Boekbespreking
J. S. Postma: Cultuurgeschiedenis en Christendom; 126 blz.; ƒ 9, 90. Uitg. T. Wever, Franeker, 1973.
De schrijver wil enige fundamentele informatie verschaffen over de enorme rol, die het christendom in de culturele ontwikkeling heeft gespeeld. En het wil mij voorkomen, dat hij in deze opzet zonder twijfel geslaagd is.
Na een summier overzicht over cultureel leven uit de tijd vóór Christus tekent de auteur het christendom als openbaringsreligie, noemt enige basis-begrippen van het Oude Testament, zoals schepping en verbond. 'Israël is een historisch wonder, hoe men ook verder oordelen moge'. Vrij uitvoerig vraagt hij naar de inhoud van het Evangelie en daarbij wijst hij op de noodzakelijkheid van geloof.
Wat ik in dit verband over de Drieëenheid las is zuiver Sabeliaans Modalisme.
In de Romeinse wereld is het christendom eerst in de tweede eeuw opgemerkt. Toen botsten twee werelden op elkaar: vrijwel alles in het christendom was aanstotelijk voor het Romeinse gevoel, vooral de afweer van de keizercultus. Het christendom heeft ontegenzeggelijk ook veel van de cultuur der klassieken overgenomen.
Met grote stappen wandelt de schrijver de eeuwen door; hij schrijft over licht en donker van de Middeleeuwen, waarbij hij o.a. ingaat op romaanse en gotische stijl en nadruk legt op de gevolgen van de opkomst der steden. De Renaissance met zijn optimisme en het humanisme met zijn ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid ontbrak het aan heilige geestdrift tot vernieuwing, als het bederf in de kerk steeds erger werd. De hervorming bracht nieuwe aspecten van het culturele leven op de voorgrond: leven tot ere Gods; de Bijbel kreeg grote invloed, ook als bron van inspiratie voor schilderkunst en literatuur. Gewezen wordt op de antithetische tendensen van de Verlichting en de invloed van de Romantiek.
Vele malen betrekt de schrijver het heden in zijn beschouwingen. 'In de verhouding kerk en cultuur speelde zich hetzelfde proces af als in die van kerk en staat: eerst beheerste de kerk de cultuur, daarna andersom; nu beginnen zij uit elkaar te gaan'.
'Het historische bewijs, dat mensen werkelijk helemaal vrij zouden kunnen zijn, ontbreekt volledig.' De schrijver geeft zijn boek het adagium mee van Talleyrand: Zij die de geschiedenis niet kennen, zijn gedoemd haar te herhalen. Geen wonder, dat hij ergens schrijft: Een van de eerste uitingen van barbarisering is afnemende belangstelling voor het verleden.
Wie zich voor cultuurgeschiedenis interesseert vindt hier een zeer leerzaam werk.
H. Bt
H. W. J. Mulder: Groen van Prinsterer, staatsman en profeet; 142 blz.; ƒ 12, 50. Uitg. T. Wever, Franeker, 1973.
Hoe komt het, dat tot nu een uitvoerige levensbeschrijving van Groen van Prinsterer ontbrak? Dat vraagt zich de schrijver van dit goed geschreven en behoorlijk gedocumenteerde werk af. Is het omdat deze van natuur bescheiden man schuil ging achter zijn opvolger A. Kuyper? Of is het omdat men hem volkomen uit de tijd achtte door zijn droom van een christelijke staat? Hoe het zij, de schrijver heeft deze leemte gezien en vandaar dit werk, dat ik gaarne aan onze lezers aanbeveel. Het tekent het leven en werken van een groot staatsman, een wijs politicus, een uitnemend geschiedschrijver en een fijnzinnig christen, die met zijn ingetogen levenswandel een voorbeeld was voor velen in zijn tijd.
Groen werd geboren in 1801 in Den Haag; daar overleed hij na een zeer arbeidzaam leven in 1876. Een stuk geschiedenis uit de vorige eeuw trekt aan de lezer voorbij, niet alleen van de familie Groen, maar vooral ook van het staatkundige en kerkelijke leven waarmee het leven van deze begaafde man zo sterk is verbonden geweest. Hij was in 1830, toen de opstand in Brussel uitbrak secretaris van het kabinet van de koning. Van nabij heeft hij de afscheiding meegemaakt. — Groen van Prinsterer heeft Willem de eerste — wiens grote verdienste én tegenover Nederland én tegenover België hij erkent — niet gespaard. Hij wees erop, dat de samenvoeging van Nederland en België een grote fout was. Het reveil is niet alleen van grote invloed geweest voor zijn persoonlijke geestelijke leven en voor zijn levensstijl, maar ook voor zijn opvatting over de betekenis van het Evangelie voor het staatkundige en sociale leven.
In het staatkundige leven was Thorbecke de grote tegenspeler van Groen. Maar ook de kerk had voor Groens gedachten geen begrip. Als in 1842 de zeven Haagse Heren zich tot de Synode der Herv. Kerk wendden met hun Adres, dan ziet men in deze voormannen tot wie Groen behoort, reactionairen van de ergste soort, die het gezegende werk van de Verlichting in gevaar brengen. — Groen is meer dan eens door zijn eigen mensen in de steek gelaten. Hoe zwaar is hem de botsing gevallen met Van Bruggen over de Schoolwet 1857. In feite was het hier Thorbecke, die als overwinnaar uit de strijd kwam.
Dit boek bracht mij ertoe de twee delen van Diepenhorsts werk Onze strijd in de Staten Generaal weer eens ter hand te nemen en te luisteren naar de (stukken uit) de redevoeringen, die Groen in de Kamer heeft gehouden. Wat een verschil met vandaag, zowel naar inhoud als stilistisch!
Groen zal altijd in herinnering blijven door zijn pleitnota ten gunste van de afgescheidenen in zijn adres De maatregelen tegen de afgescheidenen aan het staatsrecht getoetst.
In zijn werk Ongeloof en Revolutie tekent hij de revolutie als het streven naar politieke zelfverwerkelijking van de autonome zichzelf genoegzame mens. — De schrijver moest zich wel beperken; hij kan soms jammer genoeg niet diep genoeg op de dingen ingaan; ik denk bijvoorbeeld aan het gedeelte, waar hij schrijft over de openbaring in de Schrift, in de natuur en in de geschiedenis, waar hij nauwelijks de kern van de zaak wordt bereikt. — Het is mij de vraag of Groen in de kerken van nu meer dan één wijziging ten goede zou hebben waargenomen vergeleken met een eeuw geleden. — De schrijver citeert prachtige uitspraken die getuigen van een gedegen analyse van de geest van de tijd en van een machtige visie. Groen voorzag, dat de door de revolutie geproclameerde neutraliteit van de staat zou uitlopen op het humanisme als staatsgodsdienst.
Ik hoop, dat velen dit boek zullen lezen en daardoor geprikkeld worden zich — misschien opnieuw — in het werk van Groen te verdiepen.
H. Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's