de schuld niet aan Gods kant ligt. Hij wil, dat wij het leven en de overvloed hebben. Heeft de wereld soms een te grote plaats in ons leven? Wij kunnen niet God dienen en de wereld. Wij kunnen niet van twee walletjes eten. Verootmoedig u voor de Heere. Gaat tot Hem, Die zegt: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw . . . Neemt, eet.
Het woord Gods zij in alle wederwaardigheden van het leven onze geestelijke spijze. Veel kan ons ontvallen. Op de bruiloft te Kana werd gezegd: de wijn is op. Zo kan in ons leven de honig op zijn. De troostbronnen op deze wereld zijn uitgeput. Ja, dat kan een ieder meemaken. Enerlei wedervaart de rechtvaardige en de goddeloze. Maar nu het verschil. Wie zich van God afwendt, heeft geen houvast. Maar wie de Heere mag kennen, ontdekt, dat er een troostbron is, die niet opdroogt. De honig van het woord raakt niet op. Nooit! Ook voor u niet. Het gaat misschien langs moeilijke wegen. Maar aardse druk en tegenspoed maken Gods beloften zoet.
De woorden, die Hij wil spreken, gaan ver uit boven de aardse honig.
Dan kunnen wij het ook anderen aanbevelen. Simson op weg naar zijn bruid proefde van de honig, die hij vond in de gedode leeuw. Maar ook zijn ouders gaf hij ervan te eten. Zo mogen wij het ook aan anderen doorgeven. 'Let op het woord van God!' 'Ga naar die God toe, en reken met Zijn woord!'
Tenslotte: Wie de smaak in het woord beleeft, heeft nog maar een voorsmaak. De volle heerlijkheid komt nog. Achter de doodsjordaan strekt zich het hemelse Kanaan uit, dat overvloeit van melk en honig. Een volle beek van wellust, maakt daar elk in liefde dronken.
Dinteloord P. H. van Harten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's