Uit de pers
Veranderingen in denken en geloven
Dat is de titel van een artikel in Hervormd Nederland van 2 februari van de hand van dr. H. D. van Hoogstraten. Deze is vorig jaar gepromoveerd op een proefschrift over de veranderingen in het denken van Dietrich Bonhoeffer. Het zal velen bekend zijn dat de brieven die deze Duitse theoloog vanuit de gevangenis aan zijn vriend schreef, in het theologisch denken van de 60'er jaren grote invloed gekregen hebben, maar tegelijk aanleiding waren tot een zeer verschillende interpretatie. Wat bedoelde Bonhoeffer met zijn vaak summiere aanduidingen?
In het genoemde artikel nu wijst Van Hoogstraten op de polariserende tendensen die zich in onze tijd voordoen. Enerzijds verlegenheid met de grote wereldvragen bij hen die menen dat christenen zich daar actief voor moeten inzetten, anderzijds verontrusting bij mensen die van oordeel zijn dat deze maatschappijkritische visie strijdig is met het Evangelie.
Maatschappijkritiek, bewogenheid om slachtoffers van de oorlog in het Verre (of Midden-) Oosten of om slachtoffers van martelingen of discriminerende maatregelen — zeker zodra dit leidt tot een afwijzing van mensen, landen en ideologieën die ze veroorzaken — worden gauw gebracht onder de noemer van linkse sympathieën. Er zijn in de kerken relatief weinig mensen te vinden die zich wél intens met deze zaken wllen bezighouden, die er een stuk energie, een stuk 'lijden' . . . een stukje van zichzelf voor over hebben.
Behoudende gemeenten, waar dit kritisch-actuele denken vermeden wordt omdat alles op de noemer van de persoonlijke relatie tot God gebracht wordt, geven vaak een betere 'kerkgang' te zien dan gemeenten waarin 'progressieve' gedachten over de Bijbel, de messias Jezus, een veranderend godsbeeld naar voren komen. We kunnen momenteel zonder veel overdrijving spreken van een impasse. Waar wordt de juiste bijbelinterpretatie gegeven? Is die interpretatie afhankelijk van de toevallige uitleg van de toevallige theoloog die men tegenover zich heeft? Van Dietrich Bonhoeffer kunnen wij leren, dat het gaat om een keuze. Een keuze die te maken heeft met persoonlijk engagement, met de navolging van Christus. Bijbeluitleg en 'levensbeschouwing' hangen ten nauwste met elkaar samen. Als iemand het leven nu anders gaat beschouwen dan voorheen en als hij in verband daarmee de Bijbel met andere ogen gaat lezen, hoe moet men dat dan waarderen? Is het verkeerd als iemand verandert? Worden zijn woorden dan minder geloofwaardig; is hij dan eerst fout geweest en verloochent hij nu zijn verleden?
Aan het veranderingsproces in Bonhoeffers denken is aan te tonen, dat dit beslist niet het geval is. Men kan eerder van een verrijking of van een verdieping van zijn denken en geloven spreken.
U merkt: de schrijver neemt een heel bepaalde positie in. Bijbeluitleg wordt bepaald door iemands levenskeuze. Dat is m.i. een gevaarlijke vertolkingssleutel. Ik zal niet ontkennen dat dit in de praktijk voorkomt, dat iemands levenskeuze zijn lezen van de Schrift beïnvloedt. Maar mag men de levenskeuze tot sleutel maken voor de vertolking van de Schrift? Is dit al niet een onwettige keuze.
Maar we willen Van Hoogstraten niet voortijdig in de rede vallen. Wat bedoelt hij met het door hem genoemde voorbeeld Bonhoeffer? Hij wijst erop hoe deze theoloog in de jaren voor de oorlog de Bijbel las vanuit het centrale gegeven van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen. Slechts vanuit het Nieuwe Testament is het Oude te begrijpen. Onvermijdelijk gevolg is dan een vergeestelijking van het boek van Israël. Tegelijk, aldus Van Hoogstraten, moeten we zeggen dat Bonhoeffer zelf dit gevolg niet heeft gewild. Is zijn boek 'Navolging' niet een groot protest tegen de goedkope genade? Maar maakt het eenzijdig accent op Paulus de blik op de aardsheid van de Bijbel niet onmogelij ?
