Boekbespreking.
Dr. A. G. Honig jr.: De heerschappij van Christus en de zending, Theologie en Gemeente 6; Kok Kampen 1973; prijs ƒ 5, 90.
In deze brochure biedt de Kamper hoogleraar voor zendingswetenschap heel veel, met name over de vraag hoever het heil in Christus en de heerschappij van Christus reiken. Hij neemt hierbij een soort middenpositie in tussen hen, die alle mensen met een programma voor activisten en horizontalisten uitkrijten en hen die de verzoening in Christus al te gemakkelijk tot een uitgangspunt voor werkzaamheid maken en het boodschapkarakter van de verzoening dreigen te vergeten.
Daarbij gevoelen wij ons tot de volgende opmerkingen gedrongen. Honig spreekt op blz. 5 zowel van het gering resultaat der zending als van het minderheidsverschijnsel dat de christenheid steeds meer in de wereld wordt. Ten eerste: mogen wij de bewijzen hebben van het eerste? En ten tweede: waarom zou men de missiologische en kersteningsvragen op één vlak behandelen met de secularisatie en haar verschijnselen, alsof het tweede voor het eerste of voor dat minderheidsverschijnsel adstruerend zou zijn? Wij achten de zaken, die hier achter elkaar genoemd worden, van zó'n verschillende orde dat het beter ware om aldus niet te combineren.
Ten tweede: op blz. 9 en vervolgens schijnt de auteur, bij alle waardering die hem toekomt voor de wijze waarop hij over het deel hebben aan het heil in Christus schrijft, toch enigszins de zending Gods (in Zijn Zoon) en de zending der Kerk ofwel de zending van mensen in elkaar te schuiven. Uiteraard zijn daar teksten voor te vinden als: Gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden. En toch blijft er o.i. een fundamenteel verschil bestaan tussen de vleeswording van Christus en Pinksteren, reden temeer om in een tijd van vermenselijking van Jezus zo'n verschil, als het om zending gaat, ten volle te benadrukken.
Ten derde: er is in deze overigens uiterst nauwgezette studie een zekere tweeslachtigheid te bespeuren. Honig wil wijzen op de ernst van de zending en acht daarbij het Woord, de bediening der verzoening van ontzaglijk grote waarde. Volkomen eens, doch hoe is het dan te verklaren dat ook hij een invloed van het Evangelie in India meent te constateren, die de menselijke bekeringen als blijk van ingang van het Evangelie verre te boven gaat? Dat is een verhaal dat Berkhof ons na New Delhi reeds meende te kunnen vertellen. Ik vind dat een griezelige interpretatie. En verder, hoe is het te verklaren dat Honig het opneemt voor de bezieling bij hen die van de gedachte uitgaan, dat de verzoening reeds allen geldt, slechts nog bij wie er zich niet van bewust zijn, bewust gemaakt moet worden? Of zelfs dat hij vreugde bij deze bezielden meent te bemerken, en een verlangen dat alle mensen zich nu ook het heil bewust worden? 0.i. is het de zwakte van de zending dat niet slechts Paulus' drangreden ontbreekt doch daarmee ook de bezieling om 'enigen te winnen'.
Staat de concretisering, de praktijk der verzoening niet veel meer kruiselings op de werkeljkhedd waarin zending bedreven wordt? Heeft de discussie in de vorige en deze eeuw over volksorganisme en nomologie etc. ons dan niets op dit punt te leren gehad?
Wij mogen blij zijn voor dit cahier, omdat het de vragen scherp stelt. Met de vragen zijn wij meer verblijd dan met de antwoorden.
K. C. A. Tukker
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's