De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastorale overwegingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastorale overwegingen

De verborgen omgang met God 3

7 minuten leestijd

Gebedshoudingen:
Wij zijn gewend bij het bidden onze ogen te sluiten, onze handen te vouwen. Dat wordt nergens in de Schrift zo voorgeschreven. Maar waar het bij deze houding om gaat is veel belangrijker, en wel: de eerbied voor God.
In een zeer bekend psalmvers heet het: geloofd zij God met diepst ontzag!
We mogen wel weten wat we doen, wanneer we tot God naderen. Onze ogen sluiten we, opdat de ijdelheden der wereld onze aandacht niet aftrekken. Onze handen vouwen we, opdat we niet wat anders zouden doen en God vergeten. Heilige aandacht, heilige concentratie vraagt het komen tot de Heere. En ach, hoe vaak geschiedt het nog gedachteloos. Hoe vaak, als we b.v. soms 'natafelen' komt er de vraag: hebben we nu eigenlijk al geëindigd? Vanuit de Schrift kennen we andere gebedshoudingen als:
a. het knielen. De houding van de smekeling, ook van de aanbidding. In het oude Oosten kende men de pros-kenusis, het-zich-voorover-ter-aarde-werpen voor de godheid. Misschien kende u een moment in uw leven, dat u neerviel voor God, letterlijk en figuurlijk, buiten, ergens op het land, of op uw kamer. God werd u te sterk en bracht u op de grond. Of ook, overweldigd door de betoning van Zijn genade kon u op uw benen niet meer blijven staan.
Daar was iets van de heilige aanbidding.
U kon het wonder niet op dat er naar u werd omgezien. Dat is geen slechte plaats.
In sommige gezinnen wordt bij de dagsluiting thuis of voor de kerkgang knielend gebeden.
b. opgeheven handen. De houding van de bedelaar, die onwaardig in zichzelf tot de Heere nadert om genade van Hem te begeren. De handen werden omhoog geheven met de ledige handpalm naar de hemel gekeerd. Niets kan worden geëist, alles is verbeurd. Maar de nood is hoog, de leegte groot.
Er wordt van gezongen in Psalm 141 'mijn bee, met opgeheven handen, klimme voor Uw heilig Aangezicht . . . '.
Sprak Luther niet eens: 'Wij zijn bedelaars, dat is waar'?
Een eenvoudig rijmpje zegt: 'nieten en nullen wil God met Zichzelven vervullen'.
Wat gelukkig, wanneer u ontledigd van u-zelf tot God wordt uitgedreven. Van ons uit is er geen weg tot God. Maar Hij baande de verse en levende weg door bloed ingewijd, in de Heere Jezus, de geopende toegang tot de troon der genade. En bracht u in praktijk, wat we dan lezen: 'laat ons dan met vrijmoedigheid, in volle verzekerdheid des geloofs toegaan . . . '?
c. staande: We denken daarbij aan de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar, door de Heiland uitgesproken in Lucas 18. Staan was een gebedshouding, die veel voorkwam. We lezen in 1 Sam. 1: 26, dat ook Hanna stond. Het was een teken van eerbied. Staan ook wij niet op, als een hooggeplaatst persoon, bevoorbeeld onze vorstin, binnenkomt? Het is ook een goede gewoonte, dacht ik, dat onze jongens en mannen staan bij het gebed in Gods huis.
De Farizeeër stond echter rechtop, fier, in trots zelfbewustzijn. Hier ontbrak ware Godskennis en ware zelfkennis. De tollenaar stond van verre, waarschijnlijk dus in een der buitenste voorhoven. Hij moest tot God gaan, werd ertoe gedrongen, maar hij durfde anderzijds niet. Hij kon voor God niet bestaan.
Nog altijd is waar het wonderlijke woord van de bekende kerkvader Augustinus: 'die binnen zijn, zijn buiten. En die buiten zijn, zijn binnen'. Verstaat u het geheimenis?