In de oorlog, in het verzet tegen Hitler, zijn gevangenschap gaat Bonhoeffer hoe langer hoe meer nadenken over de verantwoordelijkheid van de mens in de samenleving. Dan komen de conclusies in zijn brieven: Denken mag niet losgemaakt worden van handelen. Bidden sluit het doen niet uit. Het hier en nu is belangrijker dan het hiernamaals. Het lijden roept op tot solidariteit. Bonhoeffers geschriften zijn volgens Van Hoogstraten getuigenis van een moedig mens die bereid was veranderingen in zijn denken en doen theologisch te verantwoorden.
Bonhoeffer is het levende voorbeeld van de noodzaak theologisch te doordenken van wat praktisch geëist wordt, van wat in de gegeven situatie móet gebeuren. Als mensen wérkelijk bezorgd zijn om de wantoestanden, om de fascistische tendensen overal om hen heen, om de honger en om al het andere leed dat voortkomt uit machtsmisbruik en gemakzucht — dan zullen die mensen voor de noodzaak staan hun geloof steeds heel kritisch te doordenken.
Het is een misverstand te denken dat geëngageerdheid en echte zelf- en maatschappijkritiek zou kunnen voortkomen uit een geloofsbeleving die voornamelijk 'geestelijk' van aard is. Van deze beleving van het geloof neemt Bonhoeffer met name in de oorlogstijd duidelijk en beslist afstand. Deze wijze van geloven heeft een consumptief karakter; het is het theologisch getuigenis van een kerk-van-het-midden. Omdat de 'eeuwige' verzoening tussen de mens en God centraal staat en het geloof niet meer is dan een steeds herhaalde beleving van dit 'heilsgebeuren', kan de verlossing zich niet omzetten in energie die revolutionaire kracht ontplooit.
Hier ligt ook de reden waarom gelovigen zich gauw bedreigd voelen als van hen een persoonlijke mening of een positiebepaling wordt gevraagd. Een theologie die te star en te statisch van aard is wil verkondigd worclen (eenrichtingverkeer). De onmondigheid wordt hierdoor in de hand gewerkt. Theologen vragen zich pas sinds kort af hoe het Woord eigenlijk 'werkt' en wat het tussen mensen uitricht.
Als een ware profeet zag Bonhoeffer in de gevangenis — als lijdende knecht des Heren — dat de geijkte geloofstaal hol en leeg is. Daarom pleit hij voor een teruggaan tot een 'eerste verstaan' van de bijbelse begrippen en voor een interpretatie die niet de individualistische (en zelfs egoïstsche) begeerte naar eeuwig heil tot vooronderstelling heeft. Hij spreekt van een niet-religieus interpreteren van de Bijbel en van een daadwerkelijk er-zijn voor de ander.
Een groeiend aantal mensen gaat ervaren dat het Woord van God slechts spreekt in de situatie; dat God slechts regeert door het verantwoordelijk denken en handelen van de mens; dat Christus er slechts is als mensen zich vol vertrouwen wagen aan elkaar. Er is ook een groeiend aantal theologen dat verder wil gaan op het spoor dat Bonhoeffer heeft getrokken. Vroeg of laat komen zij te staan tegenover hen die pleiten voor wat zij traditie noemen: de gezellige burgerlijkheid en zo de status-quo in de kerk. De strijd die hieruit voortkomt moet gestreden worden. Bonhoeffer ging de strijd niet uit de weg: de strijd om de gerechtigheid op deze aarde die toen evenzeer met voeten getreden werd als nu — daarna en tegelijk daarmee de strijd om de juiste interpretatie van de bijbelse begrippen en van het geloof dat daarvan de pendant is.
Ik zou hier de volgende kanttekeningen bij willen plaatsen.
1) De schrijver is m.i. niet vrij te pleiten van overdrijving. Bonhoeffer als de lijdende knecht des Heeren! Ik meen, dat dit een ontoelaatbare toepassing is van dit bijbels gegeven. Nog afgezien van de vraag of Bonhoeffer zich in dit geheel van Van Hoogstratens gedachten zou terugvinden. Het is mode om Bonhoeffer te plaatsen voor de wagen van een maatschappijkritische theologie. Maar is het juist?
