De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een heer des huizes

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een heer des huizes

7 minuten leestijd

'een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt'. Mattheus 13: 52 *

Schriftgeleerden; geleerden, die bij Christus in de leer zijn. Voor hen is het koninkrijk der hemelen een zaak van verstand en hart. Zij spreken er over, naar dat ze er van weten, dank zij de Heere Jezus. Hij vergelijkt hen bij een heer des huizes. Een voornaam man, en blijkbaar niet onbemiddeld. Hij is in de letterlijke zin van het woord schatrijk. Een schatkamer nog wel, waarin hij zijn kostbaarheden bewaart, geld en goederen, goud en zilver, tapijten, kledij. Telkens voegt hij wat aan zijn bezit toe; dat heeft hij allang, dit kocht hij onlangs. Oude en nieuwe dingen.
Hij is er rijk mee. Maar hij is geen vrek.
Dat kunnen zijn gasten getuigen. Hoe vriendelijk worden ze ontvangen en hoe vorstelijk onthaald. Het gastgeschenk ontbreekt niet. Hij haalt het uit de schatkamer; hij staat er op dat zij het aanvaarden. Dat hoort bij de gastvrijheid. Wie het breed heeft laat het breed hangen, anderen zijn daar goed mee.
Een dienaar van het woord is net zo bezig als die huisheer, die wat uit de schatkamer tevoorschijn haalt. De goederen liggen er hoog opgestapeld, de kostbaarheden van het Woord Gods, de schatten van het koninkrijk der hemelen. Hij gaat de schatkamer binnen en komt met oude en nieuwe dingen naar buiten. Hij heeft er schik in. Voor de echte schriftgeleerde is de Schrift immers een schatkamer. Wat een rijkdom is er toch in het Woord Gods! Ineens ligt er glans over die tekst, wat een steun, wat een troost bevat dat woord. En er is geen einde aan. Teksten, waarover we preken, zijn schatten, die in het Woord werden ontdekt, en de bewondering die zich daarbij van ons meester maakte, zal mensen tot verwondering brengen in het midden van de gemeente. Dat komt er van als de studeerkamer niet alleen een werkkamer — en hoe zelden is dat helaas, het geval — maar een schatkamer wordt, omdat het Woord er wordt doorvorst. Uw Woord is zeer gelouterd en uw knecht heeft het lief.
Zo leert de gemeente weer met verwachting kerkwaarts te gaan. Oude en nieuwe dingen worden tevoorschijn gebracht voor hen, die Zijn verbond en woorden als hun schatten gadeslaan. Het Woord is zo rijk: waarheid en wijsheid tot zaligheid! De nood van de gemeente is veelal, dat ze het woord des Heeren niet als een schatkamer waardeert. Wij laten ons het klatergoud van de wereld in handen stoppen, we grijpen naar welvaart en weelde. Wie is rijk met het woord des Heeren? Anders blijven we zo arm, dat we niet eens onze schuld bij God betalen kunnen, laat staan een rijk leven leiden. Armoe troef, ook als we kerkwaarts gaan. Het zegt niets, het doet niets. U ziet het niet. Dat is het; en misschien, uw dienaar toont het niet, stalt het niet uit, is niet vervuld van de vreugde, die het ontdekken schenkt. Dat maakt de dienst dan zo mat en zo duister.
Waar haalt de man het vandaan? Uit zijn schat. Uit het woord! Wie dat woord lief heeft, hoort het graag! Hoort ook of het woord uitgedragen wordt. Hij is niet benieuwd naar wat de man er van maakt. Oppervlakkig, of diepzinnig, licht of zwaar. Hem kan de woordenvloed niet misleiden, waarin het Woord verdrinkt; de stichtelijke volzinnen waaraan stem en gebaar kracht moeten bijzetten! Maar het doet geen kracht. Wat een armoede. Terwijl juist in deze tijd en juist bij jongeren, een hunkeren en een hongeren is, maar wat echt is. Naar schatten!