Formuliergebeden
Welke bewoordingen gebruiken we, als we tot God naderen? Misschien zegt iemand: 'ik heb wel eens geen woorden meer gehad. Er rees slechts een verzuchting in mij op'. Ongetwijfeld liggen ook op het terrein van het gebedsleven grote gevaren. Bedenken we, dat de Heere het hart aan ziet. Een stuntelig gebed, maar in oprechtheid gebeden, heeft meer waarde dan een gebed met mooie volzinnen, waarachter echter geen hart klopt. We moeten er voor oppassen, dat we gebedsgaven niet hoger aanslaan dan gebedsgenade. Het gebeurt nogal eens, dat mensen, die de gave van het woord hebben, dikwijls het verzoek krijgen om een samenkomst of een vergadering met gebed te besluiten. Overgeslagen kunnen worden zij, die schuchter en teer leven, nooit zo voor de dag komen. Natuurlijk, het is hartverheffend als met welgekozen bewoordingen de nood of de vreugde voor Gods aangezicht wordt neergelegd, maar de Heere ziet en weet alle dingen.
Het schijnt te kort te doen aan de spontaniteit van het gebed, wanneer niet met eigen woorden de Heere aangeroepen wordt. En toch ligt er een grote schat in de gebeden van de kerk der eeuwen. Wie een kerkboekje doorbladert komt veel gebeden tegen, als daar zijn: gebeden en dankzeggingen voor en na het eten; gebeden voor en na de predikatie; gebeden voor kranken en aangevochtenen, met name ook de ziekentroost. Wat een rijkdom vinden we in deze geformuleerde gebeden. Hoe sober, hoe eenvoudig, hoe bijbels, hoe rijk aan inhoud zijn deze gebeden.
Formuliergebeden worden nogal eens aan tafel gebruikt. In sommige gezinnen bestaat de gewoonte om de kinderen om beurten hardop te laten voorgaan in de gebeden. Me dunkt, een goede gewoonte. Leer hen maar vroeg te bidden, ook hardop.
Leer hen maar vroeg voor te gaan, opdat zij het ook later, groot geworden, zullen doen.
Nog al eens wordt aan tafel door de kinderen het 'Onze Vader' gebeden. Mag dat? Kan dat? Dat gebed is toch het allervolmaakste gebed? Dat gebed is toch het gebed der Kerk? Er is, meen ik, geen bezwaar tegen, mits u maar eerlijk bent.
Legt u dit gebed ook aan hen uit. Zeg wat de bedoeling van 'dit grondpatroon van alle waarachtig en christelijk gebed' betekent.
Als er gevraagd wordt: kan een kind en mag ook een onbekeerde het Onze Vader wel bidden, moeten we bedenken, dat als de Heere Jezus dit gebed Zijn discipelen leerde, onder hen ook een Judas was. Niets wijst er op, dat de Heere hem heeft uitgezonderd.
Het is goed, al doen we niets aan de spontaniteit van het gebed af, en al zijn menigmaal de kortste gebeden ook de echtste, om een zekere, heilige orde in het gebed te betrachten. De Zaligmaker schonk ons in het allervolmaakste gebed zulk een heerlijk onderwijs. Natuurlijk wil dit gebed niet bedoeld zijn om achteloos steeds opgezegd of, erger, afgeraffeld te worden.
Het gaat ook in het gebed om de erkenning, dat de Heere God is. Daarom zijn er ook eerst na de aanspraak drie beden met 'Uw', daarna drie beden met 'ons'. De doxologie of lofprijzing sluit het gebed af. Alles loopt uit op Gods eer. Er is heel wat genade nodig om van ons zelf af en naar God toe te bidden.

De voorbede:
In de verborgen omgang met God vergeten we ook de ander niet! De voorbede is aangewezen in de Schrift voor de overheid. Vergeten we de arbeid in Gods Koninkrijk niet. Soms wordt in Gods huis bij het openbare gebed de naam van een zieke of beproefde genoemd, mogelijk op speciaal verzoek. Niet om het gebed tot allerlei nieuwsmededelingen te doen ontaarden.
Wel om te doen beoefenen de gemeenschapsoefening in het gebedsleven. Wat kostelijk, als de Heere soms ook gebed voor een ander geeft. Een familielid, een vriend, een kind Gods in nood kan ons als op het hart gebonden worden. Dat kan met een krachtig vertrouwen op God gepaard gaan. De Heere kan er geloof bij schenken. En dan geschiedt wat we begeerden in de naam van de voorbiddende en dankende Hogepriester. Dan wordt het onmogelijke mogelijk en waar. Zouden we als predikanten in een gemeente niet bemerken, dat er gebed is voor de loop en doorwerking van het Woord? Paulus was niet de eerste de beste. En wat was hij ook verlegen om de voorbede der gemeenten. In elk zijner brieven dringt hij er op aan.
Ook hier geldt: wie bidt, die ontvangt.
Ede                                                                               W. Chr. Hovius

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Pastorale overwegingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's