2) De wijze waarop in dit artikel Paulus m.n. de Romeinenbrief uitgespeeld wordt tegen de aardsheid van het Oude Testament, is gevaarlijk. Hier liggen vele vragen die om doordenking vragen juist in een tijd nu er van allerlei zijden een gevaarlijke overschatting van het Oude Testament dreigt, en een nieuw judaïsme op de loer ligt. Prof. Jonker heeft in de discussie rondom het Getuigenis terecht gewezen op verschillen inzake de interpretatie van het begrip 'gerechtigheid' bij joodse theologen als Buber en in de christelijke kerk. Zeker, het Oude Testament is onmisbaar voor het verstaan van het Nieuwe. Het Oude Testament kan ons behoeden voor een onbijbelse overgeestelijkheid. Maar dat sluit niet uit dat ook dit deel van de Schrift geestelijk verstaan wil worden. Geestelijk is totaal iets anders dan 'overgeestelijk'.
Bovendien: Doorloopt de openbaring van God geen geschiedenis? Moeten we in de lezing en vertolking van het Oude Testa ment toch ook Hebr. 1: 1 niet verdisconteren? Is ergens de Romeinenbrief b.v. niet bepalend voor de wijze waarop we het Oude Testament lezen inzake de verhouding: wet, rechtvaardigheid, eeuwig leven?
3) Van Hoogstraten werkt een gevaarlijke polarisering in de hand: Consumptieve christenen die nadruk leggen op de beleving van het heilsgebeuren komen te staan tegenover geëngageerden. De eerste groep krijgt het vonnis toegewezen: star, statisch, handhavers van de statusquo enz. enz. Het slot van Van Hoogstratens artikel getuigt van een merkwaardige onverdraagzaamheid — merkwaardig omdat men dat van deze theologen die het 'er-zijn-voor-de-ander' zo beklemtonen — niet verwacht. 'De strijd moet gestreden worden . . .' 'De horizontalistische, geengageerde theologen halen de strijdbijl tevoorschijn'. 'Christus is er slechts als mensen zich vol vertrouwen aan elkaar wagen'. Hier wordt het heilshandelen afhankelijk gemaakt van ons doen. Wie dit niet mee kan maken en het lukt me met de beste wil van de wereld niet dit uit de Bijbel te lezen, moet rekenen op strijd met de groep theologen tot wie Van Hoogstraten zich rekent. Wie zei ook al weer, dat de voorstanders van het Getuigenis de polarisatie opriepen?
4) Er mag geen individualistische begeerte zijn naar eeuwig heil. Dat is egoïsme. Kwalijke uiting van consumptieve religiositeit! De cipier van Filippi, de moordenaar aan het kruis, de psalmisten die uit de diepte tot God riepen (Ps. 32 b.v. of Ps. 51), Luther (Hoe vind ik een genadig God) en zovele anderen zaten dus op een verkeerd spoor.
Veranderingen in denken en leven, luidde het opschrift boven het artikel. Wat blijft hier nog over van de centrale inhoud van 't bijbels getuigenis? In één opzicht zijn we het met Van Hoogstraten eens: Achter deze visie ligt een duidelijke keuze. Dat is waar. Maar we menen dat deze keuze vierkant ingaat tegen wat profeten en apostelen ons verkondigd hebben. Als Van Hoogstraten in zijn militante slot oproept tot de strijd, zou het misschien goed zijn als hij zou willen overwegen dat er in 1 Timotheüs 6 ook gesproken wordt over de strijd van het geloof. Een strijd die niet losstaat van het 'bewaren van het pand dat is toevertrouwd'. Of valt 1 Tim. 6: 20 ook onder de status-quo en de gezellige burgerlijkheid?
De boodschap der bevrijding
Het volgende heeft te maken met het voorgaande. Wellicht hebt u wel eens bemerkt dat allerlei woorden in ons kerkelijk spreken ingevoerd zijn die een vertolking willen zijn van bijbelse begrippen. In plaats van Verlosser, Heiland, verlossing spreken velen van Bevrijder, bevrijden en bevrijding. Het boek Exodus zou spreken van een bevrijdingsbeweging onder een groep geknechte slaven. En de armen der wereld zijn terug te vinden in de psalmen, in Maria's lofzang enz. Bijbelse begrippen krijgen een politieke vulling.
Met alle gevaren en misverstanden van dien.
Wanneer b.v. in Ex. 5 gezegd wordt: Laat Mijn volk gaan om Mij te dienen . . . dan zijn we met deze bevrijdingsdaad in een totaal ander klimaat dan dat van revolutionaire bevrijdingsbewegingen waarin nu juist dat laatste ontbreekt.