Nieuwe en oude dingen. De Heere Jezus doelt hier waarschijnlijk op de wet en de profeten, die van ouds bekend waren, en de woorden van het koninkrijk, die Hij verkondigde. Wij zouden bijna zeggen: oude en nieuwe testament. Het nieuwe heeft de voorrang; vanuit het nieuwe, dat Christus leert, wordt het oude pas duidelijk, komt het tot zijn eigenlijke recht. Er valt nieuw licht over de schriften, nu Christus verschenen is. Dat licht moet er over schijnen, over die oude dingen.
We mogen het gerust wat uitbreiden. Nieuwe en oude dingen; het ganse Woord van God, van oud en nieuw verbond. De heer des huizes houdt niets achter! Heel de raad Gods wordt ons verkondigd. Daarop zal de gemeente toezien. De tekstkeuze kan een voorkeur verraden, die te kort doet aan de volle raad van God. Al doende leert men. Hoe meer er aan de orde gesteld wordt — maar niet alle tegelijk! — hoe liever het de hoorders zal zijn. Ze worden onderwezen in het Koninkrijk Gods.
Nieuwe en oude dingen. Wat u reeds weet en wat u nog niet wist. Ook dat laatste. Er is een onuitputtelijke rijkdom in het woord Gods. Sommige hoorders vragen om wat nieuws. Zei hij nog wat nieuws, iets dat we nooit eerder hoorden? Dat is een gevaarlijke vraag. Iets nieuws; het hangt er maar van af waar hij het vandaan heeft! Niet de sterke of zwakkere uitdrukkingen die wij bezigen, de kreten die wij slaken, de termen die wij sme­den, zijn het nieuwe, waar de gemeente mee gebaat is, maar nieuwe dingen uit het woord Gods! Dat kan niet missen: als de heer des huizes uit zijn schatkamer komt, dan komt hij met wat nieuws. En dat is zaak ook. Een dienaar moet de gemeente nieuwsgierig houden, dat voorkomt verveling en verarming. Weet u van te voren al wat er komt, dan is de heer des huizes een zuinig heer!
Oude dingen nieuw zeggen is ook een kunst. Het dient de waarheid; woorden moeten wat verklaren. Als we teksten en termen aaneenrijgen, en onze eigen ontboezemingen, soms zo droefgeestig, soms zo welmenend, daar aan toevoegen, mag dat vertrouwd klinken, maar het zet geen zoden aan de dijk, en dat bij de watersnood die ons en onze jeugd bedreigt. Vandaag: nieuwe en oude dingen. Zegt iemand: oud nieuws, dan mag de dienaar het omkeren: nieuws, dat nooit oud wordt.
Dat oud worden is niet denkbeeldig. Waarom duiden wij de waarheid zo graag aan als de oude waarheid? Toch ook, omdat er nauwelijks verwachting is van en verrassing is tijdens de predikdienst. We weten immers alles al. De Heilige Geest weet raad met oud en nieuw. Hij brengt ze voort. Hij is de heer van het huis! Hij leidt in al de waarheid. Uitleggen en toeeigenen. Hij wil het kwijt, en wij zijn er om verlegen geraakt. Zo is het toch? In het Koninkrijk der hemelen gaat het er 'royaal' naar toe. Daarom mag de dienaar het ook ruim brengen. Het kan niet op.
Al gij dorstigen, komt tot de wateren! Doet er uw winst mee. Gaat niet van hier, zonder het geschenk, dat de gastheer u wil mee geven. Weigert het niet, u zou Hem beledigen. Wat is er een angstvalligheid en een voorwaardelijkheid, die niet overeenkomt met de rijkdom van het Koninkrijk. We gooien het niet te grabbel, dat niet, we duwen u niets in handen. Maar we overhandigen het u graag. We laten u er niet alleen naar kijken. Pas op, niet aankomen! Wel zeker: Neemt het gaarne aan, dat deden die duizenden op de Pinksterdag ook.
Nu nog even samenvatten: Leraren zijn leerlingen. Leraren zijn huisheren. Ze komen niet met lege handen uit de schatkamer, ze zijn uitdelers van de menigerlei genade Gods Een korte gelijkenis. Hij die haar vertelde, staat er voor in: Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld.
L. K.

** CORRECTIE 01-08-2025
In deze digitale versie is het Bijbelvers gecorrigeerd van Mattheüs 13:25 naar 13:52, vanwege een fout in het oorspronkelijke artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een heer des huizes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's