In de Delftse kerkbode van de Geref. Kerken van 15 december schreef ds. W. Kreuzen over dit gevaar van de modeterminologie. Is de bevrijding of verlossing die in de Schrift gepredikt wordt dezelfde als die voorgestaan wordt in een bepaalde verpolitiekte prediking?
Ds. Kreuzen wijst dan op het artikel 'Verlossen' in het grote woordenboek op het Nieuwe Testament, de zg. 'Kittel' dat zojuist voltooid is. Wat zegt dit standaardwerk over 'verlossing'? Kreuzen schrijft — ik citeer de weergave in Waarheid en Eenheid van 29 januari:
Al meer dan 40 jaar lang is er een woordenboek bezig te verschijnen, dat de betekenis van de woorden van het Nieuwe Testament poogt op te sporen in een zeer brede studie. Daar werken aan mee de bekendste en beroemdste deskundigen uit de hele wereld op het gebied van het Nieuwe Testament.
Vogels van diverse pluimage overigens.
Tot nu toe is dat zo grondig gebeurd, dat niemand meer aan dit werk kan voorbijgaan, ja, dat het in menig opzicht het einde van alle tegenspraak is . . .
En tot welke conclusie is men nu gekomen t.o.v. deze woorden? (nl. verlossen etc). Ik citeer:
Het nieuwtestamentische 'redding, bevrijding, zaliging' heeft geen betrekking op aardse verhoudingen.
De inhoud ervan is niet naar Grieks begrip welzijn, gezondheid van lichaam en ziel noch aardse bevrijding van het Volk van God van het heidense juk als in het jodendom. Het heeft geen betrekking hoegenaamd ook op welke toestand op zichzelf, het beduidt geen genezing in religieuze zin noch leven noch bevrijding van satanische en demonische machten. Het heeft alleen te maken met de verhouding van de mens tot God . . . Een verhouding die door de zonde onherstelbaar is verstoord . . .
Voor het Nieuwe Testament brengt . . . slechts het gebeuren van het in onze geschiedenis gekomen zijn, van het lijden en de opstanding van Jezus van Nazareth redding van de toorn van God door de vergeving van de zonden . . .
De redding, de opheffing van de zonde als schuld, is zonder toedoen van de mens tot stand gekomen; maar de mens is tegenover deze boodschap niet passief; hij kan ze aannemen en afwijzen . . .
In het Nieuwe Testameaat is het heil aanwezig en het is toekomst tegelijk. Maar het zwaartepunt van de beide begrippen redding en redden ligt op de toekomst . . .
Dan wordt ook de laatste vijand met alle 'machten' verdreven en zal het schepsel vrij zijn van de zinloosheid . . .
Wat het Grieks verlangen van een gouden eeuw verwachtte, wat de joden hoopten van het aards verschijnen van de Messias, wordt eerst dan in een nieuwe schepping werkelijkheid . . .
Tot zover dit woordenboek, het meest gezaghebbend werk van deze moderne tijd. Oer-orthodox en oerconservatief?
Het is het jongste werk op dit gebied van de moderne nieuwtestamentische wetenschap. Dat onder de waarheid van het Evangelie niet uit kan.
Daarom, weest u voorzichtig met dat woord bevrijding, aangewezen als het kernwoord van het Evangelie door mode-theologen. Het kan goed gebruikt worden, maar het kan u ook knollen voor citroenen verkopen, om niet te zeggen stenen voor brood.
En dat in evangelische zin — en dat is het ergste — maar ook in wetenschappelijke zin.
Ja, de orthodoxie, u weet wel die mensen uit de nachtschuit, hebben niet alleen in de 19de eeuw gelijk gekregen. Ze krijgen het ook in de 20ste.
Omdat, omdat het Woord van God stand houdt in der eeuwigheid. Daarom.
Dit woord: Ge zult Zijn Naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk redden van . . . hun zonde!!
Het is hoogst modern — zie het woordenboek — om het met Kerstmis . . én daarna, daarbij te houden.
Of 'Kittel' vaak het eind van alle tegenspraak is, waag ik te betwijfelen — de schrijver gaat in zijn enthousiasme hier wat te ver. Maar we zijn het van harte met hem eens, dat serieuze bijbelse theologie, exegese van de Schrift ons kan behoeden voor een onbijbels meedoen met modekreten die wel aardig klinken, maar intussen ons van de Boodschap verwijderen. Ook inzake de uitleg van de kernwoorden van de Schrift is tegenover allerlei eigentijdse vertolkingspogingen bijbelse nuchterheid geboden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's